Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongeren 2010VERORDENING TOESLAGEN- EN VERLAGINGEN WET INVESTEREN IN JONGEREN
- Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet investeren in jongeren en de Algemene wet bestuursrecht. 2.In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet investeren in jongeren; gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 28 van de wet; college: het college van burgemeester en wethouders; verzorgingsbehoevende: degene die is aangewezen op verzorging ter voorkoming van opname in een verpleeg- of verzorgingstehuis; ouder: de vader of moeder als bedoeld in respectievelijk de artikelen 1:197 en 1:198 van het Burgerlijk Wetboek Artikel2 De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor jongeren van 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen indien beide echtgenoten 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar zijn. Hoofdstuk2.Criteria voor het verhogen van de norm Artikel3- Toeslagen 1.De toeslag als bedoeld in artikel 30 eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 2.De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. 3.Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet beschouwd als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft : verzorgingsbehoevende die door belanghebbende worden verzorgd. meerderjarige kinderen met studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; meerderjarige kinderen met een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd. 4.In afwijking van lid 1 en 2 van dit artikel wordt geen toeslag als bedoeld in artikel 30, lid 1 van de wet verleend, indien die ander de niet-rechthebbende echtgenoot of daarmee gelijkgestelde is en algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt; Hoofdstuk3.Criteria voor het verlagen van de norm of toeslag. Artikel4Verlaging gehuwden. 1.De verlaging als bedoeld in artikel 31 van de wet bedraagt 5 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die een woning delen met één of meer anderen. 2.Het derde lid van artikel 3 is van overeenkomstige toepassing. Artikel5Verlaging woonsituatie. De verlaging als bedoeld in artikel 32 van de wet bedraagt: 20 procent van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor belanghebbende geen kosten van huur of hypotheeklasten verbonden zijn. 10 procent van de gehuwdennorm indien geen woning bewoond wordt. Artikel6Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar. De verlaging als bedoeld in artikel 34 van de wet bedraagt: 10 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 21 jaar betreft; 5 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 22 jaar betreft. Hoofdstuk4.Slotbepalingen Artikel7Uitvoering. De uitvoering van deze verordening berust bij het college van burgemeester en wethouders. Artikel8.Hardheidsclausule Door of namens het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jongere worden afgeweken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt Artikel9Citeertitel. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongeren
- Artikel10Inwerkingtreding. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober
- Aldus vastgesteld in de vergadering van de raadvan de gemeente Halderberge d.d. 30 september 2010 de griffier, de wnd. voorzitter, A. Koenen A.A.F.M. Wijnen
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.