← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van woonwagenrechten (Uden)

Verordening op de heffing en de invordering van woonwagenrechtenDe Raad van de gemeente Uden; gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 5 oktober 2010; gelet op artikel 156, tweede lid, onderdeel g en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t vast te stellen de Artikel1.Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: woonwagen : een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Woningwet; standplaats : een standplaats op een centrum als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h van de Woningwet; centrum : een complex van standplaatsen, als zodanig op grond van de Woonwagenwet, aangewezen door de gemeenteraad; maand : een kalendermaand; huurovereenkomst : de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats c.a. waarin de huurbepalingen voor de standplaats zijn geregeld. Artikel2.Belastbaar feit Onder de naam 'woonwagenrechten' wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen op een centrum, daaronder begrepen de diensten die met de standplaats verband houden. Artikel3.Belastingplicht Het recht, als bedoeld in artikel 2, wordt geheven van degene die de standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft wordt aangemerkt de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel4.Vrijstelling Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de standplaats een huurovereenkomst geldt. Artikel5.Maatstaf van heffing en tarief Artikel5.Maatstaf van heffing en tarief Het recht als bedoeld in artikel 2, bedraagt per standplaats per maand of gedeelte daarvan voor: woonwagensubcentrum Berkendonk € 117,93 woonwagensubcentrum Abdijlaan € 122,63 Artikel6.Wijze van heffing Het recht wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Artikel7.Ontstaan van de belastingschuld Het recht, als bedoeld in artikel 2, wordt verschuldigd op het moment dat een standplaats wordt ingenomen. Artikel8.Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet het recht worden betaald binnen 14 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel9.Kwijtschelding Bij de invordering van staangeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10.Nadere regels door het College van burgemeester en wethouders Het College van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van woonwagenrechten. Artikel11.Inwerkingtreding en citeerartikel De Verordening woonwagenrechten van 12 november 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening woonwagenrechten’. Vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2010.De Raad voornoemdde griffier de burgemeesterdrs. M.A.H. Heffels drs. H.A.G. Hellegers

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.