← Nederland

Kaderverordening welzijnssubsidies professionele organisaties (Onderbanken)

Kaderverordening welzijnssubsidies professionele organisatiesDe gemeenteraad van Onderbanken; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 november 2003, gemeenteblad 2003/80, gelet op artikel 149 en 156 van de Gemeentewet en Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende de noodzaak tot het stellen van regels voor de verstrekking van welzijnssubsidies, b e s l u i t de op 1 januari 1998 inwerking getreden verordening in te trekken met het oog op het subsidiëren van activiteiten van: binnensportorganisaties; buitensportorganisaties; carnavalsorganisaties; organisaties voor E.H.B.O.; organisaties voor heemkunde; instrumentale muziekorganisaties; kindervakantiewerkorganisaties; organisaties die muziekonderwijs aanbieden; oranje-organisaties; ouderenorganisaties; peuterspeelzaalwerkorganisaties; schutterijen; sint Nicolaasorganisaties; speeltuinwerkorganisaties; toneelorganisaties; vocale muziekorganisaties; vrijwilligers jeugd- en jongerenwerkorganisaties; vrouwenorganisaties vrouwenemancipatie; ziekenorganisaties. Subsidie kan worden verstrekt met het oog op activiteiten: die de maatschappelijke ontwikkeling bevorderen; van organisaties die zich bezig houdt met professioneel welzijnswerk; van organisaties die zich bezig houdt met professioneel algemeen maatschappelijk werk; van organisaties die zich bezig houdt met professioneel bibliotheekwerk. Subsidie kan ook worden verstrekt met het oog op andere activiteiten. ingaande 1 januari 2004 vast te stellen de volgende verordening: Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel

  1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de uitvoering van deze verordening. Hoofdstuk2Reikwijdte Artikel
  2. Deze verordening is van toepassing op: organisaties die zich bezig houden met professioneel welzijnswerk; organisaties die zich bezig houden met professioneel algemeen maatschappelijk werk; organisaties die zich bezig houden met professioneel bibliotheekwerk. overige professionele organisaties. Artikel
  3. 1.De organisatie waaraan subsidie wordt verstrekt moet zijn gevestigd in de gemeente Onderbanken tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat een organisatie die niet in Onderbanken is gevestigd kan voorzien in een lokale behoefte. 2.De activiteiten van de in de gemeente Onderbanken gevestigde organisaties dienen uitsluitend dan wel in overwegende mate gericht te zijn op de gemeente Onderbanken. Artikel
  4. Burgemeester en wethouders brengen eenmaal per raadsperiode aan de raad een verslag uit over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk die krachtens deze verordening wordt verstrekt. Hoofdstuk3Subsidieplafond Artikel
  5. 1.Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond vaststellen voor het te verlenen subsidie. 2.Het vast te stellen subsidieplafond bedraagt niet meer dan het voor het boekjaar in de gemeentebegroting opgenomen subsidie vermeerderd met ten hoogste de indexfactor als bedoeld in artikel 14 van deze verordening. Hoofdstuk4Subsidieverlening Artikel
  6. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot subsidieverlening. Hoofdstuk5Subsidieverplichtingen Artikel
  7. Burgemeester en wethouders kunnen verplichtingen opleggen die strekken tot de verwezenlijking van het doel van het subsidie. Hoofdstuk6Subsidievaststelling Artikel
  8. Burgemeester en wethouders stellen het subsidie vast. Artikel
  9. Het vast te stellen subsidiebedrag is niet hoger dan voor de goede uitvoering van de activiteiten noodzakelijk is. Hoofdstuk7Intrekking en wijziging Artikel
  10. Intrekking en wijziging van de subsidieverlening dan wel subsidievaststelling geschiedt door burgemeester en wethouders. Hoofdstuk8Voorschot. Artikel
  11. Burgemeester en wethouders kunnen een voorschot op het subsidie verlenen. Hoofdstuk9.Per boekjaar verstrekt subsidie. Artikel
  12. Afdeling 4.2.
  13. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Artikel
  14. 1.Uiterlijk 1 mei van het jaar voorafgaand aan het boekjaar dienen de organisaties hun begroting voor het boekjaar in bij burgemeester en wethouders. 2.Uiterlijk 1 december van het jaar voorafgaand aan het boekjaar ontvangen de organisaties de subsidiebeschikking van burgemeester en wethouders. 3.Uiterlijk op 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar dienen de organisaties hun jaarrekening, voorzien van een accountansverklaring, in bij burgmeester en wethouders. 4.Uiterlijk op 1 november van het jaar volgend op het boekjaar stellen burgemeester en wethouders het subsidie over het boekjaar vast. 5.Indien de vaststelling van het subsidie leidt tot een nabetaling of terugvordering van het subsidie wordt dit door burgemeester en wethouders in het besluit tot subsidievaststelling vermeld. Artikel
  15. De subsidies worden jaarlijks door burgemeester en wethouders gecorrigeerd op basis van het CPB-indexcijfer overheidsconsumptie voor het betreffende jaar. Hoofdstuk10Overgangs- en slotbepalingen Artikel
  16. Deze verordening is niet van toepassing op subsidie die voor de inwerkingtreding van deze verordening verleend of vastgesteld is. Artikel
  17. Burgemeester en wethouders voorzien in die gevallen waarin deze verordening niet voorziet. Artikel
  18. Deze verordening kan worden aangehaald als de Kaderverordening welzijnssubsidies professionele organisaties. Artikel
  19. Deze verordening treedt in werking op 1 januari
  20. 11 december 2003 De gemeenteraad voornoemd, voorzittergriffier

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.