← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2011 (Epe)

Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2011 Raadsbesluit 2010 registratienummer: 2010-23438 DE RAAD DER GEMEENTE EPE gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; BESLUIT Vast te stellen de volgende verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten

  1. Artikel 1 Begripsomschrijvingen
  2. De begripsomschrijvingen van de Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Epe 1998, zoals deze verordening laatstelijk is gewijzigd of vervangen, is eveneens van toepassing op hetgeen in deze verordening is bepaald.
  3. Deze verordening verstaat onder buitengewone uren: maandag tot en met vrijdag: de uren vóór 09.00 uur en na 16.00 uur; zaterdag, zondag, algemeen erkende feestdagen en daarmee gelijkgestelde dagen: de gehele dag. Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4 Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor het opvragen van een lijk of asbus op rechterlijk gezag. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
  4. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
  5. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Belastingjaar
  6. Met betrekking tot de tarieven die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
  7. Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4.3 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel 7 Wijze van heffing De rechten worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten
  8. De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 4.2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.a Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in 4.2 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, met inachtneming van het hierna onder b. bepaalde. 2.b Vangt de belastingplicht voor de 16e van de maand aan, dan zijn de rechten over die maand ten volle verschuldigd; vangt de belastingplicht op of na de 16e van de maand aan, dan zijn over die maand geen rechten verschuldigd.
  9. Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. 4.a Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in 4.2 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, met inachtneming van het hierna onder b. bepaalde, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,
  10. 4.b Eindigt de belastingplicht voor de 16e van de maand, dan wordt over die volle maand ontheffing verleend; eindigt de belastingplicht op of na de 16e van de maand, dan wordt over die maand geen ontheffing verleend.
  11. Voor de toepassing van het bepaalde in het derde onderscheidenlijk het vierde lid wordt het totaal van op één biljet verenigde aanslagen respectievelijk ontheffingen lijkbezorgingsrechten of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag respectievelijk ontheffing. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 4.2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 10 Termijnen van betaling
  12. De rechten moeten worden betaald binnen zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet.
  13. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op het in de eerste lid gestelde termijn. Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten. Artikel 13 Overgangsrecht De Verordening Lijkbezorgingsrechten 2010 van 12 november 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 14 Inwerkingtreding
  14. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking.
  15. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  16. Artikel 15 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening lijkbezorgingsrechten 2011’. Epe, 25 november 2010 De raad voornoemd, de plv. voorzitter, H.J. van Kessel. de griffier, V. Smit. Tarieventabel 2013 als bedoeld in artikel 5 van de Verordening lijkbezorgingsrechten 2011 Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten 1.1 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf wordt geheven 1.1.1 Voor een periode van 20 jaar € 970,00 1.1.2 Voor een periode van 50 jaar € 1.534,00 1.2 Voor het verlenen van het recht op een urnennis wordt geheven 1.2.1 Voor een periode van 5 jaar € 296,00 1.2.2 Voor een periode van 20 jaar € 582,00 1.2.3 Voor een periode van 50 jaar € 806,00 1.3 Voor het verlengen van het uitsluitend recht, als bedoeld in 1.
  17. met 1.3.1 10 jaar wordt een recht geheven van € 581,00 1.3.2 20 jaar wordt een recht geheven van € 952,00 1.3.3 30 jaar wordt een recht geheven van € 1.190,00 1.4 Voor het verlengen van het recht, als bedoeld in 1.
  18. met 1.4.1 5 jaar wordt een recht geheven van € 1.190,00 1.4.2 10 jaar wordt een recht geheven van € 265,00 1.4.3 15 jaar wordt een recht geheven van € 358,00 1.4.4 20 jaar wordt een recht geheven van € 434,00 1.4.5 25 jaar wordt een recht geheven van € 497,00 1.4.6 30 jaar wordt een recht geheven van € 544,00 1.4.7 35 jaar wordt een recht geheven van € 583,00 1.4.8 40 jaar wordt een recht geheven van € 613,00 1.4.9 45 jaar wordt een recht geheven van € 638,00 Hoofdstuk 2 Begraven 2.1 Voor het begraven van een lijk van een kind beneden één jaar wordt geheven € 178,00 2.2 Voor het begraven van een lijk van een kind beneden 12 jaar wordt geheven € 354,00 2.3 Voor het begraven van een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven € 708,00 2.4 Voor het begraven op buitengewone uren wordt het recht, bedoeld in 2.1, 2.2 en 2.3 verhoogd met € 260,00 Hoofdstuk 3 Bijzetten van asbussen en urnen 3.1 Voor het bijzetten van een asbus of een urn 3.1.1 Van een kind beneden één jaar 3.1.1.1 In een urnennis wordt geheven € 56,00 3.1.1.2 In een graf wordt geheven € 111,00 3.1.2 Van een kind beneden 12 jaar 3.1.2.1 In een urnennis wordt geheven € 111,00 3.1.2.
  19. In een graf wordt geheven € 222,00 3.1.
  20. Van een persoon van 12 jaar of ouder 3.1.3.
  21. In een urnennis wordt geheven € 222,00 3.1.3.
  22. In een graf wordt geheven € 443,00 3.
  23. Voor het bijzetten op buitengewone uren wordt het recht, als bedoeld in 3.
  24. verhoogd met € 260,00 Hoofdstuk 4 Grafbedekking en onderhoud 4.
  25. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning 4.1.
  26. Voor de aanleg van een grafkelder € 198,00 4.1.
  27. Voor het plaatsen van gedenktekens, per gedenkteken € 155,00 4.
  28. Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van graven wordt geheven per jaar 4.2.
  29. Voor gedenktekens, per gedenkteken € 37,00 4.2.
  30. Voor een grafruimte, daaronder niet het onderhoud van het gedenkteken begrepen € 45,00 4.
  31. De rechten, als bedoeld in onderdeel 4.
  32. kunnen worden afgekocht: 4.3.
  33. voor onbepaalde tijd door voldoening van een som ineens van € 2.034,00 4.3.
  34. voor bepaalde tijd door voldoening van een bedrag bepaald volgens onderstaande tabel. De afkoopsom bedraagt de contante waarde van de op het tijdstip van afkoop nog te verschijnen belastingbedragen en wordt berekend door vermenigvuldiging van het jaarlijkse belastingbedrag met de hierna te noemen factor. Aantal jaren waarvoor wordt afgekocht Vermenigvuldigingsfactor Aantal jaren waarvoor wordt afgekocht Vermenigvuldigingsfactor 1 1,0000 26 15,8282 2 1,9569 27 16,1466 3 2,8727 28 16,4513 4 3,7490 29 16,7429 5 4,5875 30 17,0219 6 5,3900 31 17,2889 7 6,1579 32 17,5444 8 6,8927 33 17,7889 9 7,5959 34 18,0229 10 8,2688 35 18,2468 11 8,9127 36 18,4610 12 9,5289 37 18,6660 13 10,1186 38 18,8622 14 10,6829 39 19,0500 15 11,2228 40 19,2297 16 11,7395 41 19,4016 17 12,2340 42 19,5661 18 12,7072 43 19,7235 19 13,1600 44 19,8742 20 13,5933 45 20,0184 21 14,0079 46 20,1563 22 14,4047 47 20,2884 23 14,7844 48 20,4147 24 15,1478 49 20,5356 25 15,4955 50 20,6513 Hoofdstuk 5 Lijkschouwing 5.
  35. Voor het op verzoek schouwen van een lijk door een gemeentelijk lijkschouwer wordt geheven € 269,00 Hoofdstuk 6 Inschrijving en overboeken van eigen graven en eigen urnennissen 6.
  36. Voor het inschrijven en overboeken van particuliere graven in een daartoe bestemd register wordt geheven € 7,75 6.
  37. Voor het inschrijven en overboeken van particuliere urnennissen in een daartoe bestemd register wordt geheven € 7,75 Hoofdstuk 7 Opgraven, ruimen en verstrooien 7.1.
  38. Voor het opgraven van een lijk of de overblijfselen van een lijk wordt geheven € 708,00 7.1.
  39. Voor het na opgraven weer begraven, worden de in hoofdstuk 2 genoemde rechten geheven 7.2.
  40. Voor het opgraven van een asbus wordt geheven € 442,00 7.2.
  41. Bij het weer terugplaatsen van de asbus worden de in hoofdstuk 3 genoemde rechten geheven 7.
  42. Voor het ruimen van een graf op verzoek van de belanghebbende wordt geheven € 708,00 7.
  43. Voor het verstrooien van as op een begraafplaats wordt per asbus geheven € 123,00 Hoofdstuk 8 overige heffingen 8.
  44. Voor het gebruik van een opbaarruimte op de begraafplaats Norelbos wordt geheven per etmaal of gedeelte daarvan € 60,00 8.
  45. Het tarief bedraagt voor het beschikbaar stellen van een bronzen gedenkplaat en voor het aanbrengen van een opschrift/inscriptie daarop 8.2.
  46. tot en met 40 letters, cijfers en/of lettertekens € 154,00 8.2.
  47. Vermeerderd met voor elke letter, cijfer en/of letterteken boven het aantal van 40 € 2,20 8.
  48. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing op grond van artikel 19 van de Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Epe 1998 € 10,45 Behoort bij raadsbesluit van 8 november 2012, nr. 2012-31484 de raadsgriffier van de gemeente Epe, V.J.S.M. Smit

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.