Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige Westland 2007Het college van burgemeester en wethouders van Westland; gelet op hoofdstuk XV van de Gemeentewet en het bepaalde in: artikel 2 van de verordening forensenbelasting; artikel 2 van de verordening hondenbelasting; artikel 1 van de verordening onroerende-zaakbelastingen; artikel 4 van de verordening reinigingsheffingen; artikel 2 van de verordening rioolrechten; besluit: vast te stellen de volgende BELEIDSREGELS VOOR HET AANWIJZEN VAN EEN BELASTINGPLICHTIGE IN EEN KEUZESITUATIE Algemeen In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich dat meer personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject (onroerende of roerende zaak, roerende woon- of bedrijfsruimte, perceel, hond). In de gevallen waarin dat voorkomt mag de gemeente de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen stellen. In deze gevallen hanteert de gemeente Westland een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn. De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen. Voorkeursvolgorde Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 1.1 de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt: 1.1.1 de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning; 1.1.2 de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft; 1.1.3 de erfpachter dan wel de beklemde meier; 1.2 de eigenaar of de appartementsgerechtigde; 1.3 degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter. Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 2.1 indien er binnen één categorie genothebbenden personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in de gemeente Westland wonen of gevestigd zijn: 2.1.1 degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft; 2.1.2 degene die in de gemeente woont of is gevestigd; 2.1.3 een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon; 2.1.4 bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd; 2.1.5 de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden; 2.1.6 degene die bij de afdeling Publiekszaken als genothebbende of gebruiker bekend is; 2.2 indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in de gemeente Westland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens elders in Nederland wonen of gevestigd zijn: 2.2.1 degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft; 2.2.2 een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon; 2.2.3 bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd; 2.2.4 de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden; 2.2.5 degene die bij de afdeling Publiekszaken als genothebbende of gebruiker bekend is; 2.3 indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Nederland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens in het buitenland wonen of gevestigd zijn: 2.3.1 degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft; 2.3.2 de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt angehouden; 2.3.3 degene die bij de afdeling Publiekszaken als genothebbende of gebruiker bekend is. Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen van gebruikers wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 3.1 degene die door verhuurder als huurder wordt vermeld; 3.2 degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt; 3.3 degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt. Met betrekking tot de forensenbelasting wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld te name van: 4.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.