Algemene
Met deze verordening wordt invulling gegeven aan de in artikel 8a WWB, artikel 12 WIJ en de nieuwe artikelen 35 in de IOAW en IOAZ neergelegde opdracht om bij verordening regels te stellen met betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van deze wetten. Gelet op de grote verwantschap tussen genoemde wetten, wordt het gemeentelijk beleid inzake misbruik en oneigenlijk gebruik in één Handhavingsverordening vastgelegd. Genoemde artikelen moeten in samenhang worden gelezen met artikel 212 van de Gemeentewet. Op grond van artikel 212 van de Gemeentewet dient de gemeenteraad een verordening vast te stellen voor de uitgangspunten van het financiële beleid en het financiële beheer. De verbindende gedachte is dat een goed financieel beheer bij de uitvoering van de WWB, WIJ, IOAW en IOAZ met zich meebrengt dat voortdurend aandacht bestaat voor de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wetten. Artikelsgewijze
Voor de gehanteerde begrippen wordt, tenzij anders vermeld, verwezen naar de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren, de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene wet bestuursrecht.
Op grond van dit artikel krijgt het college de opdracht om vierjaarlijks een fraudebeleidsplan ter vaststelling aan de raad voor te leggen. Binnen onze gemeente wordt hieraan uitvoering gegeven middels de methodiek van programmatisch handhaven zoals ontwikkeld door het ministerie van SZW. Hoogwaardig handhaven houdt in dat gemeenten extra preventiemaatregelen dienen te ontwikkelen om naleving van wet en regelgeving te bevorderen en oneigenlijk gebruik (misbruik en/of fraude) te voorkomen. Met een optimale informatieverstrekking en dienstverlening kan de bereidheid tot naleving van regels worden bevorderd. Bij programmatisch handhaven dienen accenten te worden gelegd op vier visie-elementen die zowel op preventie als op repressie zijn gericht. Preventie 1. Vroegtijdige en goede voorlichting 2.Optimalisatie van de dienstverlening Repressie 3. Vroegtijdig constateren en afhandelen van fraudesignalen 4.Daadwerkelijke sanctionering in geval van geconstateerde fraude
In afzonderlijke verordeningen, de Afstemmingsverordeningen, worden de regels gesteld die de gemeente toepast bij een constatering van misbruik of oneigenlijk gebruik. In de Afstemmingsverordening wordt aangegeven, bij welke gedragingen er sprake is van misbruik of oneigenlijk gebruik, en welke sancties daarop worden toegepast. Een sanctie houdt in de regel in, dat de bijstand (WWB), de inkomensvoorziening (WIJ) of uitkering (IOAW/IOAZ) voor een bepaalde tijd met een bepaald percentage wordt verlaagd. In terminologie van de wetgever heet dat formeel afstemming: de bijstand, inkomensvoorziening of uitkering wordt afgestemd op het gedrag van de belanghebbende.
Met inachtneming van wetgeving en het fraudebeleidsplan zoals door de raad vastgesteld, is het aan het college om beleidsregels op te stellen inzake terugvordering.
Bij zwaardere fraudes past het niet meer om de uitkering te verlagen, maar wordt aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie (OM). De zogenaamde aangiftegrens ligt op dit moment bij € 10.000,00. Wanneer het benadelingsbedrag dus hoger is dan deze grens, en er is sprake van fraude, dan wordt aangifte gedaan van valsheid in geschrifte en sociale zekerheidsfraude bij het OM. Het IBO verzorgt de aangifte en ook de contacten met het OM. In deze gevallen geldt het zogenaamde "una via"-beginsel: Er kan maar volgens één weg vervolging plaatsvinden. Dit houdt in, dat, wanneer aangifte is gedaan, de gemeente geen acties onderneemt tot het opleggen van een sanctie (artikel 3). Wel vindt terugvordering van het benadelingsbedrag plaats. Het OM onderzoekt vervolgens of zij een strafrechtelijke vervolging gaat instellen jegens de betrokkene. Het OM kan beslissen om de zaak weer terug te geven aan de gemeente. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij benadelingsbedragen, die net boven de grens uitkomen, terwijl de betrokkene niet eerder misbruik heeft gepleegd. Wanneer de gemeente een zaak terugkrijgt, dan kan de gemeente alsnog overgaan tot het treffen van een sanctie zoals omschreven in de Afstemmingsverordening (artikel 3). Wanneer het OM wel overgaat tot een strafrechtelijke vervolging, dan kan de betrokkene worden veroordeeld tot een taakstraf of een gevangenisstraf, al dan niet voorwaardelijk. De betrokkene krijgt ook een strafblad.
Artikelen 6 en 7 Deze artikelen behoeven geen nadere
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.