← Nederland

Beleidsregels welzijnssubsidies vrijwilligersorganisaties (Onderbanken)

Beleidsregels welzijnssubsidies vrijwilligersorganisatiesHet college van burgemeester en wethouder van Onderbanken; overwegende de noodzaak tot het stellen van beleidsregels zoals bedoeld in artikel 5 van de Kaderverordening welzijnssubsidies vrijwilligersorganisties b e s l u i t I ingaande 1 januari 2006 vast te stellen het volgende Overzicht van beleidsregels welzijnssubsidies vrijwilligersorganisaties: Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1 1.Onder werkend lid wordt verstaan een lid dat volgens opgave van de organisatie actief deelneemt aan de activiteiten van de organisatie en dat volgens opgave van de organisatie woonachtig in de gemeente Onderbanken is. Ereleden, rustende leden etc. die volgens opgave van de organisatie niet regelmatig actief aan de activiteiten deelnemen worden niet als werkende leden aangemerkt. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten de opgave van de organisaties steekproefsgewijs te controleren. 2.Onder subsidiabel lid wordt verstaan een werkend lid van een organisatie dat op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het boekjaar waarop het subsidie betrekking heeft 17 jaar of jonger is, respectievelijk 54 jaar of ouder is en dat volgens opgave van de betreffende organisatie woonachtig in de gemeente Onderbanken is. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten de opgave van de organisaties steekproefsgewijs te controleren. 3.Onder boekjaar wordt verstaan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. 4.De datum die geldt voor de bepaling van het aantal subsidiabele leden, werkende leden, peuters en inwoners is 1 januari van het jaar voorafgaand aan het boekjaar. Artikel2 1.Het subsidie voor het boekjaar wordt voor de in de gemeente Onderbanken gevestigde organisaties vastgesteld op grond van een basissubsidie, eventueel vermeerderd met een bedrag per subsidiabel lid van de organisatie. 2.Organisaties die buiten de gemeente Onderbanken zijn gevestigd, zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Kaderverordening welzijnssubsidies vrijwilligersorganisaties, ontvangen alleen een bedrag per subsidiabel lid van de organisatie. 3.Indien het aantal werkende leden van een organisatie drie jaar lang onder het in deze beleidsregels bepaalde minimum blijft, wordt de subsidiëring van de betreffende organisatie gestopt. 4.De in deze beleidsregels opgenomen subsidiebedragen betreffen het boekjaar

  1. De subsidiebedragen voor de volgende jaren worden jaarlijks ambtelijk cumulatief gecorrigeerd op basis van het voorlopig CPB-indexcijfer overheidsconsumptie voor het betreffende jaar. Er vindt achteraf geen verrekening plaats op basis van het vastgestelde CPB-indexcijfer overheidsconsumptie voor het betreffende jaar. Artikel3 Een organisatie werkt mee aan door burgemeester en wethouders in te stellen onderzoeken in het kader van de zorg voor het subsidiebeleid zoals een onderzoek naar de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk. Hoofdstuk2Binnensportorganisaties Artikel4 Onder een binnensportorganisatie wordt verstaan een organisatie die zich de beoefening in clubverband van sport dan wel lichamelijke oefening ten doel stelt en die voor de beoefening van haar sport uitsluitend of in overwegende mate gebruik maakt van een binnensportaccommodatie of een andere geschikte accommodatie. Artikel5 De organisatie dient tenminste 15 werkende, in Onderbanken woonachtige leden te tellen. Artikel6 De wijze waarop het jaarlijks bedrag van de subsidie wordt bepaald is als volgt: Bedrag per subsidiabel lid € 50,50 Basissubsidie € 505,04 Hoofdstuk3Buitensportorganisaties Artikel7 Onder een buitensportorganisatie wordt verstaan een organisatie die zich de sportbeoefening in clubverband ten doel stelt en die voor de beoefening van haar sport uitsluitend of in overwegende mate gebruik maakt van een sportaccommodatie in de open lucht. Artikel8 De organisatie dient tenminste 15 werkende, in Onderbanken woonachtige leden te tellen. Artikel9 De wijze waarop het jaarlijks bedrag van de subsidie wordt bepaald is als volgt: Bedrag per subsidiabel lid € 10,10 Basissubsidie € 505,04 Hoofdstuk4Carnavalsorganisaties Artikel10 Onder een carnavalsorganisatie wordt verstaan een organisatie die zich ten doel stelt de viering van carnaval te organiseren. Artikel11 De wijze waarop het jaarlijks bedrag van de subsidie wordt bepaald is als volgt: Bedrag per subsidiabel lid € 10,10 Basissubsidie € 505,04 Hoofdstuk5E.H.B.O.-organisaties Artikel12 Onder een E.H.B.O.-organisatie wordt verstaan een organisatie die zich het bevorderen van al datgene dat kan leiden tot het voorkomen van ongevallen en het verlenen van verantwoorde eerste hulp bij ongevallen ten doel stelt. Artikel13 De wijze waarop het jaarlijks bedrag van de subsidie wordt bepaald is als volgt: Bedrag per subsidiabel lid € 25,25 Basissubsidie € 2.020,15 Hoofdstuk6Heemkunde Artikel14 Onder een heemkundeorganisatie wordt verstaan een organisatie die zich het bevorderen van de kennis van en onderzoek naar de plaatselijke geschiedenis, folklore en volkstaal in de gemeente Onderbanken ten doel stelt , alsmede het beheer van uit heemkundig oogpunt belangrijke voorwerpen. Artikel15 De organisatie dient tenminste 15 werkende, in Onderbanken woonachtige leden te tellen. Artikel16 De wijze waarop het jaarlijks bedrag van het subsidie wordt bepaald is als volgt: Bedrag per subsidiabel lid € 10,10 Basissubsidie € 757,56 Monumentendag € 505,04 Hoofdstuk7Instrumentale muziekorganisaties Artikel17 Onder instrumentale muziekorganisaties worden verstaan: harmonie- en fanfarekorpsen; drumbands, (tamboerkorpsen, tamboer- en pijperkorpsen c.q. fluitkorpsen en tamboerkorpsen met klaroenen, signaaltrompetten, jachthoorns of lyra's) voorzover het zelfstandige organisaties betreft dan wel voorzover zij deel uitmaken van een onder letter a. genoemde organisatie; majorettenkorpsen (niet-musicerende eenheden, die deel uitmaken van een instrumentale muziekorganisatie zoals bedoeld onder de letters a. of b. Artikel18 De organisatie dient tenminste 15 werkende, in Onderbanken woonachtige leden te tellen. Artikel19 De wijze waarop het jaarlijks bedrag van het subsidie wordt bepaald is als volgt: Bedrag per subsidiabel lid € 50,50 Basissubsidie € 1.767,63 Hoofdstuk8Kindervakantiewerkorganisaties Artikel20 Onder een kindervakantiewerkorganisatie wordt verstaan een organisatie die zich het organiseren van het kindervakantiewerk ten doel stelt. Artikel21 De wijze waarop het jaarlijks bedrag van de subsidie wordt bepaald is als volgt: Basissubsidie € 505,04 Hoofdstuk9Oranje-verenigingen Artikel22 Onder een oranjevereniging wordt verstaan een organisatie die als doelstelling heeft het voor kinderen organiseren van activiteiten rondom de viering van koninginnedag. Artikel23 Het jaarlijks bedrag van de subsidie wordt bepaald op basis van het aantal inwoners onder de 13 jaar van de kern waarin de betreffende vereniging actief is. Bedrag per inwoner jonger dan 13 jaar € 2,02 Artikel
  2. Voor de organisatie van de Nationale Dodenherdenking 4 mei wordt jaarlijks maximaal € 353,53 ter beschikking gesteld aan één van de oranjeverenigingen. Hoofdstuk10Ouderenverenigingen Artikel25 Onder een ouderenvereniging wordt verstaan een organisatie die zich het uitvoeren van sociaal culturele activiteiten voor ouderen ten doel stelt, alsmede het behartigen van de belangen van ouderen. Artikel26 De organisatie dient tenminste 15 werkende, in Onderbanken woonachtige leden te tellen. Artikel27 De wijze waarop het jaarlijks bedrag van de subsidie wordt bepaald is als volgt: Bedrag per subsidiabel lid € 10,10 Basissubsidie € 505,04 Hoofdstuk11Peuterspeelzaalwerk Artikel28 Onder een peuterspeelzaalwerkorganisatie wordt verstaan een organisatie die een peuterspeelzaal beheert. Artikel29 De wijze waarop het jaarlijks bedrag van de subsidie wordt bepaald is als volgt: Bedrag per peuter € 25,25 Basissubsidie € 505,04 Hoofdstuk12Schutterijen Artikel30 Onder een schutterij wordt verstaan een organisatie die zich het behoud van het historische schutterswezen ten doel stelt. Artikel31 De schutterij dient tenminste 15 werkende, in Onderbanken woonachtige leden te tellen. Artikel32 De wijze waarop het jaarlijks bedrag van de subsidie wordt bepaald is als volgt: Bedrag per subsidiabel lid € 25,25 Basissubsidie € 505,04 Hoofdstuk13Sint Nicolaasorganisaties Artikel33 Onder een Sint-Nicolaasorganisatie wordt verstaan een organisatie die de intocht van Sint Nicolaas in een van de kernen van de gemeente organiseert en uitvoert. Artikel34 De wijze waarop het jaarlijks bedrag van de subsidie wordt bepaald is als volgt: Basissubsidie € 252,52 Hoofdstuk14Speeltuinwerk Artikel35 Onder een speeltuinwerkorganisatie wordt verstaan een organisatie die een buitenruimte beheert waar kinderen op bepaalde openingstijden onder toezicht van vrijwilligers kunnen spelen. Artikel36 De wijze waarop het jaarlijks subsidie wordt bepaald is als volgt: Basissubsidie € 2.777,71 Hoofdstuk15Openbare Speelvoorziening Artikel37 Hier wordt een organisatie bedoeld die een openbare ruimte beheert waar kinderen op alle uren van de dag zonder toezicht van vrijwilligers kunnen spelen. Artikel38 De wijze waarop het jaarlijks subsidie wordt bepaald is als volgt: Basissubsidie € 1.262,59 Hoofdstuk16Toneelorganisaties Artikel39 Onder een toneelorganisatie wordt verstaan een organisatie die zich de beoefening en de bevordering van de toneelkunst dan wel de uitvoering van toneelstukken ten doel stelt. Artikel40 De organisatie dient tenminste 15 werkende, in Onderbanken woonachtige leden te tellen. Artikel41 De wijze waarop het jaarlijks subsidie wordt bepaald is als volgt: Bedrag per subsidiabel lid € 10,10 Basissubsidie € 505,04 Hoofdstuk17Vocale muziekorganisaties Artikel42 Onder een vocale muziekorganisatie wordt verstaan een organisatie die zich het beoefenen van de zangkunst ten doel stelt. Vocale organisaties die direct of indirect zijn verbonden aan kerkgenootschappen en die zich overwegend of uitsluitend bezig houden met liturgische koorzang worden niet als vocale muziekorganisatie aangemerkt. Artikel43 De organisatie dient tenminste 15 werkende, in Onderbanken woonachtige leden te tellen. Artikel44 De wijze waarop het jaarlijks bedrag van de subsidie wordt bepaald is als volgt: Bedrag per subsidiabel lid € 10,10 Basissubsidie € 1.262,59 Hoofdstuk18Jeugd- en Jongerenwerkorganisaties Artikel45 Onder een jeugd- en jongerenwerkorganisatie wordt een organisatie verstaan die zich ten doel stelt sociaal culturele activiteiten te ontplooien ten behoeve van jeugdigen en jongeren onder leiding van vrijwilligers. Activiteiten die naar het oordeel van burgemeester en wethouders voornamelijk betrekking hebben op politieke, economische en kerkelijke aangelegenheden vallen niet onder de werking van deze beleidsregels. Activiteiten op het gebied van cultuur, folklore, sport en speeltuinwerk vallen niet onder de werking van dit artikel. Artikel
  3. De wijze waarop het jaarlijks bedrag van de subsidie wordt bepaald is als volgt: Basissubsidie € 2.020,15 Hoofdstuk19Vrouwenorganisaties. Artikel47 Onder een vrouwenorganisatie wordt verstaan een organisatie die zich ten doel stelt activiteiten voor vrouwen te organiseren en uit te voeren. Artikel48 De organisatie dient tenminste 15 werkende, in Onderbanken woonachtige leden te tellen. Artikel49 De wijze waarop het jaarlijks bedrag van de subsidie wordt bepaald is als volgt: Bedrag per subsidiabel lid € 10,10 Basissubsidie € 505,04 Hoofdstuk20Ziekenorganisaties Artikel50 Onder ziekenorganisatie wordt verstaan een organisatie die zich de bevordering van het welzijn der zieken binnen de gemeente Onderbanken ten doel stelt. Artikel
  4. Het jaarlijks bedrag van de subsidie wordt bepaald op basis van het aantal inwoners van de kern waarin de betreffende organisatie actief is: Bedrag per inwoner € 0,1515 Hoofdstuk21Gehandicaptensportorganisaties Artikel52 Onder een gehandicaptensportorganisatie wordt verstaan een organisatie die zich de sportbeoefening door gehandicapte mensen ten doel stelt. Artikel53 De wijze waarop de jaarlijkse subsidie wordt bepaald is als volgt: Bedrag per subsidiabel lid € 10,10 Basissubsidie € 505,04 Hoofdstuk22Overige organisaties. Artikel54 Organisaties die niet behoren tot de in hoofdstuk 2 tot en met hoofdstuk 21 genoemde organisaties komen niet voor subsidie in aanmerking. Artikel55 Burgemeester en wethouders kunnen besluiten af te wijken van artikel
  5. Hoofdstuk22Bijzondere situaties Artikel56 Indien organisaties fuseren wordt de hoogte van de basissubsidie voor de nieuwe organisatie voor een periode van 3 jaar vastgesteld op de som van de basissubsidies die de afzonderlijke organisaties ontvingen voor de fusie. Hoofdstuk23Slotbepalingen Artikel57 Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op subsidie die voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels verleend of vastgesteld is. Artikel58 Burgemeester en wethouders voorzien in die gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien. Artikel59 Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari
  6. Aldus besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders van 15 november
  7. burgemeestersecretaris

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.