← Nederland

Verordening commissie bezwaarschriften Westland 2004 (Westland)

Verordening commissie bezwaarschriften Westland 2004De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Westland; ieder voor zoveel het zijn bevoegdheden betreft; gelezen voorzover het de raad betreft het voorstel van het college burgemeester en wethouders van 6 januari 2004; gezien de brief van de VNG d.d. 25 april 2002 (BJZ/2002001588 Lbr.02/60) inzake de herziene modelverordening commissie bezwaarschriften; gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet, de Wet kosten bestuurlijke voorprocedures en de Wet algemene regels herindeling; besluiten vast te stellen de volgende verordening: Verordening commissie bezwaarschriften Westland 2004 Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen; commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften. Artikel2Inleidende bepaling commissie 1.Er is een commissie ex artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. 2.De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van: een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken; artikel IV.8 van het Sociaal Statuut Gemeente Westland. 3.De commissie kan uit kamers bestaan. De kamers kunnen bestaan uit een of meerdere clusters. 4.Het college bepaalt het aantal kamers en clusters en stelt voor iedere kamer vast welke categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld. 5Hetgeen in deze verordening is bepaald met betrekking tot de samenstelling, werkwijze en bevoegdheden van de commissie is van overeenkomstige toepassing op de samenstelling, werkwijze en bevoegdheden van de kamers en clusters. Artikel2aKostenvergoeding De commissie is tevens bevoegd te adviseren omtrent verzoeken om kostenvergoeding op grond van de Wet kosten bestuurlijke voorprocedures. Artikel3Samenstelling van de commissie 1De commissie bestaat uit tenminste drie vaste leden waarvan een voorzitter en twee overige leden. 2De leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen. 3Het college benoemt een aantal plaatsvervangende leden. 4De commissie regelt de vervanging van de voorzitter. Artikel4Secretaris 1De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen ambtenaar. 2Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris aan. Artikel5Zittingsduur 1De leden van de commissie treden af op de dag van het aftreden van de raad. 2Zij kunnen worden herbenoemd, met dien verstande dat de totale zittingsduur niet langer mag zijn dan acht jaar. 3De leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. 4De aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Artikel6Ingediend bezwaarschrift 1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. Artikel7Uitoefening bevoegdheden De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: artikel 2:1, tweede lid; artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn; artikel 6:17, voorzover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie; artikel 7:4, tweede lid; artikel 7:6, vierde lid. Artikel8Vooronderzoek 1De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen. 2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zonodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien de daaraan verbonden kosten hoger zijn dan € 200, is vooraf machtiging van het college vereist. Artikel9Hoorzitting 1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb. 3Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan. Artikel10Uitnodiging zitting 1De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan tenminste twee weken voor de zitting schriftelijk uit. 2Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 3De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld. 4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid. Artikel11Quorum Voor het houden van een zitting is vereist, dat minimaal drie leden, waaronder in elk geval de voorzitter of een als plaatsvervanger van de voorzitter aangewezen lid, aanwezig zijn. Artikel12Niet-deelneming aan de behandeling De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Artikel13Openbaarheid zitting 1De zitting van de commissie is openbaar. 2De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. 3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren. Artikel14Schriftelijke verslaglegging 1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid. 2Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. 3Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding. 4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht. 5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie. Artikel15Nader onderzoek 1Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden. 2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden. 3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op een dergelijk verzoek. 4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel16Raadkamer en advies 1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt. 2Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 3Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. Artikel17Uitbrengen advies en verdaging 1Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. 2Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van tien weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen. 3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift. Artikel18Vervallenverklaring De volgende verordeningen vervallen: Verordening commissie bezwaarschriften De Lier 2002; Verordening commissie bezwaarschriften 2002 van de gemeente 's-Gravenzande; Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften Wateringen 1994. Artikel19Overgangsbepaling Bezwaarschriften die vóór 1 januari 2004 zijn ingediend en waarop het bevoegde bestuursorgaan nog geen besluit heeft genomen, worden krachtens deze verordening verder in behandeling genomen. Artikel20Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerstvolgende dag na verloop van een termijn van zes weken na bekendmaking van deze verordening en werkt terug tot en met 1 januari 2004. Artikel21Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie bezwaarschriften Westland 2004. Aldus besloten in de openbare vergadering van 27 januari 2004 griffier, voorzitter Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Westland d.d. 6 januari 2004, secretaris, burgemeester, drs G.I.W.M. Buck dr R.W. Welschen Aldus besloten door de burgemeester van Westland d.d. 6 januari 2004. dr R.W. Welschen BEKENDMAKING D.D. 5 februari 2004

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.