Bezoldigingsverordening gemeente Lingewaal 2002Bezoldigingsverordening gemeente Lingewaal 2002 Hoofdstuk1Begripsbepalingen Artikel1Begripsbepalingen aambtenaar: de ambtenaar in de zin van de CAR; de werknemer als bedoeld in artikel 2:5:1 van de CAR; bsalaris:het salaris als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder b van de CAR; cuurloon:het uurloon als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder o van de CAR; dschaal:de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder a van de CAR, opgenomen in bijlage II en IIa van die regeling; emaximumsalaris:het hoogste bedrag van een salarisschaal; fbezoldiging:de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder c van de CAR; gbetrekking:de betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder b van de CAR; hconversie:de vertaling van de gevonden rangorde naar salarisschalen; ivolledige betrekking:de volledige betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder k van de CAR; joverwerk:het overwerk als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder l van de CAR. Hoofdstuk2Salaris Artikel2Recht op salaris 1Het recht op salaris vangt aan met de dag waarop de aanstelling van de ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, vangt het recht op salaris aan met de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden. 2Het recht op salaris eindigt, in geval van ontslag, met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat. Artikel3Gebroken tijdvakken Wanneer het salaris of een toelage moet worden berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand. Artikel4Onvolledige betrekking 1Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden bij een volledige betrekking. 2De toelage als bedoeld in de artikelen 13, 14 en 15 van deze verordening wordt voor de ambtenaar vastgesteld op een evenredig deel van de toelage die voor hem zou gelden bij een volledige betrekking. Artikel5Salarisbedragen De salarissen van de ambtenaren wier salaris niet bij of krachtens wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de salarisschalen zoals opgenomen in bijlage II of bijlage IIa van de CAR. Artikel6 1De toepassing van bijlage II dan wel bijlage IIa van de CAR vindt plaats conform hetgeen is bepaald in artikel 3:1, derde tot en met vijfde lid van de CAR. 2Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de resultaten van een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde conversie de voor de ambtenaar geldende salarisschaal, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet. 3Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode. 4Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare arbeid, dan wel bij wijze van disciplinaire straf als bedoeld in de CAR, kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal. Artikel7Periodieke verhoging van het salaris 1Het salaris van de ambtenaar die voldoende functioneert, wordt binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag. 2De periodieke verhogingen worden toegekend aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal op 1 januari volgend op het jaar van zijn aanstelling en nadien telkens na een jaar. 3Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid voor de eerste maal een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat. 4De ambtenaar die vijf jaar het maximumsalaris heeft genoten van de salarisschaal zoals deze door middel van de functiewaardering voor hem is vastgesteld en de leeftijd van 48 jaar heeft bereikt, wordt op 1 januari van het jaar volgend op dat waarin de 48-jarige leeftijd is bereikt en vervolgens om de drie jaar een uitloopperiodiek toegekend overeenkomstig het schema zoals weergegeven in het zevende lid van dit artikel. 5Degene die nog geen vijfjaar op het maximum staat van de functieschaal op 1 januari van het jaar nadat men 50 jaar is geworden, komt in aanmerking voor de eerste uitloopperiodiek. 6Degene die op grond van het in het vorige lid bepaalde een uitlooperiodiek is toegekend wordt vanaf 1 januari van het jaar nadat men 55 jaar is geworden jaarlijks een uitloopperiodiek toegekend tot het maximum is bereikt zoals dat is aangegeven in lid zeven van dit artikel. 7De uitloopperiodieken als bedoeld in het vierde lid worden weergeven in onderstaand schema waarbij het eerste getal staat voor de salarisschaal en het tweede getal voor de regel in die salarisschaal. Salarisschaal4 5 6 7 8 5-10 6-10 7-9 8-8 9-8 5-11 6-11 7-10 8-9 9-9 8-10 9-10 9 10 11 12 13 10-9 11-7 12-7 13-9 14-8 10-10 11-8 12-8 13-10 14-9 11-9 12-9 14-10 11-10 12-10 Artikel8Extra periodieke verhoging van het salaris 1Aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan een extra periodieke salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris, worden toegekend op grond van zeer goede of uitstekende vervulling van de betrekking. 2Bij toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop ingevolge artikel zeven, tweede lid een salarisverhoging wordt toegekend onverlet, tenzij anders wordt bepaald. Artikel9Geen periodieke verhoging 1Indien de ambtenaar onvoldoende functioneert, kan worden bepaald dat voor hem de in artikel zeven, tweede lid bedoelde salarisverhoging achterwege wordt gelaten. 2Nadien kan worden bepaald dat de salarisverhoging, welke met toepassing van het eerste lid achterwege is gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht alsnog wordt toegekend. 3Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid. Artikel10Salaris bij bevordering naar hogere schaal 1Wanneer de ambtenaar wordt bevorderd naar een salarisschaal met een hoger maximumsalaris wordt: voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde lid onder a van de CAR, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in zijn oude schaal zou hebben genoten; voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde lid onder b van de CAR, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het eersthogere bedrag in die schaal, waarmee gerealiseerd wordt dat het verschil tussen het nieuwe salaris en het oude salaris van de ambtenaar tenminste 75% bedraagt van het verschil tussen het bedrag dat de ambtenaar laatstelijk genoot en het naasthogere bedrag in die oude schaal, dan wel het naastlagere bedrag in de oude schaal, indien het salaris in de oude schaal reeds overeenkwam met het hoogste bedrag uit die schaal. bij de vaststelling van het bedrag zoals genoemd in lid b van dit artikel wordt de uitloopperiodiek(en) zoals deze is (zijn) toegekend op grond van artikel zeven, vierde lid geïncorporeerd. 2Voor zover nodig zal, in afwijking van het eerste lid onder a, de vooruitgang in salaris tengevolge van de indeling in de schaal met een hoger maximumsalaris nimmer minder bedragen dan het geval zou zijn bij verhoging ingevolge artikel zeven in de schaal waarin de ambtenaar wordt ingedeeld. Hoofdstuk3Instrumenten van flexibele beloning Artikel11Gratificatie 1Indien een ambtenaar een uitstekende individuele prestatie heeft geleverd, kan aan hem een gratificatie als bedoeld in artikel 15:1:28 van de CAR worden toegekend. 2De hoogte van de gratificatie bedraagt maximaal € 1.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.