Verordening op de heffing en invoering van rioolrechten 2008De raad van de gemeente Westland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 september 2007, nr. 5.3.8, betreffende de vaststelling van de Verordening Rioolrechten voor 2008; gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet; gelezen het advies van de verzamelcommissie op 3 oktober 2007; besluit: De Verordening rioolrechten Westland 2008 vast te stellen. Artikel1Begripsomschrijvingen 1.Voor de toepassing van deze verordening wordt: a. onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater begrepen; b. onder afvalwater verstaan water en stoffen die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering; c. onder eigendom wordt verstaan een roerende of een onroerende zaak. 2.Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 3.Als roerende zaak wordt aangemerkt: a. een object, niet zijnde onroerend, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering; b. een gedeelte van een onder a bedoeld object dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt; c. een samenstel van twee of meer onder a bedoelde objecten of onder b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. Artikel2Belastbaar feit en belastingplicht 1.Onder de naam 'rioolrechten' worden geheven: a. een recht van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, en b. een recht van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2.Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3.Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. ingeval een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 1, derde lid, onder b - ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan. Artikel3Maatstaf van heffing 1.Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt geheven naar de waarde in het economische verkeer van het eigendom. 2.Ingeval het eigendom een onroerende zaak is, is de waarde in het economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt. 3.Ingeval voor het eigendom geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat eigendom bepaald met overeenkomstige toepassing van de artikelen 17 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken, naar de waarde die het eigendom op 1 januari 2007 heeft en naar de staat waarin het eigendom op 1 januari 2008 verkeert. 4.Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt geheven naar het aantal personen dat van het eigendom gebruik maakt. Artikel4Belastingtarieven 1.Het tarief van het recht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, is voor elke volle € 2.500,- van de heffingsmaatstaf: a. voor woningen € 0,42 b. voor niet-woningen € 0,46 met dien verstande dat per eigendom niet meer dan € 1.500,00 wordt geheven. 2.Het tarief van het recht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, is voor een eigendom dat wordt gebruikt door: a. een particulier huishouden, bestaande uit: 1o. één persoon € 93,00 2o. twee personen € 104,04 3o. drie of meer personen € 115,20 b. niet-particulieren € 115,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.