Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 22 november 2016, nr. 819FA880, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (Uitvoeringsverordening Subsidie Recreatie en Toerisme 2016–2019 Provincie Utrecht)Gedeputeerde staten van Utrecht; Gelet op artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 4, 6 en 32 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht; Overwegende dat Provinciale Staten op 31 oktober 2016 de Agenda Recreatie en Toerisme 2016–2019 hebben vastgesteld; Overwegende dat de provincie Utrecht zich wil inzetten voor de volgende onderwerpen: Merkversterking en groei bezoekers en bestedingen, Versterken Recreatief Hoofdnetwerk (RHN), Accommoderen recreatiedruk om de steden, Innovatief toeristisch ondernemerschap, Transitie recreatieschappen en oprichting routebureau; Overwegende dat het versterken en instandhouden van het Recreatief Hoofdnetwerk (met uitzondering van landelijke routes) en het accommoderen van de recreatiedruk om de steden al via de Agenda Vitaal Platteland worden gesubsidieerd; Overwegende dat ten aanzien van de transitie recreatieschappen en de oprichting routebureau al in de financiering is voorzien; Besluiten de volgende uitvoeringsverordening vast te stellen: Paragraaf1Algemeen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Agenda Recreatie en Toerisme: Agenda Recreatie en Toerisme 2016–2019 provincie Utrecht (besluit van Provinciale Staten van 31 oktober 2016); b. Asv: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht; c. Bovenlokaal: gemeentelijk niveau overstijgend; d. LAW-routes: Lange-Afstand-Wandelroutes. De LAW’s vormen een landelijk dekkend routenetwerk; e. LF-routes: Landelijke Fietsroutes. De LF’s vormen een landelijk dekkend routenetwerk; f. Recreatief Hoofdnetwerk (RHN): een samenhangend geheel van (boven)regionale routes voor wandelen, fietsen en varen, met als toegangspunten de toeristische overstappunten (TOP’s); g. Routebureau Utrecht: in 2016 opgerichte samenwerking tussen gemeenten, recreatieschappen en provincie Utrecht; Artikel2Criteria Subsidie kan worden verstrekt voor projecten als bedoeld in artikel 32 van de Asv die gericht zijn op: merkversterking, innovatief toeristisch ondernemerschap, of het versterken en in standhouden van landelijke routenetwerken. Ten aanzien van projecten gericht op merkversterking gelden de volgende criteria: Het project richt zich op de groei van het aantal bezoekers, de spreiding van bezoekers, of verlenging van de verblijfsduur van bezoekers of een combinatie van deze in de provincie Utrecht; en Het project kent een samenwerking met meerdere partners; en Het project richt zich in elk geval op het aantrekken van bezoekers uit het buitenland; en Het project is naar aard en omvang aantoonbaar kansrijk om onder andere bezoekers uit het buitenland aan te trekken en past daarom bij voorkeur binnen één van de toeristische thema’s zoals, Rietveld/Mondriaan/Nijntje, militair verleden, kastelen en buitenplaatsen, fietsen. Ten aanzien van innovatief toeristisch ondernemerschap in de provincie Utrecht. Subsidie wordt slechts verstrekt als aan de volgende criteria wordt voldaan: Het project kent een samenwerking met meerdere partners; en Het project heeft een aantoonbaar bovenlokaal belang; en aan minimaal één van de volgende criteria: Het project verbetert de kennis- en data infrastructuur over bezoekers in de provincie en/of; Het project bevordert de uitwisseling van vakkennis over toerisme in de provincie Utrecht en/of; Het project versterkt de vindbaarheid of kwaliteit van digitale consumenteninformatie met bovenlokale relevantie in de U-base door het koppelen of verbeteren van datasets of het ontwikkelen van nieuwe frontend toepassingen gekoppeld aan de U-base en/of; Het project levert een vernieuwd of nieuw vrijetijdsproduct op dat aantoonbaar aantrekkelijk is voor bezoekers uit het buitenland, de kwaliteit en verscheidenheid van het vrijetijdsaanbod in de provincie Utrecht versterkt, aantoonbaar bijdraagt aan de positionering en profilering van de desbetreffende stad of regio en bijdraagt aan de geografische spreiding van toeristen over de provincie Utrecht. Ten aanzien van het versterken en in stand houden van landelijke routenetwerken in de provincie Utrecht. Een subsidie wordt slechts verstrekt als aan elk van de volgende criteria wordt voldaan: Het project richt zich op het hoofdnetwerk van de LF-routes en LAW-routes voor fietsen en wandelen; Het project, genoemd in artikel 2, 3e lid onder a, komt uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien de routes deel uitmaakten van het Meerjarenprogramma Landelijke Routenetwerken wandelen en fietsen 2007–2013 en zijn gelegen in de provincie Utrecht; en Het project, genoemd in artikel 2, 3e lid onder a, komt uitsluitend in aanmerking voor subsidie voor zover er geen overlap is met de activiteiten van het Routebureau Utrecht. Artikel3Afwegingscriteria Bij de beoordeling van de projecten gelden de volgende afwegingscriteria: De mate waarin het project bijdraagt aan de gestelde beleidsdoelen zoals verwoord in de Agenda Recreatie en Toerisme 2016–2019; De prijs-kwaliteitverhouding; De verhouding tussen eigen bijdragen en de gevraagde provinciale bijdrage; De mate waarin gunstige effecten op de vraag (aantal bezoekers, bekendheid etc.) kunnen worden verwacht; De mate waarin wordt samengewerkt tussen partners. Artikel4Subsidieontvangers/Doelgroepen 1.Subsidies als bedoeld in artikel 2 kunnen worden aangevraagd door: non-profit organisaties; gemeenten in de provincie Utrecht; regionale en stedelijke bureaus voor toerisme; routebureau Utrecht; publiek-private samenwerkingsverbanden. Artikel5Aanvraag 1.Bij de subsidieaanvraag wordt in ieder geval een projectplan verstrekt. Het projectplan bevat de volgende gegevens: een met (duidelijk, gespecificeerde en actuele) bewijsstukken gestaafde begroting van de totale kosten waarin wordt omschreven welke investering door de aanvrager zelf wordt gedaan en welke bijdrage gevraagd wordt van de provincie; en een plan van aanpak waarin wordt omschreven wat gerealiseerd wordt en op welke wijze, wat het tijdspad is en wie de samenwerkingspartners zijn. 2.Aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 2 kunnen doorlopend worden ingediend, maar uiterlijk voor 1 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.