Beleidsregels ASV 2011Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland; gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Westland; Besluit vast te stellen de Beleidsregels subsidie Westland 2011 Hoofdstuk1Algemeen Artikel1.1Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a.de verordening: Algemene subsidieverordening Westland 2011; b.eigen vermogen: het vermogen van de subsidieaanvrager dat gevormd wordt door kapitaal, exploitatiesaldi, reserves en fondsen niet zijnde voorzieningen. Artikel1.2Experimenten en incidentele activiteiten Tot de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 2 van de verordening behoren in bijzondere omstandigheden experimentele en incidentele activiteiten, voor zover zij niet vallen onder de activiteiten genoemd in de hoofdstukken 3 en 4 van deze beleidsregels. Artikel1.3Subsidie-ontvanger Gelet op het bepaalde in artikel 15 onder b van de verordening wordt aan regionaal, provinciaal of landelijk werkende instellingen uitsluitend een subsidie verstrekt naar rato van de ten behoeve van de ingezetenen van de gemeente Westland te ontwikkelen activiteiten en te maken kosten. Artikel1.4Berekening hoogte subsidie De hoogte van het subsidiebedrag, als bedoeld in artikel 6 van de verordening wordt afhankelijk van de activiteit gebaseerd op een of meer van de volgende factoren: a.de met de activiteiten te behalen resultaten; b.exploitatiekosten van de subsidie-ontvanger; c.accommodatiekosten; d.aantal formatieplaatsen; e.aantal inwoners van de gemeente; f.aantal leden van de subsidie-ontvanger; g.aantal plaatsen; h.kostprijs van de activiteit; i. aantal uren; j.het historisch gegroeide subsidiebedrag; k.aantal deelnemers aan de activiteiten; l. aantal doelgroepkinderen; m.aantal leerlingen. Artikel1.5Subsidiabele kosten overhead 1.Wanneer de hoogte van het subsidiebedrag wordt berekend of mede wordt berekend aan de hand van de exploitatiekosten, de accommodatiekosten of de kostprijs van de activiteit, zijn de kosten die behoren tot de overhead subsidiabel voor zover het de kosten van de directie, de leidinggevenden, de kosten voor facilitaire zaken en de huisvesting van de organisatie van de subsidieontvanger betreft. 2.De huisvestingskosten die worden gemaakt ten behoeve van het uitvoeren van de activiteiten worden niet beschouwd als overhead maar worden toegerekend aan de activiteiten. 3.De overheadkosten worden gesubsidieerd voor zover zij niet meer dan 25% van de totale kosten uitmaken. Artikel1.6Indexering 1.Het college beslist jaarlijks of indexering van een subsidiebedrag plaatsvindt. 2.Wanneer subsidiebedragen worden geïndexeerd, gebeurt dit op basis van het consumentenprijsindexcijfer van het jaar voorafgaand aan het jaar van indiening van de aanvraag om subsidie. 3.Inafwijking van het tweede lid wordt de looncomponent van een activiteitensubsidie van € 70.000,- of meer, geïndexeerd op basis van de percentages zoals deze door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten jaarlijks bekend worden gemaakt. Artikel1.7Sanctie bij te laat of onvolledig indienen aanvraag vaststelling Indien een subsidie-ontvanger niet voldoet aan de verplichting de aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 10.000,- of de daarbij behorende stukken voor een bepaalde datum in te dienen en hij op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag of de daarbij behorende stukken alsnog in te dienen, wordt de subsidie wegens het niet naleven van de betreffende verplichting met 5% verlaagd ten opzichte van het bedrag waarop de subsidie anders zou zijn vastgesteld. Hoofdstuk2Financiële beleidsregel Artikel2.1Maximaal eigen vermogen Een instelling mag over een eigen vermogen beschikken dat bestaat uit: a.de boekwaarde van inventaris en onroerende zaken in eigen gebruik; en b.bestemmingsreserves ten behoeve van de zaken als genoemd in het derde lid onder a tot en met f.; en c. een egalisatiereserve van maximaal 10% van het totaal van het aangevraagde gemeentelijk subsidiebedrag en de overige begrote inkomsten, of een egalisatiereserve van maximaal 25% van het totaal van het aangevraagde gemeentelijk subsidiebedrag en de overige begrote inkomsten in geval van een subsidie-ontvanger die een gebouw exploiteert. 2.Bij het bepalen van de hoogte van het eigen vermogen worden uitsluitend voorzieningen geaccepteerd die concrete, geïdentificeerde verplichtingen of risico's betreffen die hun oorsprong vinden in het verslagjaar of in een voorafgaand boekjaar of strekken tot een gelijkmatige verdeling van de kosten over de jaren en die aantoonbaar redelijk zijn gekwantificeerd. Voorzieningen voor normale bedrijfsrisico's zoals voornemens en plannen voor het verevenen van de resultaten worden beschouwd als eigen vermogen. 3.Bij het bepalen van de hoogte van de bestemmingsreserves worden de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd: a.onroerende zaken: 40 jaar; b.automatisering: 5 jaar; c.inventaris: 15 jaar; d.muziekinstrumenten: 8 jaar; e.uniformen, kostuums en dergelijke: 15 jaar; f. rekwisieten: 15 jaar. 4.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor subsidie-ontvangers die een projectsubsidie ontvangen. 5.Wanneer het eigen vermogen van een instelling groter is dan het maximaal toegestane bedrag als bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil tussen beide bedragen in mindering gebracht op de aangevraagde subsidie. 6.Het college kan bepalen dat de mindering wordt verspreid over maximaal drie jaar. 7.Het college kan bepalen dat het bedrag van het eigen vermogen dat het maximumbedrag als bedoeld in het eerste lid overstijgt, mag worden besteed aan extra activiteiten voor zover deze activiteiten passen binnen het beleid van de gemeente Westland. 8.Het college kan afwijken van het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid, wanneer daarvoor aanleiding bestaat. Hoofdstuk3Harmonisatie beleid Artikel3 De volgende beleidsregels blijven van kracht en worden geacht een uitwerking te zijn van de Algemene subsidieverordening Westland 2011: a. Beleidsregels harmonisatie van het subsidiebeleid voor toneel- en zangverenigingen d.d. 26 juni 2007; b.Beleidsregels subsidiebeleid EHBO d.d. 13 februari 2007; c.Beleidsregels voor de subsidiëring van de Westlandse volksuniversiteiten d.d. 17 april 2007; d.Beleidsregels subsidiebeleid kinderboerderijen d.d. 13 februari 2008; e. e. Beleidsregels harmonisatie van het subsidiebeleid voor de scoutingorganisaties d.d. 12 december 2006; f.Beleidsregels harmonisatie van het subsidiebeleid voor speel-o-theken d.d. 12 december 2006; g. Beleidsregels harmonisatie van het subsidiebeleid voor vrouwenorganisaties d.d. 12 december 2006; h.Beleidsregels geharmoniseerde subsidies ten behoeve van de sporthalexploitanten d.d. 26 juni 2007; i. Beleidsregels subsidiëring ten behoeve van de ouderenbonden en de Senioren Advies Raad d.d. 17 april 2007; j. Beleidsregels subsidiebeleid Culturele Raad d.d. 20 februari 2007; k. Beleidsregels voor de muziekopleidingen HaFaBra d.d. 17 april 2007; l. Beleidsregels kindervakantiewerk d.d. 18 juli 2006; m.Beleidsregels harmonisatie van het subsidiebeleid voor zaalsportverenigingen d.d. 5 september 2006; n.Beleidsregels subsidiebeleid denksportverenigingen d.d. 13 februari 2007; o. Beleidsregels subsidiebeleid tafeltennisverenigingen d.d. 13 februari 2007; p.Beleidsregels geharmoniseerde subsidies ten behoeve van de gymnastiekverenigingen d.d. 12 december 2006; q.Beleidsregels geharmoniseerde subsidies ten behoeve van de sporthalexploitanten d.d. 26 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.