In het artikel 1, lid 2, stond dat de gemeenteraad gebieden kon aanwijzen die als exploitatiegebied zullen gelden. Indien de exploitatie geschiedt op initiatief van de gemeente (afdeling II van de verordening), dan maakt de aanduiding van het exploitatiegebied onderdeel uit van het door de gemeenteraad vast te stellen kostenverhaalbesluit. In het geval de exploitatie geschiedt op initiatief van de exploitant (afdeling III van de verordening), dan geschiedt de vaststelling van de aanduiding van het exploitatiegebied door burgemeester en wethouders. Afhankelijk van de situatie wordt het exploitatiegebied dus vastgesteld door de raad dan wel burgemeester en wethouders. Het bepaalde in lid twee komt daarmee te vervallen. Wijziging 2. In artikel 6, derde lid wordt "door burgemeester en wethouders"vervangen door "in de kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5".
, derde lid, luidde als volgt: "Ingeval de toerekening op basis van m² grondoppervlakte onvoldoende uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen verschillen in toerekening van baat, geschiedt de toerekening op basis van een nader door burgmeester en wethouders te bepalen grondslag die voorziet in de aanwezige verschillen in baat". De te hanteren omslagmethode maakt onderdeel uit van de kostenbegroting (zie artikel 5, eerste lid onder 3). Om die reden kan in artikel 6, derde lid, worden volstaan met aan te geven dat een omslagmethode, anders dan de grondoppervlaktemethode, in de kostenbegroting wordt vermeld. In artikel 6, derde lid wordt daarom "door burgemeester en wethouders"vervangen door "in de kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5". Wijziging 3. Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede lid wordt vervangen door: "Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst nadat een kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5, is vastgesteld. 2. In het vierde lid onder b wordt f. 10,00 vervangen door vervangen door € 1,00 ????.
, lid 2, luidde als volgt: "De gemeenteraad besluit tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst, na vaststelling van een kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5."Op grond van artikel 160, eerste lid onder e van de Gemeentewet (na invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur) berust de bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij burgemeester en wethouders. Als gevolg van de invoering van de euro is de in artikel 7, vierde lid onder b genoemde proforma aanneemsom vervangen door € 1.
Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur berust de bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij burgemeester en wethouders. Om die reden is dan ook bepaald dat aanvragen om medewerking dienen worden gericht aan burgemeester en wethouders, alsmede dat door burgemeester en wethouders op de aanvraag wordt beslist. Voorts is, ter verduidelijking, in het derde lid bepaald dat door burgemeester en wethouders een kostenbegroting en de daarmee verband houdende aanduiding van het exploitatiegebied voorafgaand aan het aangaan van een overeenkomst wordt vastgesteld en aan de exploitant (i.c. de aanvrager) bekend wordt gemaakt. De bekendmakingseis zoals opgenomen in artikel 139 Gemeentewet is in dit kader, nu er geen sprake is van een kostenverhaalbesluit, niet van toepassing. Aanvankelijk stond in het derde lid dat er alleen en zo nauwkeurig mogelijke raming van de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut zou worden verstrekt. Wijziging
luidde als volgt: "De gemeenteraad verleent slechts medewerking aan het op verzoek van de exploitant in exploitatie brengen van de gronden krachtens een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7". Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur berust de bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij burgemeester en wethouders. Ter verduidelijking is in het eerste lid bepaald dat een overeenkomst eerst kan worden aangegaan, nadat burgemeester en wethouders een kostenbegroting en de aanduiding van het exploitatiegebied hebben vastgesteld. De vastgestelde kostenbegroting en de aanduiding van het exploitatiegebied worden aan de exploitant bekendgemaakt. Omdat er sprake is van een kostenverhaalsbesluit, is de bekendmakingseis zoals opgenomen in artikel 139 Gemeentewet, niet van toepassing. De kostenbegroting kan derhalve onderdeel uitmaken van een kostenverhaalsbesluit, in welk geval de vaststelling van die begroting geschiedt door de gemeenteraad. Indien er sprake is van een aanvraag (in welke situatie dus geen kostenverhaalsbesluit is genomen), geschiedt de vaststelling van de kostenbegroting en de aanduiding van het exploitatiegebied door burgemeester en wethouders Artikel 10, lid 2 onder a luidde als volgt: "De medewerking behoeft niet te worden verleend indien de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied waarvoor een bestemmingsplan geldt". Door toevoeging "gericht op de voorgenomen exploitatie van gronden"wordt deze weigeringsgrond verduidelijkt. Duidelijk is dat een weigering medewerking te verlenen aan de orde is indien de door de exploitant voorgenomen exploitatie niet past binnen een geldend bestemmingsplan. Wijziging 6. Artikel 13 vervalt.
luidde als volgt: "De bepalingen van deze verordening vinden, voorzover mogelijk, overeenkomstig toepassing bij de kostprijsberekening van de door de gemeente in exploitatie te brengen gronden:". In de praktijk is gebleken dat er weinig behoefte bestaat aan de handhaving van artikel
In artikel 14 was aanvankelijk bepaald dat bepaalde raadsbevoegdheden die voortvloeien uit de uitvoering van de exploitatieverordening, door de raad konden worden overgedragen aan burgemeester en wethouders. Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur komt de noodzaak tot het handhaven van dit artikel te vervallen. Opgemerkt wordt dat de vaststelling van een kostenverhaalsbesluit is voorbehouden aan de gemeenteraad, nu dit besluit tevens de functie heeft van een "bekostigingsbesluit"zoals bedoeld in artikel 222, tweede lid van de Gemeentewet. De bevoegdheid tot vaststelling van een bekostigingsbesluit is ook na de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur voorbehouden aan de gemeenteraad. Wijziging 8. In artikel 13, tweede lid, (na vernummering) wordt na "voltooid toegevoegd: "met dien verstande dat, voorzover van belang in afwijking van de Exploitatieverordening gemeente Bernheze 1995, het aangaan van overeenkomsten geschiedt door burgemeester en wethouders". In artikel 13, derde lid (na vernummering) wordt na "voltooid"toegevoegd: "en, voorzover van belang in afwijking van de Exploitaiteverordening gemeente Bernheze 1995, het aangaan van overeenkomsten geschiedt door burgemeester en wethouders".
Als gevolg van het vervallen van de artikelen 13 en 14 heeft vernummering plaatsgevonden. In artikel 13, tweede en derde lid (na vernummering) is bepaald in welke gevallen de voorheen geldende exploitatieverordening van toepassing is. Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur berust de bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij burgmeester en wethouders. In het tweede en derde lid is dienaangaande bepaald dat, voorzover van belang in afwijking van de voorheen geldende exploitatieverordening, het aangaan van overeenkomsten in alle gevallen is voorbehouden aan burgemeester en wethouders.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.