Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2010De raad van de gemeente Bunschoten; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: “Verordening op de heffing en de invordering van een toeristenbelasting 2010” Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden; vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan. Artikel 2 Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam "toeristenbelasting" een directe belasting geheven. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven terzake van het verblijf: door degene, die: als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij terzake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting verschuldigd is. Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing De belasting ter zake van verblijf in een mobiel kampeeronderkomen of stacaravan op een vaste standplaats dan wel in een vakantie-onderkomen, bedraagt in afwijking van artikel 8, per kampeeronderkomen of stacaravan dan wel vakantie-onderkomen dat geschikt is voor gebruik en gebruikt mag worden gedurende: de periode 15 maart tot en met 31 oktober: 3 x 50 x het in artikel 8 genoemde tarief = € 64,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.