Verordening baatbelasting Kloosterstraat en omgevingGelet op het bepaalde in artikel 222 Gemeentewet Artikel 1 Voorwerp der belasting Ter zake van de onroerende zaken, die gebaat zijn door de door de gemeente of met medewerking van de gemeente tot stand gebrachte voorzieningen in de vorm van onder andere sierbestrating, sierverlichting, bloembakken, sierelementen (muurtjes en dergelijke), rijwielsteunen, groenvoorzieningen en afvalmanden op de Kloosterstraat, de Graaf van Loonstraat (gedeeltelijk), Pepijnstraat (gedeeltelijk), Steegstraat (gedeeltelijk), Antoniuslaan (gedeeltelijk) en het Antoniusplein (gedeeltelijk) wordt onder de naam "baatbelasting Kloosterstraat en omgeving" een jaarlijkse belasting geheven, zulks ter verkrijging van een billijke bijdrage in de ten laste van de gemeente blijvende kosten van die voorzieningen. De in het eerste lid bedoelde onroerende zaken zijn die welke grenzen aan dan wel gedeeltelijk gelegen zijn in het gebied dat op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening in rode, blauwe en groene kleur is aangeduid. Artikel 2 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene, die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens zakelijk recht van een in artikel 1 bedoeld onroerende zaak. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens zakelijk recht aangemerkt degene, die bij het begin van het belastingjaar als zodanig bij het kadaster bekend staat, tenzij blijkt, dat op dat tijdstip een ander genothebbende krachtens zakelijk recht was. Indien met betrekking tot eenzelfde onroerende zaak meer dan één genothebbende krachtens zakelijk recht kan worden aangewezen, wordt de aanslag gesteld ten name van een van hen met toevoeging van de afkorting "c.s.". Artikel 3 Belastinggrondslag De grondslag waarnaar de belasting wordt geheven, is het aantal classificatiemeters van een onroerende zaak. De in het eerste lid bedoelde grondslag wordt verkregen door het langs de grond gemeten aantal strekkende meters, waarmee een onroerende zaak of een gedeelte daarvan grenst aan het op de in artikel 1 genoemde tekening aangegeven gebied, te vermenigvuldigen met de in artikel 4 genoemde liggingsfactor welke aan dat onroerende zaak wordt toegekend. Indien een gedeelte van een onroerende zaak geheel en uitsluitend voor woondoeleinden is bestemd, wordt het langs de grond gemeten aantal strekkende meters, waarmee dat gedeelte grenst aan het op de in artikel 1 genoemde tekening aangegeven gebied, bij de berekening van de in het eerste lid bedoelde grondslag buiten beschouwing gelaten. Bij de berekening van het aantal classificatiemeters van een onroerende zaak worden onderdelen van een kwart classificatiemeter afgerond op een hele kwart classificatiemeter. Artikel 4 Liggingsfactor De liggingsfactor voor de onroerende zaken die grenzen aan dan wel gedeeltelijk gelegen zijn in het gedeelte van het in artikel 1 bedoelde gebied, dat op de in artikel 1 genoemde tekening is aangeduid in: rode kleur is 1,00; blauwe kleur is 0,75; groene kleur is 0,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.