Vergunningenstrategie1 INLEIDING Voor veel activiteiten die plaatsvinden in de fysieke leefomgeving bijvoorbeeld het bouwen, verbouwen of slopen van een bedrijf of woning is toestemming nodig van het bevoegd gezag. Deze toestemming gaat in de regel gepaard met voorschriften waar aan moet worden voldaan: de vergunning. Een vergunning op het gebied van de fysieke leefomgeving kan betrekking hebben op verschillende werkvelden (bouwen, wonen, milieu, natuur e.d.) en op verschillende wijzen tot stand komen (reguliere procedure, uitgebreide procedure, melding e.d.). De vergunningenstrategie beschrijft de verschillende vormen van vergunningverlening die ingezet kunnen worden en wat de standaard werkwijze daarbij is. Daarnaast wordt in de vergunningenstrategie vastgesteld wat het niveau is waarop een aanvraag voor een vergunning wordt getoetst en aan welke objectieve toetsingscriteria deze toetsing plaatsvindt. In criterium 7 van de kwaliteitscriteria 2.1 is opgenomen dat het bevoegd gezag handelt op basis van een vergunningenstrategie. Daar waar van toepassing verwijst de vergunningenstrategie naar een protocol en/of werkinstructie. De opname van deze verwijzing is een expliciete keuze omdat bij wijziging van de werkwijze niet de strategie, maar enkel het van toepassing zijnde protocol en/of de werkinstructie aanpassing behoeft. 2 VERGUNNINGENSTRATEGIE De vergunningenstrategie beschrijft de verschillende vormen van vergunningverlening die de Omgevingsdienst regio Arnhem kan inzetten en wat de basis werkwijze daarbij is. In onderstaand overzicht is weergegeven in welke paragraaf invulling wordt gegeven aan de wettelijke vereisten en de kwaliteitscriteria :Kader Artikel/ criteria Omschrijving ParagraafKwaliteits-criteria 2.1 2.1 Voor alle besluiten omtrent omgevingsvergunningen betreft dit een analyse van de complexiteit en aard van de te verwachten (bouw)vergunningen ten einde een gefundeerde inschatting te kunnen maken voor benodigde capaciteit (kwaliteit en kwantiteit). 3 7 Het bevoegd gezag handelt op grond van een strategie en objectieve criteria voor de beoordeling en beslissing over een omgevingsvergunning en afhandelen van meldingen.. 2 8 Het bevoegd gezag beschikt over:a. Bestemmingsplanbeleid dan wel inpassingsbeleidb. Ontheffingsbeleidc. Afwijkingsbesluitenbeleid 2.2 8.1 onder a Het bestemmings-, dan wel inpassingsplanbeleid is er op gericht dat alle bestemmings-, dan wel inpassingsplannen actueel zijn en niet ouder dan 10 jaar. 2.2 8.1 onder b Het bestemmings-, dan wel inpassingsplanbeleid is er op gericht om bestemmingsplannen dan wel inpassingsplannen binnen de gemeente dan wel binnen de provincie integraal te ontwikkelen (bv met bouw en milieu). 2.2 8.1 onder c Het bestemmings-, dan wel inpassingsplanbeleid is er op gericht om bestemmingsplannen dan wel inpassingsplannen te toetsen op handhaafbaarheid. 2.2 8.1 onder d Het gehele grondgebied van de gemeente cq provincie is belegd met bestemmingsplannen cq inpassingsplannen. 2.2 8.2 onder a De beleidsregels hebben alleen betrekking op wettelijke (ontheffings) bevoegdheden en/of in bestemmingsplannen/ inpassingsplannen en/ of afwijkingsbesluiten opgenomen bevoegdheden. 2.2 8.2 onder b Het beleid is niet in strijd met lokaal, provinciaal of rijksbeleid 2.2 8.2 onder c De beleidsregels worden consequent toegepast en afwijkingen worden gemotiveerd. 2.2 8.3 Het Bevoegd Gezag geeft aan wanneer gebruik wordt gemaakt vanafwijkingsbesluiten. 2.2 9 Het bevoegd gezag handelt op basis van objectieve criteria 2.2 9.1 onder a De Het bevoegd gezag handelt op basis van een systematiek die risico’s bepaald zoals beschreven in het toetsprotocol CKB-online. 2.2.1 9.1 onder b Het bevoegd gezag handelt voor het toetsen van bouwaanvragen op basis van het collectieve niveau zoals beschreven in het toetsprotocol CKB-online. 2.2.1 9.1 onder d Het bevoegd gezag toetst bij gecertificeerde bouwaanvragen op de geldigheid van het certificaat. 2.2 9.2 onder a-e Objectieve criteria voor het gebruiksdeel 2.2.3 9.3 onder a-g Objectieve criteria die in strijd zijn met het bestemmingsplan- dan wel inpassingsplan 2.2.5 2.1 Vormen van vergunningverleningDe Omgevingsdienst regio Arnhem onderscheidt verschillende vormen van vergunningverlening. De vormen van vergunningverlening zijn in tabel 1 weergegeven. Bij de verdeling van vergunningsvormen is uitgegaan van enkelvoudige aanvragen om te bepalen of de reguliere- of uitgebreide- voorbereidingsprocedure dient te worden gevolgd. Op hoofdlijnen worden de volgende procedures onderscheiden: Procedure OmschrijvingMeldingen De melding kan door het bevoegd gezag niet geweigerd worden. Daarnaast is de beslissing tot acceptatie van de mel¬ding geen besluit als bedoeld in art. 1:3 Awb.Reguliere procedure Procedureel wordt afdeling 3.4, 3.6, 3.7 en titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd. De procedure bedraagt 8 weken en mag eenmalig worden verlengt met 6 weken (paragraaf 3.2 Wabo). Bij gefaseerde aanvragen (art. 2.5 Wabo) zijn verschillende termijncombinaties mogelijk.Uitgebreide procedure Procedureel wordt afdeling 3.4, 3.6, 3.7 en titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd. De procedure bedraagt 26 weken en mag eenmalig worden verlengt met 6 weken (paragraaf 3.3 Wabo). Bij gefaseerde aanvragen (art. 2.5 Wabo) zijn verschillende termijncombinaties mogelijk.Maatwerkvoorschriften of nadere voorwaarden Procedureel wordt afdeling 3.2, 3.6, 3.7 en 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd. In het jaarlijks uitvoeringsprogramma wordt inzichtelijk welke vormen van vergunningverlening waar worden gehanteerd . Tabel 1: vergunningsvormen De basiswerkwijzen voor het verlenen van de omgevingsvergunningen is vastgelegd in het geautomatiseerde systeem (Suite4Omgevingsdiensten) waarbij de processtappen worden doorlopen. Het gaat hier om de processtappen op hoofdlijnen. De specifieke werkwijze en keuzes worden vastgelegd in aanvullende werkafspraken en handleidingen. In hoofdstuk 3 is de wijze waarop de werkvoorraad voor vergunningverlening tot stand komt opgenomen. 2.2 Beleid ruimtelijke ordeningIn de Wet ruimtelijke ordening is opgenomen dat bestemmingsplannen eens in de tien jaar moeten worden herzien. De Omgevingsdienst Regio Arnhem draagt als uitvoeringsdienst bij aan het verschaffen van informatie ten behoeve van het behoud van actuele bestemmingsplannen. De omgevingsdienst toetst voor de uitvoering van haar taken aan de vingerende bestemmingsplannen en houdt rekening met genomen voorbereidingsbesluiten. In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn gevallen opgenomen waarvoor een omgevingsvergunning kan worden verleend voor planologisch strijdig gebruik (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°). Deze gevallen zijn opgenomen in artikel 4 van bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht. De omgevingsdienst Regio Arnhem hanteert de in artikel 4 bijlage II (Bor) opgenomen gevallen tenzij het bevoegd gezag in het ontheffingenbeleid heeft opgenomen dat dat voor het betreffende geval verlenen van een ontheffing niet wenselijk is. De omgevingsdienst Regio Arnhem hanteert bij de uitvoering van haar taken de afwijkingsbesluiten zoals deze door het bevoegd gezag zijn vastgesteld. 2.3 PrioriteringDe inschatting van de te verwachte aanvragen vindt plaats conform de in hoofdstuk 3 omschreven methodiek. Omdat hier een afhankelijkheid geldt van bedrijven hanteert de ODRA de volgende prioritering:a. Aanvragen krijgen voorrang op ambtshalve wijzigingen;b. 2.4 Objectieve criteria2.4.1 BouwdeelVolledigheidstoetsDe in te dienen gegevens zijn voor een omgevingsvergunning opgenomen in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). De aanvrager kan op grond van artikel 2.7 lid 1 Mor verzoeken (via het aanvraagformulier of via het omgevingsloket) om een aantal stukken later aan te mogen leveren. Dit is een verzoek aan het bevoegd gezag en hoeft niet te worden gehonoreerd. In artikel 2.7 lid 2 (Mor) zijn de uitzonderingen opgenomen van lid 1. In artikel 2.7 lid 3 is opgenomen dat het bevoegd gezag middels de vergunning kan bepalen dat gegevens of bescheiden, genoemd in de artikelen 2.2, eerste lid, onderdelen c tot en met h, en tweede tot en met zesde lid, 2.3, onderdeel i, 2.4 en 2.5, binnen een termijn van drie weken voor de start van de uitvoering van de betreffende handeling worden overlegd De volledigheidstoets betreft een toets of de benodigde stukken zijn ingediend en of deze van een voldoende kwaliteit zijn. Uitgangspunt hierbij is dat enkel die gegevens worden gevraagd die noodzakelijk zijn om de aanvraag inhoudelijk te kunnen toetsen op het vastgelegde minimale diepteniveau.Inhoudelijke toetsAlle aanvragen worden getoetst op de weigeringsgronden die zijn opgenomen in artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (bestemmingsplan, redelijke eisen van welstand, Bouwbesluit, bouwverordening). De diepte van het minimale toetsingsniveau is afhankelijk gesteld van de risicoanalyse . Hoe risicovoller het betreffende toetsaspect, hoe dieper de insteek.Toets bestemmingsplanElke aanvraag wordt getoetst aan het bestemmingsplan. Indien een bouwplan strijdig is met het bestemmingsplan wordt beoordeeld of het bouwplan mogelijk is op basis van artikel 4 bijlage II van het Bor, een omgevingsvergunning voor strijdig planologisch gebruik of middels een nieuw bestemmingsplan. Toets welstandNaast het bestemmingsplan wordt een aanvraag ook getoetst, indien van toepassing, aan redelijke eisen van welstand.Toets BouwbesluitHet niveau van toetsen vindt plaats conform de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit 2012. De Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit 2012 is opgesteld als opvolger van de CKB -matrix. Door het adopteren van de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit 2012 wordt geanticipeerd op private toetsing (gecertificeerde bouwplantoetsing). De matrix wordt ook opgenomen in de BRL5019 voor het gecertificeerd toetsen van bouwplannen en geeft daarin het landelijke minimum niveau aan. Als een gecertificeerde toetser toetst in opdracht van een bevoegd gezag kan dit bevoegd gezag opdracht verlenen conform de landelijke matrix of het voor gecertificeerde toetsers gebruikelijke hogere niveau. De Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit 2012 kent vijf niveaus:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.