← Nederland

Verordening brandweerrechten 2011 (Heusden)

De gemeenteraad van Heusden in zijn openbare vergadering van 11 november 2010; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 september 2010; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van brandweerrechten

  1. Artikel 1 Belastbaar feit
  2. Onder de naam brandweerrechten worden geheven: rechten voor het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde bezittingen van de gemeentelijke brandweer of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeentelijke brandweer in beheer of in onderhoud zijn; rechten voor het genot van door of vanwege de gemeentelijke brandweer verstrekte diensten.
  3. Geen rechten als bedoeld in het eerste lid worden geheven ter zake van: het voorkomen, beperken en bestrijden van brand; het beperken van brandgevaar; het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand; het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand; de bestrijding en beperking van rampen, als bedoeld in artikel 1 van de Rampenwet; de dienstverlening bij activiteiten georganiseerd door verenigingen en instellingen, waarbij de activiteit gericht is op een sociaal en/of cultureel doel. Artikel 2 Belastingplicht Belastingplichtig is: degene die gebruik maakt van de bezittingen, werken of inrichtingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a; degene die een dienst aanvraagt dan wel degene te wiens behoeve een dienst is verleend, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b. Artikel 3 Maatstaf van heffing en tarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 4 Ontstaan belastingschuld De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de belastingplicht. Artikel 5 Wijze van heffing De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Indien zich ten aanzien van eenzelfde belastingplichtige meerdere belastbare feiten voordoen, kunnen de rechten ter zake daarvan worden geheven bij wege van één gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Artikel 6 Tijdstip van betaling De rechten moeten worden voldaan binnen vier weken na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. Artikel 7 Kwijtschelding Bij de invordering van brandweerrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 8 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten. Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel 1.De verordening op de heffing en de invordering van brandweerrechten 2010 van 5 november 2009 en de daaropvolgende wijzigingen van de tarieventabel behorende bij de Verordening op de heffing en de invordering van brandweerrechten 2010 worden ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  4. Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening Brandweerrechten 2011". Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 11 november 2010 De raad voornoemd de griffier, de voorzitter, Mw. drs. E.J.M. de Graaf drs. H.P.T.M. Willems Tarieventabel behorende bij de "Verordening brandweerrechten Heusden 2011". Hoofdstuk 1 Personele diensten. - Het geven van instructie, voor elk daartoe ingezet personeelslid t/m lbo-niveau per uur € 34,55 Het geven van instructie, voor elk daartoe ingezet personeelslid t/m mbo-niveau per uur € 45,30 Het geven van instructie, voor elk daartoe ingezet personeelslid hoger dan mbo-niveau per uur € 54,00 Het verrichten van bewakings- en andere personele diensten voor zover niet begrepen in de in hoofdstuk 2 of 3 genoemde diensten, voor elk daartoe ingezet personeelslid per uur € 23,30 Hoofdstuk 2 Het tarief ter zake van het gebruik van het materieel van de brandweer bedraagt: 1 voor een gecombineerde tankautospuit/HV of een ander voertuig van de brandweer, voor zover hieronder niet met name genoemd, per uur € 141,85 2 voor een trekker ingeval deze uitsluitend wordt gebruikt voor het vervoer van materieel van de brandweer, onafhankelijk van de vraag welk voertuig als trekkende eenheid wordt gebruikt € 0,80 per kilometer met een minimum van € 16,00 per rit 3 voor een motorspuit, groot vermogen, per uur € 27,80 4 voor een motorspuit, klein vermogen, per uur € 22,30 5 voor een klokpomp, per uur € 11,15 6 voor een lichtaggregaat, per uur € 16,60 7 voor brandslangen, per slanglengte, per etmaal of gedeelte daarvan € 3,40 8 voor een blusapparaat, per etmaal of gedeelte daarvan € 3,40 9 indien het reinigen plaatsvindt met een reinigingsmiddel wordt het totaal berekende bedrag verhoogd per liter verbruikt reinigingsmiddel met € 3,40 Hoofdstuk 3 Ter zake van het verrichten van diensten bij het openen van ramen en deuren, storingen in liften, het treffen van overige gelijksoortige voorzieningen, per dienstverlening € 141,85 verhoogd met een bedrag van € 0,80 per kilometer met een minimum van € 16,00 per rit Het vullen van persluchtcilinders per cilinder met een inhoud van: niet meer dan 6 liter € 5,40 meer dan 6 liter doch niet meer dan 9 liter € 6,45 meer dan 9 liter € 8,10 Hoofdstuk 4 Ingeval dat bij het in hoofdstuk 2 omschreven materieel diensten moeten worden verricht door het personeel van de brandweer, alsmede in de gevallen dat om andere redenen diensten moeten worden verricht door het personeel van de brandweer, bedraagt het tarief per personeelslid, per uur € 23,25 Het in dit hoofdstuk bepaalde is niet van toepassing bij de heffing van de onder hoofdstuk 3 bepaalde rechten. Hoofdstuk 5 De bedragen in hoofdstuk 1, 2 en 4 worden berekend, voor zover van toepassing, vanaf het moment dat het personeel en of materiaal de standplaats verlaat tot aan het moment dat het aldaar is teruggekeerd. Behorende bij het raadsbesluit van 11 november
  5. de griffier, Mw. drs. E.J.M. de Graaf

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.