← Nederland

Verordening baatbelasting Parade (Venlo)

Verordening baatbelasting ParadeGelet op het bepaalde in artikel 222 Gemeentewet. Artikel 1 Voorwerp der belasting Ter zake van de onroerende zaken, die gebaat zijn door de door de gemeente of met medewerking van de gemeente tot stand gebrachte voorzieningen in de vorm van sierbestrating, sierverlichting, afvalmanden, bloemschalen, groenvoorzieningen, zitbanken, helmkluizen, kunstwerken en rijwielsteunen op de Parade, Grote Kerkstraat, Lohofstraat, Picardie, Keulse Poort en Nassaustraat, welk gebied op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening in rood is aangeduid, wordt onder de naam van "baatbelasting Parade" een jaarlijkse belasting geheven, zulks ter verkrijging van een billijke bijdrage in de ten laste van de gemeente blijvende kosten van die voorzieningen. Artikel 2 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene, die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens zakelijk recht van een in artikel 1 bedoeld onroerende zaak. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens zakelijk recht aangemerkt degene, die bij het begin van het belastingjaar als zodanig bij het kadaster bekend staat, tenzij blijkt, dat op dat tijdstip een ander genothebbende krachtens zakelijk recht was. Indien met betrekking tot eenzelfde onroerende zaak meer dan één genothebbende krachtens zakelijk recht kan worden aangewezen, wordt de aanslag gesteld ten name van een van hen met toevoeging van de afkorting "c.s.". Artikel 3 Belastinggrondslag De grondslag waarnaar de belasting wordt geheven, is het langs de grond gemeten aantal strekkende meters, waarmee een onroerende zaak grenst aan het op de in artikel 1 genoemde tekening aangegeven gebied. Bij de meting worden onderdelen van een kwart meter naar boven afgerond op een hele kwart meter. Artikel 4 Belastingtarief De belasting bedraagt per belastingjaar € 30,63 per strekkende meter. Artikel 5 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Tijdsduur van de heffing De belasting wordt, behoudens in geval van voldoening ineens overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, gedurende dertig achtereenvolgende belastingjaren jaarlijks geheven. Artikel 8 Voldoening ineens van de belasting Op een bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar in te dienen schriftelijk verzoek van de belastingplichtige kan de belasting voor de nog niet aangevangen belastingjaren ineens voldaan worden. De afkoopsom bedraagt de contante waarde van de nog niet betaalde termijnen, berekend tegen een rente van 10½%, te berekenen door het jaarlijks door de belastingplichtige verschuldigde bedrag van de belasting te vermenigvuldigen met de voor het betreffende belastingjaar in de navolgende tabel aangewezen factor. Indien de afkoop geschiedt in het hieronder genoemde belastingjaar Vermenigvuldigingsfactor 1981 9.9974 1982 9.9422 1983 9.8811 1984 9.8136 1985 9.7390 1986 9.6566 1987 9.5656 1988 9.4649 1989 9.3538 1990 9.2309 1991 9.0952 1992 8.9451 1993 8.7794 1994 8.5962 1995 8.3938 1996 8.1702 1997 7.9230 1998 7.6500 1999 7.3482 2000 7.0148 2001 6.6463 2002 6.2392 2003 5.7893 2004 5.2922 2005 4.7429 2006 4.1359 2007 3.4651 2008 2.7240 2009 1.9050 Artikel 9 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven, ter zake van: onroerende zaken, die geheel en uitsluitend voor woondoeleinden worden gebruikt; onroerende zaken, waarvan de gemeente het genot heeft krachtens zakelijk recht, met uitzondering van de onroerende goederen, die aan derden zijn verhuurd danwel in bruikleen of in gebruik zijn gegeven; onroerende zaken welke in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningsbijeenkomsten in de zin van de artikelen 13 en 14 van de Wet Premie Kerkenbouw (Stb. 1962, 538). Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de baatbelastingen. Artikel 12 Titel van aanhaling Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel "verordening baatbelasting Parade". Artikel 13 Inwerkingtreding Dit wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking. De datum van ingang is 1 januari 2002. Dit wijzigingsbesluit kan worden aangehaald als het 5de wijzigingsbesluit behorende tot de verordening baatbelasting Parade.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.