Organisatiebesluit gemeente Someren 2008Het college van de gemeente Someren; Gezien het voorstel d.d. 11 februari 2008; Overwegende dat: de ambtelijke organisatie per 1 april 2007 werkt volgens het directiemodel waarvan de structuur is uitgewerkt in het Eindrapport Organisatie Ontwikkelingstraject Gemeente Someren; in het hiervoor genoemde Eindrapport de uitgangspunten zijn opgenomen voor de wijze waarop de organisatie zal werken en welke verdeling van taken en bevoegdheden hierbij wordt gehanteerd; de structuurwijziging en de daaraan gekoppelde uitgangpunten verankerd dienen te worden in het Organisatiebesluit; het huidige Organisatiebesluit dateert van november 2003 en gebaseerd is op de indeling van de organisatie tot 1 april 2007 volgens het sectorenmodel; het Organisatiebesluit een geheeld dient te vormen met de vast te stellen mandaatregeling, budgetregeling en controlestatuut. Gelet op artikel 160, lid 1 onder c van de Gemeentewet en de artikelen 5, 14 en 26 van de Financiële verordening gemeente Someren; BESLUIT: vast te stellen het navolgende Organisatiebesluit: Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit besluit wordt verstaan onder: de organisatie: de ambtelijke organisatie van de gemeente Someren, met uitzondering van de functie van griffier; afdeling: de organisatorische eenheid binnen de organisatie zoals die op grond van dit besluit is vastgesteld; team: een groep medewerkers uit een afdeling die functioneel met elkaar samenhangende producten leveren en als zodanig geen afzonderlijke organisatorische eenheid zijn; bestuursopdracht: de opdracht van het college of de burgemeester tot het leveren van producten binnen een vooraf vastgesteld bestuurlijk kader van uitgangspunten en voorwaarden; integraal management: met inachtneming van de vastgestelde kaders, de zorg en de verantwoordelijkheid voor consequenties op het gebied van personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering en huisvesting (PIOFAH-taken) van een afdeling; afdelingsplan: een omschrijving van de doelstellingen en activiteiten van een afdeling en de daarvoor in te zetten middelen, resulterend in te leveren producten; concernplan: het op basis van de afdelingsplannen samengestelde organisatiebrede plan voor enig jaar waarin de samenhang met het collegeprogramma tot uiting komt; projectplan: een omschrijving van de doelstellingen en activiteiten en de daarvoor in te zetten middelen voor het leveren van producten die projectmatig tot stand moeten komen; producten: de producten en daarbij behorende subproducten zoals opgenomen in de productenraming; medewerker: een ieder die binnen de organisatie van de gemeente Someren werkzaam is zonder onderscheid naar soort functie; juridische rechtmatigheid: het voldoen van beheershandelingen en de vastlegging daarvan aan gemeentelijke-, nationale - en Europese wet- en regelgeving. Paragraaf 1 De ambtelijke organisatie Artikel 2 Organisatorische eenheden De organisatie is ingedeeld volgens het directiemodel. Naast een tweehoofdige directie kent de organisatie als organisatorische eenheden afdelingen. De in het eerste lid bedoelde afdelingen zijn: afdeling Bedrijfsbureau; afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling; afdeling Realisatie, Beheer en Onderhoud; afdeling Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu; afdeling Burger & Bestuur. Onder directe verantwoordelijkheid van de directeur, en dus buiten de afdelingen, functioneert de stafeenheid Planning & Control. De plaats van de organisatorische eenheden binnen de organisatie is aangegeven in het bij dit besluit behorende organogram. Het college besluit tot wijzigingen in de structuur van de organisatie op basis van een advies van de directie. Naast de in de vorige leden genoemde eenheden vormt de vrijwillige brandweerorganisatie, voorzover de gemeente hierin nog een directe taak heeft, een bijzonder onderdeel van de organisatie. Artikel 3 Taakafbakeningen en algemene taken afdelingen De afdelingen kennen een taakverdeling op basis van de in de navolgende artikelen vermelde hoofdtaken, welke hoofdtaken verder onderverdeeld kunnen worden. Het college stelt indien nodig een nadere taakverdeling en -afbakening vast op voorstel van de directie. De afdelingen hebben ieder tot taak het leveren van de aan hen toegewezen producten. Ze leveren deze producten op de wijze zoals beschreven in het voor hen vastgestelde afdelingsplan. De taken van de stafeenheid Planning & Control, zoals omschreven in artikel 3f, kunnen nader worden afgebakend ten opzichte van de taken van de afdelingen in het algemeen en meer in het bijzonder de taken van de afdeling Bedrijfsbureau. Elke afdeling is primair verantwoordelijk voor de interne controle op de uitvoering van de toegewezen taken/producten. Hiertoe wordt zoveel als mogelijk een functiescheiding gerealiseerd binnen de afdeling. De organisatiebrede controle krijgt een nadere uitwerking in het Controlestatuut. Artikel 3a Hoofdtaken van de afdeling Bedrijfsbureau De hoofdtaken van de afdeling Bedrijfsbureau zijn: personeel en organisatie; informatie en automatisering; (financiële) bedrijfsvoering; facilitaire zaken en huisvesting. Bij de uitvoering van deze taken geeft de afdeling ondersteuning aan andere afdelingen. Artikel 3b Hoofdtaken van de afdeling Burgers en Bestuur hoofdtaken van de afdeling Burgers en Bestuur zijn: publiekszaken; communicatie; juridische zaken en (externe) veiligheid; belastingen. Artikel 3c Hoofdtaken van de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling hoofdtaken van de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling zijn: sociaal maatschappelijke aangelegenheden; welzijn. Artikel 3d Hoofdtaken van de afdeling Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu hoofdtaken van de afdeling Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu zijn: ruimtelijke ontwikkeling; bouwen; milieuzaken; (integrale) handhaving. Artikel 3e Hoofdtaken van de afdeling Realisatie, Beheer en Onderhoud hoofdtaken van de afdeling Realisatie, Beheer en Onderhoud zijn: civiele techniek; groen; verkeerszaken; beheer en onderhoud. Artikel 3f Hoofdtaken stafeenheid Planning & Control hoofdtaken van de stafeenheid Planning & Control zijn: organisatiebrede planning & control; beleids- en beheersinstrumentarium; administratieve organisatie; interne kwaliteitszorg, waaronder juridische kwaliteitszorg; veranderingsprocessen; doelmatigheidsonderzoeken. Artikel 4 Organisatie van de brandweer Voor de organisatie, het beheer en de taken van de gemeentelijke brandweer alsmede de bevoegdheden van de commandant brandweer geldt hetgeen bepaald is bij of krachtens de “Verordening brandveiligheid en hulpverlening”, het geldende “Gemeentelijk brandweerbeleidsplan” en de Instructie voor de commandant brandweer. Verder geldt hetgeen in het kader van de Veiligheidsregio is afgesproken en vastgelegd. Bij afwijkende bepalingen in een van deze documenten gaan deze uit boven de bepalingen in dit organisatiebesluit. Artikel 5 Structuur afdelingen Op basis van de hoofdtaken genoemd in de artikelen 3a tot en met 3e zijn de afdelingen al dan niet ingedeeld in teams. Binnen een afdeling kan de functie van seniormedewerker ingesteld worden. De directie kan de hoofdtaken en de toedeling daarvan aan afdelingen en taakvelden nader preciseren en daartoe aanwijzingen geven. Artikel 6 Directie/leiding dagelijks beheer De directeur (gemeentesecretaris) is eindverantwoordelijk voor het handelen van de gehele organisatie. De directeur vormt samen met de adjunct-directeur de directie. De directie heeft in ieder geval de navolgende taken: verantwoordelijk voor de planmatige lange termijn visie; opdrachtgever indien sprake is van afdelingsoverstijgende projecten; faciliteren van de organisatie; coördinatie, beleidsplanning en beleid op het gebied van de organisatie: eindverantwoordelijk voor het handelen van de gehele organisatie (zowel advisering als bedrijfsvoering); bewaken van de eenheid van leidinggeven en verantwoordelijk voor teambuilding; coördinatie bij afdelingsoverstijgende zaken; zorgdragen voor de doorontwikkeling van de organisatie en vernieuwingsprikkel; bewaken van de algehele kwaliteit van de gemeentelijke organisatie. De verantwoordelijkheid van de directie vindt zijn weerslag in het organisatieplan. Artikel 7 Mandatering Voor de uitoefening van één of meer van zijn bevoegdheden verleent het college mandaten (waaronder ook begrepen volmachten en/of machtigingen) aan de directeur, de adjunct-directeur, de afdelingshoofden en/of andere functionarissen binnen de ambtelijke organisatie. De mandaatverlening vindt plaats op basis van een daartoe door het college vast te stellen mandaatregeling. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat verantwoordelijkheid zo laag mogelijk in de organisatie wordt neergelegd. Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de burgemeester als bestuursorgaan. Paragraaf 2 Functies Artikel 8 Functies binnen de organisatie De organisatie kent de functies zoals deze zijn opgenomen in het geldende functieboek. Artikel 9 Directeur (secretaris) De directeur (gemeentesecretaris) is het hoofd van de ambtelijke organisatie. Hij/zij geeft leiding aan de ambtelijke organisatie en draagt de eindverantwoordelijkheid. De belangrijkste taken en verantwoordelijkheden van de directeur zijn: treedt op als secretaris van het college, zoals genoemd in de Gemeentewet; bestuurder in het kader van de Wet op de Ondernemingsraden; directe aansturing van de adjunct-directeur, stafeenheid Planning & Control en het hoofd Bedrijfsbureau; contacten met de Veiligheidsregio en de commandant Brandweer; contacten in het kader van de rampenbestrijding; De directeur ondersteunt in zijn rol van secretaris het college, de burgemeester en de collegeleden in de uitoefening van hun functie door de benodigde informatie te verzamelen en gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen over de onderwerpen waarmee zij zich bezighouden. De directeur bewaakt samen met de adjunct-directeur de vertaling en uitvoering van de door de bestuursorganen genomen besluiten. In aanvulling op hetgeen hiervoor bepaald is, geldt de specifieke functiebeschrijving zoals vastgesteld voor de functie van directeur. Artikel 10 Adjunct-directeur De adjunct-directeur ondersteunt de directeur in en is mede-verantwoordelijk voor: integraliteit van het gemeentelijk beleid en de gemeentelijke producten en diensten; ontwikkeling en uitvoering van de concernbrede bedrijfsvoering en de inzet van middelen; ontwikkeling en implementatie van planning, sturing en controlinstrumenten; de administratieve organisatie en het organiseren en bewaken van (werk)processen; Verder behoren tot de belangrijkste taken van de adjunct-directeur: directe aansturing van de hoofden van de afdelingen genoemd onder 3b tot en met 3e; verantwoordelijk voor de opzet en inrichting van tijdelijke projectorganisaties; In aanvulling op hetgeen hiervoor bepaald is, geldt de specifieke functiebeschrijving zoals vastgesteld voor de functie van adjunct-directeur. De adjunct directeur treedt bij de uitoefening van zijn taken in nauw overleg op met de directeur (secretaris). Artikel 11 Concerncontroller Onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het college en de ambtelijke aansturing en eindverantwoordelijkheid van de directeur draagt de concerncontroller onder andere de zorg voor: het ontwikkelen van en adviseren over de organisatiebrede (beleids)kaders en het zorg dragen voor organisatiebrede planning en control; het evalueren en sturen van de ontwikkeling van beleids- en beheersinstrumentarium van de organisatie; coördinatie bij het opstellen van bestuurs- en managementrapportages; het ontwikkelen en bewaken van kaders ten behoeve van de administratieve organisatie; het begeleiden van veranderingsprocessen op concernniveau; het coördineren en verrichten van doelmatigheidsonderzoeken; Buiten de in de aanhef van lid 1 bedoelde eindverantwoordelijkheid van de directeur, heeft de concerncontroller de bevoegdheid om rechtstreeks te rapporteren aan het college. De concerncontroller treedt bij de uitoefening van zijn taken in nauw overleg op met de directie en het hoofd Bedrijfsbureau. De concerncontroller wordt in de uitoefening van zijn taken ondersteund door de controllers. In aanvulling op hetgeen hiervoor bepaald is, geldt de specifieke functiebeschrijving zoals vastgesteld voor de functie van concerncontroller. Artikel 12 Afdelingshoofd Onder de verantwoordelijkheid van de directeur respectievelijk de adjunct-directeur draagt een afdelingshoofd met in achtneming van de gemeentebrede kaders de zorg voor de aan hem toebedeelde afdeling. Vanuit integraal management geeft hij/zij leiding aan de afdeling en is dientengevolge verantwoordelijk. Het afdelingshoofd vervult hierbij de generieke taken zoals in het functieboek vermeld bij de functiebeschrijving van afdelingshoofd, welke taken samenvattend en als belangrijkste het navolgende inhouden: vertalen van het strategisch beleid naar verdere uitvoering binnen de afdeling; verantwoordelijk voor de korte termijn planning (1 jaar); integraal verantwoordelijk voor de producten en processen van de afdeling: de kwaliteit van de producten en op het gebied van PIOFAH; betrokken bij het beleid waarvoor de afdeling verantwoordelijk is. Het afdelingshoofd draagt zorg voor de uitvoering van het personeelsbeleid binnen de door het college en/of de directie vastgestelde kaders. Voorzover niet anders besloten, heeft het afdelingshoofd hierbij mandaat om besluiten te nemen in relatie tot medewerkers van zijn/haar afdeling. Een afdelingshoofd draagt de zorg voor het toetsen van voorstellen die in opdracht van de algemeen directeur voor het college worden voorbereid, op: de tijdigheid, de juistheid en de volledigheid van de gegeven informatie; de juridische rechtmatigheid, de financiële rechtmatigheid, de doelmatigheid en doeltreffendheid, de aanwijzing van ambtenaren van de afdeling die de verantwoordelijkheid zullen dragen voor de uitvoering van de voorgestelde besluiten. De verantwoordelijkheid van het afdelingshoofd vindt zijn weerslag in het afdelingsplan. In aanvulling op hetgeen hiervoor bepaald is, geldt de specifieke functiebeschrijving zoals vastgesteld voor de functie van afdelingshoofd. Artikel 13 (Senior)medewerker De medewerker draagt onder verantwoordelijkheid van zijn/haar leidinggevende zorg voor de aan hem toegewezen taken en producten. De medewerker die het college heeft aangewezen tot seniormedewerker, draagt daarnaast onder verantwoordelijkheid van het afdelingshoofd zorg voor de coördinatie binnen de afdeling waarvoor hij/zij aangewezen is. De in het vorige lid bedoelde zorg bestaat uit: het fungeren als aanspreekpunt voor het afdelingshoofd en de medewerkers van het werkveld; het inhoudelijk afstemmen, plannen en verdelen van de werkzaamheden op het werkveld en het inhoudelijk bewaken van de voortgang ervan; het begeleiden van de medewerkers in de uitvoering van de werkzaamheden. De seniormedewerker heeft geen hiërarchische of functioneel leidinggevende bevoegdheid. Het college besluit tot het wel of niet instellen van een seniorfunctie op grond van de criteria zoals geformuleerd in de bij het functieboek behorende notitie “Uitgangspunten en begrippenkader functieboek gemeente Someren”. Deze bevoegdheid kan niet gemandateerd worden. Daarnaast kan er bij een functie sprake zijn van functioneel leidinggeven. Van functioneel leidinggeven is sprake indien hiertoe besloten wordt op grond van de criteria zoals opgenomen in de bij het functieboek behorende notitie “Uitgangspunten en begrippenkader functieboek gemeente Someren”. Een functioneel leidinggevende is op hoofdlijnen belast met werkverdeling, werkleiding, vraagbaak voor personele aangelegenheden en controle op kwaliteit en kwantiteit van de door de betreffende organisatie eenheid te leveren producten/diensten. Het college besluit tot het wel niet koppelen van functioneel leidinggeven aan een functie uit het functieboek. Deze bevoegdheid kan niet gemandateerd worden. Artikel 14 Projecten Het college bepaalt of sprake is van een project op basis van een advies van de directie. De directie wijst in samenspraak met de betrokken leidinggevende(n) een projectleider aan. In het projectplan worden de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de projectleider vastgelegd voorzover niet reeds geregeld. Artikel 15 Vervanging functionarissen De directeur en adjunct-directeur vervangen elkaar bij afwezigheid. De adjunct-directeur treedt in die situatie tevens op als loco-secretaris. De vervanging van de afdelingshoofden vindt plaats op basis van het hiertoe door de directie vast te stellen schema van vervanging. Hierin wordt tevens de vervanging van de directeur respectievelijk de adjunct-directeur geregeld voor het geval beiden tegelijkertijd afwezig zijn. Bij vervanging van de directeur treedt het vervangende afdelingshoofd in die situatie tevens op als loco-secretaris. Paragraaf 3 Overlegstructuur Artikel 16 Directieoverleg De directeur en de adjunct-directeur voeren een structureel overleg en worden daarin ondersteund door de concerncontroller. De directeur is voorzitter van het directieoverleg. Het directieoverleg heeft een coördinerende, voortgangsbewakende en besluitvormende functie. Artikel 17 Managementoverleg De directeur, de adjunct-directeur, de afdelingshoofden en de concerncontroller vormen het managementoverleg. De directeur is voorzitter van het managementoverleg. Het managementoverleg heeft een afstemmings- en adviesfunctie. Het managementoverleg heeft geen besluitvormende of beslissingsbevoegdheid. Artikel 18 Vergaderstructuur/-frequentie De vergaderstructuur en –frequentie wordt binnen de hiervoor bepaalde overlegstructuur in een afzonderlijk besluit van de directie vastgesteld, in overleg met het Managementoverleg. Artikel 19 Afdelingsoverleg Een afdelingshoofd draagt zorg voor periodiek overleg binnen zijn/haar afdeling. Paragraaf 4 Beleidsvoorbereiding Artikel 20 Bestuursopdrachten Voor aangelegenheden waarvoor het college of de burgemeester dit wenselijk acht, kan het/hij/zij ten behoeve van de beleidsvoorbereiding een bestuuropdracht geven. Een bestuursopdracht geeft het kader aan voor de inbreng van de ambtelijke organisatie bij het ontwikkelen van beleid. Het college of de burgemeester kunnen nadere regels vaststellen voor de inhoud van de bestuursopdracht. De directeur draagt de zorg voor uitvoering van bestuursopdrachten door de ambtelijke organisatie. Paragraaf 5 Slotbepalingen Artikel 21 Relatie met andere besluiten/regelingen Het bepaalde in dit Organisatiebesluit laat onverlet hetgeen eerder in het kader van het organisatieontwikkelingstraject is besloten en hiertoe is vastgelegd in een document. Daar waar het bepaalde in dit besluit afwijkt van hetgeen eerder besloten is, gaat het bepaalde in dit besluit voor. Artikel 22 Onvoorziene zaken Daar waar dit besluit niet in voorziet, beslist het college. Artikel 23 Citeertitel en inwerkingtreding Dit besluit kan worden aangehaald als Organisatiebesluit gemeente Someren
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.