← Nederland

Verordening Wet inburgering (Veendam)

Verordening Wet inburgering gemeente Veendam Nummer 299/MZ De raad van de gemeente Veendam; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 25 mei 2010; Overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het aan bieden van een inburgeringsvoorziening aan bijzondere inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld, alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd; gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 19a, eerste lid, 23, derde lid, 24a, vijfde lid, 24f en 35 van de Wet inburgering en artikel 4.27, derde lid, van het Besluit inburgering en de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende: Verordening Wet inburgering luidende als volgt: Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking Artikel1Begripsomschrijvingen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam; de wet: de Wet inburgering; voorziening: een (duale) inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. 2.De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze verordening worden gebruikt. Artikel2De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars 1.Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot de voorzieningen. 2.Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars in ieder geval gebruik van de volgende middelen: De gemeentelijke website; Het Steunpunt Migranten bij Compaen; De Voorpost gezondheid en zorg Veendam; De gemeentewinke;l Het loket Sociale zaken en Werkgelegenheid; WMO-lokaal; Het verzorgen van publicaties op de gemeentelijke informatiepagina; Het verzorgen en beschikbaar stellen van informatiemateriaal; Persoonlijk aanschrijven inburgeraar. 3.Het college beoordeelt tenminste eens in de 4 jaren de doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars en rapporteert daarover aan de raad. Hoofdstuk2Het vaststellen van een voorziening aan inburgeringsplichtigen Artikel3Aanwijzen van de doelgroepen Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waarvoor hij bij voorrang een voorziening kan vaststellen op basis van de volgende criteria: De mate van (arbeids)participatie. Artikel4De samenstelling van de voorziening 1.Het college stemt de voorziening, met uitzondering van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige. 2.Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd. 3.Een voorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende onderdelen bevatten: arbeidstraining; beroepsgerichte scholing of training; loopbaantraining en –begeleiding; stagebemiddeling en –begeleiding; taalondersteuning d.m.v. taalstages of taalcoaches; alfabetisering; sociale activering; opvoedingsondersteuning; buitenschoolse activiteiten; op emancipatie gerichte activiteiten; trajectbegeleiding. Artikel5De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget 1.Het college behandelt het verzoek van de inburgeringsplichtige om in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op basis van: a.een door de inburgeringsplichtige ingediend voorstel van een persoonlijk (duaal) inburgeringsplan b.een begeleidend advies van de inburgeringsconsulent c.een bereidverklaring van de inburgeringsplichtige tot het sluiten van een overeenkomst met gemeente en aanbieder 2.Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het uitvoeren van het ingediende persoonlijk (duaal) inburgeringsplan goed, indien dit naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II, danwel naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2, en wordt verzorgd door een aanbieder inburgering en/of re-integratie die staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en die in NT2-scholing voorziet door de inzet van een daartoe bevoegde docent resp. bevoegde docenten. 3.Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluit de inburgeringsplichtige een overeenkomst met de gemeente en het inburgeringbedrijf, waarin tevens de betalingsregeling is vastgelegd Artikel6De inning van de eigen bijdrage De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt in principe is 6 termijnen, maar waar dat voor de inburgeringsplichtige aantoonbaar ondoenlijk is in ten hoogste 12 termijnen betaald. Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de voorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd. Inburgeringsplichtigen die hebben deelgenomen aan het (inburgerings) examen dat deel uitmaakt van het door het college vastgestelde inburgeringstraject en daarvoor zijn geslaagd komen in aanmerking voor een waarderingsbonus De hoogte van de waarderingsbonus komt overeen met 30 % van de eigen bijdrage als bedoeld in artikel 23, tweede lid van de wet Inburgeringsplichtigen met een (gezins)inkomen van minder dan 115 % van de geldende bijstandsnorm hebben recht op kwijtschelding van 70 % van de eigen bijdrage. Voor het resterende te betalen deel van de eigen bijdrage blijft artikel 6, eerste lid van kracht. Een inburgeringsplichtige die een gedeeltelijke kwijtschelding van de eigen bijdrage, zoals genoemd in artikel 6, vijfde lid heeft verkregen, blijft in aanmerking komen voor de volledige waarderingsbonus, zoals aangegeven onder lid drie en lid vier van dit artikel. Artikel7Opleggen van verplichtingen Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer van de volgende verplichtingen opleggen: het deelnemen aan de voorziening; het deelnemen aan noodzakelijk geachte toetsen het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider; het deelnemen aan voortgangsgesprekken; voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip dat door het college wordt bepaald; het melden van ziekte dan wel andere relevante omstandigheden waardoor niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan; Artikel8De inhoud van de beschikking Het besluit tot vaststelling van de voorziening bevat in ieder geval: een beschrijving van de voorziening; een opgave van de rechten en verplichtingen van de inburgeringsplichtige; de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald; de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage; en ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet, aanvangt. Artikel9Verlening van ontheffingen Het college kan een inburgeringsplichtige, op grond van artikel 6 en artikel 31, tweede lid onder c, van de wet in de volgende gevallen ontheffing verlenen van de vastgestelde inburgeringsplicht: vanwege medische gronden: op basis van aantoonbare psychische of lichamelijke belemmeringen of een verstandelijke handicap. Ontheffing op medische gronden ontslaat de inburgeringsplichtige van (verdere) deelname aan een verplichte inburgeringsvoorziening en het inburgeringsexamen of een daarmee gelijkgesteld examen. vanwege onvermogen: op basis van een tekort aan leervaardigheden of leervermogen. Ontheffing vanwege onvermogen wordt eerst verleend na aantoonbaar geleverde inspanningen om aan de inburgeringsplicht te voldoen en niet eerder dan 6 maanden voor het verstrijken van de voor de inburgeringsplichtige geldende inburgeringstermijn. Het college neemt het besluit tot ontheffing op grond van een daartoe door de inburgeringsplichtige ingediend verzoek en een door de inburgeringsconsulent opgesteld rapport. Het college deelt het besluit tot ontheffing in een beschikking aan betrokkene mee. De inburgeringsplichtige kan bezwaar en beroep instellen tegen een beschikking waarin het college geen ontheffing van de inburgeringsplicht verleend Hoofdstuk3.De bestuurlijke boete Artikel10De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen 1.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet. 2.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 8 van deze verordening. 3.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. Artikel11Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding 1.De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 2.De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 3.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1000 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. Artikel12Afstemming van de bestuurlijke boete 1.Er wordt geen bestuurlijke boete, zoals bedoeld in artikel 10 en 11 van deze verordening, opgelegd voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten 2.De hoogte van de bestuurlijke boete bedoeld in artikel 10 en 11 van deze verordening wordt afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. 3.Bij de afstemming bedoeld in het tweede lid wordt zo nodig rekening gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding heeft plaats gevonden. 4.De hoogte van de volgens artikel 11 opgelegde boete bij herhaling van de overtreding zal 125 % bedragen van de volgens artikel 10 opgelegde boete, tenzij daarmee het in artikel 11 genoemde maximum bedrag wordt overschreden. In dat geval zal het maximum bedrag gelden. 5.De bestuurlijke boete en de hoogte daarvan zullen worden afgestemd op overige regelgeving ie op hetzelfde moment van kracht en van toepassing is en zullen niet strijdig zijn met de daarin geldende bepalingen. Hoofdstuk4.Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige inburgeraars Artikel13Aanwijzen van de doelgroepen Het college wijst de groepen vrijwillige inburgeraars aan waaraan hij bij voorrang een voorziening kan aanbieden op basis van de volgende criteria: a.Mate van (arbeids)participatie Artikel14De samenstelling van de voorziening 1.Het college bepaalt in overleg met de vrijwillige inburgeraar, uitgezonderd geestelijke bedienaren, de samenstelling van de voorziening. De voorziening wordt afgestemd op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de vrijwillige inburgeraar. 2.Een voorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende onderdelen bevatten: arbeidstraining beroepsgerichte scholing of training loopbaantraining en –begeleiding stagebemiddeling en –begeleiding taalondersteuning d.m.v. taalstages of taalcoaches alfabetisering sociale activering opvoedingsondersteuning buitenschoolse activiteiten op emancipatie gerichte activiteiten trajectbegeleiding Artikel15De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget 1.Het college behandelt het verzoek van de vrijwillig inburgeraar om in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op basis van: a. een door de vrijwillig inburgeraar ingediend voorstel van een persoonlijk duaal inburgeringsplan b. een begeleidend advies van de inburgeringsconsulent c. een bereidverklaring van de vrijwillig inburgeraar tot het sluiten van een overeenkomst met gemeente en aanbieder 2.Het college keurt het voorstel van de vrijwillig inburgeraar voor het uitvoeren van het ingediende persoonlijk duaal inburgeringsplan goed, indien dit naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; danwel naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2; en wordt verzorgd door een aanbieder inburgering en/of re-integratie die staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en die in NT2-scholing voorziet door de inzet van een daartoe bevoegd docent resp. daartoe bevoegde docenten. Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluit de vrijwillig inburgeraar een overeenkomst met de gemeente en het inburgeringsbedrijf, waarin tevens de betalingsregeling is vastgelegd. Artikel16Geen eigen bijdrage De vrijwillige inburgeraar is geen eigen bijdrage als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet verschuldigd. Artikel17Opleggen van verplichtingen Het college kan in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet een of meer van de volgende verplichtingen opnemen: het deelnemen aan de voorziening; het deelnemen aan noodzakelijk geachte toetsen het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider; het deelnemen aan voortgangsgesprekken; voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip dat in de overeenkomst wordt neergelegd; het melden van ziekte dan wel andere relevante omstandigheden waardoor niet aan de verplichtingen in de overeenkomst kan worden voldaan; Artikel18De inhoud van de overeenkomst De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van wet bevat in ieder geval: een beschrijving van de voorziening; een opgave van de rechten en verplichtingen van de vrijwillige inburgeraar; de datum waarop aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II moet zijn deelgenomen; de sancties die kunnen worden toegepast wanneer de verplichtingen niet worden nagekomen Artikel19Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd in de overeenkomst niet of in onvoldoende nakomt, kan het college hem de volgende sancties opleggen: een bestuurlijke boete overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 10, 11 en 12 voor inburgeringsplichtigen gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de door de gemeente gemaakte kosten voor de aan de vrijwillige inburgeraar aangeboden voorziening tot maximaal de hoogte van de geldende bestuurlijke boetes. Artikel20Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige inburgeraar Het college stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Hoofdstuk5.Slotbepalingen Artikel21Intrekking oude verordening Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening zal de Verordening Wet Inburgering Gemeente Veendam 2009, van 28 september 2009, nummer 497/MZ, worden ingetrokken. Artikel22Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking Artikel23Citeertitel De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering gemeente Veendam 2010 Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Veendam op d.d. 5 juli 2010.Voorzitter, A.Meijerman Griffier,R. Brekveld

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.