Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2011De raad der gemeente Nijkerk; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 september 2010; gelet op artikel 229 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN LIJKBEZORGINGSRECHTEN 2011 Artikel1.Begripsomschrijvingen. Deze verordening verstaat onder: begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaatsen in Nijkerk, Nijkerkerveen en Hoevelaken; particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het verstrooien van as; algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot: het doen begraven van lijken; het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; particulier kindergraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van lijken van kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar; particulier urnengraf: een ruimte, een kelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het verstrooien van as; particuliere urnennis: een nis in een urnenmuur of columbarium waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen. urnenruimte: een particulier urnengraf of een particuliere urnennis; verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid; gedenkplaats: een plaats bestemd voor het begraven van menselijke stoffelijke resten anders dan bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging; urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; asbus: een bus tot berging van as van een overledene; grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf; beheerder: de door het college aangewezen ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt; rechthebbende: de rechthebbende op een particulier graf of een particulier kindergraf, een particulier urnengraf of een particuliere urnennis; levenspartner: echtgeno(o)t(e) of geregistreerde partner; belanghebbende: de persoon aan wie een algemeen graf ter beschikking is gesteld, of die het onderhoud aan een particulier graf waarvan de termijn is verstreken uitvoert; verschuldigd recht: het bedrag, verschuldigd ingevolge de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk. buitengewone uren: de uren voor begravingen of bijzettingen op werkdagen vòòr 10.00 uur en nà 16.00 uur en op zaterdag de uren vòòr 10.00 uur en nà 16.00 uur. Artikel2.Belastbaar feit. Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met deze begraafplaatsen. Artikel3.Belastingplicht. De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4.Vrijstellingen. De rechten worden niet geheven voor het op rechtelijk bevel opgraven en weer in dezelfde grafruimte begraven van een lijk. Artikel5.Maatstaf van heffing en belastingtarief. 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6.Belastingjaar. 1.Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.Met betrekking tot de rechten genoemd in de artikelen 2.3 en 2.8 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel7.Wijze van heffing. 1.1.De onderhoudsrechten, bedoeld in de artikelen 2.6 en 2.7 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. 2.2.Andere dan de in de artikelen 2.6 en 2.7 genoemde rechten van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel8.Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten. 1.De onderhoudsrechten, als bedoeld in de artikelen 2.6 en 2.7 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in de artikelen 2.6 en 2.7 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor at jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in de artikelen 2.6 en 2.7 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9.Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten. Andere dan de in de artikelen 2.6 en 2.7 genoemde rechten van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel10.Termijnen van betaling. 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen dertig dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel11.Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders. Het college van burgemeester en wethouders kan op grond van artikel 233a Gemeentewet nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. Artikel12.Inwerkingtreding en citeertitel. De ‘Verordening lijkbezorgingsrechten 2010’ van 3 november 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.