SUBSIDIEVERORDENING STADS- EN DORPSVERNIEUWINGHoofdstukIAlgemeen gedeelte Artikel1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder stads- en dorpsvernieuwing, verder te noemen stadsvernieuwing, de stelselmatige inspanning, zowel op stedenbouwkundig als op sociaal, economisch, cultuur- en milieuhygiënisch gebied, gericht op behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van bebouwde gedeelten van het gemeentelijk grondgebied. Artikel2 1.De gemeenteraad neemt jaarlijks, tegelijk met de vaststelling van de begroting, een besluit waarin wordt aangegeven welk totaalbedrag ten behoeve van de verlening van geldelijke steun in het kader van de stadsvernieuwing voor het eerstkomende jaar aan natuurlijke of rechtspersonen beschikbaar wordt gesteld en welke bedragen in dat kader beschikbaar zijn voor de verschillende sectoren van de samenleving, waaronder in elk geval bewoners van huur- en eigen woningen, en in het bijzonder ten behoeve van de versterking van de positie van de bewoners, het bedrijfsleven en de sociale en culturele instellingen. 2.Het besluit, als bedoeld in het eerste lid* kan ook beschikbaarstelling van een bedrag voor onderdelen van de sectoren inhouden. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn alsdan van overeenkomstige toepassing. 3.De bedragen voor de sectoren worden bekend gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Artikel3 Naast hetgeen daaromtrent in dit hoofdstuk is vermeld, worden de in acht te nemen voorwaarden en vereisten en de te volgen procedure inzake de verkrijging van steun per sector in een afzonderlijk hoofdstuk geregeld. Artikel4 1.De gemeenteraad is bevoegd een voor een bepaalde sector van de samenleving bestemd bedrag, als bedoeld in artikel 2 te verhogen met ten hoogste 10%, mits deze verhoging binnen de voor stadsvernieuwing beschikbaar gestelde fondsen budgettair neutraal plaatsvindt. 2.De gemeenteraad is bevoegd een voor een bepaalde sector van de samenleving bestemd bedrag te verlagen wanneer, mede gelet op het totaal van de voor het betreffende jaar voor die bepaalde sector reeds ingediende aanvragen, redelijkerwijze kan worden aangenomen dat voor die bepaalde sector van de samenleving aan het einde van het desbetreffende jaar gelden zullen resteren. 3.Bekendmaking geschiedt op dezelfde wijze als voorgeschreven in artikel 2. Artikel5 De gemeenteraad kan de werkingssfeer van deze verordening of onderdelen daarvan naar tijd en plaats beperken of uitbreiden. Een daartoe strekkend besluit wordt bekend gemaakt als voorgeschreven in artikel 2. Artikel6 1.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om in het belang Van de stadsvernieuwing en met inachtneming van het bepaalde in deze verordening geldelijke steun toe te kennen. 2.Burgemeester en wethouders houden bij hun beslissing op grond van het eerste lid, rekening met steun die op grond van deze Verordening of enige andere regeling is of kan worden toegekend. 3.Burgemeester en wethouders kunnen aan het toekennen van steun voorwaarden verbinden. Artikel7 1.Burgemeester en wethouders kennen slechts steun tot voor zover de op grond van artikel 2 begrote financiële middelen voor de betreffende sector van de samenleving toereikend zijn. 1.Alle aanvragen om steun op voet van deze verordening worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld. 2.Aanvragen om steun welke in verband met het bepaalde in het eerste lid niet kunnen worden toegekend, worden door burgermeester en wethouders afgewezen. 3.De indiener van een aanvraag als bedoeld in het derde lid is bevoegd een dergelijke aanvraag in een volgend jaar opnieuw in te dienen. 4.In afwijking van het bepaalde in het tweede lid zijn burgemeester en wethouders bevoegd om aan aanvragen als bedoeld in het vierde lid extra prioriteit toe te kennen. Artikel8 1.Burgemeester en wethouders kunnen de bevoegdheid tot controle en niet-akkoordbevinding als bedoeld in artikel 24, lid 1, sub b en lid 2 bij openbaar bekend te maken besluit opdragen aan door hen aan te wijzen ambtenaren, 2.Tegen beschikkingen genomen door ambtenaren krachtens aanwijzing door burgemeester en wethouders ingevolge artikel 8, lid 1, kan iedere belanghebbende schriftelijk bij burgemeester en wethouders in beroep gaan. Artikel9 1.Indien burgemeester en wethouders, oordelend ingevolge een door de aanvrager ingestelde administratiefrechtelijke voorziening, tot de bevinding komen dat ten onrechte steun is geweigerd of tot een te laag bedrag is vastgesteld, wijzen zij, in zoverre in afwijking van het bepaalde in artikel 7, lid 3, de aanvraag niet af op grond van het feit dat, nadat de aanvankelijke beschikking is gegeven, de financiële middelen voor de betreffende sector van de samenleving in het jaar van aanvraag door het honoreren van andere aanvragen zijn uitgeput geraakt. 2.Burgemeester en wethouders brengen het bedrag dat zij met toepassing van het bepaalde in het eerste lid hebben toegekend in mindering op het bedrag dat voor de betreffende sector voor het volgend kalenderjaar is vastgesteld. HoofdstukIIWoningverbetering Artikel10Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1. een woning: een woning, niet zijnde een monument of beeldbepalend pand, in de gemeente Zaanstad, bestemd of naar het oordeel van burgemeester en wethouders geschikt om het gehele jaar door te worden bewoond; 2. de eigenaar-bewoner: de eigenaar, tevens bewoner van de te verbeteren woning. Hieronder wordt mede verstaan: a. de erfpachter; b. de houder van het recht van opstal; c. de gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; d. de toekomstige eigenaar, erfpachter, houder van een recht van opstal of gerechtigde tot een appartementsrecht; 3. onderhoudsplan: een overzicht van onderhoudswerkzaamheden die gedurende een periode van vijftien jaar na de vaststelling van het subsidie nodig worden geacht, teneinde het bouwtechnische kwaliteitsniveau dat met het treffen van de voorzieningen zal worden bereikt, te handhaven. 4. de voorziening: de verbetering van een bestaande situatie van het casco van een woning waarmee het belang van de volkshuisvesting is gediend; 5. de kosten van voorzieningen: de kosten van voorzieningen: de .geraamde kosten, zoals deze door of namens burgemeester en wethouders bij het verlenen van het subsidie zijn goedgekeurd; 6. ouderdom van de woning; bet aantal hele jaren dat ligt tussen het tijdstip van het voor bewoning gereed komen van de woning en de datum van indiening van de aanvraag om geldelijke steun; 7. verlenen van subsidie: het besluit van burgemeester en wethouders dat een opschortend voorwaardelijke aanspraak op subsidie verschaft aan de begunstigde; 8. vaststellen van subsidie het besluit van burgemeester en wethouders, nadat de voorzieningen zijn getroffen, waarbij de hoogte van het verleende subsidie wordt vastgesteld. Artikel11Subsidie Burgemeester en wethouders verlenen aan de eigenaar-bewoner van een woning een subsidie voor het treffen van voorzieningen tot opheffing van bouwtechnische gebreken aan het casco van een woning. Artikel12Actiegebieden Burgemeester en wethouders wijzen bepaalde gebieden in de gemeente aan, waarop dit hoofdstuk van de subsidieverordening van toepassing is. Artikel13De aanvraag 1.De aanvraag om verlening van het subsidie wordt door of namens de eigenaar bij burgemeester en wethouders ingediend, door middel van een door burgemeester en wethouders beschikbaar te stellen formulier. 2.Die aanvraag dient vergezeld te gaan van: een gespecificeerde begroting van de kosten; een werkomschrijving c.q. bestek; tekeningen, aangevende zowel de bestaande als de nieuwe toestand van de woning (schaal 1:100); een rapportage van de technische staat en de technische gebreken; het onderhoudsplan; de naam en het adres van de architect of bouwkundige en de aannemer(s); schriftelijke verklaringen met betrekking tot het voldoen aan de verplichting als bedoeld in artikel 20, sub g. Artikel14Beslissingstermijn 1.Burgermeester en wethouders beslissen omtrent een aanvraag binnen 8 weken na de dag, waarop de aanvraag is ontvangen. 2.Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing eenmaal voor ten hoogste 8 weken verdagen. Een afschrift van hun besluit tot verdaging zenden zij aan de aanvrager, Artikel15Bedrag van het subsidie Het subsidie bedraagt: 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze ten minste f 10.000,-en ten hoogste f 40.000,— bedragen. Artikel16Bevoorschotting Burgemeester en wethouders stellen uiterlijk op het moment van de vaststelling van het subsidie een voorschot betaalbaar van 20%. Artikel17Betaalbaarstelling 1.Het subsidie wordt verleend in de vorm van subsidie op termijn. Het subsidie als bedoeld in artikel 15, verminderd met het in artikel 16 genoemde voorschot, wordt betaalbaar gesteld aan het einde van het lopende kwartaal van het jaar waarin een termijn van vijftien jaar na de vaststelling van het subsidie is verstreken, reeds aan alle voorschriften is voldaan die bij of krachtens deze verordening zijn gesteld. 2.In afwijking van lid 1, wordt bij vervreemding binnen 15 jaar het opnieuw vastgestelde subsidie als bedoeld in artikel 23 terstond betaalbaar gesteld. Artikel18Subsidiabele kosten 1.Subsidie wordt alleen verleend aan een eigenaar-bewoner voor de in dit lid onder a, b, c en d omschreven voorzieningen. De voorzieningen hebben alleen betrekking op het casco van de woning. verbeteren van fundering op palen: het ontgraven tot paalkop het slaan of pulsen van nieuwe palen het maken van inkassingen het aanbrengen van beton/stalen balken het aanhelen van funderingsmetselwerk herstel van gevels en muren het vervangen van steens of halfsteens metselwerk of spouwmuur het vervangen van buitenkozijnen met vulling het vervangen van lateien het vervangen van houten buitenwanden herstel van vloerconstructies: het slopen van plinten en verrotte vloerdelen het slopen van verrotte balken of het waterpas stellen van bestaande balken het aanpassen van de oplegging en de nis voor balken het aanbrengen van (nieuwe) balken en/of vloeren of vloerdelen het aanbrengen van nieuwe plinten het vervangen van balkons herstel van gordingen en spanten van kapconstructies het repareren en/of het vernieuwen van de kapconstructie, gordingen, muurplaat en spant(en), en in samenhang hiermee: het afhalen en het aanbrengen van pannen of bitumineuze dakbedekking het afhalen en het aanbrengen (zo nodig vernieuwen) van panlatten, tengels en dakbeschot; het vernieuwen van goten; het vernieuwen van de schoorsteen; 2.Onder de kosten van voorzieningen worden in elk geval begrepen de geraamde bedragen van: de aanneemsom inclusief loon- en materiaal prijswijzigingen. Indien werkzaamheden verbonden aan het treffen van de voorzieningen worden verricht door de eigenaar - anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf - al dan niet met behulp van anderen, zonder dat er bij de hulp sprake is van uitoefening van een bedrijf, zijn 'loonkosten' niet subsidiabel; het honorarium van de architect of bouwkundige en de constructeur, de kosten van dagelijks toezicht en de bestedingskosten; de leges voor de vergunningen; de verschuldigde omzetbelasting; de kosten verbonden aan het opstellen van een onderhoudsplan. Artikel19Afwijzingsgronden Het subsidie wordt in ieder geval niet verleend indien: met het treffen van de voorzieningen het belang van de volkshuisvesting niet of niet in voldoende mate wordt gediend; de woning jonger is dan 25 jaren;d de voorzieningen blijkens de aanvraag anders dan sober en doelmatig zullen worden uitgevoerd; de kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden in redelijke verhouding te staan tot het te verkrijgen resultaat; de door de gemeenteraad beschikbaar gestelde gelden voor subsidiering in de kosten van particuliere woningverbetering ontoereikend zijn om de aanvraag te honoreren met het treffen van de voorzieningen een aanvang is gemaakt voordat de subsidieaanvraag is ingediend en de subsidiabele kosten zijn vastgesteld dan wel voordat alle vereiste vergunningen zijn verleend; de noodzaak tot het treffen van de voorzieningen niet is vastgesteld; de in artikel 21, lid 1b bedoelde goedkeuring niet is verleend; de kosten van de voorzieningen minder bedragen dan f 10.000,—; na het treffen van de voorzieningen de woning geheel (of gedeeltelijk) is verzakt; bij funderingsherstel geen Voorzieningen worden getroffen waardoor de woning (of dat gedeelte van de woning) veer recht of nagenoeg recht komt te staan; de voorziening aan de fundering, waarvoor de bijdrage wordt aangevraagd, naar oordeel van burgemeester en wethouders gezien onder meer de samenstelling Van de bodem onvoldoende is; de voorziening waarvoor het subsidie wordt aangevraagd, gerekend vanaf het moment dat de aanvraag wordt ingediend vijftien jaar of korter geleden met geldelijke steun van overheidswege is verbeterd; de woning naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet geschikt of bestemd is om het gehele jaar door te worden bewoond; de woning bestemd is om binnen 10 jaar te worden afgebroken; de woning na het treffen van de voorzieningen, in baar geheel beschouwd, niet zal voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit; niet redelijkerwijs verwacht kan worden dat de woning veer 25 jaar meegaat.. Artikel20Voorschriften Aan het verlenen van het subsidie worden de navolgende voorschriften verbonden: binnen 6 maanden na een bij de toekenning te bepalen tijdstip dient met het treffen van de voorzieningen een aanvang te zijn gemaakt; de voorzieningen dienen te zijn getroffen binnen twee jaar na de datum waarop met de werkzaamheden een begin is gemaakt; aan door burgemeester en wethouders met controle belaste ambtenaren dient op de door die ambtenaren te bepalen tijdstippen: toegang te worden verleend tot het gebouwde onroerende goed; inzage te worden verleend van de op de te treffen voorzieningen betrekking hebbende bescheiden; de bescheiden en gegevens die nodig zijn voor de juiste toepassing van dit hoofdstuk dienen te worden verstrekt; bij het treffen van de voorzieningen mag niet worden gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3 van het Vestigingsbesluit Bouwnijverheidbedrijven 1958; voorzieningen aan de fundering en het casco worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een erkend bouwbedrijf als bedoeld in het Vestigingsbesluit Bouwnijverheidbedrijven 1958; de eigenaar dient na het treffen van de voorzieningen de woning conform het onderhoudsplan te onderhouden. Artikel21Vaststelling 1.Burgemeester en wethouders stellen het subsidie vast nadat: de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden schriftelijk zijn gereed gemeld onderindiening van de daarop betrekking hebbende gegevens en bescheiden, waaronder begrepen de geldelijke eindverantwoording; de uitvoering van de onder a bedoelde werkzaamheden en de geldelijke eindverantwoording door of vanwege bun college zijn gecontroleerd en akkoord bevonden. 2.De werkzaamheden worden geacht te zijn akkoord bevonden indien de aanvrager niet binnen een termijn van 8 weken na de datum van de indiening van de gereed melding door burgemeester en wethouders van een beslissing van het tegendeel in kennis is gesteld. 3.De kosten van meerwerk als gevolg van funderingsherstel zijn alleen subsidiabel indien zij tevoren door burgemeester en wethouders schriftelijk zijn goedgekeurd. Een verzoek daartoe dient in ieder geval vergezeld te gaan van een gespecificeerde kostenbegroting. Burgemeester en wethouders verlenen alleen goedkeuring, indien zij het meerwerk onvermijdelijk en onvoorzienbaar achten en de subsidiabele kosten met inbegrip van het meerwerk het in artikel 15 genoemde maximum niet te boven gaan. 4.Indien de werkelijke subsidiabele kosten lager zijn dan de geraamde subsidiabele kosten, wordt het subsidie dien overeenkorastig verlaagd. Artikel22Sancties 1.Indien naar hun oordeel niet of niet volledig, aan het in artikel 20 onder g bepaalde is voldaan, zullen burgemeester en wethouders: a. geheel of gedeeltelijk niet tot uitbetaling van het subsidie overgaan, al naar gelang van de ernst van de overtreding, en/of b. reeds betaalde voorschotten op het subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen. .. 2.Indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders aan de eigenaar in redelijkheid niet kan worden verweten, dat hij niet heeft voldaan aan de in lid 1 bedoelde verplichting, kunnen zij besluiten de in dat lid bedoelde sanctie niet of slechts gedeeltelijk toe te passen. 3.Indien sneer dan de helft van de werkzaamheden, verbonden aan het treffen van de voorzieningen wordt verricht door de eigenaar-bewoner anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met behulp van anderen zonder dat bij deze hulp sprake is van een bedrijf, wordt het oorspronkelijk verleende bedrag verminderd met 55 %. Artikel23vervreemding 1.Indien de eigenaar het pand, waarvoor onder toepassing van dit hoofdstuk subsidie is verleend, binnen vijftien jaar na vaststelling van het subsidie vervreemdt, stellen burgemeester en wethouders het subsidie opnieuw vast zoals aangegeven in lid 2. 2.In geval van toepassing van lid 1 bedraagt het subsidie bij vervreemding: binnen 1 jaar 10 % na 1 jaar 20 % na 2 jaar 30 % na 3 jaar 40 % na 4 jaar 45 % na 5 jaar 50 % na 6 jaar 55 % na 7 jaar 60 % na 8 jaar 65 % na 9 jaar 70 % na 10 jaar 75 % na 11 jaar 80 % na 12 jaar 85 % na 13 jaar 90 % na 14 jaar 95 % van het oorspronkelijk verleende bedrag Artikel24Bevoegdheden van burgemeester en wethouders Burgermeester en wethouders zijn bevoegd: in die gevallen waar de toepassing van een of meer bepalingen van dit hoofdstuk naar de mening van burgemeester en wethouders tot onbillijkheden zou leiden, deze in individuele gevallen niet van toepassing te verklaren; nadere eisen te stellen met betrekking tot de in artikel 20 onder g bedoelde voorwaarde. Artikel25Overgangs- en slotbepalingen 1.Dit hoofdstuk van de verordening treedt in werking op 1 april 1994, op voorwaarde van goedkeuring van het Ministerie van Financiën 2.Op hetzelfde tijdstip wordt het hoofdstuk 2, laatstelijk gewijzigd in 1993, van de Subsidieverordening Stadsvernieuwing Zaanstad 1991 ingetrokken. 3.Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze Verordening een aanvraag om subsidie op grond van de verordening als bedoeld in het tweede lid is ingediend en voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening nog niet Op die aanvraag is beslist, wordt daarop de voor belanghebbende gunstigste regeling toegepast. 4.Deze verordening kan worden aangehaald als: Subsidieverordening Stadsvernieuwing Zaanstad 1994. HoofdstukIIIBeeldbepalende pandenen Artikel26Begripsbepalingen 1.In dit hoofdstuk wordt verstaan onder panden: beeldbepalende panden en monumenten; beeldbepalende panden: panden die niet zijn beschermd als monument, maar die als beeldbepalende panden in de beschermde of de te beschermen stads- of dorpsgezichten staan aangegeven op de zogenaamde Historische Kwaliteitskaart, weke in overleg met het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en Verkeer, het Ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu en de gemeente is samengesteld bij de voorbereiding van en aanwijzing tot beschermd stads- of dorpsgezicht; Monumenten: 1.panden en objecten die zijn opgenomen in het monumentenregister, zoals bedoeld in artike1 6 van de Monumentenwet 1988, alsmede de panden waaromtrent de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur ingevolge artikel 3 van deze wet, het voornemen tot plaatsing op de monumentenlijst heeft kenbaar gemaakt en aan weIke panden en objecten wegens ontoereikendheid van de jaarlijks toe te wijzen rijksgelden in het kader van het Besluit Rijkssubsidiering Restauratie Monumenten (BRRM) geen rijkssubsidie kan worden toegekend; 2.monumenten in de zin van de Monumentenverordening van de gemeente Zaanstad. 2.In dit hoofdstuk wordt onder eigenaar mede verstaan: de erfpachter; de houder van het recht van opstal; de gerechtigde tot een appartementsrecht, als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; de toekomstige eigenaar, erfpachter, houder van een recht van opstal of gerechtigde tot een appartamentsrecht. 3.In dit hoofdstuk wordt onder onderhoudsplan verstaan: een overzicht van onderhoudswerkzaamheden die gedurende een periode van vijftien jaar na de vaststelling van het subsidie nodig worden geacht, teneinde het bouwtechnische en monumentwaardige kwaliteitsniveau dat met het treffen van de voorzieningen zal worden bereikt, te handhaven. 4.Verlenen van subsidie: bet besluit van burgemeester en wethouders dat een opschortend voorwaardelijke aanspraak op subsidie verschaft aan de begunstigde. 5.Vaststellen van subsidie: het besluit van burgemeester en wethouders, nadat de voorzieningen zijn getroffen, waarbij de hoogte van het verleende subsidie wordt vastgesteld. Artikel27De aanvraag 1.De aanvraag om verlening van subsidie wordt door of namens de eigenaar bij burgemeester en wethouders ingediend. 2.De aanvraag dient vergezeld te gaan van: een gespecificeerde begroting van de kosten; een werkomschrijving c.q. bestek; tekeningen, aangevend zowel de bestaande als de te maken nieuwe toestand van het pand (schaal 1:100); het onderhoudsplan; de naam en het adres van de architect en de aannemer(s); schriftelijke verklaringen met betrekking tot het voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in artike1 33, sub g. Artikel28Overwegingen van B en W Bij bun beslissing op aanvragen om bijdragen ingevolge artikel 27 houden burgemeester en wethouders in elk geval rekening net: de waarde van het pand als beeldbepalend pand; de bouwtechnische en uiterlijke staat van het pand in relatie tot zijn omgeving; het huidige en het toekomstige gebruik van het pand; de wijze van exploitatie van het pand. Artikel29Afwijzingsgronden Het subsidie wordt in ieder geval niet verleend indien: met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend; de voorzieningen blijkens de aanvraag anders dan sober en doelmatig zullen worden uitgevoerd; de kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden in redelijke verhouding te staan tot het te verkrijgen resultaat; de door de gemeenteraad beschikbaar gestelde gelden voor subsidiëring in de kosten van restauratie van beeldbepalende panden en momenten ontoereikend zijn om de aanvraag te honoreren; met het treffen van de voorzieningen een aanvang is gemaakt voordat de subsidieaanvraag is ingediend en de subsidiabele restauratiekosten zijn vastgesteld dan wel voordat alle vereiste vergunningen zijn verleend; door of vanwege burgemeester en wethouders de noodzaak tot het treffen van de voorzieningen niet is vastgesteld; de in artikel 34, lid 1b bedoelde goedkeuring niet is verleend; de kosten van de voorzieningen minder bedragen dan f 1.500,—; het pand, indien van een ingrijpende verbetering sprake is na het treffen van de voorzieningen, in zijn geheel beschouwd niet zal voldoen aan de eisen ingevolge het Bouwbesluit. het pand voor zover gelegen in een beschermd of te beschermen stads- of dorpsgezicht na het treffen van de voorzieningen geen positieve bijdrage levert aan het uiterlijk van het stads- of dorpsgezicht; het pand waarvoor het subsidie wordt gevraagd, niet is opgenomen in het jaarlijks door de gemeenteraad vast te stellen meerjarenprogramma voor restauratie van monumenten en beeldbepalende panden; de voorziening waarvoor het subsidie wordt aangevraagd, gerekend vanaf het moment dat de aanvraag wordt ingediend vijftien jaar of korter geleden met geldelijke steun van overheidswege is verbeterd. Artikel30Beslissingtermijn 2.Burgemeester en wethouders beslissen omtrent een aanvraag als bedoeld in artikel 27 binnen 8 weken na de dag, waarop de aanvraag is ontvangen. Wanneer de aanvraag betrekking heeft op een pand, dat opgenomen is in de lijst als bedoeld in artikel 26, lid 1, onder b.1, waarvoor door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg een restauratievergunning moet warden afgegeven, gaat de periode van 8 weken in op de dag nadat deze vergunning is verleend. 3.Burgemeester en wethouders kunnen faun beslissing eenmaal voor ten hoogste 8 weken verdagen. Een afschrift van hun besluit tot verdaging zenden zij aan de aanvrager. Artikel31Bedrag van het subsidie 1.Burgemeester en wethouders verlenen aan de eigenaar van een pand een subsidie voor het treffen van: voorzieningen tot opheffing van bouwtechnische gebreken, het normale onderhoud te boven gaand; overige voorzieningen, het normale onderhoud te boven gaand, die voor de instandhouding van het pand noodzakelijk zijn. 2.Het subsidie bedraagt: 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze ten minste f 10.000,— en ten hoogste f 200.000,— bedragen; 30% van de subsidiabele kosten indien deze minder dan f 10.000,— bedragen. Artikel32Subsidiabele kosten 1.Burgemeester en wethouders stellen de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 31, lid 2, vast onder toepassing van de "Richtlijnen subsidiabele kosten bij restauratie" van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. De kosten verbonden aan het opstellen van een onderhoudsplan worden mede tot de subsidiabele kosten gerekend. 2.Indien werkzaamheden verbonden aan het treffen van de voorzieningen worden verricht door de eigenaar - anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf - al dan niet met behulp van anderen, zonder dat er bij de hulp sprake is van uitoefening van een bedrijf, zijn "loonkosten" niet subsidiabel. 3.Op de subsidiabele kosten van voorzieningen worden in mindering gebracht de kosten waarvoor uit hoofde van een ander hoofdstuk van deze verordening of enig andere regeling geldelijke steun is of kan worden toegekend, alsmede de kosten die uit hoofde van een andere regeling zijn of kunnen warden gefinancierd. Artikel33Voorschriften Aan het verlenen van het subsidie worden de navolgende voorschriften verbonden: binnen 3 maanden na een bij de toekenning te bepalen tijdstip dient met het treffen van de voorzieningen een aanvang te zijn gemaakt; de voorzieningen dienen te zijn getroffen binnen twee jaar na de datum waarop met de werkzaamheden een begin is gemaakt; aan door burgemeester en wethouders met controle belaste ambtenaren dient op de door die ambtenaren te bepalen tijdstippen: toegang te worden verleend tot het gebouwde onroerende goed; inzage te worden verleend van de op de te treffen voorzieningen betrekking hebbende bescheiden; de bescheiden en gegevens die nodig zijn voor de juiste toepassing van dit hoofdstuk dienen te worden verstrekt; bij het treffen van de voorzieningen mag niet worden gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3 van het Vestigingsbesluit bouwnijverheidbedrijven 1958; voorzieningen aan de fundering en het casco worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een erkend bouwbedrijf als bedoeld in het Vestigingsbesluit Bouwnijverheidbedrijven 1958; de eigenaar zal na het treffen van de voorzieningen als bedoeld in artikel 31, lid 1b: het pand conform het onderhoudsplan onderhouden; voor het pand een abonnement nemen bij de Stichting Monumentenwacht Noord-Holland en afschriften van de inspectierapporten van deze stichting aan burgemeester en wethouders overleggen. Artikel34Vaststelling 1.Burgemeester en wethouders stellen het subsidie vast nadat: de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden schriftelijk zijn gereed gemeld onder indiening van de daarop betrekking hebbende gegevens en bescheiden, waaronder begrepen de geldelijke eindverantwoording; de uitvoering van de onder a. bedoelde werkzaamheden en de geldelijke eindverantwoording door of vanwege hun college zijn gecontroleerd en akkoord bevonden. 2.De werkzaamheden worden geacht te zijn akkoord bevonden indien de aanvrager niet binnen een termijn van 8 weken na de datum van de indiening van de gereedmelding door burgemeester en wethouders van een beslissing van het tegendeel in kennis is gesteld. 3.De kosten van meerwerk zijn alleen subsidiabel indien zij tevoren door burgemeester en wethouders schriftelijk zijn goedgekeurd. Een verzoek daartoe dient in ieder geval vergezeld te gaan van een gespecificeerde kostenbegroting. Burgemeester en wethouders verlenen alleen goedkeuring, indien zij het meerwerk onvermijdelijk en onvoorzienbaar achten en de subsidiabele kosten met inbegrip van het meerwerk het in artikel 31, lid 2 onder a. genoemde maximum niet te boven gaan. 4.Indien de werkelijke subsidiabele kosten lager zijn dan de geraamde subsidiabele kosten, wordt het subsidie dienovereenkomstig verlaagd. Artikel34aBetaalbaarstelling 1.Het subsidie als bedoeld in artikel 31, lid 2 onder a, verminderd met een eventueel voorschot, wordt betaalbaar gesteld aan het einde van het lopende kwartaal van het jaar waarin een termijn van vijftien jaar na de vaststelling van het subsidie is verstreken mits aan alle voorschriften is voldaan die bij of krachtens deze verordening zijn gesteld. 2.In afwijking van lid 1, wordt bij vervreemding binnen 15 jaar het opnieuw vastgestelde subsidie als bedoeld in artikel 34d terstond betaalbaar gesteld. 3.Het subsidie als bedoeld in artikel 31, lid 2 onder b wordt uitbetaald in het jaar waarin het pand is opgenomen in het meerjarenprogramma restauratie en beeldbepalende panden en wel uitsluitend op een bij de gereedmelding door de eigenaar op te geven bankrekening. Op deze subsidie is artikel 33, sub g.1 niet van toepassing. In plaats daarvan dient de eigenaar schriftelijk aan burgemeester en wethouders te verklaren dat hij het pand na het treffen van de voorzieningen behoorlijk zal onderhouden. Artikel34bBevoorschotting Indien de eigenaar van een pand waarvoor een subsidie is gevraagd een instelling zonder winstoogmerk is, kunnen burgemeester en wethouders op diens verzoek uiterlijk op het moment van de vaststelling van het subsidie een voorschot daarop betaalbaar stellen ter hoogte van maximaal 40% van dat subsidie. Artikel34cSancties 1.Indien naar bun oordeel niet, of niet volledig, aan het in artikel 33, sub g lid 1 bepaalde is voldaan, zullen burgemeester en wethouders: geheel of gedeeltelijk niet tot uitbetaling van de subsidie overgaan, al naar gelang van de ernst van de overtreding, en/of reeds betaalde voorschotten op de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen. 2.Indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders aan de eigenaar in redelijkheid niet kan worden verweten, dat hij niet heeft voldaan aan de in lid 1 bedoelde verplichtingen, kunnen zij besluiten de in dat lid bedoelde sanctie niet of slechts gedeeltelijk toe te passen. Artikel34dVervreemding 1.Indien de eigenaar het pand waarvoor onder toepassing van dit hoofdstuk subsidie is toegekend, binnen vijftien jaar na vaststelling van het subsidie vervreemdt, stellen burgemeester en wethouders het subsidie opnieuw vast zoals aangegeven in lid 2. 2.In geval van toepassing van lid 1 bedraagt het subsidie bij vervreemding: binnen 1 jaar 10% na 1 jaar 20% na 2 jaar 30% na 3 jaar 40% na 4 jaar 45% na 5 jaar 50% na 6 jaar 55% na 7 jaar 60% na 8 jaar 65% na 9 jaar 70% na 10 jaar 75% na 11 jaar 80% na 12 jaar 85% na 13 jaar 90% na 14 jaar 95% van het oorspronkelijk verleende bedrag. Artikel34eBevoegdheden van B & W Burgemeester en wethouders zijn bevoegd: in die gevallen waar de toepassing van een of meer bepalingen van dit hoofdstuk naar de mening van burgemeester en wethouders tot onbillijkheden zou leiden, deze in individuele gevallen niet van toepassing te verklaren; naast de bepalingen van dit hoofdstuk bijzondere voorschriften aan het verlenen van subsidie te verbinden. Overgangsbepalingen Deze verordening is eveneens van kracht voor afgegeven subsidiebeschikkingen met betaalbaarstelling vanaf 1994 krachtens de Subsidieverordening Stadsvemieuwing - onderdeel monumenten en beeldbepalende panden - 1991, tenzij de aanvrager kan aantonen dat deze toepassing op korte termijn een verslechtering is in vergelijking met de hiervoor genoemde verordening. Op de in lid 1 bedoelde subsidiebeschikkingen is niet van toepassing: het maximumbedrag van f 200.000,—, als bedoeld in artike1 31, lid 2 onder a; de indiening van een onderhoudsplan; het voorschrift als genoemd in artikel 33 onder g.2. Aan de houder Van een subsidiebeschikking, als bedoeld in lid 1 wordt het subsidie volledig uitbetaald, of indien het pand op het tijdstip van uitbetalen niet meer in zijn bezit is. Slotbepalingen Dit hoofdstuk van de verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 1994, op voorwaarde van goedkeuring van het Ministerie van Financiën Per gelijke datum wordt dit hoofdstuk van de Subsidieverordening Stadsvemieuwing Zaanstad 1991 ingetrokken. Deze verordening kan worden aangehaald als: Subsidieverordening Stadsvemieuwing Zaanstad 1994. Artikel35 In daarvoor naar het oordeel van burgemeester en wethouders in aanmerking komende gevallen kan op verzoek van de aanvrager, indien 50% of meer van de in de aanvraag vermelde werkzaamheden zijn verricht en akkoord bevonden, voorzieningen voor bouwtechnische gebreken daaronder begrepen, een voorschot op de bijdrage ineens worden verstrekt van maximaal 50% van de toegekende bijdrage. HoofdstukIVMidden- en kleinbedrijf IAlgemene bepalingen Artikel36 1.In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. stadsvernieuwingsgebied : een gebied bij besluit van de gemeenteraad aangewezen voor toepassing van deze paragraaf; b. ondernemer: een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die daadwerkelijk en rechtmatig een bedrijf uitoefent; c. ondernemer betrokken bij een sloopproject: een ondernemer wiens bedrijfsruimte is gelegen in een pand waarvoor een sloopbesluit is afgegeven en dat is gelegen in een sloopcomplex in een stadsvernieuwingsgebied. d. Renovatieproject: een bouwkundig plan dat strekt tot behoud, herstel, verbetering of herindeling van een pand of van een blok van panden; e. winst: de winst die dient als grondslag voor de berekening van de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting, met dien verstande dat indien de ondernemer een rechtspersoon is, daaronder mede wordt verstaan de beloning van de bestuurder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.