Verordening begraafrechten 2017De raad van de gemeente Hengelo; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27 september 2016; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en de invordering van begraafrechten 2017 (Verordening begraafrechten 2017) Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: begraaf- en gedenkplaatsen: de gemeentelijke begraaf- en gedenkplaatsen aan de Deurnin-gerstraat en aan de Oldenzaalsestraat; asbus: een bus voor de berging van as van een overledene; urn: een voorwerp voor de berging van een of meer asbussen; particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon, of aan een rechtspersoon zon-der winstoogmerk, voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; urnenkelder: een kelder waarvoor aan een natuurlijk persoon, of aan een rechtspersoon zon-der winstoogmerk, voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot het doen plaatsen en geplaatst houden van asbussen met of zonder urnen; urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon, of aan een rechtspersoon zonder winstoogmerk, voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot het doen plaatsen en geplaatst houden van asbussen met of zonder urnen; verstrooiingsplaats: een plaats bij de gemeente in beheer waarop as wordt verstrooid; gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken; grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf; rechthebbende: degene aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, ur-nenkelder of urnennis. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraaf- en gedenkplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraaf- en gedenkplaatsen. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 6.2, 6.2.1 en 6.3 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 6.4 van de tarieventabel is het belastingtijdvak tien jaar. Artikel7Wijze van heffing De rechten worden geheven bij wege van aanslag. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 6.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd met ingang van het kalenderjaar volgende op dat waarin de belastingplicht is ontstaan. Afkoop van onderhoudsrechten als bedoeld in hoofdstuk 6.2 en 6.3 van de tarieventabel gaat in per de eerste dag van een kalenderjaar volgende op dat waarin de belastingplicht is ontstaan. Het onderhoudsrecht is gekoppeld aan de verlening van het recht op een graf of het doen bijzetten en bijgezet houden van urnen of asbussen. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 6.1 tot en met 6.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel10Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking van het eerste lid kunnen op verzoek van belastingplichtige de aanslagen als bedoeld in 6.1 van de tarieventabel door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige worden afgeschreven. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van de begraafrechten wordt, met uitzondering van de onderhoudsrechten, bedoeld in onderdeel 5.1 van de tarieventabel, geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels door het dagelijks bestuur van het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente Het dagelijks bestuur van het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. Artikel13Overgangsrecht De Verordening Begraafrechten 2016 van 4 november 2015 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel14Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.