BOUWVERORDENING DOETINCHEM 2007BOUWVERORDENING DOETINCHEM 2007 13e wijziging BOUWVERORDENING DOETINCHEM 2007 13e wijziging De raad van de gemeente Doetinchem; gezien de ledenbrief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, kenmerk ECGR/U201000875 van 22 april 2010; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 juni 2010; gelet op de artikelen 8 en 11 van de Woningwet; b e s l u i t : de Bouwverordening Doetinchem 2007, 13e wijziging vast te stellen; de Bouwverordening gemeente Doetinchem 2007, 12e wijziging in te trekken. 1.Inleidende bepalingen Artikel1.1Begripsomschrijvingen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: asbest: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, letter a van het Asbestverwijderingsbesluit 2005; bevoegd gezag: bestuursorgaan, als bedoeld in de Woningwet, artikel 1, eerste lid, onderdeel e, dan wel, bij het ontbreken van een bestuursorgaan als bedoeld in dit artikellid, het bevoegd gezag; bouwbesluit: de Algemene Maatregel van Bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet; bouwtoezicht: degenen, die ingevolge artikel 92, tweede lid van de Woningwet in samenhang met artikel 5.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht belast zijn met het bouw- en woningtoezicht; bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; deskundig bedrijf als bedoeld in hoofdstuk 8: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 6, eerste lid van het Asbestverwijderingsbesluit 2005; gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit; hoogte van de weg: de hoogte van de weg zoals die door of namens het bevoegd gezag is vastgesteld; NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm; NVN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm; straatpeil: voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst, de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst, de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; omgevingsvergunning voor het bouwen: vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; omgevingsvergunning voor het slopen: vergunning voor een sloopactiviteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.In deze verordening wordt mede verstaan onder: bouwwerk: een gedeelte van een bouwwerk; gebouw: een gedeelte van een gebouw. Artikel1.2.Termijnen [Vervallen] Artikel1.3Indeling van het gebied van de gemeente. 1.Voor de toepassing van deze verordening geldt als indeling van de gemeente: het gebied binnen de bebouwde kom; het gebied buiten de bebouwde kom; het gebied dat is uitgesloten van welstandstoezicht, als bedoeld in artikel 9.9, eerste lid. 2.Als gebieden, bedoeld in het vorige lid onder a tot en met c, gelden de gebieden die op de bij deze verordening behorende kaart als zodanig zijn aangegeven. 2.De omgevingsvergunning voor het bouwen Paragraaf1Gegevens en bescheiden Artikel2.1.1t/m artikel 2.1.
- [Vervallen]. Artikel2.1.5Bodemonderzoek 1.Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid van de Woningwet bestaat uit: de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740, uitgave 2009, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1; [vervallen]; indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of -stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, uitgave
- 2.De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4, onder d van de Regeling omgevingsrecht geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit omgevingsrecht, bijlage II. 3.Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2.4, onder d van de Regeling omgevingsrecht toe, indien voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. 4.Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.5, onder d van de Regeling omgevingsrecht toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn, als bedoeld in artikel 2.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht, indien uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave 2009 niet rechtvaardigen. 5.Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen. Artikel2.1.6t/m artikel 2.1.8 [Vervallen]. Paragraaf2Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning Artikel2.2.1Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning [Vervallen] Paragraaf3Welstandstoetsing [Vervallen]. Paragraaf4Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem Artikel2.4.1Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voor zover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist, en dat de grond raakt, of waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd. Artikel2.4.2Omgevingsvergunning voor het bouwen In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4, onder d van de Regeling omgevingsrecht, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van het in de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. Paragraaf5Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen Artikel2.5.1 [Vervallen] Artikel2.5.2Anti-cumulatiebepaling [Vervallen] Artikel2.5.3Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen (Vervallen) Artikel2.5.3A Brandweeringang [Vervallen] Artikel2.5.4Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten (Vervallen) Artikel2.5.5Ligging van de voorgevelrooilijn [Vervallen] Artikel2.5.6Verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn [Vervallen] Artikel2.5.7Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn [Vervallen] Artikel2.5.8Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de voorgevelrooilijn [Vervallen] Artikel2.5.9Bouwen op de weg [Vervallen] Artikel2.5.10Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken [Vervallen] Artikel2.5.11Ligging achtergevelrooilijn [Vervallen] Artikel2.5.12Verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn [Vervallen] Artikel2.5.13Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn [Vervallen] Artikel2.5.14Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de achtergevelrooilijn [Vervallen] Artikel2.5.15Erf bij woningen en woongebouwen [Vervallen] Artikel2.5.16Erf bij overige gebouwen [Vervallen] Artikel2.5.17Ruimte tussen bouwwerken [Vervallen] Artikel2.5.18Erf- en terreinafscheidingen [Vervallen] Artikel2.5.19Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtransportleidingen [Vervallen] Artikel2.5.20Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn [Vervallen] Artikel2.5.21Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn [Vervallen] Artikel2.5.22Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn [Vervallen] Artikel2.5.23Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen [Vervallen] Artikel2.5.24Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken [Vervallen] Artikel2.5.25Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen [Vervallen] Artikel2.5.26Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken [Vervallen] Artikel2.5.27Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte [Vervallen] Artikel2.5.28Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de toegelaten bouwhoogte [Vervallen] Artikel2.5.29Ontheffing voor overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid [Vervallen] Artikel2.5.30Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen [Vervallen] Paragraaf6Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel2.6.1Beginsel inzake brandmeldinstallaties [Vervallen] Artikel2.6.2Aanwezigheid van brandmeldinstallaties [Vervallen] Artikel2.6.3Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties [Vervallen] Artikel2.6.4Kwaliteit van brandmeldinstallaties [Vervallen] Artikel2.6.5Beginsel inzake ontruimingsalarminstallaties [Vervallen] Artikel2.6.6Aanwezigheid van ontruimingsalarminstallaties [Vervallen] Artikel2.6.7Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties [Vervallen] Artikel2.6.8Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen [Vervallen] Artikel2.6.9Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen [Vervallen] Artikel2.6.10Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen [Vervallen] Artikel2.6.11Gelijkwaardigheid [Vervallen] Artikel2.6.12Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten [Vervallen] Paragraaf7Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen Artikel2.7.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding Vervallen Artikel2.7.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet Vervallen Artikel2.7.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet Vervallen Artikel2.7.3A Eis tot aansluiting aan de publieke voorziening voor verwarming Vervallen Artikel2.7.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering Vervallen Artikel2.7.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering Vervallen Artikel2.7.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen Vervallen Artikel2.7.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen Vervallen 3.De melding Artikel3.1De wijze van melden [Gereserveerd] Artikel3.2Welstandscriteria [Gereserveerd] 4.Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk Artikel4.1Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse staking van bouwwerkzaamheden [Vervallen] Artikel4.2Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden Vervallen Artikel4.3 [Vervallen] Artikel4.4Het uitzetten van de bouw Vervallen Artikel4.5Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden Vervallen Artikel4.6Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen Vervallen Artikel4.7Bemalen van bouwputten Vervallen Artikel4.8Veiligheid op het bouwterrein Vervallen Artikel4.9Afscheiding van het bouwterrein Vervallen Artikel4.10Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder Vervallen Artikel4.11Bouwafval Vervallen Artikel4.12Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden Vervallen Artikel4.13Melden van werken bij lage temperaturen Vervallen Artikel4.14Verbod tot ingebruikneming Vervallen 5.Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en weren van schadelijk en hinderlijk gedierte Paragraaf1Staat van open erven en terreinen Artikel5.1.1Staat van onderhoud van open erven en terreinen Vervallen Artikel5.1.2Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen Vervallen Artikel5.1.3Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten Vervallen Paragraaf2Staat van brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel5.2.1Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen [Vervallen] Artikel5.2.2Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in gebouwen, niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of kantoorgebouwen [Vervallen] Artikel5.2.3Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in woongebouwen van bijzondere aard [Vervallen] Artikel5.2.4Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in logiesverblijven en logiesgebouwen [Vervallen] Artikel5.2.5Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in kantoorgebouwen [Vervallen] Paragraaf3Aansluiting op de nutsvoorzieningen Artikel5.3.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding Vervallen Artikel5.3.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet Vervallen Artikel5.3.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet Vervallen Artikel5.3.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering Vervallen Artikel5.3.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering Vervallen Artikel5.3.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen Vervallen Artikel5.3.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen Vervallen Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte, Reinheid Artikel5.4.1Preventie Vervallen 6.Brandveilig gebruik Paragraaf1Gebruiksvergunning Artikel6.1.1Vergunning gebruik bouwwerk [Vervallen] Artikel6.1.2Aanvraag gebruiksvergunning [Vervallen] Artikel6.1.3In behandeling nemen [Vervallen] Artikel6.1.4Termijn van beslissing [Vervallen] Artikel6.1.5Weigeren gebruiksvergunning [Vervallen] Artikel6.1.6Intrekken gebruiksvergunning [Vervallen] Artikel6.1.7Verplicht aanwezige bescheiden [Vervallen] Paragraaf2Het voorkomen van brand en het beperken van brand en brandgevaar Artikel6.2.1Gebruikseisen voor bouwwerken [Vervallen] Artikel6.2.2Opslag brandgevaarlijke stoffen [Vervallen] Artikel6.2.3Opslag en verwerking stoffen [Vervallen] Paragraaf3Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij brand Artikel6.3.1Gebruiksgereed houden bluswaterwinplaatsen [Vervallen] Artikel6.3.2Gebruik middelen en voorzieningen [Vervallen] Paragraaf4Hinder in verband met de brandveiligheid Artikel6.4.1Hinder in verband met de brandveiligheid [Vervallen] 7.Overige gebruiksbepalingen Paragraaf1Overbevolking Artikel7.1.1Overbevolking van woningen Vervallen Artikel7.1.2Overbevolking van woonwagens Vervallen Paragraaf2Staken van het gebruik Artikel7.2.1Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid Vervallen Artikel7.2.2Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne Vervallen Artikel7.2.3Staken van het gebruik van een woonwagen [Vervallen] Paragraaf3Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen Artikel7.3.1 [Vervallen] Artikel7.3.2Hinder Vervallen Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel7.4.1Preventie Vervallen Paragraaf5Watergebruik Artikel7.5.1Verboden gebruik van water Vervallen Paragraaf6Installaties Artikel7.6.1Gebruiksgereed houden van installaties Vervallen 8.Slopen Paragraaf1Omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.1.1Omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen Artikel8.1.2Aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen [Vervallen] Artikel8.1.3In behandeling nemen [Vervallen] Artikel8.1.4Termijn van beslissing [Vervallen] Artikel8.1.5Samenloop van slopen en bouwen [Vervallen] Artikel8.1.6Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen Artikel8.1.7Intrekking omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen Paragraaf2Uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.2.1Sloopmelding Vervallen Artikel8.2.2Overige uitzonderingen op het vereiste van omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen Paragraaf3Verplichtingen tijdens het slopen Artikel8.3.1Veiligheid op sloopterrein Vervallen Artikel8.3.2Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden Vervallen Artikel8.3.3Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen Artikel8.3.4Plichten van degene die sloopt Vervallen Artikel8.3.5Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest Vervallen Artikel8.3.6Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen [Vervallen] Paragraaf4Vrij slopen Artikel8.4.1Sloopafval algemeen Vervallen 9.Welstand en monumenten Artikel9.1De advisering door de commissie welstand en monumenten 1.De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan de commissie welstand en monumenten. 2.De commissie welstand en monumenten adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen. De commissie welstand en monumenten baseert het advies op de in de Welstandsnota genoemde welstandscriteria. Artikel9.2Samenstelling van de commissie welstand en monumenten 1.De commissie welstand en monumenten bestaat ten minste uit drie leden, waaronder een voorzitter. 2.Ten minste twee leden van de commissie welstand en monumenten zijn deskundig op het gebied van architectuur en ruimtelijke kwaliteit; ten minste twee leden zijn deskundig op het gebied van cultuurhistorie met van elkaar verschillende specialismen zodat zij aanvullend zijn. De leden dienen ten minste deskundig te zijn op het gebied van bouwhistorie, restauratie en architectuurhistorie. 3.Voor de voorzitter en leden worden twee plaatsvervangers aangewezen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. 4.De commissie welstand en monumenten kan slechts adviezen uitbrengen, indien ten minste drie leden aanwezig zijn en waarvan ten minste twee leden beschikken over deskundigheid op het gebied van welstand als het gaat om welstandsadviezen en ten minste één monumentendeskundige als het gaat om monumentenadvisering. Ingeval van advisering over rijksmonumenten dienen beide monumentendeskundigen aanwezig te zijn. 5.De voorzitter en leden van de commissie welstand en monumenten zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur. 6.De commissie welstand en monumenten wordt bijgestaan door een secretaris of diens plaatsvervanger. 7.In de commissie welstand en monumenten kan een ingezetene van de gemeente anders als bedoeld in het tweede lid zitting hebben. Artikel9.3Projectbouwmeester Vervallen Artikel9.4Benoeming en zittingsduur welstandscommissie en projectbouwmeester Vervallen Artikel9.5Jaarlijkse verantwoording 1.De commissie welstand en monumenten stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt: op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de Welstandsnota; de toegepaste werkwijze; op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; de aard van de beoordeelde plannen; de bijzondere projecten. 2.De commissie welstand en monumenten kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke Welstandsnota in het bijzonder. Artikel9.6Termijn van advisering 1.De commissie welstand en monumenten brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen vier weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 2.De commissie welstand en monumenten brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van een project of een gefaseerde aanvraag betreft uit binnen drie weken nadat door of namens het bevoegd gezag daarom is verzocht. 3.Het bevoegd gezag kan in haar verzoek om advies de commissie welstand en monumenten een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door het bevoegd gezag worden gegeven, indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel9.7Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting 1.De behandeling van bouwplannen door de commissie welstand en monumenten is openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie welstand en monumenten wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien het bevoegd gezag - al dan niet op verzoek van de aanvrager - een verzoek doet tot niet-openbare behandeling, dient het bevoegd gezag daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2.Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verzocht, wordt deze door of namens de commissie welstand en monumenten in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. 3.In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie welstand en monumenten wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie of projectbouwmeester, waarin de aanvraag wordt behandeld. 4.Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht in de vergadering van de commissie welstand en monumenten, met uitzondering van de fase van de beraadslagingen. Artikel9.8Afdoening bij mandaat 1.De commissie welstand en monumenten kan de advisering over een aanvraag om advies, in afwijking van artikel 9.2, onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. Het aangewezen lid of de aangewezen leden adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de commissie welstand en monumenten als bekend mag worden verondersteld. 2.In geval van twijfel wordt het bouwplan alsnog voorgelegd aan de commissie voor welstand en monumenten. Artikel9.9Vorm waarin het advies wordt uitgebracht 1.De commissie welstand en monumenten adviseert en motiveert haar adviezen schriftelijk. 2.Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens het bevoegd gezag gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. Artikel9.10Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken Vervallen Hoofdstuk10.Overige administratieve bepalingen Artikel10.1De aanvraag om woonvergunning [Vervallen] Artikel10.2De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen [Vervallen] Artikel10.3Overdragen vergunningen [Vervallen] Artikel10.4Overdragen mededeling [vervallen] Artikel10.5Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen [Vervallen] Artikel10.6Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening - of in de bij deze verordening behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. Hoofdstuk11.Handhaving Artikel11.1Stilleggen van de bouw [Vervallen] Artikel11.2Overtreding van het verbod tot ingebruikneming [Vervallen] Artikel11.3Stilleggen van het slopen [Vervallen] Artikel11.4Onderzoek naar een gebrek [vervallen] Hoofdstuk12.Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel12.1Strafbare feiten [Vervallen] Artikel12.2Overgangsbepaling bodemonderzoek Vervallen Artikel12.3Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen Vervallen Artikel12.4Overgangsbepaling (aanvragen om) gebruiksvergunning [Vervallen] Artikel12.4A Overgangsbepaling met betrekking tot de kwaliteitseisen van brandmeldinstallaties zoals bepaald in artikel 2.6.4 Vervallen Artikel12.5Algemene overgangsbepaling Op een aanvraag om bouwvergunning, vrijstelling of toestemming anderszins, die is ingediend voor het tijdstip waarop deze verordening van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet beschikt, zijn de bepalingen van de Bouwverordening van toepassing, zoals deze luidden voor de onderhavige wijziging, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast. Artikel12.6Overgangsbepaling kwaliteitseisen brandmeldinstallaties Vervallen Artikel12.7Slotbepalingen 1.Deze verordening wordt aangehaald als Bouwverordening Doetinchem 2007, 13e wijziging. 2.Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt. 3.Tezelfdertijd wordt ingetrokken de Bouwverordening gemeente Doetinchem 2007 12e wijziging, vastgesteld op 22 maart
- Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 1 juli 2010, griffiervoorzitterToelichting bij hoofdstuk 2 Motivering De Invoeringswet Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) brengt onder meer wijziging in de Woningwet. Dit heeft gevolgen voor de Bouwverordening. De bouwvergunning wordt omgevingsvergunning. Omdat hoofdstuk 2 mede het toetsingskader vormt voor de omgevingsvergunning, wordt dit hoofdstuk afgestemd op de Wabo.