artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 4.De leges worden niet geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning als
artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft
artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets). Artikel5Maatstaf van heffing en tarieven 1.De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als
artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals
artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet. 3.Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Wijze van heffing De leges worden geheven bij wege van aanslag door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving; 2.In afwijking van het eerste lid geldt met betrekking tot de leges als
artikel 3.7.6 van de tarieventabel, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 en minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, moeten de aanslagen worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen steeds één maand later. 3.De leges moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als
artikel 6 schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen twee maanden na de dagtekening van de kennisgeving. 4.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel8Bijzondere bepalingen De abonnementen als
titel I van de tarieventabel worden geacht te zijn ingegaan op de dag waarop het verschuldigde bedrag is betaald, tenzij een andere datum is overeengekomen. Artikel9Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel10Wijzigen verordening door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening in de loop van het kalenderjaar, indien de wijzigingen: van zuiver redactionele aard zijn; een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: hoofdstuk 1, artikel 1.1.9, akten burgerlijke stand; hoofdstuk 2 reisdocumenten; hoofdstuk 3 rijbewijzen; hoofdstuk 4, artikel 1.4.5, papieren verstrekking uit basisregistratie personen; hoofdstuk 6 verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens; hoofdstuk 9, artikel 1.9.1, verklaring omtrent het gedrag; hoofdstuk 16 kansspelen; een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel11Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel 1.De ‘Verordening leges 2016’ van 17 december 2015 wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 11, vierde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt. 3.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 4.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017. 5.Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening leges 2017’. Vastgesteld in de raadsvergadering d.d. 15 december 2016De griffier,de voorzitter,Tarieven leges 2017 Titel 1 Algemene dienstverleningHoofdstuk 1 Burgerlijke stand1.1.1 Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op: DVV 1.1.1 Nulpakket: Het voltrekken van een huwelijk, het registreren van een partnerschap, de omzetting van een partnerschapsregistratie in een huwelijk, volgens de voorwaarden van het reglement Burgerlijke Stand voor het nulpakket en de Wet Rechten Burgerlijke Stand art. 4 € 0,00 DVV 1.1.1.1 Basispakket: Het voltrekken van een huwelijk, het registreren van een partnerschap, de omzetting van een partnerschapsregistratie in een huwelijk, volgens de voorwaarden van het reglement Burgerlijke Stand voor het Basispakket en de Wet Rechten Burgerlijke Stand art. 5, tweede lid € 288,00 DVV 1.1.1.2 Keuzepakket: Het voltrekken van een huwelijk, het registreren van een partnerschap, de omzetting van een partnerschapsregistratie in een huwelijk op doordeweekse dagen tussen 9.00 uur en 18.00 uur , volgens de voorwaarden van het reglement Burgerlijke Stand voor het keuzepakket en de Wet Rechten Burgerlijke Stand art. 5, tweede lid € 627,00 DVV 1.1.1.3 Keuzepakket: Het voltrekken van een huwelijk, het registreren van een partnerschap, de omzetting van een partnerschapsregistratie in een huwelijk op een ander tijdstip dan vermeld onder 1.1.1.2, volgens de voorwaarden van het reglement Burgerlijke Stand voor het keuzepakket en de Wet Rechten Burgerlijke Stand art. 5, tweede lid € 696,00 DVV 1.1.1.4 All-in pakket: Het voltrekken van een huwelijk, het registreren van een partnerschap, de omzetting van een partnerschapsregistratie in een huwelijk op een zaterdag, volgens de voorwaarden van het reglement Burgerlijke Stand voor het all-in pakket en de Wet Rechten Burgerlijke Stand art. 5, tweede lid: DVV 1.1.1.4.1 In de Gravenzaal € 1.049,00 DVV 1.1.1.4.2 In de Librije € 823,00 DVV 1.1.1.5 Idem, op een ander tijdstip of andere wijze dan
1.1.1.4 DVV 1.1.1.5.1 In de Gravenzaal € 823,00 DVV 1.1.1.5.2 In de Librije € 569,00 DVV 1.1.2 Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk indien daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de gemeente hiertoe aangewezen ruimte op: € 136,00 DVV 1.1.3 Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek € 628,00 DVV 1.1.4 Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek € 628,00 DVV 1.1.5 Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapboekje € 37,90 DVV 1.1.7.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van een lijst met alle op één dag, in één week of in één maand geborenen (geboorte-aangifte), voor zover voor plaatsing op die lijst toestemming is verleend, voor elk op die lijst vermelde aangifte voor de periode van drie maanden € 138,00 DVV 1.1.7.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van een lijst met alle op één dag, in één week of in één maand overledenen, voor zover voor plaatsing op die lijst toestemming is verleend, voor elk op die lijst vermelde aangifte voor de periode van drie maanden € 104,00 DVV 1.1.7.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van een lijst met alle op één dag, in één week of in één maand ondertrouwde en getrouwde paren of geregistreerde partners, als voor plaatsing op die lijst toestemming is verleend, voor elk op die lijst vermeld paar voor de periode van drie maanden € 104,00 DVV 1.1.8 Het tarief bedraagt voor het doen van naspeuringen in de registers van de burgerlijke stand, voor ieder daaraan besteed kwartier € 23,50 DVV 1.1.9 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als
artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand; dit betreft: € 12,90 – afschrift van akte burgerlijke stand – uittreksel akte van geboorte – uittreksel akte van huwelijk – uittreksel akte van partnerschap – uittreksel akte van overlijden – elke attestatie de vita, als
artikel 19k van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek – meertalig uittreksel van een akte DVV 1.1.10.1 Voor het beschikbaar stellen van gemeentegetuigen , per getuige € 23,50 DVV 1.1.10.2 Het op verzoek benoemen van een externe buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor het voltrekken van één huwelijk € 93,90 DVV 1.1.10.3 Het op verzoek beëdigen van een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor het eenmalig voltrekken van een huwelijk, het registreren van een partnerschap of de omzetting van een partnerschapsregistratie in een huwelijk als
artikel 1:16 lid 2 en 3 BW € 93,90 DVV 1.1.10.4 Tot het verstrekken van een verklaring van huwelijksbevoegdheid € 22,90 Hoofdstuk 2 ReisdocumentenDVV 1.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: DVV 1.2.1.1 tot het verstrekken van een nationaal paspoort voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 64,76 DVV 1.2.1.2 tot het verstrekken van een nationaal paspoort voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als
1.2.1.1 (zakenpaspoort) € 64,76 DVV 1.2.1.3 tot het verstrekken van een reisdocument ten behoeve van een persoon op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers van 9 september 1976 (Stb. 468) faciliteitenpaspoort) die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 64,76 DVV 1.2.1.4 tot het verstrekken van een 2e nationale paspoort voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 64,76 DVV 1.2.1.5 tot het verstrekken van een nationaal paspoort voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 51,46 DVV 1.2.1.6 tot het verstrekken van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als
1.2.1.5 (zakenpaspoort) die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 51,46 DVV 1.2.1.7 tot het verstrekken van een Nederlandse identiteitskaart (NIK) voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 50,66 DVV 1.2.1.8 tot het verstrekken van een Nederlandse identiteitskaart (NIK) voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 28,63 DVV 1.2.1.9 tot het verstrekken van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen € 51,46 DVV 1.2.1.10 tot het verstrekken van een reisdocument ten behoeve van een persoon op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers van 9 september 1976 (Stb. 468) faciliteitenpaspoort) die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 51,46 DVV 1.2.1.11 tot het verstrekken van een 2e nationale paspoort voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 51,46 DVV 1.2.2 De tarieven genoemd in de onderdelen 1.2.1.1 tot en met 1.2.1.11 worden bij een spoedlevering vermeerderd met een bedrag van € 47,55 Hoofdstuk 3 RijbewijzenDVV 1.3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs. € 39,11 DVV 1.3.2 Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met € 34,10 DVV 1.20.1.4 Voor het opmaken van een vermissingsrapport voor een rijbewijs € 35,40 Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie personenDVV 1.4.1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van de onderdelen 1.4.3 en 1.4.4, wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. DVV 1.4.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: DVV 1.4.2.1 tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking € 18,10 DVV 1.4.2.3 tot het afsluiten van abonnement op het verstrekken van een opgave van verhuizingen binnen de gemeente, vertrekken uit de gemeente en vestigingen in de gemeente, gedurende een kwartaal € 143,00 DVV 1.4.3 Voor de toepassing van onderdeel 1.4.4 wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. DVV 1.4.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: DVV 1.4.4.1 tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking € 18,10 DVV 1.4.5 In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens als
artikel 17, van het Besluit basisregistratie personen € 5,32 DVV 1.4.6 Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan besteed kwartier € 23,50 DVV 1.4.7 Tot het verstrekken van een tweede en volgend afschrift van de persoonslijst uit de basisregistratie personen. € 26,20 DVV 1.4.8 Tot het uitvoeren van een basisregistratie personen-selectie voor maatschappelijke of wetenschappelijke doeleinden € 409,00 Hoofdstuk 7 BestuursstukkenALG 1.7.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van Gedrukte stukken, zoals verordeningen, besluiten, begrotingen, rekeningen en andere documentatie omtrent de gemeentelijke werkzaamheden: ALG 1.7.1.1 Per pagina € 0,30 ALG 1.7.1.2 Tot een maximum per gedrukt stuk van € 42,90 ALG 1.7.2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar: ALG 1.7.2.2.1 Op de agenda’s en lijst van ingekomen stukken van de raadsvergaderingen € 32,00 ALG 1.7.2.2.2 Op de voorstellen aan de raad € 109,00 ALG 1.7.3 op de verslagen van de raadsvergaderingen € 109,00 ALG 1.7.3.2.1 op de agenda van de vergaderingen van een raadscommissie € 42,30 ALG 1.7.3.2.2 Op de verslagen van de vergaderingen van een raadscommissie € 42,30 ALG 1.7.4 Voor toezending van stukken op grond van dit hoofdstuk per post of fax wordt een toeslag berekend van € 7,20 Hoofdstuk 8 Bodem- en vastgoedinformatie1.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: STZ 1.8.1.1 tot het verstrekken van een fotokopie van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger
onderdeel 1.8.2.2, structuurplan of stadsvernieuwingsplan: STZ 1.8.1.1.1 in formaat A3 per kaart € 32,30 STZ 1.8.1.1.2 In formaat A0 per kaart € 48,80 STZ 1.8.1.2 Tot het verzoek om gedigitaliseerde CAD-bestanden op CD, per ha € 24,70 STZ 1.8.1.3 Als de plot/afdruk op aanvraag aangewend wordt, in afwijking van de gebruikelijke (éénmalige) presentatie worden de hiervoor bij 1.8.1.1.1 en 1.8.1.1.2 vermelde tarieven verhoogd met het, voorafgaand aan de aanvraag, met de aanvrager contractueel overeengekomen bedrag. STZ 1.8.4 Het tarief exclusief BTW bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: STZ 1.8.4.1 Het verstrekken van een fotokopie of scan van een bodemonderzoeksrapport, saneringsplan of evaluatierapport, per rapport € 21,20 STZ 1.8.4.2 Het digitaal verstrekken van informatie over de gesteldheid van de bodem in de vorm van een geautomatiseerd rapport (onder andere bij grondtransacties) € 30,00 STZ 1.8.4.3 Het binnen 3 weken verstrekken van NVN5725-informatie bedraagt voor een locatie tot maximaal 1000 m² € 160,00 STZ 1.8.4.4 Het binnen 3 weken verstrekken van informatie over de gesteldheid van de bodem ten € 160,00 behoeve van werkzaamheden aan kabels en leidingen bedraagt voor een standaard aanvraag met een tracélengte tot ca. 75 meter STZ 1.8.4.5 Indien het een aanvraag betreft die niet onder 1.8.4.1., 1.8.4.2, 1.8.4.3 of 1.8.4.4 valt worden de kosten daarvoor in rekening gebracht in overeenstemming met een voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag medegedeelde kosten, blijkende uit een begroting die ter zake door het college van B& W is opgesteld. Indien een bovenstaande mededeling is uitgebracht, wordt de aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de melder ter kennis is gebracht tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag is ingetrokken. DVV 1.8.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot aanbrengen van een mutatie in de gemeentelijke basisregistratie adressen, per huisnummer € 85,10 Hoofdstuk 9 Overige publiekszakenDVV 1.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: DVV 1.9.1 tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag € 41,35 DVV 1.9.2 tot het verkrijgen van een bewijs van in leven zijn € 18,10 DVV 1.9.3 tot het verkrijgen van een legalisatie of waarmerking van een handtekening of document € 18,10 DVV 1.9.4. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot Nederlander zoals
hoofdstuk 4 van de Rijkswet op het Nederlanderschap geldt het tarief zoals opgenomen in het Besluit Optie- en Naturalisatiegelden 2002. Hoofdstuk 11 Huisvestingswet1.11 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: DVV 1.11.1 tot het verkrijgen van een huisvestingsvergunning als
artikel 7, eerste lid, van de Huisvestingswet € 54,40 1.11.2 vervallen € 0,00 DVV 1.11.3 voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het splitsen in appartementsrechten als
artikel 15 van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond € 560,00 Hoofdstuk 12 Leegstandwet1.12 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag als
artikel 15 van de Leegstandwet: DVV 1.12.1 voor het verkrijgen van een vergunning tijdelijke verhuur € 186,00 DVV 1.12.2 [vervallen] DVV 1.12.3 voor de verlenging van de vergunning ex artikel 15 van de Leegstandswet, per woning € 50,20 Hoofdstuk 14 StandplaatsenDVV 1.14 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: DVV 1.14.1 [vervallen] DVV 1.14.2.1 een standplaatsvergunning zoals
artikel 5:18, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening € 218,00 DVV 1.14.2.2 een vergunning voor een tijdelijke standplaats voor activiteiten als
artikel 5:18, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening jo. het Standplaatsenbeleid 2010, B&W-besluit d.d. 16 februari 2010, nr. 2010/25715 € 80,80 DVV 1.14.2.3 een vergunning voor een initiatief standplaats zoals
artikel 5:18, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening jo. het Standplaatsenbeleid 2010, B&W-besluit d.d. 16 februari 2010, nr. 2010/25715 € 547,00 DVV 1.14.2.3.3 bij intrekking van een ingediende aanvraag om vergunning als
artikel 1.14.2.3 bestaat aanspraak op teruggaaf van de leges 50% DVV 1.14.2.4 een vergunning voor een standplaats op een weekmarkt zoals
artikel 3 van de marktverordening 2014. € 117,00 DVV 1.14.4 [vervallen] € 0,00 DVV 1.14.5 een ontheffing als
artikel 5:16 van de Algemene Plaatselijke Verordening (verbod venten gedrukte/geschreven stukken op aangewezen tijd of plaats) € 117,00 Hoofdstuk 16 KansspelenDVV 1.16.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning voor een door de gemeente vastgesteld tijdvak van 3 jaar als
artikel 30b van de Wet op de kansspelen: DVV Het bedrag dat op grond van artikel 3 van het Speelautomatenbesluit 2000 ten hoogste voor het in behandeling kunnen nemen van de bedoelde aanvraag kan worden geheven. DVV 1.16.2 Voor het in behandeling nemen van een loterijvergunning als
artikel 3 van Wet op de kansspelen. € 117,00 Hoofdstuk 18 Telecommunicatie en Civiele WerkenGOB 1.18.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: GOB 1.18.1.1 een melding als
art. 5.4, eerste lid, sub a van de Telecommunicatiewet van een tracé van maximaal 25 meter € 79,10 GOB 1.18.1.2 een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als
artikel 5.4, eerste lid, sub a van de Telecommunicatiewet voor tracés langer dan 25 meter € 465,00 GOB 1.18.1.3 Het tarief als
1.18.1.2 voor tracés van 100 meter of meer wordt verhoogd per strekkende meter met € 0,30 GOB 1.18.1.4 Het tarief als
1.18.1.2 wordt voor elk ondersteuningswerk, beschermingswerk en signaalinrichting, alsmede de inrichting die is bestemd om daarin verbindingen tot stand te brengen waarvoor afzonderlijke plaatsbepaling noodzakelijk is, verhoogd met € 69,80 GOB 1.18.1.5 Het tarief voor een opvolgende melding indien onder één instemming meer dan één melding wordt gedaan € 155,00 GOB 1.18.2 Het tarief voor het in behandeling nemen van een separate melding voor het verkrijgen van instemming voor het plaatsen van een ondersteuningswerk, beschermingswerk, alsmede de inrichting die is bestemd om daarin verbindingen tot stand te brengen, bedraagt € 270,00 GOB 1.18.3 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het opbreken van de weg zoals
artikel 2:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening bedraagt € 54,70 GOB 1.18.4 indien met betrekking tot een melding overleg moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk, wordt het tarief met elk tweede of volgend overleg verhoogd met € 145,00 GOB 1.18.5 indien de melder verzoekt om een inhoudelijke afstemming bij de beoordeling van aanvragen als
artikel 5.5 van de Telecommunicatiewet, verhoogd met € 145,00 GOB 1.18.6 Indien het herstel van de opbreking niet goed is uitgevoerd en door de melder opnieuw wordt uitgevoerd dient ook een her controle plaats te vinden € 43,30 GOB 1.18.7 Indien de melder de melding laat vervallen worden verwerkingskosten in rekening gebracht € 43,30 1.18.8.1 [vervallen] € 0,00 1.18.8.2 [vervallen] € 0,00 DVV 1.18.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een geluidsontheffing voor werkzaamheden als
artikel 4:6, tweede lid van de Algemene plaatselijke verordening € 53,40 DVV 1.18.10 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor voorwerpen op, aan of boven de weg als
artikel 2:10, vierde lid van de Algemene plaatselijke verordening € 117,00 DVV 1.18.13 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het opbreken van de weg zoals
artikel 2:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening bedraagt: € 54,70 Hoofdstuk 18a HavendienstGOB/Stz 1.18a Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: GOB/Stz 1.18a.1 tot het verkrijgen van een ligplaatsvergunning voor een pleziervaartuig als
de Scheepvaart- en havenverordening € 69,20 GOB/Stz 1.18a.2 tot het verkrijgen van een vergunning voor schepen met beroepsmatige activiteiten als
de Scheepvaart- en havenverordening € 340,00 GOB/Stz 1.18a.3 Tot wijziging en opzegging (bij restitutie) van een ligplaatsvergunning voor een pleziervaartuig € 32,20 GOB/Stz Tot wijziging van overige vergunningsgegevens anders dan bedoeld onder 1.18a.3 € 19,00 GOB/Stz 1.18a.4 tot het verkrijgen van een ligplaatsvergunning voor een nieuw neer te leggen woonschip zoals
de Woonschepenverordening (gepaard gaande met een uitgebreide voorbereidingprocecedure) € 340,00 GOB/Stz 1.18b.4 tot het verkrijgen van een ligplaatsvergunning voor een bestaand woonschip (i.c.m. een bestaande plaats) zoals
de Woonschepenverordening (gepaard gaande met een eenvoudige voorbereidingsprocedure) € 76,10 Hoofdstuk 19 Verkeer en vervoer1.19 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: DVV 1.19.1 tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als
artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) € 158,00 1.19.2 tot het verkrijgen van een ontheffing voor het parkeren van een motorvoertuig a op een trottoir of bij een parkeerverbod (ingevolge bord E1 RVV 1990) of b bij een stopverbod (bord E2 RVV 1990) of c in een belanghebbendengebied (bord E9 RVV 1990) of d in een voetgangersgebied (bord G7 RVV 1990) alsmede e de overige ontheffingen op basis van artikel 87 van het RVV 1990, DVV f Bedraagt per voertuig voor de duur van de in de ontheffing genoemde termijn € 30,40 DVV 1.19.3 [vervallen] DVV 1.19.4 tot het verkrijgen van een duplicaat vergunning als
artikel 7, van de Parkeerverordening 2012 bedraagt € 31,60 DVV 1.19.5 tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken, inclusief de kosten die voortvloeien uit de aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken € 298,00 DVV 1.19.8 voor het verplaatsen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken € 138,00 DVV 1.19.9 voor het verlengen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken per strekkende meter € 65,20 1.19.10 [vervallen] DVV 1.19.11 om een ontheffing als
artikel 5:2, vierde lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (parkeren voertuigen autobedrijf) € 106,00 DVV 1.19.12 om een ontheffing als
artikel 5:3, tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (te koop aanbieden van voertuigen) € 106,00 DVV 1.19.13 om een ontheffing als
artikel 5:6, tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (parkeren kampeermiddelen) € 106,00 DVV 1.19.14 om een ontheffing als
artikel 5:8, vijfde lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (parkeren grote voertuigen) € 106,00 DVV 1.19.15 om een ontheffing als
artikel 5:11, derde lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (aantasting groenvoorzieningen door voertuigen) € 213,00 DVV 1.19.16 om een ontheffing als
artikel 5:7, derde lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (reclamevoertuigen) € 213,00 DVV 1.19.17 tot het verkrijgen van een toegangsontheffing autovrijgebied op basis van artikel 87 van het RVV 1990 (inclusief 1 toegangspasje) € 30,40 DVV 1.19.18 tot het verkrijgen van ieder extra toegangspasje (per pasje) € 30,40 DVV 1.19.19 tot het verkrijgen van een vervangend toegangspasje in geval van vermissing, diefstal , beschadiging etc. € 30,40 Hoofdstuk 20 DiversenDVV 1.20.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: DVV 1.20.1.1 tot het verlenen van een advies over vergunningvrij bouwen € 47,50 DVV 1.20.1.2 tot het verlenen van een advies over een bestemmingsplan € 47,50 DVV 1.20.1.3 tot het verlenen van een advies over de haalbaarheid van een ruimtelijk initiatief € 95,00 DVV 1.20.1.4 tot het verlenen van een advies over een complex (bouw) initiatief € 750,00 DVV 1.20.1.8 tot het verstrekken van informatie over een perceel bevattende: bestemming object, datum goedkeuring gemeenteraad en gedeputeerde staten, aanwezige voorbereidingsbesluiten en (voorontwerp) bestemmingsplannen; € 23,50 DVV 1.20.1.9 tot het verstrekken van informatie over een perceel bevattende: status, bouwjaar, aanschrijvingen en wet voorkeursrecht. € 23,50 ALG 1.20.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: ALG 1.20.2.1 gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per stuk € 6,40 ALG 1.20.2.2 afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: ALG 1.20.2.2.1 per pagina op papier van A4-formaat zwart/wit € 0,30 ALG 1.20.2.2.2 per pagina op papier van een ander formaat zwart/wit € 0,60 ALG 1.20.2.3 kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend bij de in de onderdelen 1.20.2.1 en 1.20.2.2 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk ALG a.formaat A4 en A3 € 12,60 ALG b.formaat A0, A1, A2 € 16,00 ALG 1.20.2.4 een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen € 218,00 ALG 1.20.2.5 stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina € 0,30 ALG 1.20.2.6 In afwijking van het bepaalde in artikel 1.20.2.5 is geen leges verschuldigd voor: – een aanvraag collectevergunning. – een aanvraag om ontheffing asverstrooiing op verboden plaatsen – een aanvraag voor een kampeerontheffing voor maximaal 75 personen – een urgentieverklaring als
artikel 9 van de huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond 2015 M&S 1.20.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot nadeelcompensatie: € 398,00 Vindt er geen nadeelcompensatie plaats dan zal het bovenstaande bedrag terug worden betaald. Indien het verzoek niet in behandeling wordt genomen wordt het verschuldigde bedrag verminderd naar nihil. DVV 1.20.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een kampeerontheffing voor meer dan 75 personen als
artikel 4:18, derde lid van Algemene Plaatselijke Verordening € 117,00 DVV 1.20.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om ontheffing als
artikel 5:34, derde lid (verbranden afvalstoffen) € 117,00 ALG 1.20.6 [vervallen] DVV 1.20.7 Het tarief voor het in behandeling nemen van een kennisgeving door een handelaar als
artikel 2:68 Algemene Plaatselijke Verordening en artikel 437 Wetboek van Strafrecht bedraagt € 6,30 DVV 1.20.8 Teruggaaf DVV 1.20.8.1 Voor de aanvragen uit deze titel, vermeld onder de hoofdstukken 11, 12,14, 16 en de artikelen 1.18.3, 1.18.9, 1.18.10 en 1.19.5 t/m 1.19.16, 1.20.4, 1.20.5 en 1.20.2.4 geldt dat als de aanvraag niet ontvankelijk wordt verklaard, of wanneer de aanvraag buiten behandeling wordt gesteld, er aanspraak bestaat op teruggaaf van: 90% DVV van de op grond van die aanvragen verschuldigde leges, met dien verstande dat ten minste een bedrag verschuldigd blijft van: € 50,00 Voor aanvragen waarvoor de leges minder bedragen dan het hiervoor genoemde minimaal verschuldigde bedrag, bestaat er geen recht op teruggaaf. Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgevingHoofdstuk 1 BegripsomschrijvingenDVV 2.1.1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: 2.1.1.2 bouwkosten: de aannemingssom inclusief omzetbelasting,
paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden, welke als bijlage aan deze verordening is gehecht, voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, inclusief omzetbelasting,
het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. Bij twijfel over de juistheid van de hoogte van de opgegeven bouwkosten kan het college van burgemeester en wethouders de hoogte van de bouwkosten ambtshalve vaststellen op advies van een bouwtechnisch ambtenaar en/of op advies van een extern deskundige. 2.1.1.3 [vervallen] 2.1.1.4 Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.1.2 In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld. 2.1.3 In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld. Hoofdstuk 3 OmgevingsvergunningDVV 2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 2.3.1 Bouwactiviteiten 2.3.1.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: 3,02% van de bouwkosten; met een minimum van: € 142,00 met een maximum van: € 948.000,00 Achteraf ingediende aanvraag 2.3.1.4 Bij het in behandeling nemen van een geregistreerde aanvraag om een omgevingsvergunning, nadat met de bouwactiviteit is begonnen of nadat de bouw activiteit heeft plaatsgevonden wordt de van de op grond van onderdeel 2.3.1.1.1 verschuldigde leges verhoogd met: 50,00% 2.3.2 Aanlegactiviteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 546,00 2.3.3 Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1: 2.3.3.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 249,00 2.3.3.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): € 546,00 2.3.3.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): € 8.392,00 2.3.3.4 vervallen 2.3.3.5 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 546,00 2.3.3.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): € 546,00 2.3.3.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): € 546,00 2.3.3.8 indien artikel 2.12, eerste lid, onder c of d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 546,00 Indien voor realisering van een project een bestemmingsplan moet worden gemaakt, worden de hieraan verbonden kosten in rekening gebracht, voor zover deze kosten niet op een andere wijze (grond exploitatie/gemeentelijke bouw- en exploitatieverordening) zijn of (kunnen) worden voldaan. Als deze werkzaamheden in opdracht van de gemeente door een extern (stedenbouwkundig) bureau worden uitgevoerd, wordt het overeenkomstig 2.3.1 berekende bedrag verhoogd met een vooraf, met de aanvrager overeengekomen bedrag dat door het (stedenbouwkundig) bureau c.q. bedrijf bij de gemeente in rekening is / wordt gebracht. Na de vijfde werkdag waarop het bedrag zoals hierboven is bedoeld aan de aanvrager ter kennis is gebracht en overeengekomen wordt met de opdracht gestart. 2.3.4 Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit 2.3.4.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 249,00 2.3.4.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): € 546,00 2.3.4.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): € 8.392,00 2.3.4.4 vervallen 2.3.4.5 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 546,00 2.3.4.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): € 546,00 2.3.4.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): € 546,00 2.3.4.8 indien artikel 2.12, eerste lid, onder c of d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 546,00 2.3.5 In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie met brandveiligheid 2.3.5.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.5.1.1 Voor een bouwwerk met een oppervlakte tot 500 m2: € 604,00 2.3.5.1.2 Voor een bouwwerk met een oppervlakte van 501 tot en met 5000 m2: € 1.209,00 2.3.5.1.3 Voor een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 5000 m2: € 3.628,00 2.3.5.2 Vervallen. 2.3.5.2.1 Vervallen. 2.3.5.2.2 Vervallen. 2.3.5.2.3 Vervallen. 2.3.5.2.4 Vervallen. 2.3.5.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van gegevens van een reeds verstrekte vergunning als
onderdeel 2.3.5.1 € 178,00 2.3.5.4 Vervallen. 2.3.5.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot een ontheffing als
artikel 13 van de Brandbeveiligingsverordening € 59,40 2.3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten 2.3.6.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als
artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als
artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening een vergunning is vereist, bedraagt het tarief voor deze activiteit: € 1.728,00 2.3.6.1A Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, als
artikel 2.1, eerste lid onder h, van de Wabo of op een activiteit als
artikel 2.2, eerste lid onder c van de Wabo met betrekking tot het slopen van een bouwwerk in een krachtens een provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen stads- of dorpsgezicht, waarvoor op grond van die provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning is vereist, bedraagt het tarief: € 1.728,00 2.3.6.1B Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op activiteit met betrekking tot een beschermd monument als
artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als
artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening een vergunning is vereist, maar indien de activiteit van beperkte omvang is en voor de behandeling van de aanvraag geen plananalyse behoeft te worden opgesteld, bedraagt het tarief voor deze activiteit: € 431,00 2.3.6.2 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als
artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens de Monumentenverordening 2009 aangewezen monument, waarvoor op grond van artikel 10 van die verordening een vergunning is vereist, bedraagt het tarief: € 0,00 2.3.7 Vergunning sloopactiviteiten op basis van bestemmingsplan 2.3.7.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, als
artikel 2.1, eerste lid onder g van de Wabo, bedraagt het tarief: € 1.729,00 2.3.8 Uitweg/inrit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als
artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 411,00 2.3.9 Kappen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2 van de bomenverordening een vergunning of ontheffing is vereist, als
artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 129,00 2.3.10 Andere activiteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning alleen betrekking heeft op het plaatsen van zonnecollectoren of zonnepanelen, of het restaureren en (her-)plaatsen van gevelstenen door non-profitorganisaties op het gebied van de monumentenzorg c.a. bedraagt het tarief: € 0,00 2.3.11 Omgevingsvergunning in twee fasen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als
artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.11.1 voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft; 2.3.11.2 voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft. Hoofdstuk 5 TeruggaafDVV 2.5.1 Teruggaaf als gevolg van intrekking niet volledige aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg-, kap- of sloopactiviteiten als
de onderdelen 2.3.1, 2,3,2, 2.3.6, 2.3.6.1A en 2.3.7.2 Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg-, kap- of sloopactiviteiten, als
de onderdelen 2.3.1, 2.3.2 en 2.3.6, intrekt terwijl deze nog niet volledig is, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 90,00% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges, met dien verstande dat voor bouw-, aanleg of sloopactiviteit tenminste verschuldigd blijft een bedrag van: € 154,00 en een maximum van: € 1.582,00 Als de leges voor de betreffende vergunning lager zijn dan het hiervoor genoemde minimaal verschuldigde bedrag, bestaat er geen recht op teruggaaf. 2.5.1a Teruggaaf als gevolg van intrekking volledige aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg-, kap- of sloopactiviteiten als
de onderdelen 2.3.1, 2,3,2, 2.3.6, 2.3.6.1A en 2.3.7.2 Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg-, kap- of sloopactiviteiten, als
de onderdelen 2.3.1, 2.3.2 en 2.3.6, intrekt terwijl deze nog reeds in behandeling is genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 75,00% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges, met dien verstande dat voor bouw-, aanleg of sloopactiviteit tenminste verschuldigd blijft een bedrag van: € 154,00 en een maximum van: € 1.582,00 Als de leges voor de betreffende vergunning lager zijn dan het hiervoor genoemde minimaal verschuldigde bedrag, bestaat er geen recht op teruggaaf. 2.5.2 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg-, kap- of sloopactiviteiten Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg-, kap- of sloopactiviteiten, als
de onderdelen 2.3.1, 2.3.2 en 2.3.6, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag tot intrekking van de vergunning binnen 24 maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de vergunning is verleend, door de gemeente is ontvangen en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 25,00% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges, met dien verstande dat voor bouw-, aanleg, kap- of sloopactiviteit tenminste verschuldigd blijft een bedrag van: € 154,00 Als de leges voor de betreffende vergunning lager zijn dan het hiervoor genoemde minimaal verschuldigde bedrag, bestaat er geen recht op teruggaaf. 2.5.3 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg-, kap- of sloopactiviteiten 2.5.3.1 Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg-, kap- of sloopactiviteiten als
de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 of 2.3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 50,00% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges met dien verstande dat voor bouw-, aanleg, kap- of sloopactiviteit tenminste verschuldigd blijft een bedrag van: € 154,00 Als de leges voor de betreffende vergunning lager zijn dan het hiervoor genoemde minimaal verschuldigde bedrag, bestaat er geen recht op teruggaaf. 2.5.3.2 Onder een weigering
onderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. 2.5.4 Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit brandveilig gebruik, of een aanvraag om een gebruiksvergunning als
artikel 2.3.
artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening € 11.491,00 SZ 2.8.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan met een beperkte omvang als
artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening € 11.491,00 SZ De op grond van 2.8.1 of 2.8.2 berekende bedragen worden verhoogd met de kosten van onderzoeken die nodig zijn ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing (luchtkwaliteit, geluid, bodem, flora en fauna e.a.) en de feitelijke druk- en publicatiekosten. Na de vijfde werkdag waarop het bedrag zoals hierboven bedoeld aan de aanvrager ter kennis is gebracht en overeengekomen wordt met de opdracht gestart. Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikkingDVV 2.10.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking: € 80,20 2.10.2 Calamiteiten Het tarief bedraagt voor het op verzoek gedane bouwtechnisch optreden bij calamiteiten in het kader van het individuele belang op: 2.10.2.1 – maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.00 uur, per uur € 79,40 2.10.2.2 – andere dagen en tijden dan genoemd onder K 12.1 en erkende feestdagen, per uur € 125,00 2.10.3 Raadplegen van kaarten en dossiers en het verstrekken van kopie(ën) 2.10.3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het op verzoek lichten van een dossier van een bij de afdeling dvv van Haarlem in het archief berustend dossier € 12,00 2.10.3.2 Het tarief bedraagt voor het op verzoek aanleveren van het origineel/de originelen aan de lichtdrukker ten behoeve van kopieën € 9,40 2.10.4 advisering Het tarief bedraagt voor het op verzoek geven van bouwtechnische, stedenbouwkundige en juridische advisering in het kader van de bouwregelgeving: 2.10.4.1 -mondelinge advisering 1ste half uur € 0,00 2.10.4.2 -de volgende uren, per uur € 93,90 2.10.4.3 -schriftelijke advisering, per uur € 93,90 2.10.5 Niet volledig verklaren 2.10.5.1 Als besloten wordt de aanvraag niet volledig te verklaren of omdat de aanvraag op andere wijze niet voldoet aan de vereiste voorschriften bedraagt het tarief € 154,00 2.10.5.1.1 Het bepaalde onder artikel 2.10.5.1 geldt niet indien de leges voor de betreffende vergunning lager is dan het in artikel 2.10.5.1 genoemde tarief. In die gevallen is de leges
artikel 2.10.5.1 gelijk aan de leges verschuldigd voor aanvraag van de betreffende vergunning. 2.10.5.2 Als de geregistreerde aanvraag ten behoeve van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het bouwen in afwijking van een reeds verleende vergunning, worden de voor deze vergunning geheven leges bij stijging van de bouwkosten verrekend met het bedrag dat verschuldigd is door toepassing van het tarief als
2.3.1 met dien verstande dat zij niet minder zullen bedragen dan € 154,00 2.10.6 Ambtshalve vaststellen 2.10.6.1 Artikel komt te vervallen. 2.10.6.2 Als na de vergunningverlening de bouwkosten hoger blijken te zijn dan opgegeven bij de indiening van de bouwaanvraag vindt een navordering van leges plaats over het verschil in bouwkosten. Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijnHoofdstuk 1 HorecaDVV 3.1.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet € 790,00 DVV 3.1.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als
artikel 30 van de Drank- en Horecawet bij overname / wijziging ondernemersvorm € 790,00 DVV 3.1.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als
artikel 30 van de Drank- en Horecawet bij wijziging leidinggevende (per leidinggevende met een maximum van 3) of bij wijziging van de oppervlakten van de horeca- of slijtlokaliteiten en terrassen € 218,00 DVV 3.1.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als
artikel 35 van de Drank- en Horecawet € 218,00 DVV Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: DVV 3.1.5 tot het verkrijgen van een ontheffing als
artikel 2:29, tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (Sluitingsuur) voor een door de gemeente vastgesteld tijdvak van drie jaar: € 218,00 DVV 3.1.6 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als
artikel 2:29a, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (nachtgelegenheden) € 218,00 DVV 3.1.7 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een verlof tot het bedrijfsmatig verstrekken van alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse, zoals
artikel 2:33, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening € 561,00 DVV 3.1.8 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een verlof tot het bedrijfsmatig verstrekken van alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse, zoals
artikel 2:33 van de Algemene Plaatselijke Verordening i.v.m. wijziging leidinggevende (per leidinggevende met een maximum van 3) of bij wijziging van de oppervlakten van de horeca- of slijtlokaliteiten en terrassen € 218,00 DVV 3.1.9 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als
artikel 2:32, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (terrasvergunning) € 328,00 3.1.10 [vervallen] 3.1.11 [vervallen] DVV 3.1.12 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als
artikel 2:32d van de Algemene Plaatselijke Verordening (uitgiftebuffet) € 218,00 DVV 3.1.13 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als
artikel 2:33e van de Algemene Plaatselijke Verordening (inrichtingseisen) € 218,00 Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten, foto- en filmopnamen en onversterkte muziekDVV 3.2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: DVV 3.2.1 Een ontheffing als
artikelen 2:10, vierde lid en 2:45, tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening tot het houden van film-/foto-opnamen jo. Vereenvoudiging vergunningprocedure foto- en filmopname, B&W-besluit d.d. 15 juni 2010, nr. 2010/71685: DVV 3.2.1.1 [vervallen] DVV 3.2.1.2 Categorie B: € 547,00 DVV 3.2.1.3 Categorie C: € 547,00 DVV 3.2.2 Een vergunning voor een particuliere markt als
artikel 5:23, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening: € 547,00 DVV 3.2.3 Teruggaaf DVV 3.2.3.3 bij intrekking van een ingediende aanvraag om een ontheffing als
de artikelen 3.2.1.2, 3.2.1.3 en een vergunning als
artikel 3.2.2 bestaat aanspraak op teruggaaf van de leges 50,00% DVV 3.2.4 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het houden van een evenement als
artikel 2:25, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening bedraagt het tarief: DVV 3.2.4.1 voor een nieuw evenement, als deze in de Regionale Kalender is aangeduid als risico-evenement (categorie C) € 4.367,00 DVV 3.2.4.2 voor een nieuw evenement, als deze in de Regionale Kalender is aangeduid als aandacht-evenement (categorie B) € 3.275,00 DVV 3.2.4.3 voor een bestaand evenement, als deze in de Regionale Kalender is aangeduid als risico-evenement (categorie C) € 3.275,00 DVV 3.2.4.4 voor een bestaand evenement, als deze in de Regionale Kalender is aangeduid als aandacht-evenement (categorie B) € 1.638,00 DVV 3.2.4.5 voor evenementen waarvoor bovenstaande classificering niet geldt € 218,00 DVV 3.2.4.8 Bij intrekking van een ingediende aanvraag om een ontheffing als
de artikelen 3.2.1.2 en 3.2.1.3 en eenvergunning als
de artikelen 3.2.4.1, 3.2.4.2, 3.2.4.3 en 3.2.4.4 bestaat aanspraak op teruggaaf van de leges 50,00% DVV 3.2.5 Een ontheffing als
artikel 4:5, derde lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (onversterkte muziek) € 117,00 DVV 3.2.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een gebruiksvergunning als
artikel 3 van de Brandbeveiligingsverordening: DVV 3.2.6.1 Voor een inrichting met een oppervlakte tot 500 m2: € 604,00 DVV 3.2.6.2 Voor een inrichting met een oppervlakte van 501 tot en met 5000 m2 € 1209,00 DVV 3.2.6.3 Voor een inrichting met een oppervlakte van meer dan 5000 m2 € 3.628,00 DVV 3.2.6.4 Voor een tijdelijke, korter dan 12 weken in stand te houden, inrichting: € 186,00 DVV 3.2.6.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van gegevens van een reeds verstrekte vergunning als
onderdeel 3.2.6. € 186,00 Hoofdstuk 3 ProstitutiebedrijvenDVV 3.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: DVV 3.3.1 een vergunning als
artikel 3:4, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening,: DVV 3.3.1.1 voor een seksinrichting € 694,00 DVV 3.3.1.2 voor een escortbedrijf € 447,00 DVV 3.3.2 wijziging van een vergunning in verband met uitsluitend een wijziging van het beheer in een seksinrichting of escortbedrijf, als
artikel 3:15, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening: DVV 3.3.2.1 voor een seksinrichting, per beheerder met maximum van 3 € 248,00 DVV 3.3.2.2 voor een escortbedrijf, per beheerder met maximum van 3 € 248,00 Hoofdstuk 5 Speelgelegenheden, speelautomatenhallenDVV 3.5.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om vergunning als
artikel 2:39, tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (speelgelegenheden) bedraagt € 218,00 DVV 3.5.2 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om vergunning als
artikel 2:40b, lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (speelautomatenhal) bedraagt € 218,00 DVV 3.5.3 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om ontheffing, als
artikel 2:40f, tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (leeftijdsvereiste beheerder speelautomatenhal) € 790,00 Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikkingDVV 3.7.2 Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot registratie in het landelijk register kinderopvang voor een kindercentrum / gastouderbureau resp. peuterspeelzaal als
artikel 1.45 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen € 877,00 3.7.2.1 Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot registratie in het landelijk register kinderopvang voor een gastouder als
artikel 1.45 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen € 767,00 3.7.2.2 Indien het verzoek tot registratie in het landelijk register kinderopvang wordt ingetrokken of onvolledig verklaard, voordat de wettelijk verplichte inspectie door de GGD heeft plaatsgehad, wordt het legesbedrag verminderd met de kosten van deze inspectie. Het tarief bedraagt in dat geval € 212,00 3.7.2.3 Indien het verzoek tot registratie in het landelijk register kinderopvang wordt ingetrokken voordat de wettelijk verplichte inspectie op locatie door de GGD heeft plaatsgehad, maar de inspectie op papier wel al is uitgevoerd, wordt het legesbedrag verminderd met de kosten van de inspectie op locatie. Het tarief bedraagt in dat geval voor een gastouder: € 495,00 3.7.2.4 Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot registratie in het landelijk register kinderopvang voor een gastouder als
artikel 1.45 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen waarbij een korte inspectie volstaat, bedraagt het tarief € 190,00 3.7.2.5 Het tarief als vermeld in 3.7.2.4 wordt verhoogd met de kosten van de GGD , zijnde € 50,00 per half uur, met een maximum van € 300,00 DVV 3.7.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet € 218,00 DVV 3.7.4 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een draaiorgelontheffing als
artikel 4:6, tweede lid van Algemene Plaatselijke Verordening. € 218,00 DVV 3.7.4.1 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om ontheffing voor straatoptreden, als
artikel 2:9, lid 3 APV voor meer dan één dag € 15,80 ALG 3.7.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking € 218,00 DVV 3.7.6 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing of tijdelijke vergunning als
de Parkeerverordening 2012, voor het verzorgen van een wijziging als
artikel 5 van de Parkeerverordening 2012, met uitzondering van overschrijving tenaamstelling bij overlijden van vergunninghouder, de beëindiging van een parkeerproduct en het omzetten van een papieren bezoekersvergunning naar digitale bezoekersregeling: € 17,80 DVV 3.7.6.1 voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een tweede bezoekersparkeervergunning, als deze op een later tijdstip aangevraagd wordt dan de eerste bezoekersparkeervergunning: € 17,80 DVV 3.7.7 Teruggaaf DVV 3.7.7.1 Voor alle aanvragen onder titel 3 geldt dat als de aanvraag niet ontvankelijk wordt verklaard, of wanneer de aanvraag buiten behandeling wordt gesteld, er aanspraak bestaat op teruggaaf van: 90% van de op grond van die aanvraag verschuldigde leges, met dien verstande dat ten minste een bedrag verschuldigd blijft van € 50,00 Voor aanvragen waarvoor de leges minder bedragen dan het hiervoor genoemde minimaal verschuldigde bedrag, bestaat er geen recht op teruggaaf. Behorend bij raadsbesluit van 15 december 2016De griffier van Haarlem Bijlage 1 DE RAAD VAN DE GEMEENTE Haarlem, heeft in de vergadering van 6 april 2017 besloten de ‘UAV 2012’ als bijlage bij de legesverordening 2017 vast te stellen. Deze bijlage ‘UAV 2012’ hoort bij Gemeentebladnummer <…> waarin de Legesverordening 2017 is bekendgemaakt. Hoofdstuk I. Algemeen §
het eerste lid, indien deze niet reeds in het bestek is gedaan, en van elke wijziging of intrekking daarvan, onverwijld schriftelijk kennis aan de aannemer. Zolang en voor zover de opdrachtgever niet schriftelijk aan de aannemer van het tegendeel doet blijken, vertegenwoordigt de directie de opdrachtgever in alle zaken het werk betreffende. In de gevallen echter, waar in de UAV uitdrukkelijk de opdrachtgever is genoemd, is alleen deze bevoegd. Indien meer dan één persoon als directie is aangewezen, wordt ieder der aangewezen personen geacht de directie te vertegenwoordigen. De directie oefent het toezicht uit op de uitvoering van het werk en op de naleving van de overeenkomst. Personen, die zijn aangewezen om de directie bij te staan, binden deze in zoverre het tegendeel niet schriftelijk aan de aannemer is medegedeeld. De directie is bevoegd te bepalen, dat door haar aan te duiden werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd dan in tegenwoordigheid van de directie of van door haar aangewezen personen. Indien en zolang de opdrachtgever van zijn in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, treedt hij daar, waar in de UAV sprake is van de directie, in haar plaats. §
, tweede lid, dan wel de bouwstoffen of hulpmiddelen,
, derde lid, klaarblijkelijk zodanige fouten bevatten of gebreken vertonen, dat de aannemer in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou handelen door zonder de directie daarop te wijzen tot uitvoering van het desbetreffende onderdeel van het werk over te gaan, is hij voor de schadelijke gevolgen van zijn verzuim aansprakelijk. Het in dit lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de in § 5, vierde lid, en deze paragraaf, zevenentwintigste lid, bedoelde gevallen. Indien de aannemer meent, behalve op de aannemingssom, op de vergoeding van de omzetbelasting en op de verrekening ingevolge de §§ 35 tot en met 39, nog andere aanspraken jegens de opdrachtgever te hebben, geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk aan deze kennis en in elk geval op zodanig tijdstip dat de directie de ter zake nodige gegevens kan verzamelen. Aan het verzamelen van die gegevens verleent de aannemer zijn medewerking. De opdrachtgever of de directie kan van de aannemer nadere inlichtingen verlangen omtrent de door hem kenbaar gemaakte aanspraken. De aannemer zorgt voor orde en veiligheid op het werk. Hij zorgt tevens voor een zodanige verlichting, dat een goede uitvoering van het werk gewaarborgd is. Wanneer bij de uitvoering van het werk voorwerpen of stoffen worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs geacht kan worden dat deze schade kunnen toebrengen aan personen, goederen of milieu, brengt de aannemer dit onmiddellijk ter kennis van de directie. Hij neemt terstond, zo mogelijk in overleg met de directie, de door de omstandigheden vereiste veiligheidsmaatregelen. De aannemer is verplicht alle onbekwame dan wel ongeschikte personen, die van zijnentwege of vanwege een onderaannemer of leverancier op het werk aanwezig zijn, op verlangen van de directie onverwijld daarvan te doen verwijderen. De aannemer moet gedurende de uitvoering van het werk op of in de nabijheid van de plaats, waar het wordt uitgevoerd, aanwezig zijn, tenzij de directie zulks onnodig oordeelt of een gevolmachtigde hem overeenkomstig § 4 vertegenwoordigt. De aannemer zorgt er voor, dat bij de uitvoering van het werk, tenzij hijzelf of zijn gevolmachtigde ter plaatse is, steeds een persoon aanwezig is, die de opdracht heeft orders of aanwijzingen van de directie op te volgen en deze onverwijld aan hem of zijn gevolmachtigde over te brengen. De aannemer verleent toegang tot het werk en het werkterrein aan de personen, die door de opdrachtgever of de directie tot toegang zijn gemachtigd, voor zover hij daartegen geen redelijke bezwaren heeft. Behalve het te werk gestelde personeel en uit anderen hoofde bevoegde personen mag de aannemer andere personen op het werk en het werkterrein toelaten voor zover de opdrachtgever of de directie daartegen geen redelijke bezwaren kenbaar maakt. De aannemer zorgt er voor, dat de directie en door de directie aangewezen personen, voor zover fabrieksgeheim zich daartegen niet verzet, vrije toegang hebben tot de terreinen, fabrieken, werkplaatsen en loodsen, zowel van de aannemer als van onderaannemers en leveranciers, waar werkzaamheden ten behoeve van het werk worden verricht of voor het werk bestemde bouwstoffen zijn opgeslagen, teneinde de werkzaamheden respectievelijk de bouwstoffen te inspecteren. Indien uit hoofde van fabrieksgeheim vrije toegang als
het voorgaande lid niet of niet ten volle kan worden gegeven, moet hiervan kennis worden gegeven: [enter]a. bij de inschrijving, indien de bevoegdheid tot het verlenen van vrije toegang bij de aannemer berust;[enter]b. bij de aanvraag tot goedkeuring van de betrokken onderaannemer of leverancier, indien de bevoegdheid bij een van hen berust. Een kennisgeving als bedoeld onder a zal niet worden aangemerkt als een aan de inschrijving verbonden voorwaarde. Indien twee of meer personen tezamen een werk hebben aangenomen, zijn zij hoofdelijk voor de gehele uitvoering daarvan aansprakelijk. Zij zijn verplicht een van hen schriftelijk aan te wijzen om hen in alle opzichten te vertegenwoordigen. De aannemer mag het werk niet geheel of ten dele aan een ander overdragen zonder schriftelijke goedkeuring van de opdrachtgever. De aannemer kan bepaalde onderdelen van het werk in onderaanneming laten uitvoeren, mits voor de keuze van deze onderdelen en van de daarvoor in te schakelen onderaannemers de schriftelijke goedkeuring van de directie is verkregen; deze goedkeuring zal niet mogen worden onthouden op onredelijke gronden. De aannemer blijft niettemin jegens de opdrachtgever voor die onderdelen ten volle verantwoordelijk. Indien door of namens de opdrachtgever het inschakelen van een bepaalde onderaannemer of leverancier is of wordt voorgeschreven, is de aannemer voor wat het presteren van die onderaannemer of leverancier betreft jegens de opdrachtgever tot niet meer gehouden dan tot datgene, waartoe de aannemer die onderaannemer of leverancier kan houden krachtens de voorwaarden door deze gehanteerd en zoals deze door de opdrachtgever zijn aanvaard of goedgekeurd.[enter]Indien de voorgeschreven onderaannemer of leverancier niet, niet tijdig of niet deugdelijk presteert en de aannemer het redelijkerwijs nodige heeft gedaan om nakoming en/of schadevergoeding te verkrijgen, zal de opdrachtgever de voor de aannemer ontstane meerdere kosten aan hem vergoeden, voor zover deze hem niet zijn vergoed door de onderaannemer of leverancier.[enter]Daartegenover zal de aannemer, op eerste verzoek van de opdrachtgever, aan deze zijn vordering op de voorgeschreven onderaannemer of leverancier cederen tot aan het door de opdrachtgever aan hem vergoede bedrag. Indien onderdelen van het werk in onderaanneming worden uitgevoerd, zal de aannemer de onderaannemer volledig inlichten omtrent de bepalingen van het bestek, die bij het desbetreffende onderdeel van belang kunnen zijn, en omtrent de wijze van uitvoering. Orders en aanwijzingen betreffende die onderdelen zullen door de directie uitsluitend aan de aannemer worden kenbaar gemaakt en zullen door deze aan de onderaannemer worden doorgegeven, tenzij de aannemer na overleg met de onderaannemer schriftelijk verzoekt bedoelde orders en aanwijzingen tevens rechtstreeks aan de onderaannemer mede te delen. De aannemer is verplicht ter zake van de overeenkomst in Nederland domicilie te hebben voor zover hij niet reeds in Nederland is gevestigd. Hoofdstuk IV. Aanvang, uitvoeringsduur, oplevering §
Opneming en goedkeuring De opneming van het werk geschiedt op schriftelijke, tot de directie gerichte aanvrage van de aannemer, waarin deze mededeelt op welke dag het werk naar zijn oordeel voltooid zal zijn. De directie kan genoegen nemen met een mondelinge mededeling, welke in het dagboek of weekrapport,
De opneming geschiedt zo spoedig mogelijk en in de regel binnen acht dagen na de in het eerste lid bedoelde dag. De dag en het tijdstip van opneming worden aan de aannemer tijdig en zo mogelijk ten minste drie dagen tevoren schriftelijk medegedeeld. De directie kan verlangen, dat de aannemer of zijn gevolmachtigde bij de opneming tegenwoordig is. Nadat het werk is opgenomen, wordt aan de aannemer binnen acht dagen schriftelijk medegedeeld, of het al dan niet is goedgekeurd, in het laatste geval met opgaaf van de gebreken, die de redenen voor de onthouding van de goedkeuring zijn. Wordt het werk goedgekeurd, dan wordt als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende mededeling aan de aannemer is verzonden. Met toestemming van de aannemer kan, in plaats van de schriftelijke mededeling
het vorige lid, worden volstaan met een overeenkomstige aantekening in het dagboek of weekrapport, met vermelding van de datum der aantekening. Alsdan wordt, indien het werk wordt goedgekeurd, als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende aantekening is geplaatst. Wordt niet binnen acht dagen na de opneming een schriftelijke mededeling, of het werk al dan niet is goedgekeurd, aan de aannemer verzonden dan wel, in het geval
het vierde lid, een overeenkomstig aantekening in het dagboek of weekrapport geplaatst, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de opneming te zijn goedgekeurd. Geschiedt de opneming niet binnen vijftien dagen na de in het eerste lid bedoelde dag, dan kan de aannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage tot de directie richten, met verzoek het werk binnen acht dagen op te nemen. Voldoet de directie niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de verzending van die brief te zijn goedgekeurd. Kleine gebreken, die gevoeglijk vóór een nog volgende betalingstermijn kunnen worden hersteld, zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn, mits zij een eventuele ingebruikneming niet in de weg staan. De aannemer is gehouden de in dit lid bedoelde gebreken zo spoedig mogelijk te herstellen. Met betrekking tot een heropneming na onthouding van goedkeuring vinden de bovenvermelde bepalingen overeenkomstige toepassing. Bij een heropneming zullen andere gebreken dan die, welke overeenkomstig het zevende lid aan de aannemer zijn opgegeven, alleen dan reden tot hernieuwde onthouding van goedkeuring kunnen zijn, indien zij eerst na de voorafgegane opneming aan de dag zijn getreden. § 10. Oplevering Het werk wordt als opgeleverd beschouwd, indien het overeenkomstig het bepaalde in § 9 is of geacht wordt te zijn goedgekeurd.[enter]De dag, waarop het werk is of geacht wordt te zijn goedgekeurd, geldt als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd. Indien in het bestek is voorgeschreven dat de aannemer de opdrachtgever bedienings- en onderhoudsvoorschriften zal verstrekken met betrekking tot het technische installatiewerk, overhandigt hij deze op het tijdstip van ingebruikneming van het technische installatiewerk, of van het desbetreffende onderdeel daarvan, dan wel uiterlijk op de dag waarop het technische installatiewerk als opgeleverd wordt beschouwd. Indien in het bestek is voorgeschreven dat de aannemer de opdrachtgever revisietekeningen met betrekking tot het technische installatiewerk zal verstrekken, overhandigt hij deze uiterlijk drie maanden na de dag waarop het technische installatiewerk als opgeleverd wordt beschouwd. Indien de aannemer niet een aanvrage om opneming als
, eerste lid, tot de directie heeft gericht, doch de opdrachtgever het werk voltooid acht, kan deze de aannemer zulks schriftelijk mededelen. De vijfde dag na de verzending van deze mededeling geldt dan als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd. De opdrachtgever kan het werk, voordat dit voltooid is, of een al dan niet voltooid onderdeel daarvan, in gebruik nemen of doen nemen mits de ingebruikneming een voldoende voortgang van het werk niet in gevaar brengt. De opdrachtgever gaat hiertoe niet over dan nadat hij dit schriftelijk aan de aannemer heeft medegedeeld en hij deze heeft gehoord en een opneming, dan wel – indien het een technisch installatiewerk betreft – een beproeving en opneming als
Indien door de ingebruikneming meer wordt verlangd van de aannemer dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, zal dit worden verrekend als meer werk. Indien door de ingebruikneming schade aan het werk ontstaat komt deze schade niet voor rekening van de aannemer. Door de in dit lid bedoelde ingebruikneming en opneming wordt het werk, dan wel dat onderdeel, niet als opgeleverd beschouwd. Voor technische installatiewerken geldt dat indien in het bestek een onderhoudstermijn als
is voorgeschreven, door de in dit lid bedoelde ingebruikneming de onderhoudstermijn onmiddellijk ingaat na de dag van ingebruikneming. §
, tweede lid, door de directie redelijkerwijs niet onderkend had kunnen worden[enter]en waarvan de aannemer binnen een redelijke termijn na de ontdekking mededeling is gedaan. (Vervallen). De rechtsvordering uit hoofde van een gebrek waarvoor de aannemer krachtens het tweede lid aansprakelijk is, is niet ontvankelijk indien zij wordt ingesteld na verloop van: vijf jaren na de in het eerste lid bedoelde dag, of tien jaren na de in het eerste lid bedoelde dag, indien het werk geheel of gedeeltelijk is ingestort of dreigt in te storten dan wel ongeschikt is geraakt of ongeschikt dreigt te geraken voor de bestemming waarvoor het blijkens de overeenkomst bedoeld is en dit slechts kan worden verholpen of kan worden voorkomen door het treffen van zeer kostbare voorzieningen. Indien in het bestek een onderhoudstermijn is voorgeschreven, treedt voor de toepassing van deze paragraaf de dag na het verstrijken van die termijn in de plaats van de in het eerste lid bedoelde dag en wordt onder opneming van het werk verstaan: de opneming genoemd in § 11, zesde lid. Hoofdstuk V. Wijziging tijdstippen van uitvoering, schorsing, beëindiging in onvoltooide staat § 13. Wijziging tijdstippen van uitvoering De directie is bevoegd: indien in het bestek een onderhoudstermijn als
, eerste lid, is voorgeschreven, de uitvoering van ondergeschikte werkzaamheden tot in die onderhoudstermijn te verschuiven; bij meerjarig onderhoud de uitvoering van werken, waartoe de aannemer in een bepaald jaar verplicht is, in een ander jaar binnen de duur van dit onderhoud te verlangen. Indien het voorafgaande aanleiding tot verrekening geeft, wordt daarvoor overeenkomstig het bepaalde in § 36 een regeling getroffen. § 14. Schorsing van het werk en beëindiging van het werk in onvoltooide staat De opdrachtgever is bevoegd de uitvoering van het werk voor het geheel of voor een gedeelte te schorsen. In spoedeisende gevallen is de directie, hangende de beslissing van de opdrachtgever, voorlopig tot zodanige schorsing bevoegd. Gedurende de schorsing is de aannemer verplicht: in overleg met de directie gepaste maatregelen te nemen ter voorkoming en beperking van schade, die aan het werk zou kunnen ontstaan; na te laten zowel hetgeen schade aan het werk ten gevolge zou kunnen hebben als hetgeen de latere voortzetting zou kunnen bemoeilijken. Voorzieningen, die de aannemer ten gevolge van de schorsing moet treffen, worden als meer werk met hem verrekend. Schade, die de aannemer ten gevolge van de schorsing lijdt, wordt hem vergoed. Indien de schorsing langer dan één maand duurt, kan de aannemer bovendien vorderen, dat een evenredige betaling voor het uitgevoerde gedeelte van het werk plaats heeft. Daarbij wordt rekening gehouden met de nog niet verwerkte bouwstoffen, voor zover deze in verband met het bepaalde in § 19 eigendom van de opdrachtgever zijn geworden. Nog niet verwerkte voor keuring gereed zijnde bouwstoffen worden op verzoek van de aannemer eerst nog gekeurd. Indien de schorsing van het gehele werk langer duurt dan zes maanden, is de aannemer bevoegd het werk in onvoltooide staat te beëindigen. De opdrachtgever is bevoegd de aannemer op te dragen het werk in onvoltooide staat te beëindigen. Wanneer door voor rekening van de opdrachtgever komende omstandigheden de uitvoering van het werk gedurende meer dan twee maanden ononderbroken is vertraagd, is de aannemer bevoegd het werk in onvoltooide staat te beëindigen. In de gevallen
het zesde, zevende en achtste lid zal de opdrachtgever zo spoedig mogelijk na de beëindiging het werk overnemen. De aannemer is tot aan de overneming van het werk door de opdrachtgever gehouden de in het derde lid bedoelde verplichtingen na te komen. De aannemer heeft alsdan recht op de aannemingssom, vermeerderd met de kosten die hij als gevolg van de niet voltooiing heeft moeten maken en verminderd met de hem door de beëindiging bespaarde kosten. Aanspraken van de aannemer en de opdrachtgever op hetgeen overigens ter zake van de overeenkomst verschuldigd is blijven onverlet. Hoofdstuk VI. Werkterrein, reclame §
. Verzoekt de aannemer om keuring op een andere plaats dan door de directie is voorgeschreven, dan wordt dat niet geweigerd, indien toestaan niet in strijd is met de belangen van een goede hoedanigheid van het werk en van doeltreffende controle en mits de aannemer de hogere kosten ervan voor zijn rekening neemt. Waardevermindering en verlies van voor de keuring gebezigde bouwstoffen worden aan de aannemer niet vergoed. Ingeval van afkeuring van bouwstoffen kan zowel de directie als de aannemer vorderen, dat een in onderlinge overeenstemming getrokken monster uit die bouwstoffen tot na de beslechting van het uit die afkeuring mogelijk voortvloeiend geschil wordt bewaard. Deze monsters worden door beiden gewaarmerkt. De bewaring geschiedt op een in onderlinge overeenstemming te bepalen plaats. De aannemer heeft de bevoegdheid om ingeval van afkeuring van bouwstoffen herkeuring aan te vragen door een in overeenstemming met de opdrachtgever aan te wijzen deskundige, aan wiens uitspraak partijen ook in een later geschil gebonden zijn. Afgekeurde bouwstoffen worden zo spoedig mogelijk afgezonderd en van het werk verwijderd, ook indien zij reeds mochten zijn verwerkt. § 19. Eigendom van bouwstoffen Alle voor het werk bestemde bouwstoffen worden – zonder dat de opdrachtgever daardoor aansprakelijk wordt voor betalingen aan leveranciers of andere rechthebbenden – eigendom van de opdrachtgever, zodra zij zijn goedgekeurd en de aannemer door overlegging van (een) verklaring(en) volgens het bij de UAV behorende bijlage B heeft aangetoond, dat de leveranciers en eventuele andere rechthebbenden afstand doen van alle aanspraken op die bouwstoffen ten behoeve van de opdrachtgever. Geen overdracht van eigendom aan de opdrachtgever als
het eerste lid wordt geacht te hebben plaats gevonden: indien een schuldeiser van de opdrachtgever beslag legt op de in het eerste lid bedoelde bouwstoffen; indien de opdrachtgever failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend en het werk door de curator dan wel door de opdrachtgever en diens bewindvoerders niet wordt voortgezet.[enter]Het in dit lid bepaalde lijdt nochtans uitzondering met betrekking tot die bouwstoffen, welke de opdrachtgever aan de aannemer heeft betaald. Na voltooiing van het werk overgebleven bouwstoffen worden aan de aannemer teruggegeven en als niet geleverd beschouwd, behoudens toepassing van § 36, achtste lid. §
het eerste lid, verplicht dadelijk de vereiste aanduiding en verlichting aan te brengen, zo spoedig mogelijk de eerste maatregelen tot lichting, zoals het onderdoor brengen van kettingen, te nemen en de lichting in zo kort mogelijke tijd te voltooien. De in de voorgaande leden bedoelde werkzaamheden geschieden op kosten van de aannemer, tenzij het in het eerste lid bedoelde zinken is veroorzaakt door een omstandigheid die voor rekening van de opdrachtgever komt. Hoofdstuk IX. Uitvoering §
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.