Beleidsregels Wet taaleis gemeente Hulst Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst; overwegende dat het wenselijk is regels op te stellen over het beleid t.a.v. de Wet taaleis en het Besluit taaltoets Participatiewet; gelet op artikel 18b van de Participatiewet; gelezen het advies van de Cliëntenraad SZ Hulst d.d. 8 maart 2016; BESLUIT vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels Wet taaleis gemeente Hulst. Hoofdstuk I Algemeen Artikel1.Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst; Wet taaleis: de wet tot wijziging van de Wet werk en bijstand teneinde de eis tot beheersing van de Nederlandse taal toe te voegen aan die wet (Wet taaleis WWB); Participatiewet: de Participatiewet, met inbegrip van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz); Besluit taaltoets: het ‘Besluit taaltoets Participatiewet’; Referentieniveau 1F: het fundamentele niveau (F-niveau) taal en rekenen volgens de richtlijnen van de Rijksoverheid. Dit niveau is vergelijkbaar met taalniveau A2; Wet educatie: de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake het invoeren van een specifieke uitkering educatie en het vervallen van de verplichte besteding van educatiemiddelen bij regionale opleidingencentra; Inburgering: de Wet inburgering; Taalplan: plan waarin de afspraken over het taaltraject zijn opgenomen. Dit plan geeft aan op welke wijze het gekozen traject binnen een bepaalde en reële termijn leidt tot verbetering van beheersing van de Nederlandse taal. Hoofdstuk II Voldoen aan de taaleis Artikel2.Aantonen kennis Nederlandse taal Wanneer belanghebbende in de leerplichtige leeftijd (tussen 5 en 16 jaar) tenminste acht jaren in Nederland heeft gewoond en er geen aanknopingspunten bestaan om te twijfelen aan diens taalniveau, kan ervan worden uitgegaan dat belanghebbende gedurende acht jaar Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd en daarmee aan de taaleis voldoet. Met rapporten, certificaten of diploma’s van erkende Nederlandse onderwijsinstellingen toont belanghebbende het volgen van Nederlandstalig onderwijs aan (zowel basis- als voortgezet/beroepsonderwijs). Dat kan ook particulier of Nederlandstalig onderwijs in het buitenland zijn. Een diploma inburgering of gelijkwaardig document geldt als bewijs dat belanghebbende de Nederlandse taal beheerst en aan de taaleis voldoet. Overige documenten waaruit blijkt dat belanghebbende de Nederlandse taal beheerst kunnen de kennis van de Nederlandse taal aantonen. Hoofdstuk III Toetsen in het kader van de Wet taaleis Artikel3.Taaltoets Er wordt een taaltoets afgenomen binnen maximaal 8 weken na ontvangst van de aanvraag van bijstand, indien belanghebbende niet of onvoldoende kan aantonen aan de taaleis te voldoen en er een redelijk vermoeden bestaat dat belanghebbende de Nederlandse taal niet beheerst op referentieniveau 1F. Het afnemen van de taaltoets en de beoordeling van de uitkomst wordt uitgevoerd door een door het college te bepalen extern opleidingsinstituut die beschikt over personeel, toetsingslocaties en toetsingsmateriaal welke volledig voldoen aan de kwalificatie-eisen zoals gesteld in het Besluit taaltoets Participatiewet. Hoofdstuk IV Niet toetsen in het kader van de Wet taaleis Artikel4.Geen toetsing taalniveau Er vindt geen toetsing van het taalniveau plaats indien is vastgesteld dat elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt om aan de taaleis te voldoen, zoals bepaald in artikel 5; Er vindt geen toetsing van het taalniveau plaats indien belanghebbende gedurende een eerdere uitkeringsperiode in de gemeente Hulst is getoetst op het taalniveau waarbij; Tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal beheerst; Tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, maar ook is vastgesteld dat door in de persoon gelegen, niet beïnvloedbare of tijdgebonden factoren, belanghebbende niet is staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F machtig te worden. Er vindt geen toetsing van het taalniveau plaats indien belanghebbende een uitkering had in een andere gemeente en in die gemeente reeds is getoetst op referentieniveau 1F. De toetsresultaten kunnen worden overgenomen, tenzij deze onvoldoende zekerheid bieden over de actuele taalvaardigheid. Er vindt geen toetsing van het taalniveau plaats indien sprake is van een situatie waarin de bijstandsuitkering uit zijn aard voor korte duur wordt aangevraagd, waarbij in principe vaststaat wat de einddatum van de bijstandsuitkering zal zijn. Hoofdstuk V Ontbreken van verwijtbaarheid Artikel5.Het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid Elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt in ieder geval indien er: Ontheffing is in het kader van de Wet inburgering; Er sprake is van een gediagnosticeerd leerprobleem; Meerdere malen een taalcursus gevolgd is en vastgesteld is door de educatie-instelling dat door in de persoon gelegen factoren belanghebbende niet is staat is, of zal zijn, om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F machtig te worden; Ontheffing van de arbeidsplicht of een algemene ontheffing is op grond van psychische, fysieke of sociale problematiek. Er een andere in de persoon gelegen factor aanwezig is waardoor belanghebbende geen enkele vorm van verwijtbaarheid is aan te rekenen voor het niet beheersen, of kunnen beheersen, van de Nederlandse taal op referentieniveau 1F. Hoofdstuk VI Kennisgeving, bereidverklaring en verlaging uitkering Artikel6.Kennisgeving en (geen) bereidverklaring Indien de uitkomst van de taaltoets uitwijst dat belanghebbende niet aan de taaleis voldoet; Ontvangt belanghebbende binnen maximaal 8 weken na het moment van de uitslag van de toets een schriftelijke kennisgeving van het redelijk vermoeden dat hij de Nederlandse taal niet beheerst op referentieniveau 1F. Dient belanghebbende zich binnen 1 maand na het kennisgevingsbesluit bereid te verklaren aan te vangen met het verwerven van de Nederlandse taal. Indien belanghebbende zich niet binnen 1 maand na het kennisgevingsbesluit bereid verklaart aan te vangen met het verwerven van de Nederlandse taal, wordt de uitkering per datum kennisgevingsbesluit verlaagd conform artikel 18b Participatiewet. Hoofdstuk VII Ondersteuning bij en voortgang van taaltraject Artikel7.Ondersteuning bij taalcursus Het college kan een belanghebbende, indien nodig, een voor belanghebbende passende taalcursus aanbieden gericht op het verhogen van het taalniveau naar referentieniveau 1F of A2, bij een erkend opleidingsinstituut. Artikel8.Het volgen van de voortgang van het taaltraject Wanneer belanghebbende zich bereid verklaart aan te vangen met het verwerven van de Nederlandse taal, wordt de wijze waarop belanghebbende dit gaat doen vastgelegd in een individueel taalplan. Op basis van de individuele situatie van belanghebbende worden afspraken gemaakt over de wijze van beoordelen van de inspanningen van belanghebbende, waarvoor het taalplan, zoals bepaald in het eerste lid, het uitgangspunt is. Hoofdstuk VIII Relatie met andere wetgeving Artikel9.Relatie met Wet inburgering Wanneer belanghebbende begonnen is met een leertraject in het kader van de Wet inburgering, kan dit worden aangemerkt als ‘voldoende inspanning’ van de kant van belanghebbende, zoals bedoeld is in de Wet taaleis. Artikel10.Relatie met de Wet educatie Wanneer belanghebbende voor de ingangsdatum van de Wet taaleis begonnen is met een taaltraject in het kader van de Wet educatie en dit traject loopt nog, dan kan dit aangemerkt worden als ‘voldoende inspanning’ van de kant van belanghebbende, zoals bedoeld is in de Wet taaleis. Hoofdstuk IX Slotbepalingen Artikel11.Situaties waarin de beleidsregels niet voorzien Indien zich situaties voordoen die vallen onder de discretionaire bevoegdheid van het college, waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college. Artikel12.Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien toepassing tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel13.Inwerkingtreding en citeertitel Deze beleidsregels treden, met terugwerkende kracht, in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.