Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2017De raad van de gemeente Hoogeveen; Gelet op het voorstel van het college; Gelet op artikel 216 en 228 van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2017 (Verordening precariobelasting 2017). Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: dagdeel: de periode voor 13.00 uur of na 13.00 uur; dag: een periode van 24 uren, vanaf 00.00 uur; week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; maand: een kalendermaand; jaar: een kalenderjaar; evenement: het geheel van activiteiten dat plaatsvindt bij een voor publiek toegankelijke gebeurtenis, zoals het houden van feestelijkheden, shows, demonstraties, tentoonstellingen, braderieën, circussen en dergelijke; standplaats: een afgebakend gedeelte van minimaal 25 vierkante meter voor de verkoop of uitstalling van waren; kern: de bebouwde kom van Hoogeveen, Elim, Fluitenberg, Hollandscheveld, Nieuwlande, Nieuweroord, Noordscheschut, Pesse, Stuifzand en Tiendeveen, overeenkomstig de bebouwde kommen zoals die zijn aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart; centrum: het gedeelte van de kern Hoogeveen zoals dat is aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart; buitengebied: het gemeentelijk grondgebied dat niet als kern of centrum is aangemerkt; nationale feestdagen: de algemeen erkende feestdagen bedoeld in artikel 3 van de Algemene Termijnenwet. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam “precariobelasting” wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Artikel3Belastingplicht 1.De precariobelasting wordt jaarlijks geheven van degene aan wie een vergunning voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond is verleend. 2.In andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen wordt de precariobelasting geheven van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel van degene ten behoeve van wie die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond worden aangetroffen. Artikel4Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; voorwerpen, waarvoor met de gemeente een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; voorwerpen, welke uitsluitend voorzien in het algemeen belang dan wel worden gebezigd voor een godsdienstig of cultureel doel; voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet-commerciële buurtactiviteiten; Voorwerpen, welke uitsluitend als gedenkteken dienen ter nagedachtenis van gevallenen van oorlogsgeweld en ten hoogste 0,2 m2 openbare grond in beslag nemen. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Berekening van de precariobelasting 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 10 wordt voor de berekening van de precariobelasting een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 2.Indien voor het belastbare feit de opbouw van het dagtarief, onderscheidenlijk het weektarief, het maandtarief of het jaartarief niet evenredig is, wordt het recht berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. Artikel7Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan een dagdeel, een dag, een week, een maand of een jaar, al naar gelang de duur van het belastbare feit, waarbij een gedeelte van een tijdvak voor een geheel wordt gerekend. Artikel8Wijze van heffing De precariobelasting wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting 1.De naar jaartarieven geheven precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel10Termijnen van betaling 1.De gevorderde bedragen moeten worden betaald binnen één maand na dagtekening van de in artikel 8 bedoelde schriftelijke kennisgeving. 2.Indien een automatische incasso is afgegeven voor het innen van de gemeentelijke heffingen wordt het belastingbedrag op de kennisgeving automatisch afgeschreven in de volgende maand na die waarin de kennisgeving is verzonden. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels door het college Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van precariobelasting. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel 1.De Verordening precariobelasting 2016 van 3 december 2015 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.