Verordening burgerinitiatief Brielle 2015De raad van de gemeente Brielle; gelezen het voorstel van de commissie bestuurlijke zaken en midelen van 24 november 2015; gelet op: artikel 149 van de gemeentewet; b e s l u i t: De Verordening burgerinitiatief Brielle 2015 vast te stellen. De verordening komt als volgt te luiden: Artikel1Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: burgerinitiatief: een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp of een voorstel op de agenda van de vergadering van de raad te plaatsen. college: college van burgemeester en wethouders van Brielle commissie: raadscommissie als bedoeld in art. 82 van de Gemeentewet raad: de gemeenteraad van Brielle Artikel2Geldigheid verzoek 1De raad plaatst een burgerinitiatief op de agenda van zijn vergadering, indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend. 2Een verzoek is niet ontvankelijk indien het: niet door ten minste 125 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5. Artikel3Initiatiefgerechtigden 1Initiatiefgerechtigd zijn alle stemgerechtigde ingezetenen, die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad, alsmede ingezetenen van de gemeente van veertien jaar en ouder, die met uitzondering van hun leeftijd, voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de gemeenteraad. 2Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigheid is voldaan, is de situatie op de dag van indiening van verzoek bepalend. Artikel4Onderwerp 1.Een burgerinitiatief kan geen betrekking hebben op: een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad; een vraag over het gemeentelijk beleid; een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht ; een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur, of een onderwerp waarover de raad in de afgelopen raadsperiode al een besluit heeft genomen, tenzij nieuwe argumenten tot een nieuwe afweging zouden kunnen leiden. 2.Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur, zal door de raad, eventueel vergezeld van zijn advies, worden doorgezonden naar het college of naar de burgemeester in de hoedanigheid van portefeuillehouder. Artikel5Voorwaarden 1.Lid 1 Het burgerinitiatief wordt schriftelijk ingediend bij de burgemeester, als voorzitter van de raad. Het burgerinitiatief wordt ondersteund door ten minste 125 ingezetenen van veertien jaar en ouder. De ondersteuning bedoeld in het vorige lid blijkt uit ondertekening door de ingezetene van een aan het burgerinitiatief gehechte lijst. Een ondertekening als bedoeld in het vorige lid is pas geldig als naast de handtekening tevens de voor- en achternaam, het adres en de geboortedatum van de ingezetene worden vermeld. 2.Lid 2 Het burgerinitiatief bevat een voorstel aan de raad voor een door de raad te nemen besluit, voorzien van een toelichting. Indien uit de realisering van het burgerinitiatief kosten voortvloeien, wordt daarvan een globale raming gegeven. Het burgerinitiatief vermeldt de voor- en achternaam, het adres en de geboortedatum van minimaal één en maximaal drie ingezetenen die als vertegenwoordigers van het burgerinitiatief optreden. Artikel6Agendering 1.De voorzitter van de raad bericht binnen twee weken na ontvangst van een burgerinitiatief of het burgerinitiatief voldoet aan de eisen bedoeld in de artikelen 4 en 5 en of sprake is van eventuele uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 3. 2.Indien een burgerinitiatief niet voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 4 en 5, stelt de voorzitter van de raad de vertegenwoordigers gedurende een termijn van ten hoogste vier weken in de gelegenheid om de vastgestelde gebreken te herstellen. 3.De voorzitter van de raad doet van een besluit als bedoeld in het vorige lid schriftelijk mededeling aan de vertegenwoordigers en aan de raad. 4.De termijn bedoeld in het tweede lid vangt aan met ingang van de datum van dagtekening van de schriftelijke mededeling bedoeld in het derde lid. Artikel7 1.De raad beslist in zijn eerstvolgende vergadering na ontvangst van het advies van de voorzitter van de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, over de behandeling van het burgerinitiatief. 2. Indien de raad het burgerinitiatief in behandeling neemt, stelt hij tegelijkertijd vast of gebruik wordt gemaakt van een van de mogelijkheden genoemd in het derde en het vierde lid van dit artikel en in welke raadsvergadering besluitvorming over het burgerinitiatief zal plaatsvinden. 3.De raad kan een burgerinitiatief om advies voorleggen aan het college. Hij stelt daarbij een termijn vast, waarbinnen dit advies moet zijn uitgebracht. 4.De raad kan besluiten om over een burgerinitiatief het advies in te winnen van een commissie. Hij stelt daarbij een termijn vast waarbinnen dit advies moet zijn uitgebracht. 5.Beraadslaging en besluitvorming over een burgerinitiatief vindt plaats binnen acht weken nadat de raad heeft besloten om het burgerinitiatief in behandeling te nemen. Deze termijn kan ten hoogste eenmaal met vier weken gemotiveerd worden verlengd. 6.Indien een burgerinitiatief wordt ingediend in de maanden juli of augustus kunnen de termijnen genoemd in het vijfde lid, met acht respectievelijk vier weken worden verlengd. Artikel8 1.De voorzitter van de raad stelt een of meer van de vertegenwoordigers bedoeld in artikel 5 lid 2 sub 3 in de gelegenheid het burgerinitiatief toe te lichten in de raadsvergadering, waarin de beraadslaging over het burgerinitiatief plaatsvindt en eventuele vragen uit de raad te beantwoorden. 2.De voorzitter van de raad kan een of meer van de vertegenwoordigers bedoeld in artikel 5 lid 2 sub 3 toestemming geven om deel te nemen aan de beraadslaging in de raad over het burgerinitiatief. 3.Indien de raad toepassing heeft gegeven aan artikel 7, vierde lid, zijn het eerste en het tweede lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing. Artikel9 1.De raad stelt de vertegenwoordigers bedoeld in artikel 5, lid 2 sub 3 binnen twee weken na de datum van de raadsvergadering, waarin besluitvorming over het burgerinitiatief heeft plaatsgevonden, schriftelijk in kennis van zijn besluit. Indien de raad geheel of gedeeltelijk afwijkt van het burgerinitiatief, geeft hij de redenen daarvoor aan. 2.ndien de raad geheel of gedeeltelijk overeenkomstig het burgerinitiatief besluit, deelt het college de vertegenwoordigers binnen twee weken na de raadsvergadering als bedoeld in het eerste lid van dit artikel mede wanneer met de uitvoering van het raadsbesluit zal worden gestart, bij welke medewerker van de gemeente Brielle de vertegenwoordigers nadere inlichtingen kunnen inwinnen en wat de duur van de uitvoering zal zijn. Artikel10 Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking daarvan Artikel11 1Lid 1. De ‘Regeling burgerinitiatief gemeente Brielle’ vastgesteld op 10 juni 2003 wordt ingetrokken. 2Lid 2. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening burgerinitiatief Brielle 2015’ en treedt in werking op de dag na de bekendmaking daarvan. Aldus besloten door de gemeenteraad van Brielle in de openbare vergadering van 8 december 2015,de griffier, L.C.M. van Steijnde voorzitter, G.G.J. RensenToelichting 1. Inleiding Het burgerinitiatief is bedoeld als verbindingsschakel tussen de representatieve en de participatieve democratie. De directe invloed van burgers versterkt de (legitimiteit van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.