verordening voor de bekostiging en de besteding van gelden voor kunstopdrachten en kunstbeheer in de gemeente LandgraafDe raad der gemeente L a n d g r a a f gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 maart 1993; gezien het advies van de Culturele Raad Landgraaf van 21 september 1992; gehoord de commissie Grondgebiedszaken d.d. 15 maart 1993, de commissie Welzijnszaken d.d. 16 maart 1993; gelet op het bepaalde ter zake in de gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening voor de bekostiging en de besteding van gelden voor kunstopdrachten en kunstbeheer in de gemeente Landgraaf. Artikel1 Voor de toepassing van deze verordening wordt onder kunstopdrachten en kunstbeheer verstaan het van gemeentewege aankopen of laten vervaardigen van kunstwerken, het onderhouden en het beheren van het gemeentelijk kunstbezit, alsmede al datgene dat in het kader van kunstopdrachten en kunstbeheer door burgemeester en wethouders noodzakelijk wordt geacht. Artikel2 Voor de bekostiging en de besteding van gelden voor kunstopdrachten en kunstbeheer wordt een fonds gevormd, dat onder de naam kunstfonds in de gemeentebegroting wordt opgenomen. Artikel3 De voeding van het kunstfonds bestaat uit: subsidieverstrekking aan de gemeente voor kunstopdrachten en/of kunstbeheer door de rijksoverheid, de provinciale overheid of de euregionale overheid; bijdragen van derden (giften, donaties en dergelijke) aan de gemeente voor kunstopdrachten en/of kunstbeheer; rentebijschrijving; storting van percentagegelden. Artikel4 De onder artikel 3 bedoelde storting van percentagegelden omvat: Voor gemeentelijke gebouwen en scholen voor het speciaal- en openbaar basisonderwijs. Bij nieuwbouw: 2% van de werkelijke kosten bij stichtingskosten tot € 45.378,02; 1,5% van de werkelijke kosten bij stichtingskosten van € 45.378,02 tot € 453.780,22; 1% van de werkelijke kosten bij stichtingskosten van € 453.780,22 of meer. Bij verbouw of modernisering: 1,5% wanneer de werkelijke kosten een bedrag van € 45.378,02 tot € 453.780,22 belopen; 1% wanneer de werkelijke kosten een bedrag van € 453.780,22 of meer belopen. Voor niet-gemeentelijke gebouwen, waarin door de gemeente in de stichtingskosten wordt geparticipeerd: 1,5% van het gemeentelijk aandeel in de werkelijke kosten van € 45.378,02 tot € 453.780,22; 1% van het gemeentelijk aandeel in de werkelijke kosten bij stichtingskosten van € 453.780,22 of meer. Voor stratenplannen, 1% van de werkelijke bouwkosten. Voor nieuwe verkeerswegen, niet zijnde opgenomen in stratenplannen en met uitzondering van verkeersinstallaties, 1% van de werkelijke kosten die meer bedragen dan € 453.780,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.