Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Oegstgeest houdende Welstand Oegstgeest – Herziening 2015Artikel A: Beleidsregels De raad der gemeente Oegstgeest, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. ………………, gelet op artikel 12a eerste lid van de Woningwet, besluit: een welstandsnota vast te stellen, inhoudende de volgende beleids- regels die burgemeester en wethouders toepassen: Artikel B: Overgangsbepaling Op een aanvraag om vergunning, ontheffing of toestemming anderszins, die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze beleidsregels van kracht worden en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals deze luidden vóór de vaststelling van de onderhavige beleidsregels, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de onderhavige beleidsregels worden toegepast. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad der gemeente Oegstgeest ................, d.d. ...……………. Stroomschema welstand Betreft uw bouwplan een vergunningplichtig bouwwerk en gelden er welstandscriteria? Sommige objecten zijn vergunningvrij en worden niet preventief aan redelijke eisen van welstand getoetst. • BETREFT HET EEN PLAN AAN OF BIJ EEN CULTUURHISTORISCH OBJECT? (monument, boerderij) Criteria voor Erfgoed Oegstgeest heeft een rijke historie. Diverse panden zijn aangewezen als monument. Daarnaast telt de gemeente één rijksbeschermd gezicht en twee gemeentelijke dorpsgezichten. Eventuele veranderingen aan deze gebouwen en in deze gebieden vragen om een zorgvuldige aanpak. Hiervoor zijn enkele uitgangspunten opgenomen in hoofdstuk
(2014)zijn leidend bij de herstructurering van het betreffende gebied. Gebied 6 Rechte wijken Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • de individuele woning binnen een rij is een deel van het geheel • rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden Massa • clusters, rijen en gestapelde woningen kennen een sterke onderlinge samenhang • woningen hebben in beginsel twee lagen met bij voorkeur een zadeldak • gestapelde woningen kunnen een onderbouw van meerdere lagen hebben met een licht hellend zadeldak of plat dak • op- en aanbouwen als erkers en dakkapellen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa • op- en aanbouwen zijn bij voorkeur per woningtype van hetzelfde model • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • ontwerpaandacht voor alle details • bij rijenwoningen in de uitvoering de herhaling benadrukken • alleen vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume of ensemble Materiaal en kleur • materialen en kleuren afstemmen op belendingen en directe omgeving • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, soms geschilderd of in lichte tint gestuct • plaatmateriaal alleen gebruiken als invulling van een kozijn of hekwerk • hellende daken in beginsel dekken met pannen • kleuren zijn terughoudend Gebied 7 Meanderwijken Beschrijving Haaswijk en de clusters woningen ten westen van de Dorpsstraat en Rhijngeesterstraatweg zijn planmatig opgezette wijken uit de jaren zeventig en tachtig met woningen gegroepeerd in clusters of rijen, waarbinnen hetzelfde woningtype wordt herhaald. De wijken vormen een verzameling clusters en rijen langs straten en woonerven met deels een meanderend stratenpatroon. Door het voorkomen van veel kleine groenelementen hebben deze wijken een groen uiterlijk. Binnen een cluster komt over het algemeen één woningtype voor. Door een wisselende oriëntatie van de geschakelde woningen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte ontstaat er een gedifferentieerd beeld, hoewel de hoofdoriëntatie van de meeste woningen gericht is op het centrale deel van het woonerf. Binnen dit gedifferentieerde beeld verspringen de rooi- en noklijnen. De opbouw van de woningen wisselt van simpel tot gedifferentieerd, maar in het algemeen bestaat ze uit een of twee lagen met een kap. De dakvlakken zijn afwisselend en vaak voorzien van dakkapellen en dakramen. Verlengde daken, op- en aanbouwen komen vaak voor. De woningen zijn meestal opgebouwd uit baksteen met beton, waarbij vaak een groot gedeelte van de gevel in beslag wordt genomen door puien of rabatdelen. De detaillering van de woningen is meestal eenvoudig, met weinig accenten en seriematig van aard. De houten kozijnen, deuren en daklijsten zijn in overwegend terughoudende kleuren geschilderd, waarbij de samenhang van een cluster of rij wel eens verloren is gegaan in particulier initiatief. Bijzonder in de wijk Haaswijk is de buurt rond het Boerhaaveplein waar geschakelde laagbouw met winkels en vier lagen hoge plat afgedekte flats worden afgewisseld met kleinschalige, vrijstaande woningen. Waarde De waarde is vooral gelegen in de samenhang tussen de stedenbouwkundige eenheden met ieder hun architectonische variaties. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. Uitgangspunten Meanderwijken zijn reguliere welstandsgebieden. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. Gebied 7 Meanderwijken Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon • de individuele woning binnen een cluster of rij of blok is een deel van het geheel en voegt zich hier naar • overige gebouwen kunnen vrij op de kavel staan • hoofdmassa’s richten op de belangrijkste openbare ruimte • rooilijnen zijn per cluster in samenhang Massa • clusters, rijen en gestapelde woningen kennen een sterke onderlinge samenhang • alleen vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling • woningen hebben in principe een onderbouw tot twee lagen met zadeldak • de nokrichting is in principe evenwijdig aan de voorgevelrooilijn • op- en aanbouwen zijn bij voorkeur per rij of cluster van hetzelfde model • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • ontwerpaandacht voor alle details • herhaling in de rij of het cluster is de leidraad voor het woningontwerp • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op de architectuur van het hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn per rij, cluster of blok in samenhang • gevels zijn in principe van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, eventueel gecombineerd met puien, houten beschot of panelen • hellende daken bij voorkeur voorzien van pannen • kleuren zijn in principe samenhangend en terughoudend • op- en aanbouwen in kleur en materiaal afstemmen op hoofdgebouw Aanvullende objectcriteria In Haaswijk zijn op lange dakvlakken aan de achterzijde tweedelijns dakkapellen mogelijk, waarvoor de volgende aanvullende objectcriteria gelden: • alleen plaatsen als in de eerste lijn al dakkapellen staan • circa 1,00 m dakvlak onder en minimaal 0,60 m boven de tweedelijns dakkapel • dakkapel in tweede lijn zijn net zo breed of smaller dan de breedte van de onderliggende dakkapel • hoogte dakkapel in de tweede lijn is maximaal 1,50 m • tweedelijns dakkapel plat afdekken met een geleding en detaillering afgestemd op de ondergelegen dakkapel Gebied 8 Thematische uitbreidingen Beschrijving Met Poelgeest, Morsebel en het cluster woningen tussen de Endegeesterstraatweg en de A44 heeft Oegstgeest uitbreidingen gerealiseerd met een thematische samenhang. De buurten hebben een heldere structuur en gevarieerde woningen, die in architectuur en materiaal bewust zijn vormgegeven. De buurten hebben een open karakter. Langs de straten staan bomen en tussen stoep en parkeerplaatsen zijn groenstroken aangelegd. In de wijken zijn grote groenelementen aangelegd als waterlopen, parken en gazons. De vaak ruime tuinen zorgen mede voor een groen karakter in de wijk. De architectuur van de woningen is gebaseerd op herhaling in clusters of rijen met behoud van de individualiteit. Mede door variatie tussen rijen en clusters is het beeld afwisselend. Clusters hebben veelal hun eigen sfeer. Vaak liggen op centrale plekken in de wijk voorzieningen zoals bijvoorbeeld winkels en scholen. De woningen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. Per cluster is de rooilijn in samenhang en verspringt niet. Appartementengebouwen staan in het algemeen vrij op de kavel. De woningen zijn seriematig gebouwd. De architectuur is gebaseerd op herhaling en een afwisselend beeld. De opbouw is veelal gevarieerd en gedifferentieerd. De massa is veelal samengesteld uit rechthoekige volumes. De woningen hebben meestal een onderbouw van twee lagen met een zadeldak of lessenaarskap en soms een terugliggende derde laag of kap. Hoeken van rijen zijn vaak verbijzonderd met uitbouwen of hebben een extra laag. Het gevelbeeld is gevarieerd. Gevels hebben veelal accenten en een duidelijke horizontale of verticale geleding. Appartementengebouwen hebben in het algemeen een torenachtig volume. De hoogte varieert. De architectuur van de woningen is verzorgd. De detaillering is zorgvuldig en eenvoudig. Accenten als uitstekende dakranden, luifels en structuur in het materiaal komen veel voor. Het materiaal- en kleurgebruik is samenhangend. Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, soms met houten delen of plaatmateriaal. Het metselwerk heeft vaak vlakken of banen van afwijkende kleur. Hellende daken zijn gedekt met pannen. Kozijnen zijn van hout of kunststof. Waarde De waarde is vooral gelegen in de eenheid op schaal van de clusters en rijen in combinatie met de variatie op schaal van de wijk. Een andere kwaliteit is de hoeveelheid groenelementen in de wijk. De architectuur is verzorgd en gevarieerd. Vaak is de gewenste ruimtelijke kwaliteit vastgelegd in een beeldkwaliteitplan. Uitgangspunten Thematische uitbreidingen zijn reguliere welstandsgebieden. Het beleid is gericht op het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden en het aanzien vanuit omringende gebieden. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. Gebied 8 Thematische uitbreidingen Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon • de individuele woning binnen een cluster, rij of blok is een deel van het geheel en voegt zich hier naar • woningen richten op de belangrijkste openbare ruimte • bestaande rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden • bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw Massa • bouwmassa’s zijn gedifferentieerd • clusters, rijen en gestapelde woningen hebben een sterke onderlinge samenhang • alleen vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling • gebouwen hebben in het algemeen twee lagen met hellende kap • accent in hoogte en/of vormgeving heeft een stedenbouwkundige aanleiding • op- en aanbouwen zijn bij voorkeur per rij of cluster van hetzelfde model • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa Architectonische uitwerking • de detaillering is zorgvuldig • herhaling in de rij of het cluster is de leidraad voor het woningontwerp • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume • de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn per rij, cluster of blok in samenhang • gevels bestaan in principe uit baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal, eventueel in combinatie met puien, houten beschot of panelen • kleuren zijn in principe samenhangend en terughoudend • op- en aanbouwen in kleur en materiaal aanpassen aan het hoofdgebouw Gebied 9 Wonen Nieuw-Rhijngeest Beschrijving Nieuw-Rhijngeest is een ontwikkelingsgebied met de nadruk op wonen en groen tussen A44 en Oude Rijn. Er zijn meerdere deelgebieden met ieder een eigen sfeer. Het stedenbouwkundig plan schetst onder andere een kleinschalig waterstadje met pandsgewijze bebouwing in aaneengesloten rijen en enkele sculpturale gebouwen langs de A
- Andere sferen zijn rustige woongebieden met de nadruk op herhaalde rijwoningen en gebieden waarin vrijstaande villa’s het beeld bepalen. Op strategische plekken zijn accenten in de massa gepland, die als oriëntatiepunten dienen in het verlengde van belangrijke zichtlijnen. Het geheel vormt een samenhangend woongebied, waarin de verschillende sferen herkenbaar zijn. Het karakter van de buurten varieert van zeer open tot overwegend gesloten. Water speelt een grote rol in het beeld. Vanuit de Oude Rijn wordt het water op meerdere plekken de wijk ingeleid. Langs de meeste straten staan bomen en er zijn grote groenelementen als parken en gazons. Ruime tuinen zorgen mede voor een groen karakter in de wijk. Woningen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. Per cluster is de rooilijn in samenhang. Vrijstaande woningen staan veelal vrij op de kavel in verspringende rooilijnen ten opzichte van elkaar. Langs de A44 staan enkele hogere appartementengebouwen die samen een straatwand vormen. De meeste woningen zijn seriematig gebouwd. Uitzonderingen zijn de villa’s langs de Rijn, die per woning ontwikkeld worden en waar de nadruk ligt op individualiteit. De opbouw is gevarieerd en gedifferentieerd. De massa is veelal samengesteld uit rechthoekige volumes. Woningen hebben meestal een onderbouw van twee lagen met variërende kappen en soms een derde laag. Gebouwen op strategische plekken binnen het stedenbouwkundig plan zijn vaak verbijzonderd met massaaccenten als uitbouwen of een extra laag, danwel met een bijzondere kleur. De architectuur is gebaseerd op samenhang in een afwisselend beeld. Clusters hebben veelal hun eigen sfeer. Het gevelbeeld is afwisselend door variatie tussen woningen of clusters. Binnen een rij is het uitgangspunt herhaling of individualiteit. Gevels hebben veelal accenten en een duidelijke horizontale of verticale geleding. De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig met oog voor detail. Accenten als uitstekende dakranden, luifels en structuur in het materiaal komen veel voor. Het materiaalgebruik is te typeren als modern traditioneel. Gedacht wordt aan een eigentijdse toepassing van natuurlijke materialen. De te gebruiken materialen verouderen mooi, zoals metselwerk, natuursteen, koper, glas en aluminium. Hollands metselwerk met houten kozijnen zetten de toon. Het accent van het kleurenpalet van dit metselwerk ligt op aardtinten. Lichte kleuren zijn veelal ondergeschikt. Bijzondere elementen zijn de gebouwen met andere functies zoals scholen en winkels. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. De voorzieningen liggen centraal in de wijk, aan beide zijden van het Rustenburgerpad. Waarde De waarde is vooral gelegen in het samenhangende beeld van hoge kwaliteit. Deelgebieden met verschillende sferen vloeien samen tot een logisch geheel. Met name objecten op beeldbepalende plekken in het gebied zijn bovengemiddeld goed verzorgd in massa en uitwerking. De ruimtelijk-visuele kwaliteit is vastgelegd in een gedetailleerd stedenbouwkundig plan met aandacht voor beeldkwaliteit. Uitgangspunten Nieuw-Rhijngeest is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op de totstandkoming en het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden en het aanzien vanuit omringende gebieden. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht geschonken worden aan de totstandkoming en het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. De gevraagde inzet en kwaliteit is hoog. Op minder beeldbepalende plekken kan de uitvoering eenvoudiger worden, mits het gebied als geheel bovengemiddeld goed verzorgd en samenhangend blijft. Het stedenbouwkundig plan Nieuw-Rhijngeest geldt als aanvullend beleid. Gebied 9 Wonen Nieuw-Rhijngeest Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw • vrijstaande woningen en gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • gebouwen hebben bij voorkeur twee lagen met kap of drie lagen met plat dak • de nok is evenwijdig aan of dwars op de voorgevel • accent in hoogte en vormgeving heeft een stedenbouwkundige aanleiding • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren • vrijstaande woningen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • aan voorkanten van rijen zowel de aanwezige herhaling als de aanwezige differentiatie behouden • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter • de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en aan voorkanten per stedenbouwkundige eenheid in samenhang • gevels bij voorkeur in baksteen of vergelijkbaar materiaal uitvoeren • op- en aanbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa Gebied 10 Individuele uitbreidingen Beschrijving Naast seriematige woningbouw heeft Oegstgeest kleine clusters met individuele huizen. Het gaat daarbij om dorpsachtige bebouwing, variërend van eenvoudige (semi) vrijstaande enkele of dubbele huizen tot villa’s. Deze clusters liggen aan weerszijden van de Abtspoelweg en ten oosten van de Laan Van Oud Poelgeest. Ook de uitbreiding Clinckenburg aan de zuidkant van de Klinkenbergerplas behoort tot de individuele uitbreidingen. Deze uitbreidingen hebben planmatige opzet, maar wel met een wat vrijere structuur. De openbare ruimte is beperkt tot een weg met trottoir, waaraan de ruime tuinen van de privékavels grenzen, die zijn ontsloten door inritten. De kleinschalige gebouwen zijn georiënteerd op de weg, waarbij de rooilijn vaak enigszins verspringt om het individuele karakter te benadrukken. De panden zijn gedifferentieerd en representatief, maar ook beperkte herhalingen van eenzelfde woning komen voor. De opbouw is meestal vrij traditioneel. De huizen bestaan uit een onderbouw van één tot twee lagen met een kap. Er komen verschillende kapvormen voor als een zadel, schild- en piramidedak. Vaak zijn de dakvlakken voorzien van dakkapellen of ramen. Ook bungalows zijn aan te treffen. Deze zijn veelal plat afgedekt. De woningen hebben veel meeontworpen op- en aanbouwen, waaronder erkers en carports. De detaillering is meestal van gemiddeld niveau, maar er zijn uitschieters naar boven met zeer zorgvuldig ontworpen en rijke uitvoering. De materialisering is vaak traditioneel met eigentijdse accenten en enkele versieringen. Daken zijn voorzien van rode of donkere pannen en een enkele keer van riet. De gemetselde gevels hebben soms een (houten) pui of betimmering. Naast baksteen komen ook houten rabatdelen en plaatmateriaal als gevelmateriaal voor. Het kleurgebruik is veelal traditioneel en terughoudend, hoewel vooral bij villabebouwing ook minder terughoudende tinten worden gebruikt. Waarde De waarde is vooral gelegen in een heldere opzet met hoofdzakelijk afwisselende, individuele woningen. Uitgangspunten Individuele dorpsuitbreidingen zijn reguliere welstandsgebieden. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van het afwisselende beeld zonder grote dissonanten tussen de individuele woningen. Bij de beoordeling wordt onder andere aandacht besteed aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van een zorgvuldige detaillering en traditioneel materiaalgebruik. Gebied 10 Individuele uitbreidingen Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • per erf of kavel is er één hoofdmassa • (hoofd)gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte • de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar • bijgebouwen staan achter de rooilijn van de hoofdmassa Massa • gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige hoofdvorm • gebouwen hebben één of twee lagen met plat dak of kap (in de vorm van een zadel-, schild- of piramidedak) • de kaprichting is afwisselend • op- en aanbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa • bijgebouwen hebben een eenvoudige vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en gevarieerd • zijgevels hebben vensters • traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het uitgangspunt • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn overwegend traditioneel • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen • hellende daken dekken met pannen of riet • kleuren zijn terughoudend Gebied 11 Landgoed Oud-Poelgeest Beschrijving Landgoed Oud-Poelgeest ligt aan de oostkant van Oegstgeest. Dit parkachtige gebied met statige bebouwing wordt aan de westkant ontsloten door een oprijlaan die aantakt op de Poelgeesterweg. Het uit rechthoekige volumes opgebouwde klassieke hoofdgebouw staat aan het eind van de rechte oprijlaan, die met een hek wordt afgescheiden van de ontsluitingsweg. De gevels zijn symmetrisch en de voorgevel heeft in het midden een toegang, die benadrukt is door een trappartij. Het gebouw heeft een klassieke gevelindeling met basement, twee verdiepingen en een kap. Staande ramen zorgen voor een verticale geleding. De plaatsing van even hoge ramen op dezelfde horizontale lijn geeft de gevel een horizontale geleding. De verdiepingshoogte is naar boven toe aflopend. Zo zijn de raampartijen en de soms aanwezige luiken op de tweede woonlaag duidelijk kleiner dan op de eerste woonlaag. Het gebouw heeft een geprofileerde daklijst en een samengesteld dak. De gevels zijn van baksteen met accenten in natuursteen. Het dak is gedekt met leitjes. Torentjes geven hoogte-accenten aan het gebouw. Het gebouw is rijk versierd, met name rond de gevelopeningen. Naast het hoofdgebouw heeft het landgoed bijgebouwen zoals het koetshuis en het jagershuisje. Deze zijn iets eenvoudiger maar even zorgvuldig uitgewerkt als het hoofdgebouw. Waarde De waarde is vooral gelegen in de combinatie tussen de parkachtige tuin en de klassieke bebouwing. Het landgoed is cultuurhistorisch waardevol en aangewezen als monument. Uitgangspunten Landgoed Oud-Poelgeest is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op beheer van het statige en groene karakter. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van de verzorgde architectuur en verfijnde detaillering. Gebied 11 Landgoed Oud-Poelgeest Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • er is één hoofdmassa, die is gericht op de ontsluitingsweg • gebouwen zijn vrijstaand en individueel • rooilijnen van het hoofdgebouw behouden • doorzichten behouden Massa • het hoofdgebouw heeft een plint, twee lagen en een samengestelde kap • torens benadrukken de entree en geven accenten aan de volumes • uitbreidingen waaronder op- en aanbouwen zoals dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en gevarieerd • kozijnen, windveren, daklijsten en dergelijke zorgvuldig en rijk detailleren • gevels hebben een duidelijke horizontale en verticale geleding • gevelopeningen zijn staand • vensters uitvoeren met stijlen en regels • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen, stucwerk of natuursteen • daken bij voorkeur dekken met leien • kozijnen uitvoeren in hout • stucwerk uitvoeren in lichte tinten als (gebroken) wit of zandkleuren • houtwerk schilderen (grote vlakken in donkere tinten en kleine elementen in met de gevel contrasterende kleuren) • kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang Gebied 12 Instellingen en complexen Beschrijving In de directe nabijheid van Rhijngeest en Endegeest zijn enkele gebieden met instellingen en complexen te vinden, waaronder ook een school en een kerk. Het zijn gebieden met zowel klassieke als moderne gebouwen en de architectuur wisselt sterk van karakter, zij het dat ze in beginsel allemaal vrij op ruime kavels staan in een groene omgeving. De bebouwing is gericht op de belangrijkste weg of op de parkachtige omgeving en is in de regel meerzijdig georiënteerd. De rooilijn verspringt. De bebouwing zelf is gedifferentieerd. De gebouwen hebben een flinke maat en zijn meestal samengestelde uit meerdere volumes met meestal een plat dak en soms een kap. De gevelindeling verschilt per gebouw en is in principe helder. De meeste gevels zijn horizontaal geleed met raamstroken en banden maar ook panden met een zowel horizontale als verticale geleding komen voor. De detaillering is overwegend zorgvuldig met een aantal accenten. De meeste gevels zijn opgebouwd uit baksteen, aangevuld met beschot, beplating, betonnen kolommen en banden. Ook glazen puien komen veelvuldig voor. Het merendeel van de kozijnen is uitgevoerd in hout en geschilderd. Waarde De instellingen en complexen maken deel uit van de voorzieningen aan de rand van het beschermd gezicht en liggen enigszins afzijdig in het groen. De waarde is vooral gelegen in de ruime stedenbouwkundige opzet en de verschijningsvorm van de bebouwing. Uitgangspunten De instellingen en complexen zijn reguliere welstandsgebieden. Het beleid is gericht op het beheer van de samenhang tussen de bebouwingsensembles in de groene omgeving en het faciliteren van de (maatschappelijke) functies van de bebouwing. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht geschonken worden aan zorgvuldige architectuur en landschappelijke inpassing. Gebied 12 Instellingen en complexen Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen staan vrij op het terrein en eventueel met de voorgevel naar de weg • het individuele gebouw maakt deel uit van een stedenbouwkundige eenheid en voegt zich naar de groene omgeving • doorzichten behouden Massa • gebouwen zijn in het algemeen individueel en vrijstaand • moderne gebouwen zijn gevarieerd van opbouw en bestaan bij voorkeur uit een onderbouw van één tot twee lagen met een plat dak of kap • klassieke hoofdgebouwen hebben maximaal drie bouwlagen en een (samengestelde) kap • op- en aanbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa Architectonische uitwerking • in de architectonische uitwerking is de grote lijn goed te zien, op de lagere schaalniveaus vindt de architectuur zijn verfijning • gebouwen maken in het algemeen deel uit van een architectonisch ensemble • gevels hebben een heldere geleding • wijzigingen en toevoegingen in stijl en uitwerking afstemmen op hoofdvolume • op- en aanbouwen van klassieke panden van de (voormalige) instellingen als erkers en dakkapellen vormgeven als zelfstandig element of als onderdeel van de hoofdmassa Materiaal en kleur • materialen en kleuren van ensembles kennen een duidelijke samenhang • gevels zijn bij voorkeur van baksteen of vergelijkbare materialen met een structuur • hellende daken voorzien van keramische pannen of leien • houtwerk schilderen (bij klassieke panden grote vlakken in donkere tinten, kleinere elementen in met de gevel contrasterende kleuren) • kozijnen, lijstwerk en dakkapellen van klassieke panden in beginsel uitvoeren in hout • vensters van klassieke panden uitvoeren met stijlen en regels • kleuren zijn terughoudend Gebied 13 Bedrijventerreinen Beschrijving De bedrijventerreinen van Oegstgeest liggen aan de oostzijde van de gemeente langs de A
- Voor het grootste deel liggen deze in het zicht van de snelweg, zoals de kop van het Florapark en de deels nog te ontwikkelen gebieden in Nieuw-Rhijngeest en het MEOB-terrein. Een uitzondering is het verouderde maar verscholen gelegen bedrijfsgebied aan de Rhijnhofweg. De nieuwe bedrijventerreinen langs de snelweg zijn bestemd voor hoogwaardige bedrijvigheid zoals technische ondernemingen en kantoren. Daarnaast is er ruimte voor horeca, detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke doeleinden en ook recreatie en natuur. De terreinen zijn het gezicht van Oegstgeest langs de A44 en representativiteit is een vereiste. Het terrein aan de Rhijnhofweg bestaat uit een representatief bedrijfscomplex ter hoogte van de snelwegafslag (het gebouw van Nalco), waarachter op het land tussen de Rhijnhofweg en de Rijn een aantal bedrijfshallen en een enkele woning staan. De bebouwing in deze strook is sterk verouderd, maar staat wel langs een route voor langzaam verkeer die in belang toeneemt door de ontwikkeling van Nieuw-Rhijngeest. De terreinen hebben een eenvoudige hoofdstructuur met vrijwel aaneengesloten individuele bebouwing. De gebouwen moeten in het algemeen op de weg worden georiënteerd. De inrichting van de openbare ruimte is doelmatig met enige aandacht voor groenelementen. Opslag in het zicht is niet gewenst. De architectuur van de nieuwbouw is in de regel op een vrij hoog niveau in verband met de gewenste representativiteit. Ook voor reclame is aandacht nodig. Materialen en kleuren zijn overwegend traditioneel. De gevels zijn uitgevoerd in steen of plaatmateriaal. Het kleurgebruik varieert van terughoudend tot fel, waarbij lichte grijzen en baksteentinten het meest aanwezig zijn. Waarde De waarde gaat verder dan het functioneren en de dynamiek in de gebieden is hoog. De bedrijventerreinen zijn vanwege hun ligging langs de snelweg een visitekaart voor Oegstgeest. Uitgangspunten De bedrijventerreinen zijn voor zover het nieuwe ontwikkelingen betreft bijzonder welstandsgebied en verder regulier welstandsgebied met bijzondere randen op de zichtlocaties. Het beleid is gericht op tot stand brengen van een samenhangend representatief beeld. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan de afstemming in zowel de architectonische uitwerking als in het gebruik van materiaal en kleur. Aanvullend beleid MEOB Het beeldkwaliteitplan voor het MEOB-terrein geldt als aanvullend beleid. Het omschrijft het terrein als een etalage en geeft regels voor de verdere uitwerking van de bebouwing. De welstandscriteria moeten in samenhang met de omschrijvingen en richtlijnen in het beeldkwaliteitplan worden geïnterpreteerd. Aanvullend beleid Nieuw-Rhijngeest Zuid Het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitplan Nieuw-Rhijngeest Zuid gelden als aanvullend beleid. De welstandscriteria moeten in samenhang met de omschrijvingen en richtlijnen in het beeldkwaliteitplan worden geïnterpreteerd. Nieuw-Rhijngeest Zuid moet gebied met stedelijke allure worden, waarin gebouwen als vrijstaande volumes door plaatsing in de rooilijn de groene openbare ruimte scherp begrenzen. Aanbouwen zijn ongewenst. Alles wat niet in de buitenruimte hoeft te zijn, zoals stallingen en containers, moet achter de rooilijn in de gebouwen worden opgenomen. Van belang is een uitgesproken kwaliteit. De gebouwen zijn gedacht als enkelvoudige rechthoekig volumes, die elk een eigen architectuur krijgen met duidelijke verticale of horizontale geleding en steeds één hoofdmateriaal. De gebouwen zijn gericht op de straat met bijvoorbeeld een representatieve entree. Eventuele naamsaanduidingen in de architectuur integreren. Er is mede in verband met de individuele herkenbaarheid veel vrijheid in architectuur, maar daarbij worden wel een expressieve vormgeving en hoogwaardige materialen gevraagd. De gebouwen moeten kleur krijgen in de detaillering, het materiaalgebruik en de kleurstelling. Te denken aan onder meer metselwerk, natuursteen, koper, glas, aluminium en andere materialen die mooier worden bij verouderen. Gebied 13 Bedrijventerreinen Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen oriënteren op de openbare ruimten • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon en zijn hier in plaatsing en oriëntatie op aangepast • representatieve, openbare en eventuele woonfuncties naar de belangrijkste openbare ruimte(n) richten • opslag zo veel mogelijk uit het zicht plaatsen en in ieder geval niet direct langs de doorgaande wegen • eventuele erfafscheidingen uitvoeren in spijlenhekwerken in terughoudende kleuren (of vormgeven op een manier vergelijkbaar aan de gebouwgevels) Massa • gebouwen kunnen individueel zijn, maar blijven deel uitmaken van de stedenbouwkundige ensembles • gebouwen hebben een plat of flauw hellend dak • woningen hebben bij voorkeur één of twee bouwlagen met een kap Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is zorgvuldig met oog voor detail • gevraagd wordt een levendige en eigentijdse architectuur • op zichtlocaties is er een helder evenwicht tussen grote gebaren en fijne lijnen • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op het hoofdvolume • woningen hebben een individuele uitstraling en een bescheiden architectuur Materiaal en kleur • gevels bestaan uit combinaties van (bak)steen of plaatmateriaal en op zichtlocaties voor een aanmerkelijk deel uit glas • kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang • gevels van woningen zijn van baksteen, schuine daken voorzien van pannen Gebied 14 Sport en recreatie Beschrijving De sport- en recreatieterreinen met overwegend eenvoudige bebouwing en een groen karakter zijn verspreid over de gemeente Oegstgeest te vinden. Naast recreatieterreinen en sportterreinen en -complexen vallen ook volkstuinen in deze categorie. De terreinen zijn verschillend van grootte. Ook de bijbehorende bebouwing is verschillend in grootte en vormgeving. De sport- en recreatieterreinen zijn vrijwel altijd voorzien van een parkeerterrein. In het algemeen bestaat de veelal geclusterde bebouwing van sportterreinen uit een hoofdgebouw met meerdere bijgebouwen, die meestal vrij op het maaiveld staan en waarbij het hoofdgebouw gericht is op de belangrijkste openbare ruimte of het hoofdsportveld. De entree is gericht op de weg en veelal vormgegeven als accent. De gebouwen hebben een eenvoudige opbouw en bestaan in hoofdzaak uit een onderbouw van één tot twee lagen met een flauw hellende kap of plat dak. Hoewel de gebouwen verschillen van uiterlijk is de hoofdvorm helder en de architectuur en detaillering eenvoudig en verzorgd. Grote vlakken bestaan uit materiaal met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat. Het kleurgebruik is terughoudend. De gevels van de sporthallen zijn op het entreegedeelte na veelal gesloten. Waarde De waarde is vooral gelegen in het groene karakter waarbij de bebouwing een ondergeschikte rol speelt. De gebieden hebben veelal een heldere, eenvoudige opzet en bebouwing. De architectuur is terughoudend. Uitgangspunten Sport- en recreatieterreinen zijn reguliere welstandsgebieden. Het beleid is terughoudend en gericht op beheer. Mogelijke uitbreidingen zullen met name buiten de kern goed in het landschap ingepast moeten worden. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van de terughoudende architectuur en landschappelijke inpassing. Gebied 14 Sport en recreatie Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • per terrein is er één hoofdmassa, die met de voorgevel is gericht op de belangrijkste openbare ruimte • het hoofdgebouw is vrijstaand en individueel • het individuele gebouw binnen een cluster is deel van het geheel en voegt zich hier naar • bestaande rooilijnen behouden • bijgebouwen zijn ondergeschikt • grootschalige verharding van voorerven voor bijvoorbeeld parkeerplaatsen zoveel mogelijk beperken Massa • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm die bestaat uit een onderbouw van één tot twee lagen met flauw hellende kap of plat dak • gebouwen hebben per cluster samenhang • er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat • aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en maken deel uit van de totale compositie van het gebouw • geledingen in massa zijn wenselijk Architectonische uitwerking • er is ontwerpaandacht voor alle details • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • de detaillering is per cluster in samenhang • entreepartijen vormgeven als accent of als zelfstandig volume • bijgebouwen eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als hoofdmassa • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • gevels zijn bij voorkeur van baksteen of houten of delen • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat • kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang Gebied 15 Buitengebied Beschrijving Het overige buitengebied van Oegstgeest heeft gevarieerde bebouwing, geclusterd in linten, zoals de Rijnzichtweg, Vinkeweg en de Valkenburgerweg. De bebouwing staat in het algemeen langs de hoofdontsluitingswegen en ligt meestal terug op ruime kavels. De bebouwing bestaat voor het overgrote deel uit vrijstaande boerderijen, woningen en bedrijfsgebouwen. Ook komen enkele rijtjes arbeiderswoningen voor. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op de weg. Rooilijnen volgen de weg en verspringen. Bedrijfsgebouwen als hallen en schuren liggen meestal achter en soms naast de woongebouwen. Het erfdeel voor het bedrijfsgedeelte is vaak verhard. Incidenteel zijn er kleine gebouwen als gemalen en elektriciteitshuisjes in het buitengebied te vinden die los van de linten staan. Deze gebouwen hebben een alzijdige oriëntatie. De woningen zijn individueel en afwisselend, maar bij rijtjes is herhaling het hoofdkenmerk. Woningen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met kap. Op-, en aanbouwen komen veel voor en deze zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa. Gevels van woningen zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen en boerderijen zijn verticaal geleed met staande ramen. De detaillering is zorgvuldig en gevarieerd, van eenvoudig tot rijk. Gevels van oudere woningen zijn regelmatig voorzien van elementen als siermetselwerk, gevellijsten, windveren en dergelijke. Ook bij traditionele boerderijen komen veel rijke details voor. Woningen hebben gevels van baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal en met pannen gedekte daken. Bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een flauw hellend zadeldak op plat dak en zijn eenvoudiger gedetailleerd dan de woningen met veelal gevels van plaatmateriaal en een enkele keer van baksteen. Waarde De waarde is vooral gelegen in de combinatie tussen de openheid en de oorspronkelijke structuurelementen zoals akkers en watergangen. In het gebied komen cultuurhistorisch waardevolle gebouwen als boerderijen en bollenschuren voor. Een deel hiervan is monument. Uitgangspunten Het buitengebied van Oegstgeest is een regulier welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing en het karakteristieke profiel van de lintwegen en het inperken van grote oppervlakken verharding. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige detaillering en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Gebied 15 Buitengebied Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • de hoofdbebouwing staat aan de straatzijde, bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie • de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar • bebouwing met de voorgevel en publieke of representatieve functies op de weg richten • bedrijfsgebouwen liggen achter de voorgevelrooilijn • rooilijnen zijn per cluster of rij in samenhang • opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats • grootschalige verharding van voorerven voor bijvoorbeeld inritten voorkomen • kleine, utilitaire gebouwtjes in het veld hebben een alzijdige oriëntatie Massa • gebouwen zijn individueel en afwisselend • de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel • woongebouwen hebben een onderbouw van één tot twee lagen met een kap • bedrijfsgebouwen bestaan uit een onderbouw van één laag met een flauw hellend zadeldak of plat dak • de nok is evenwijdig aan of staat haaks op de weg en is per rij in samenhang • zijgevels van vrijstaande woningen hebben vensters • uitbreidingen waaronder op- en aanbouwen zoals dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa en eenvoudig van vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend • bedrijfsgebouwen eenvoudig en zorgvuldig detailleren • zeer grote lengtes door middel van geleding van de wand in materiaal of vorm doorbreken • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen zijn traditioneel, kleuren traditioneel en terughoudend • gevels van woningen zijn van baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal • hellende daken van woningen dekken met pannen of riet • grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur • kleuren afstemmen op de omliggende bebouwing • daken van bedrijfsgebouwen zijn in beginsel grijs • houtwerk schilderen of beitsen • aan- en bijgebouwen in materiaal en kleur afstemmen op de hoofdmassa Bijlage 1Begrippenlijst Aanbouwen grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw Achtererf erf achter de achtergevelrooilijn Achterkant het erf achter de lijn op 1 m achter de voorgevellijn die evenwijdig loopt aan het openbaar toegankelijk gebied, inclusief de grond onder het hoofdgebouw en het gehele achtererf, alsmede de gevels en dakvlakken ter plaatse van dit deel van het erf Afdak dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag te beschermen Band horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen of baksteen Bedrijfsbebouwing gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter Beschermd dorpsgezichtgebied dat vanwege de ruimtelijke of cultuurhistorische waarde is aangewezen tot beschermd gebied krachtens de wet Beschot afwerking van een wand met planken, schroten of rabatdelen Bestemmingsplan door de gemeenteraad vastgesteld plan waarin gebruik van grond en bebouwingsvoorschriften zijn vastgelegd Bijgebouw gebouw dat bij een hoofdgebouw hoort en los van het hoofdgebouw op het erf of kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage Borstwering lage dichte muur tot borsthoogte Boeiboord opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal Boerderij gebouw of gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis waaronder de stolp, kop-hals-romp en andere typen Bouwblok een aan alle zijden door straten en wegen begrensde groep gebouwen, die een stedenbouwkundige eenheid vormt Bouwlaag verdieping van een gebouw Buitengebied buiten de bebouwde kom gelegen gebied, ook wel landelijk gebied genoemd Bungalow meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd Carport afdak om de auto onder te stallen, meestal bij een woning Cultureel erfgoed verzamelnaam voor (archeologische) monumenten, beeldbepalende objecten, rijksbeschermde en gemeentelijke dorpsgezichten Dak afdekking van een gebouw, vlak of hellend, waarop dakbedekking is aangebracht Dakhelling de hoek van het dak ten opzichte van een horizontale vlak Dakkapel uitbouw op een hellend dakvlak Dakopbouw een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert Dakraam raam in een hellend dak Detail ontmoeting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en ra