Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Rijnwaarden houdende belastingregels voor inzameling van afval Verordening afvalstoffenheffing 2017De raad van de gemeente Rijnwaarden; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8 november 2016; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing
- Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “gebruik maken”: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel2Aard van de belasting en belastbaar feit 1Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). 2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 3De belasting voor het achterlaten van afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.21 of 10.22 van de Wet Milieubeheer aan de Milieustraat wordt geheven van degene die deze afvalstoffen achterlaat. Artikel3Belastingplicht 1De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel; ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in onderdelen 1.1.1 en 1.1.4 van hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat voor de belasting als bedoeld in onderdelen 1.1.1 en 1.1.4 van hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,
- 4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. 6Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel8Termijnen van betaling 1De op grond van artikel 6, eerste lid verschuldigde belasting moet worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde afvalstoffenheffing meer is dan € 50,00 doch minder dan € 10.000,00 dat de aanslag moet worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3In afwijking in zoverre van het tweede lid geldt in geval een belastingplichtige voor het vervaardigen van een aanslagbiljet de gemeente machtigt tot een automatische incasso van het totaal verschuldigde bedrag, de aanslag moet worden betaald in acht gelijke termijnen voor zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso incasseerbaar zijn, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4De afvalstoffenheffing moet worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, tweede lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 5De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel9Kwijtschelding Van de artikelen genoemd in hoofdstuk 1.
- van de bij deze verordening horende tarieventabel wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel 1De 'Verordening afvalstoffenheffing 2016’ van 15 december 2015 wordt ingetrokken etrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 4Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing 2017'. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 december 2016.De voorzitter, De griffier, Bijlage 1:Tarieventabel behorende bij de 'Verordening afvalstoffenheffing 2017'. Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk 1.1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing 1.1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 95,79 1.1.2 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1.1 bedraagt de belasting per lediging van: 1.1.2.1 een 140 liter container, bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen € 5,80 1.1.2.2 een 180 liter container, bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen € 7,50 1.1.2.3 een 240 liter container, bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen € 10,00 1.1.2.4 een 140 liter container, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval € 0,00 1.1.3 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1.1 bedraagt de belasting per aanbieding van huishoudelijk afval in een ondergrondse containe € 2,00 Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 1.2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.
- bedraagt de belasting voor 1.2.1.1 het op aanvraag: 1.2.1.1.1 inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen, per aanvraag met een maximum van 1 kubieke meter € 25,00 1.2.1.1.2 inzamelen van grof tuinafval per aanvraag met een maximum van 2 kubieke meter € 25,00 1.2.1.1.3 het op verzoek in één kalenderjaar voor de tweede, derde etc. keer omwisselen van een container per omwisseling € 49,00 1.2.1.2 het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op de Milieustraat per aanbieding van: 1.2.1.2.1 Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur gratis 1.2.1.2.2 Asbest, asbesthoudend materiaal en asbesthoudend afval per 100 kg of gedeelte daarvan € 21,35 1.2.1.2.3 C-hout per 100 kg of gedeelte daarvan € 9,95 1.2.1.2.4 gasflessen, brandblussers en overige drukhouders (spuitbussen) per stuk € 5,00 1.2.1.2.5 grond per 100 kg of gedeelte daarvan € 2,85 1.2.1.2.6 A-hout per 100 kg of gedeelte daarvan € 9,95 1.2.1.2.7 B-hout per 100 kg of gedeelte daarvan € 9,95 1.2.1.2.8 banden per stuk € 2,85 1.2.1.2.9 dakafval per 100 kg of gedeelte daarvan € 14,50 1.2.1.2.10 piepschuim (EPS) per m3 of gedeelte daarvan € 5,60 1.2.1.2.11 schoon puin per 100 kg of gedeelte daarvan € 1,50 1.2.1.2.12 gips per 100 kg of gedeelte daarvan € 5,70 1.2.1.2.13 tuinafval (inclusief boomstobben en wortels) gratis 1.2.1.2.14 harde kunststoffen gratis 1.2.1.2.15 eenpersoonsmatrassen per stuk € 4,00 1.2.1.2.16 tweepersoonsmatrassen per stuk € 6,00 1.2.1.2.17 oude metalen gratis 1.2.1.2.18 oud papier en karton gratis 1.2.1.2.19 textiel gratis 1.2.1.2.20 vlakglas gratis 1.2.1.2.21 grof huishoudelijk afval (niet herbruikbaar) per 100 kg of gedeelte daarvan € 10,00 1.2.1.2.22 plastic, metalen en drankenkartons (PMD) gratis 1.2.1.2.23 lampen gratis 1.2.1.2.24 frituurvet en frituurolie gratis 1.2.1.2.25 bouw- en sloopafval per 100 kg of gedeelte daarvan € 11,40 1.2.1.2.26 verpakkingsglas gratis 1.2.1.2.27 accu’s en batterijen gratis 1.2.1.2.28 huishoudelijk restafval per zak van 60 liter of gedeelte daarvan € 2,00 Behoort bij raadsbesluit van 20 december
- Mij bekend, De griffier van de gemeente Rijnwaarden.