Verordening parkeerbelastingen 2017Nijverdal, 13 december 2016 Nr. 16INT03617 De raad van de gemeente Hellendoorn; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8 november 2016; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 225 van de Gemeentewet en de van kracht zijnde Parkeerverordening gemeente Hellendoorn; b e s l u i t vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2017 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990 (Staatsblad 1990, 459); motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990, met inbegrip van brommobielen; brommobiel: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Staatsblad 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven. Als houder van een motorvoertuig wordt mede beschouwd: degene die gebruik maakt van een lease-auto, zoals blijkt uit een verklaring ter zake van de kentekenhouder (leasemaatschappij); de werknemer die (nagenoeg) permanent ten behoeve van zijn werkzaamheden de beschikking heeft over een motorvoertuig van zijn werkgever, zoals blijkt uit een verklaring ter zake van de werkgever; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeerkaart: het betalingsbewijs dat zodanig aan de binnenzijde van de voorruit van het motorvoertuig moet zijn aangebracht, dat de gegevens buiten het voertuig goed zichtbaar en leesbaar zijn; bezoekerskaart: pasje (of digitale versie daarvan) van een bewonerbelanghebbende, waarmee zijn/haar bezoekers tegen gereduceerd tarief en voor een beperkt aantal uren kunnen parkeren; bezoekersvergunning: een vergunning van een bewonerbelanghebbende, waarmee zijn/haar bezoeker kan parkeren; vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een parkeervergunning is verleend; weggedeelten: een straat, plein, terrein of zone; parkeerbelastinggebied: het gebied waarbinnen op de parkeerplaatsen tegen betaling kan worden geparkeerd, zoals is vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende bijlage parkeerbelastinggebied; bewonerbelanghebbende: een persoon die in de Basisregistratie Personen als bewoner staat geregistreerd van een woonadres binnen het parkeerbelastinggebied; zakelijk belanghebbende: een persoon die op een adres in parkeerbelastinggebied een beroep of bedrijf uitoefent; privé-parkeergelegenheid: parkeergelegenheid die niet openbaar toegankelijk is; een beroep of bedrijf uitoefenen: de rechtspersoon of de natuurlijke persoon onder wiens verantwoordelijkheid de beroeps- of bedrijfsuitoefening plaatsvindt; activiteiten die zowel op commerciële als op niet-commerciële basis plaatsvinden. Maten van een maatschap gevestigd op één adres worden samen als één zakelijke belanghebbende aangemerkt; parkeervergunningen: vergunning waarmee gedurende maximaal een kalenderjaar geparkeerd kan worden op specifiek aangewezen plaatsen in het parkeerbelastinggebied in Nijverdal; bewonersvergunning: een parkeervergunning voor de houder van een motorvoertuig, die blijkens een inschrijving in de Basisregistratie Personen woont in het parkeerbelastinggebied, dat (mede) bestemd is voor het parkeren door vergunninghouders; werknemersvergunning: een parkeervergunning voor de houder van een motorvoertuig, die een beroep uitoefent in het parkeerbelastinggebied, dat (mede) bestemd is voor het parkeren door vergunninghouders; bedrijfsvergunning: een parkeervergunning voor de houder van een motorvoertuig, die aantoonbaar een bedrijf uitoefent in het parkeerbelastinggebied, dat (mede) bestemd is voor het parkeren door vergunninghouders; zorgvergunning: een parkeervergunning voor de houder van een motorvoertuig, die een medisch of paramedisch beroep uitoefent, dan wel een beroep uitoefent waarbij sprake is van een mensreddend element, in het parkeerbelastinggebied, dat (mede) bestemd is voor het parkeren door vergunninghouders; mantelzorgvergunning: een parkeervergunning voor een zorgbehoevende bewoner, die op medische gronden afhankelijk is van mantelzorg en die blijkens een inschrijving in de Basisregistratie Personen woont in het parkeerbelastinggebied, dat (mede) bestemd is voor het parkeren door vergunninghouders; uur: een tijdvak van 60 minuten; dag: een tijdvak van 24 uren, aanvangend te 00.00 uur; week: een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen dat begint op maandag en eindigt op zondag; maand: een tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand; kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Hellendoorn een overeenkomst heeft gesloten in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam “parkeerbelastingen” worden de volgende belastingen geheven: een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening aangewezen plaats, tijdstip en wijze; een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel3Belastingplicht De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de parkeervergunning heeft aangevraagd. Artikel4Tijdstip parkeerbelasting Parkeerbelasting is verschuldigd van maandag tot en met zaterdag van 9.00 tot 18.00 uur en op donderdag tot 21.00 uur. In afwijking van het eerste lid is geen parkeerbelasting verschuldigd op nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, eerste kerstdag, tweede kerstdag en oudejaarsdag. In afwijking van het eerste lid is op 4 mei en 24 december parkeerbelasting verschuldigd tot 18.00 uur, voor zover voornoemde data vallen op een donderdag. De parkeerduur is onbeperkt. De per keer mogelijk te betalen parkeertijd is afhankelijk van de parkeerapparatuur. Met inachtneming van het voorgaande kan het college van burgemeester en wethouders jaarlijks maximaal vier extra dagen aanwijzen waarop geen parkeerbelastingen verschuldigd zijn. Van een dergelijk besluit doet het college zo snel mogelijk mededeling aan de gemeenteraad. Artikel5Vrijstelling De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van de houder van een motorvoertuig dat wordt gebruikt: door de politie; door de brandweer; door een regionaal centrum, waar meerdere huisartsen samenwerken buiten de normale praktijktijden; door een ambulancedienst, waaraan krachtens de Wet ambulancevervoer een vergunning is verleend voor het verrichten van ambulancevervoer; door een organisatie die hulp verleent als een motorvoertuig met pech komt te staan; door een organisatie die hulp verleent voor het vervoer van zieke en gewonde dieren met daartoe ingerichte en bestemde motorvoertuigen; om een bruidspaar te vervoeren, voor zover het parkeren geschiedt ten behoeve van een burgerlijke voltrekking van het huwelijk of partnerschapsregistratie of een kerkelijke inzegening van een huwelijk of partnerschapsregistratie; om een stoffelijk overschot te vervoeren, voor zover het parkeren geschiedt in het kader van een herdenkingsplechtigheid, begrafenis of crematie. De vrijstelling als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, onderdeel a tot en met onderdeel f, is uitsluitend van toepassing in geval van spoedeisende hulpverlening. De belastingen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a en b, worden niet geheven van motoren, motoren met zijspan, trikes, quads of vergelijkbare motorvoertuigen zonder afsluitbaar bestuurder/bijrijdercompartiment. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van houders van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, doch alleen voor zover het motorvoertuig geparkeerd wordt op een algemene gehandicaptenparkeerplaats die niet op kenteken is gesteld. Artikel6Maatstaf van heffing en belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende bijlage tarieventabel. Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten dat er, gedurende een afgebakend tijdvak, lagere tarieven van toepassing zijn voor de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, met dien verstande dat het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad zo snel mogelijk achteraf hierover informeert. Artikel7Wijze van heffing De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de parkeervergunning wordt verleend. Artikel9Ontheffing van parkeerbelasting Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, verschuldigd voor zoveel 52ste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle weken overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar eindigt, bestaat voor de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, aanspraak op ontheffing voor zoveel 52ste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle weken overblijven. Artikel10Wijze van betalen Ter zake van de parkeerbelasting geschiedt het in werking stellen van de parkeerapparatuur (uitsluitend indien de parkeerapparatuur daarvoor geschikt is) door middel van: contante betaling in munteenheden van € 0,05, € 0,10, € 0,20, € 0,50, € 1,00 en € 2,00; een pinbetaling; een creditcardbetaling; een bezoekerskaart. Er dient ten minste zoveel betaald te worden als nodig is en/of het saldo op de gebruikte bezoekerskaart dient ten minste zo groot te zijn als nodig is om de gewenste parkeerduur te kunnen parkeren. Indien bij het parkeren op straat - met uitzondering van het betaald parkeren op parkeerterreinen welke zijn voorzien van een slagboom - gebruik wordt gemaakt van parkeerapparatuur welke na inwerkingstelling een parkeerkaart afgeeft, dient deze parkeerkaart met de tijdsaanduiding aan de bovenzijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig te worden aangebracht. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het in werking stellen van de parkeerapparatuur tevens geschieden door het via een telefoon inloggen op de centrale computer van het bedrijf waarmee de gemeente Hellendoorn een overeenkomst heeft gesloten in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon. Hiertoe dient de belastingplichtige geregistreerd te zijn bij dit bedrijf. De aanvang van het parkeren meldt de belastingplichtige door de gebiedscode telefonisch door te geven aan dit bedrijf. Tevens neemt de belastingplichtige de overige voorwaarden van dit bedrijf in acht. Wanneer niet aan voornoemde voorwaarden is voldaan, wordt de belasting geheven bij wege van voldoening op aangifte overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van artikel 8 en geldt de betalingstermijn zoals bedoeld in het eerste lid van artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.