Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2009VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN HONDENBELASTING 2009 Belastbaar feit Artikel1 Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente. Belastingplicht Artikel2 1.Belastingplichtig is de houder van een hond. 2.Als houder wordt aangemerkt degene die, onder welke titel dan ook, een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3.Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. 4.Als houder wordt tevens aangemerkt hij, voor wiens rekening een hond wordt verzorgd in een inrichting, waarin bedrijfsmatig dieren worden verzorgd. Maatstaf van heffing en tarief Artikel3 1.De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. 2.De belasting bedraagt per belastingjaar: voor een eerste hond € 108,72 voor een tweede en volgende hond € 217,44 3.In afwijking van de voorgaande leden bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op Kynologisch gebied in Nederland, € 434,88 per kennel. Belastingjaar Artikel4 Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Aangifte Artikel5 De belastingplichtige is gehouden de uitnodiging tot het doen van aangifte binnen twee weken na dagtekening te retourneren. Wijze van heffing Artikel6 De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Ontstaan van de belastingschuld en bepalingen omtrent aanvang en einde van de belastingplicht in de loop van het belastingjaar Artikel7 1.De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, wordt op schriftelijke aanvraag ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Voor een hond, gehouden ter vervanging van een andere hond, waarvoor over hetzelfde belastingjaar een aanslag is opgelegd, is over hetzelfde belastingjaar geen belasting verschuldigd tenzij voor laatstbedoelde hond ontheffing conform lid 3 is verleend. Vrijstellingen Artikel8 De belasting wordt niet geheven voor honden: die jonger zijn dan zes maanden, voor zover zij gelijktijdig met de moederhond door dezelfde persoon worden gehouden; die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden; die gehouden worden door de gemeente ten behoeve van haar diensten en bedrijven; waarvan de houder in het bezit is van een geldig diploma der Koninklijke Nederlandse Politiehonden Vereniging en die op aanvraag ter beschikking van de politie worden gesteld; waarvan de houder minder dan vier weken per kalenderjaar in de gemeente verblijf houdt; die, behoudens het bepaalde in artikel 2, lid 4, verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.