VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2009Artikel1Begripsomschrijvingen Bij de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: jaar: een kalenderjaar maand: een kalendermaand week: een aaneengesloten periode van zeven dagen dag: een tijdvak van vierentwintig achtereenvolgende uren, beginnende om 0.00.uur. woonschip: een schip uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebruikt, of tot woning bestemd. ingenomen wateroppervlak: het product van de loodrechte projecties op het wateroppervlak van de grootste lengte en grootste breedte van het vaartuig. bijbehoren: al wat bij het woonschip hoort, zoals vlot, (drijvende) steiger, loopplank, of een aanvaarbescherming Artikel2Belastbaar feit De precariobelasting wordt geheven terzake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Artikel3Belastingplicht De precariobelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de in artikel 2 bedoelde voorwerpen aanwezig zijn. Artikel4Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven terzake van het hebben van: voorwerpen waarvoor door de gemeente reclamebelasting of een recht op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet wordt geheven; voorwerpen, waarvan de gemeente als eigenaar van de grond de aanwezigheid moet gedogen; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende is krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; hijsbalken, raamdorpels, goten, gevellijsten; borden, voor zover deze bestemd zijn ter aankondiging dat het perceel, waaraan zij zijn bevestigd of één of meer gedeelten daarvan, te koop of te huur is; voorwerpen, die in verband met hun aard of constructie zich niet ononderbroken boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond bevinden, zoals een zonnescherm, een blind, een luik, een raam, een deur of een ander dergelijk voorwerp; voorwerpen van particulieren die aanwezig zijn in verband met de verbetering van woningen in een door de gemeenteraad aangewezen stadsvernieuwingsgebied. voor rioolbuizen die zijn aangesloten op het gemeentelijke rioleringstelsel; belastingaanslagen of nota's van minder dan € 11,34 worden niet opgelegd of verzonden. Artikel5Maatstaf van heffing en tarief De precariobelasting wordt geheven aan de hand van de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Berekening van de precariobelasting 1.Een gedeelte van een in de bij deze verordening behorende tabel genoemde tijds- of andere eenheid wordt als een volle eenheid aangemerkt. 2.Voor de toepassing van deze verordening: worden voorwerpen of gedeelten van voorwerpen die naar maatschappelijke opvatting bij elkaar behoren, als één voorwerp aangemerkt; wordt de oppervlakte van een voorwerp bepaald op het product van de grootste lengte en de grootste breedte van dat voorwerp. 3.Indien de toepassing van het dag-, week-, of maandtarief leidt tot een hoger verschuldigd belastingbedrag dan de toepassing van respectievelijk het week-, maand- of jaartarief, wordt per week, maand of jaar niet meer geheven dan bij toepassing van het week-, maand- of jaartarief verschuldigd is. Artikel7Heffingstijdvak 1.Indien de belasting wordt berekend naar een jaartarief, is het heffingstijdvak een jaar. 2.Indien de belasting wordt berekend naar een maand-, week- en/of dagtarief is het heffingstijdvak gelijk aan de aaneengesloten periode waarover de belasting wordt geheven. Artikel8Ontstaan belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belastingschuld ontstaat bij het begin van heffingstijdvak. Indien de belastingplicht na het begin van het heffingstijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien het heffingstijdvak een jaar is en de belastingplicht na het begin van het heffingstijdvak ontstaat, wordt het verschuldigde bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van de naar het jaartarief berekende belasting als er na de aanvang van de maand waarin de belastingplicht ontstaat maanden in het heffingstijdvak overblijven. 3.Indien het heffingstijdvak een jaar is en de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak eindigt, wordt op verzoek van de belastingplichtige naar tijdgelang ontheffing van de belasting verleend. De ontheffing wordt berekend op zoveel twaalfde gedeelten van de naar het jaartarief berekende belasting als er na de aanvang van de maand, volgende op die waarin de belastingplicht eindigt, maanden in het heffingstijdvak overblijven. Artikel9Wijze van heffing 1.Indien art. 7, eerste lid, van toepassing is, wordt de precariobelasting geheven bij wege van aanslag. 2.Indien art. 7, tweede lid, van toepassing is, wordt de precariobelasting geheven door middel van een gedagtekende bon, nota of andere schriftuur waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld. Artikel10Tijdstip van betaling 1.De precariobelasting moet worden voldaan binnen een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet, de nota of andere schriftuur. 2.De Algemene Termijnenwet is met betrekking tot het bepaalde in het vorige lid niet van toepassing. Artikel11Kwijtschelding Van de invordering van precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de precariobelasting. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel 1.De Verordening Precariobelasting 2008, vastgesteld door de raad in de openbare vergadering van 29 november 2007, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.