← Nederland

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING WASSENAAR 2017 (Verordening precariobelasting Wassenaar 2017) (Wassenaar)

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING WASSENAAR 2017 (Verordening precariobelasting Wassenaar 2017) De gemeenteraad van Wassenaar; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 november 2016; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING WASSENAAR 2017 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt verstaan onder: a. dag : een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan; b. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; c. maand: een kalendermaand; d. jaar: een kalenderjaar; e. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam ‘precariobelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel3Belastingplicht 1.De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel5Berekening van de precariobelasting 1.Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2.Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3.De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt vastgesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4.Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. 5.Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 6.In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 7.Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak. Artikel6Belastingtijdvak 1.In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2.In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Artikel7Wijze van heffing De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang In de gevallen bedoeld in artikel 6, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Belastingaanslagen van € 5,- of minder worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen voor belastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting. Artikel12Overgangsrecht De ‘Verordening precariobelasting Wassenaar 2016’, vastgesteld bij raadsbesluit van 14 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel13Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari

  1. Artikel14Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening precariobelasting Wassenaar 2017’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Wassenaar gehouden op 12 december 2016 de griffier,drs. G. de Schipper-Tingavoorzitter, plv.dr. E.C.M.Ooms Tarieventabel Behorende bij de VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING WASSENAAR 2017 Hoofdstuk 1 Bouw- en onderhoudswerken, inclusief tuinonderhoud Omschrijving van voorwerp Bedrag 2016 in euro Bedrag 20117 in euro 1.1 Het tarief bedraagt voor: 1.1.1 een schutting voor of om een bouw- of onderhoudswerk per m2 afgesloten oppervlakte of gedeelte daarvan, per dag 0,62 0,63 1.1.2 een stut, schoor of paal, per voorwerp per dag 0,62 0,63 1.1.3 het op andere wijze met voorwerpen innemen van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond of –water ten behoeve van een bouw- of onderhoudswerk per m2 ingenomen oppervlakte 1.1.3.1 per dag 1,30 1,31 1.1.3.2 per maand 26,30 26,55 Hoofdstuk 2 Leidingen, kabels en buizen Omschrijving van voorwerp Bedrag 2016 in euro Bedrag 2017 in euro 2.1 Het tarief bedraagt voor: 2.1.1 leidingen voor het transport van olie, per strekkende meter of gedeelte daarvan, per jaar 0,62 0,62 2.1.2 kabels, buizen of leidingen voor gas, water en elektriciteit, per strekkende meter of gedeelte daarvan, per jaar 2,74 2,74 2.1.3 kabels, buizen of leidingen, niet vallende onder onderdeel 2.1.1 en 2.1.2, per strekkende meter of gedeelte daarvan, per jaar 0,44 0,44 2.2 Het aantal onder 2.1 bedoelde strekkende meters wordt bepaald naar het aantal strekkende meters per 1 januari van het kalenderjaar, voorafgaand aan het belastingjaar. Hoofdstuk 3 Installaties voor het al dan niet automatisch aftappen van motorbrandstoffen, olie, lucht of water Omschrijving van voorwerp Bedrag 2016 in euro Bedrag 2017 in euro 3.1 Het tarief bedraagt voor: 3.1.1 een verplaatsbaar aftappunt (met toebehoren) voor motorbrandstof of olie, per jaar 26,30 26,55 3.1.2 een aftappunt (met toebehoren) voor motorbrandstof, per jaar 162,05 163,65 3.1.3 een aftappunt (met toebehoren) voor lucht of water, per jaar 13,10 13,20 3.1.4 een overkapping boven één of meer benzinepompen, per jaar 405,00 409,00 3.1.5 een kiosk, per jaar 271,05 273,75 3.1.6 een lichtmast, per mast per jaar 26,30 26,55 Hoofdstuk 4 Olietanks ten behoeve van verwarmingsinstallaties Omschrijving van voorwerp Bedrag 2016 in euro Bedrag 2017 in euro 4.1 Het tarief bedraagt voor: 4.1.1 een olietank, deel uitmakende van een verwarmingsinstallatie, inclusief leidingen, per jaar 52,65 53,15 4.1.2 een vulput, in verbinding staande met een olietank als bedoeld onder 4.1.1, per jaar 7,75 7,80 Hoofdstuk 5 Aankondigingsborden Omschrijving van voorwerp Bedrag 2016 in euro Bedrag 2017 in euro 5.1 Het tarief bedraagt voor reclame- of andere aankondigingsborden per m2: 5.1.1 per dag 1,30 1,31 5.1.2 per maand 26,30 26,55 Hoofdstuk 6 Automaten Omschrijving van voorwerp Bedrag 2016 in euro Bedrag 2017 in euro 6.1 Het tarief bedraagt voor een verkoopautomaat: 6.1.1 indien de oppervlakte 0,50 m2 of minder bedraagt, per jaar per automaat 58,15 58,75 6.1.2 indien de oppervlakte meer bedraagt dan 0,50 m2, per jaar per automaat 87,20 88,00 Hoofdstuk 7 Rijwielrekken Omschrijving van voorwerp Bedrag 2016 in euro Bedrag 2017 in euro 7.1 Het tarief bedraagt voor rijwielrekken: 7.1.1 per m2 of gedeelte daarvan, per maand 1,30 1,31 7.2 De afmeting van deze rekken wordt gemeten met inbegrip van de door en tussen de daarin te plaatsen rijwielen ingenomen grond. Hoofdstuk 8 Terrassen Omschrijving van voorwerp Bedrag 2016 in euro Bedrag 2017 in euro 8.1 Het tarief bedraagt voor uitstallingen ten behoeve van terrassen, per m2 of gedeelte daarvan ingenomen grond of water: 8.1.1 per week of gedeelte daarvan 1,30 1,31 8.1.2 per maand 3,70 3,75 Hoofdstuk 9 Standplaatsen Omschrijving van voorwerp Bedrag 2016 in euro Bedrag 2017 in euro 9.1 Het tarief bedraagt voor standplaatsen ingenomen voor de verkoop van waren, anders dan op de markten gedurende de aangewezen marktdagen, met inbegrip van eventueel voor uitstalling en of opslag in gebruik zijnde grond per m2 : 9.1.1 per dag of gedeelte daarvan 1,22 1,23 met een minimum per standplaats van 14,64 14,76 9.1.2 per maand, gerekend naar één dag per week 4,07 4,11 met een minimum per standplaats van 48,84 49,32 9.1.3 per jaar, gerekend naar één dag per week 48,52 49,40 met een minimum per standplaats van 582,24 592,80 9.2 De tarieven per maand en per jaar worden verdubbeld indien de standplaatsvergunning geldt voor meerdere dagen per week. Hoofdstuk 10 Woonschepen Omschrijving van voorwerp Bedrag 2016 in euro Bedrag 2017 in euro 10.1 Het tarief bedraagt voor het gedurende een periode van langer dan veertien dagen innemen van een ligplaats op de aangewezen openbare ligplaats(en) per m2 oppervlakte van het woonschip: 10.1.1 per maand met een minimum per woonschip van 1,00 10,00 1,01 10,10 10.1.2 per jaar met een minimum per woonschip van 7,85 39,25 7,90 39,65 Hoofdstuk 11 Overig Omschrijving van voorwerp Bedrag 2016 in euro Bedrag 2017 in euro 11.1 Het tarief bedraagt voor: 11.1.1 een brug, niet zijnde een in-of uitrit, boven gemeentegrond en/of gemeentewater, per m2 per jaar 13,15 13,25 11.2 Het tarief bedraagt voor voorwerpen waarvoor in dit hoofdstuk en de voorgaande hoofdstukken geen afzonderlijk tarief is opgenomen, per m2 of gedeelte daarvan ingenomen gemeentegrond of –water: 11.2.1 per dag 1,30 1,31 11.2.2 per week 2,47 2,49 11.2.3 per maand 7,30 7,35 11.2.4 per jaar 66,90 67,55 Behorende bij raadsbesluit van 12 december
  2. de griffier, drs. G. de Schipper-Tinga de voorzitter, plv. dr. E.C.M. Ooms

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.