De raad der gemeente Spijkenisse; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 mei 1999; gelet op artikel 156, tweede lid, onderdeel f, en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van staangeld woonwagens
- Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: standplaats: een standplaats zoals vroeger werd bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Woningwet (Stb. 1991, 439); woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Woningwet; huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats c.a., waarin de huurbepalingen voor de standplaats zijn geregeld. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam “staangeld” wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen, daaronder begrepen de diensten die met de standplaats verband houden. Artikel3Belastingplicht Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft wordt aangemerkt de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt, wordt naar omstandigheden beoordeeld. Artikel4Vrijstelling Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de standplaats een huurovereenkomst geldt. Artikel5Belastingtarieven Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het tarief, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingtijdvak Het belastingtijdvak loopt van 1 juli tot en met 30 juni. Artikel7Wijze van heffing Het recht wordt bij wege van een gedagtekende nota geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 vervalt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 van toepassing wordt, bestaat aansparaak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Belastingbedragen van minder dan fl. 25,00 [Red: € 11,34] worden niet geheven. Artikel9Termijnen van betaling De aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er, met inbegrip van de maand van dagtekening van het aanslagbiljet, nog maanden in het belastingtijdvak overblijven. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordening van staangeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Machtiging tot overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot wijzigen van de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel12Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van staangeld. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel 1.De “Verordening op de heffing en invordering van staangeld” van 3 juni 1998, laatstelijk gewijzigd bij besluit van burgemeester en wethouders van 30 juni 1998, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking, zo deze datum ligt voor 1 juli 1999 dan treedt deze verordening in werking met ingang van 1 juli
- 3.De datum van ingang van de heffing is 1 juli
- 4.Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening staangeld woonwagens 1999”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Spijkenisse d.d. 2 juni
- de secretaris,J.T. Langelaarde voorzitter, locodrs. R. Sitton