← Nederland

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent subsidie voor natuur (Subsidieregeling natuur Noord-Brabant) (

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent subsidie voor natuur (Subsidieregeling natuur Noord-Brabant)Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; Overwegende dat Provinciale Staten op 21 september 2012 de nota “Brabant uitnodigend groen” hebben vastgesteld, waarin de doelstellingen van het beleid voor natuur en landschap zijn opgenomen; Overwegende dat Gedeputeerde Staten deze doelstellingen willen bereiken door onder andere subsidie te verlenen aan projecten die aan realisering daarvan bijdragen; Overwegende dat Provinciale Staten in de nota “Brabant uitnodigend groen” hebben bepaald dat de uitvoering van het soortenbeleid binnen de provincie Noord-Brabant uitgaat van een leefgebiedenbenadering met als doel behoud en herstel van biodiversiteit; Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 24 september 2013 het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit en Leefgebieden hebben vastgesteld, waarin ook alle leefgebieden en maatregelkaarten zijn opgenomen; Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 15 december 2015 de Subsidieregeling Biodiversiteit Noord-Brabant hebben vastgesteld; Overwegende dat Gedeputeerde Staten die regeling op enkele onderdelen inhoudelijk wensen te wijzigen; Overwegende dat Gedeputeerde alle subsidies die gericht zijn op realisering van de natuurdoelstellingen wensen te bundelen in één subsidieregeling die tegelijk aanbouwregeling is voor door Gedeputeerde Staten nader te bepalen paragrafen binnen de kaders van de nota “Brabant uitnodigend groen”; Overwegende dat Gedeputeerde Staten de noodzakelijke wijziging van de Subsidieregeling Biodiversiteit Noord-Brabant aangrijpen om die nieuwe aanbouwsubsidieregeling voor natuur in te richten; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: §1Biodiversiteit en leefgebieden bedreigde soorten Artikel1.1Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014; maatregelkaart: Maatregelkaarten biodiversiteit en leefgebieden 2015; Natuur Netwerk Brabant: netwerk als bedoeld in artikel 1, onder 1.62 van de Verordening ruimte Noord-Brabant; NNB: Natuur Netwerk Brabant; prioritaire plant- of diersoorten: plant- of diersoorten als opgenomen op bijlage 1 behorende bij deze regeling. Artikel1.2Doelgroep 1.Subsidie kan worden aangevraagd door: rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen. 2.Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband. Artikel1.3Subsidievorm 1.Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies. 2.Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Artikel1.4Subsidiabele activiteiten

  1. Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het behoud of herstel van leefgebieden van prioritaire plant- of diersoorten, in de vorm van: projecten gericht op communicatie en draagvlakvergroting; projecten enkel gericht op: onderzoek naar de uitvoering; onderzoek naar innovatie van de uitvoering; uitvoeringsprojecten in: agrarische gebieden; stedelijke gebieden; natuurgebieden.
  2. Subsidie kan worden verstrekt voor projecten uitgevoerd door gemeenten met minder dan 25.0000 inwoners gericht op het behoud of herstel van leefgebieden van prioritaire plant- of diersoorten, in de vorm van: projecten gericht op communicatie en draagvlakvergroting; projecten gericht op: onderzoek naar de uitvoering; onderzoek naar innovatie van de uitvoering; uitvoeringsprojecten in: agrarische gebieden; stedelijke gebieden; natuurgebieden. Artikel1.5Weigeringsgronden
  3. Subsidie wordt geweigerd indien: het project geheel of gedeeltelijk is gericht op: het edelhert; de bever; de otter; de wisent; de lynx. het aangevraagde subsidiebedrag: lager is dan € 25.000, met uitzondering van communicatieprojecten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onder a en tweede lid, onder a; hoger is dan € 1.500.000; de uitvoering van het project reeds is gestart voor 1 januari
  4. Onverminderd het eerste lid wordt, indien de activiteiten worden uitgevoerd binnen het NNB, subsidie geweigerd indien: ten aanzien van de aanvrager een bevel tot terugvordering als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, uitstaat; de aanvrager een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, is. Artikel1.6Subsidievereisten 1.Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in of is gericht op de provincie Noord-Brabant; het project is gericht op het behoud of herstel van leefgebieden van prioritaire plant- of diersoorten; het project is gericht op: vergroting van de kennis over het leefgebied van de desbetreffende plant- of diersoort, of; verbetering van het leefgebied van de desbetreffende plant- of diersoort; aan het project liggen ten grondslag: een projectplan dat een uitwerking bevat van de maatregelen, genoemd in de desbetreffende maatregelkaart en waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze regeling; ondersteunend kaartmateriaal; een sluitende begroting. 2.Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onder c en tweede lid, onder c, in aanmerking te komen, voldaan aan het vereiste dat aan het project een monitoringsplan ten grondslag ligt, waarin de wijze van monitoring gedurende vijf jaar na de vaststelling van deze subsidie is beschreven.
  5. Onverminderd het eerste en tweede lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, tweede lid, in aanmerking te komen, voldaan aan het vereiste dat de aanvrager een gemeente betreft met minder dan 25.000 inwoners.
  6. Onverminderd het eerste tot en met derde lid wordt voor activiteiten die betrekking hebben op gebieden gelegen binnen het NNB, indien sprake is van staatssteun, om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4 in aanmerking te komen, voldaan aan de vereisten uit artikel 4, eerste lid, onder z en artikel 53 van de algemene groepsvrijstellingsverordening. Artikel1.7Subsidiabele kosten 1.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen alle kosten voor subsidie in aanmerking. 2.Voor de berekening van uurtarieven van interne loonkosten van de subsidieaanvrager en de leden van het samenwerkingsverband past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek genoemd in artikel 2, eerste lid, onder c, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen subsidies Noord-Brabant 2017 toe en hanteren daarbij ingevolge artikel 5, tweede en vierde lid, van die regeling, de volgende uurtarieven voor personeelsuren en arbeidsuren: € 50 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 80 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 100 voor werkzaamheden op WO-niveau. 3.In afwijking van het eerst lid, zijn de kosten van derden, bedoeld in artikel 1, onder r, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant 2017, subsidiabel tot maximaal € 100 per uur, inclusief eventuele niet verrekenbare of niet compensabele BTW. 4.In afwijking van het eerste lid bedraagt de vrijwilligersvergoeding, bedoeld in artikel 1, onder y, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant 2017 maximaal € 4,50 per uur, inclusief eventuele niet verrekenbare of niet compensabele BTW. 5.In afwijking van het eerste lid, bedraagt de kilometervergoeding maximaal € 0,19, inclusief eventuele niet verrekenbare of niet compensabele BTW. Artikel1.8Niet subsidiabele kosten In afwijking van artikel 1.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: kosten voor onvoorziene omstandigheden; kosten gemaakt voor 1 januari 2018; kosten voor economische activiteiten, voor zover die plaatsvinden buiten het NNB. Artikel1.9Vereisten subsidieaanvraag Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tenderperiode van 15 maart 2018 tot en met 5 april
  7. Artikel1.10Subsidieplafond Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 1.4, voor de tenderperiode genoemd in artikel 1.9, vast op: € 6.550.000 voor subsidies als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onder a en c; € 500.000 voor subsidies als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onder b; € 450.000 voor subsidies als bedoeld in artikel 1.4, tweede lid. Artikel1.11Subsidiehoogte De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van: € 1.500.000 per project voor activiteiten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onder a en c; € 100.000 per project voor activiteiten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onder b en tweede lid. Artikel1.12Verdeelcriteria 1.Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen de vastgestelde subsidieplafonds, genoemd in artikel 1.10, te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis van de volgende afwegingscriteria: voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onder a en tweede lid, onder a: de mate waarin het project de doelgroep bereikt, te waarderen met maximaal 80 punten; de mate waarin derden financieel bijdragen aan het project, te waarderen met maximaal 10 punten; de mate waarin de subsidieaanvrager zelf financieel bijdraagt aan het project, te waarderen met maximaal 10 punten; voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onder b en tweede lid, onder b: de kwaliteit van het onderzoeksproject, te waarderen met maximaal 55 punten; de kwantitatieve reikwijdte in leefgebiedenbenadering, te waarderen met maximaal 25 punten; de mate waarin derden financieel bijdragen aan het project, te waarderen met 10 punten; de mate waarin de subsidieaanvrager zelf financieel bijdraagt aan het project, te waarderen met maximaal 10 punten; voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onder c en tweede lid, onder c: de mate waarin het project bijdraagt aan de verbetering van de leefgebieden van bedreigde soorten, te waarderen met maximaal 65 punten; indien het project bijdraagt aan de verbetering van het leefgebied van bijen, te waarderen met 5 punten; de kwaliteit van het eventuele vervolgproject, te waarderen met maximaal 10 punten; de mate waarin derden financieel bijdragen aan het project, te waarderen met maximaal 10 punten; de mate waarin de subsidieaanvrager zelf financieel bijdraagt aan het project, te waarderen met maximaal 10 punten. 2.Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door: de hoogste score op basis van het afwegingscriterium in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onder a en tweede lid, onder a; de hoogste score op basis van het afwegingscriterium in het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onder b en tweede lid, onder b; de hoogste score op basis van het afwegingscriterium in het eerste lid, onderdeel c, onder 1°, voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onder c en tweede lid, onder c. 3.Indien toepassing van het tweede lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.
  8. De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
  9. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris.
  10. De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt.
  11. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie. Artikel1.13Verplichtingen van de subsidieontvanger
  12. De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen: het project is uiterlijk vijf jaar na verlening gerealiseerd, met een verlengingsmogelijkheid tot een looptijd van maximaal zes jaar; de subsidieontvanger stelt de resultaten van het project ter beschikking van de provincie met uitzondering van onderzoeksprojecten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onder b en tweede lid, onder b.
  13. Onverminderd het eerste lid, heeft de subsidieontvanger, indien de activiteiten betrekking hebben op gebieden gelegen buiten het NNB, de volgende verplichtingen: bij subsidies tot € 25.000 treft de subsidieontvanger in zijn administratie maatregelen om te voorkomen dat de subsidie naar economische activiteiten vloeit; bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000: treft de subsidieontvanger in zijn administratie maatregelen om te voorkomen dat de subsidie naar economische activiteiten vloeit; overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt; bij subsidies van € 125.000 en hoger: treft de subsidieontvanger in zijn administratie maatregelen om te voorkomen dat de subsidie naar economische activiteiten vloeit; overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt; houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
  14. Onverminderd het eerste lid, heeft de subsidieontvanger, indien de activiteiten betrekking hebben op gebieden gelegen binnen het NNB, de volgende verplichtingen: bij subsidies tot € 25.000 houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten; bij subsidies van€ 25.000 tot €125.000: overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt; houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten; bij subsidies van € 125.000 en hoger: overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt; houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten. Artikel1.14Prestatieverantwoording 1.Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger, indien de activiteiten betrekking hebben op gebieden gelegen buiten het NNB, desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze is voldaan aan de verplichting, opgenomen in artikel 1.13, tweede lid, onder a; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering. 2.Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger, indien de activiteiten betrekking hebben op gebieden gelegen buiten het NNB, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze is voldaan aan de verplichting, opgenomen in artikel 1.13, tweede lid, onderdeel b, onder 1°; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
  15. Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger, indien de activiteiten betrekking hebben op gebieden gelegen buiten het NNB, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; een financieel verslag, als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 1, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze is voldaan aan de verplichting, opgenomen in artikel 1.13, tweede lid, onderdeel c, onder 1°; een controleverklaring, als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 2, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
  16. Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger, indien de activiteiten betrekking hebben op gebieden gelegen binnen het NNB, desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering; een financieel verslag, als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 1, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
  17. Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger, indien de activiteiten betrekking hebben op gebieden gelegen binnen het NNB, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering; een financieel verslag, als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 1, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
  18. Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger, indien de activiteiten betrekking hebben op gebieden gelegen binnen het NNB, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; een financieel verslag, als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 1, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; een controleverklaring, als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 2, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant. Artikel1.15Bevoorschotting en betaling 1.Bij subsidies tot € 25.000 verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 100 % van het verleende subsidiebedrag, overeenkomstig artikel 23, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant. 2.Gedeputeerde Staten betalen het voorschot, bedoeld in het eerste lid, in een keer, overeenkomstig artikel 23, derde lid, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant. 3.Bij subsidies van €25.000 en hoger verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag. 4.Het voorschot, bedoeld in het derde lid, wordt als volgt betaald: bij projecten met een looptijd korter dan een jaar, in een keer; bij projecten met een looptijd langer dan een jaar, in twee gelijke gedeelten gedurende de looptijd van het project. Artikel1.16Evaluatie Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk. § 2 Natura 2000/PAS Artikel 2.1 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014; ambitiekaart: kaart als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016; file geodatabase: voorgedefinieerde file geodatabase zoals beschikbaar gesteld door de provincie Noord-Brabant; GGOR: gewenst en gewogen grond- en oppervlaktewaterregime; Kaders voor het GGOR: door Provinciale Staten op 30 september 2005 vastgestelde nota inzake het optimale grond- en oppervlaktewaterregime van gebruiksfuncties in de provincie Noord-Brabant; Natura 2000: Natura 2000 als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet natuurbescherming; Natura 2000-beheerplan: plan waarin is vastgelegd hoe en wanneer de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied gehaald worden; Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet natuurbescherming; Natura 2000- maatregelen; maatregelen om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen, zoals beschreven in het Natura 2000-beheerplan; Natuur Netwerk Brabant: netwerk als bedoeld in artikel 1, onder 1.62 van de Verordening ruimte Noord-Brabant. nieuwe natuur: opgave nieuwe natuur zoals aangeduid op de actuele kaart vastgesteld in het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant; OGOR: optimaal grond- en oppervlaktewaterregime; PAS: Programma aanpak stikstof, als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit natuurbescherming; PAS gebiedsanalyse: een analyse van een stikstofgevoelig Natura-2000 gebied, onderdeel van de PAS, waarin maatregelen zijn opgenomen die voorkomen dat de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden van soorten niet verder achteruit gaat of verbetert; PAS-herstelmaatregelen: maatregelen om de voor stikstof gevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten te beschermen en waar mogelijk en nodig te ontwikkelen. Provinciaal Milieu- en Waterplan: Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant 2016-2021 door Provinciale Staten vastgesteld op18 december 2015; voor PAS benodigde percelen: door Gedeputeerde Staten aangewezen percelen waarvoor het voornemen bestaat deze zo nodig te onteigenen ten behoeve van de uitvoering van PAS-herstelmaatregelen. Artikel 2.2 Doelgroep Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: natuurlijke personen; rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen. Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, onder d, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband. Artikel 2.3 Subsidievorm Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies. Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op: het uitvoeren van PAS-herstelmaatregelen; het uitvoeren van Natura 2000-maatregelen; de inrichting van nieuwe natuur op de voor PAS benodigde percelen. Artikel 2.5 Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien: het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt; de uitvoering van het project reeds is gestart voor 1 januari 2018; ten aanzien van aanvrager een bevel tot terugvordering als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, uitstaat; de aanvrager een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, is. Artikel 2.6 Subsidievereisten Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: de activiteiten komen ten goede aan Natura 2000-gebieden in de provincie Noord-Brabant; de aanvrager heeft: zeggenschap over de grond waarop de activiteiten plaatsvinden middels eigendom of erfpacht; toestemming van de eigenaar of erfpachter van de grond waarop de activiteiten plaatsvinden. activiteiten zijn opgenomen in de door Gedeputeerde Staten vastgestelde, of in ontwerp vastgestelde: gebiedsanalyses; Natura 2000-beheerplannen; aan de aanvraag ligt ten grondslag: een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende begroting; een ingevulde file geodatabase waarin de locatie van de te treffen maatregelen is weergegeven; een beschrijving van aard en omvang van het resultaat van de maatregelen op de betreffende habitattypen of soorten; een beschrijving van het te voeren beheer nadat de maatregelen zijn uitgevoerd; een beschrijving van monitoring van de PAS-herstelmaatregelen en Natura 2000-maatregelen; een opgave van de totale oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd; een planning van de uitvoering. Onverminderd het eerste lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4, onder c, in aanmerking te komen, voldaan aan het volgende vereiste: voor zover de percelen zijn gelegen binnen het Natuur Netwerk Brabant, de nieuwe natuur wordt gerealiseerd overeenkomstig de beheertypen, zoals aangegeven op de ambitiekaart; voor zover de percelen zijn gelegen buiten het Natuur Netwerk Brabant, door subsidieaanvrager wordt aangetoond dat het te realiseren natuurbeheertype: zich goed verhoudt met het regime dat van toepassing is op het naastliggende, binnen het Natuur Netwerk Brabant gelegen, perceel; landschappelijk inpasbaar is; aansluit bij of in overeenstemming is met de cultuurhistorische waarden; past in de leefgebiedenbenadering. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, projecten voor verdrogingsbestrijding gericht op het bereiken van het OGOR voor de natuurdoelen uit de ambitiekaart, waarbij de ondergrens gevormd wordt door de provinciale beleidsuitgangspunten uit de Kaders voor het GGOR. Onverminderd het eerste lid en tweede lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, bij projecten voor beek- en kreekherstel voldaan aan de volgende vereisten: het project voldoet aan de parameters voor de na te streven waterkwaliteit en de ecologische potenties van het watersysteem behorende bij de functie zoals omschreven in bijlage 2 en bijlage 3 van het Provinciaal Milieu- en Waterplan; het project is gericht op het bereiken van het OGOR voor de natuurdoelen uit de ambitiekaart, waarbij de ondergrens gevormd wordt door de provinciale beleidsuitgangspunten uit de Kaders voor het GGOR. Onverminderd het eerste tot en met vierde lid wordt, indien sprake is van staatssteun, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, voldaan aan de vereisten uit artikel 4, eerste lid, onder z en artikel 53 van de algemene groepsvrijstellingsverordening. Artikel 2.7 Subsidiabele kosten Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen in ieder geval de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten ten behoeve van de uitvoering van PAS-herstelmaatregelen; kosten ten behoeve van de uitvoering van Natura 2000-maatregelen; kosten ten behoeve van de inrichting van nieuwe natuur op de voor PAS benodigde percelen; voorbereidingskosten gemaakt vanaf 1 januari 2015; onderzoekskosten zoals omschreven in de PAS-gebiedsanalyses en Natura 2000-beheerplannen; kosten voor onderzoek in het kader van de uitvoering; kosten ten behoeve van de communicatie; kosten voor nadeelcompensatie als gevolg van natschade; kosten van monitoring. Voor de berekening van uurtarieven van interne loonkosten van de subsidieaanvrager en de leden van het samenwerkingsverband past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek genoemd in artikel 2, eerste lid, onder c, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen subsidies Noord-Brabant 2017 toe en hanteert daarbij ingevolge artikel 5, tweede en vierde lid, van die regeling, de volgende uurtarieven voor personeelsuren en arbeidsuren: € 50 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 80 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 100 voor werkzaamheden op WO-niveau. In afwijking van het eerste lid, zijn de kosten van derden, als bedoeld in artikel 1, onder r, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant 2017, subsidiabel tot maximaal € 100 per uur, inclusief eventuele niet verrekenbare of niet compensabele BTW. In afwijking van het eerste lid, bedraagt de kilometervergoeding maximaal € 0,19, inclusief eventuele niet verrekenbare of niet compensabele BTW. Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten In afwijking van artikel 2.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: kosten voor grondverwerving; kosten voor regulier beheer en onderhoud; kosten voor de aanschaf van machines; uitvoeringskosten gemaakt voor 1 januari 2018; interne personeelskosten van, en inhuurkosten van projectleiders door, de waterschappen. Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag Subsidieaanvragen worden ingediend van 31 januari 2018 tot en met 13 december
  19. Artikel 2.10 Subsidieplafond Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4, voor de periode, genoemd in artikel 2.9, vast op € 20.000.
  20. Artikel 2.11 Subsidiehoogte De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, onder a en b, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 10.000.
  21. De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, onder c, bedraagt maximaal € 30.000 per hectare. Indien toepassing van het eerste en tweede lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt. Artikel 2.12 Verdeelcriteria Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting; De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris. De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie. Subsidie wordt verdeeld over aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden. Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger De subsidieontvanger heeft in ieder geval de verplichting dat het project uiterlijk gereed is op: 1 juli 2021, voor zover het betreft activiteiten als bedoeld in artikel 2.4, onder a; 31 december 2021, voor zover het betreft activiteiten als bedoeld in artikel 2.4, onder b en c. Onverminderd het eerste lid, heeft de subsidieontvanger bij subsidies van€ 25.000 tot €125.000 de volgende verplichtingen: de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt; de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten. Onverminderd het eerste lid, heeft de subsidieontvanger bij subsidies van €125.000 en hoger de volgende verplichtingen: de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt; de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten. In het voortgangsverslag, bedoeld in het tweede lid, onder a en het derde lid, onder a, is in ieder geval een file geodatabase opgenomen, waarin de locatie van de uitgevoerde maatregelen is weergegeven. Artikel 2.14 Prestatieverantwoording Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag, waarin in ieder geval een file geodatabase is opgenomen, waarin de exacte locatie van de uitgevoerde maatregelen is weergegeven; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering; een financieel verslag, als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 1, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant. Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag, waarin in ieder geval een file geodatabase is opgenomen, waarin de exacte locatie van de uitgevoerde maatregelen is weergegeven; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; een financieel verslag, als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 1, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; een controleverklaring, als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 2, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant. Artikel 2.15 Bevoorschotting en betaling Bij subsidies van €25.000 en hoger verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt betaald in jaarlijks gelijke gedeelten gedurende de looptijd van het project. Artikel 2.16 Evaluatie Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk. § 3Aanleg landschapselement en herstel cultuurhistorisch landschapselement Artikel 3.1 begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: accoladeprofiel: verdiepte natte bufferzone die op of net boven het waterpeil van waterloop ligt; bebouwde kom: gebied als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet; cultuurhistorisch landschapselement: streekeigen groenelement in de vorm van beplantingselement met inheemse soorten of waterelement met een ecologische functie dat voor 1950 is aangelegd; ecologische verbindingszone: verbindingszone als bedoeld in artikel 1, onder 1.61 van de Verordening ruimte Noord-Brabant; erf: op de Verbeelding van het geldende Bestemmingsplan Buitengebied aangegeven gebieden met de aanduiding ‘Bouwvlak’ of de bestemming ‘Wonen’ inclusief een zone van 10 meter rondom; groenblauwe mantel: gebieden als bedoeld in artikel 1, onder 1.36 van de Verordening ruimte Noord-Brabant; landschapselement: natuurelement in het cultuurlandschap met een natuurwetenschappelijke, landschappelijke, cultuurhistorische of archeologische betekenis; Natuur Netwerk Brabant: netwerk als bedoeld in artikel 1, onder 1.62 van de Verordening ruimte Noord-Brabant4; natuurvriendelijke oever: oever langs een waterhoudende bestaande waterloop in de vorm van een plas- of drasberm of flauw talud; rode lijst: door het ministerie van Economische Zaken vastgestelde lijst waarop soorten zijn geplaatst omdat ze in Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Artikel 3.2 Doelgroep Subsidie kan worden aangevraagd door: natuurlijke personen; privaatrechtelijke rechtspersonen; publiekrechtelijke rechtspersonen. Artikel 3.3 Subsidevorm
  22. Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies.
  23. Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Artikel3.4Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op: de aanleg van een landschapselement in de vorm van: beplanting; een poel; een natuurvriendelijke oever. het herstel van een cultuurhistorisch landschapselement. Artikel 3.5 Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien met de uitvoering van het project is begonnen voor het moment van indiening van de subsidieaanvraag. Artikel 3.6 subsidievereisten
  24. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant; het project wordt uitgevoerd op gronden waarop een natuur- of agrarische bestemming rust overeenkomstig het geldende bestemmingsplan; het project wordt uitgevoerd buiten de bebouwde kom; het project wordt uitgevoerd buiten het Natuur Netwerk Brabant; het project wordt uitgevoerd buiten een erf; de eigenaar van de grond waarop het project wordt uitgevoerd stemt in met de aanleg of het herstel van het landschapselement, indien de eigenaar niet tevens de subsidieaanvrager is; aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende begroting.
  25. Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 1°, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: het betreft plantmateriaal opgenomen in bijlage 2; de aanleg van beplantingen gebeurt overeenkomstig de vereisten, opgenomen in bijlage
  26. Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 2°, in aanmerking te komen voldaan aan de volgende vereisten: de projectlocatie voor een poel is gelegen binnen: een straal van 100 meter van een bestaand of aan te leggen bos, struweel, houtsingel of moeras met een minimale oppervlakte van 1 hectare; de groenblauwe mantel; of, 300 meter vanaf een poel waarin een of meerdere soorten amfibieën voorkomen die staan vermeld op de rode lijst; de projectlocatie is geschikt voor poelaanleg; de grondwaterstand van de projectlocatie is tijdens de zomerperiode niet lager dan 120 cm onder het maaiveld; meer dan 50% van de taludlengte van de poel is flauw, minimaal 1:3; de diepte van de poel is maximaal 1,7 meter; de poel heeft gemeten vanuit de insteek van het talud een oppervlakte van maximaal 500 m2 en een inhoud van maximaal 500 m3; de poel is bestemd voor een amfibieënbiotoop.
  27. Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 3°, in aanmerking te komen voldaan aan het vereiste dat de natuurvriendelijke oever een talud heeft van minimaal 1:3 of is ingericht met een accoladeprofiel.
  28. Het derde lid, onder f, is niet van toepassing indien het project betrekking heeft op basisbiotopen voor de boomkikker.
  29. Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onder b, in aanmerking te komen voldaan aan de volgende vereisten: het cultuurhistorisch landschapselement wordt als zodanig weer herkenbaar; het cultuurhistorisch landschapselement is voor 1950 aangelegd. Artikel 3.7 Subsidiabele kosten
  30. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 1°, de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten voor de aanleg van het landschapselement overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4; kosten voor het verplaatsen van een bestaand raster of aanbrengen van een nieuw raster indien bestaand raster verplaatst moet worden ter bescherming van het landschapselement in geval van beweiding overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4; externe kosten voor planvorming en bestek tot een maximum van 20% van de kosten van de aanleg van de beplanting.
  31. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 2° en 3°, de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten voor grondverzet voor het graven van de poel of natuurvriendelijke oever overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4; kosten voor aanbrengen van rasters ter bescherming van de poel of natuurvriendelijke oever overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage
  32. 3.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onder b, de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten voor het verwijderen van uitheemse boom- en struiksoorten inclusief twee jaar nazorg; kosten voor herstel van Maasheggen door het vrijzetten van oude meidoornstruiken of het verwijderen van soorten die meidoornstruiken zodanig overwoekeren dat het karakteristieke uiterlijk van de betreffende Maasheg verloren gaat. kosten voor herstel van het landschapselement door het aanplanten van inheemse boom- of struiksoorten overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4; kosten voor herstel van een houtwal door middel van het aanvullen van de grondwal; kosten voor herstel van een waterelement door baggeren en herstel van taluds; kosten voor het verplaatsen van een bestaand raster of plaatsen van een nieuw raster indien bestaand raster verplaatst moet worden ter bescherming van het landschapselement overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage
  33. Artikel 3.8 Niet subsidiabele kosten In afwijking van artikel 3.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: kosten die uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd; kosten voor reguliere aanleg van een raster; kosten voor uitvoering van wettelijke taken, een bestaand convenant of een bestaande regeling of afspraak; kosten van aanleg van landschapselementen die worden gerealiseerd op bermen langs openbare, verharde wegen; kosten voor achterstallig onderhoud; kosten voor de inzet van personele capaciteit en de inhuur van extra personele capaciteit door de subsidieaanvrager; kosten voor reguliere activiteiten van de aanvrager; kosten voor economische activiteiten; kosten voor vervanging van de in bijlage 2 van deze regeling opgenomen beplantingsgroepen. Artikel 3.9 Vereisten subsidieaanvraag Subsidieaanvragen worden ingediend van 31 januari 2018 tot en met 13 december
  34. Artikel3.10Subsidieplafond Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4, voor de periode genoemd in artikel 3.9, vast op € 255.
  35. Artikel3.11Subsidiehoogte De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 3.4, bedraagt: voor natuurlijke personen als bedoeld in artikel 3.2, onder a, 80% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 10.000; voor privaatrechtelijke rechtspersonen als bedoeld in artikel 3.2, onder b, 80% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 75.000; voor publiekrechtelijke rechtspersonen als bedoeld in artikel 3.2, onder c, 50 % van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 75.
  36. Artikel 3.12 Verdeelcriteria
  37. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
  38. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
  39. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting;
  40. De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
  41. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris.
  42. De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt.
  43. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie.
  44. Subsidie wordt verdeeld over aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden. Artikel 3.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  45. De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen: het project, bedoeld in artikel 3.4, onder a, wordt binnen een jaar na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening gerealiseerd, met een verlengingsmogelijkheid van maximaal een jaar; het project, bedoeld in artikel 3.4, onder b, wordt binnen twee jaar na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening gerealiseerd, met een verlengingsmogelijkheid van maximaal een jaar; bij subsidies van € 25.000 en hoger overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt; de subsidieontvanger treft in zijn administratie maatregelen om te voorkomen dat de subsidie naar economische activiteiten vloeit.
  46. Een verzoek tot verlenging als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, kan door de subsidieontvanger gemotiveerd worden ingediend bij Gedeputeerde Staten uiterlijk twee weken voor het verstrijken van de termijn. Artikel3.14Prestatieverantwoording
  47. Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze is voldaan aan de verplichting, opgenomen in artikel 3.13, eerste lid, onder d; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
  48. Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze is voldaan aan de verplichting, opgenomen in artikel 3.13, eerste lid, onder d; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering. Artikel 3.15 Bevoorschotting en betaling
  49. Bij subsidies tot € 25.000 verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 100 % van het verleende subsidiebedrag, overeenkomstig artikel 23, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
  50. Gedeputeerde Staten betalen het voorschot, bedoeld in het eerste lid, in een keer, overeenkomstig artikel 23, derde lid, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
  51. Bij subsidies van €25.000 en hoger verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
  52. Het voorschot, bedoeld in het derde lid, wordt in een keer betaald. Artikel 3.16 Evaluatie Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk. § 4 Aanleg faunavoorzieningen gemeentewegen Artikel 4.1 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: ecologische verbindingszone: verbindingszone als bedoeld in artikel 1, onder 1.61 van de Verordening ruimte Noord-Brabant; Natuur Netwerk Brabant: netwerk als bedoeld in artikel 1, onder 1.62 van de Verordening ruimte Noord-Brabant; ontsnippering: aanleg van faunavoorzieningen bij gemeentelijke wegen met als doel het opheffen van de barrièrewerking van deze wegen voor de fauna; faunavoorziening: voorziening bij een gemeentelijke weg, niet zijnde een ecoduct, om de uit de weg voortvloeiende negatieve gevolgen voor de fauna zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 4.2 Doelgroep Subsidie kan worden aangevraagd door: gemeenten; waterschappen. Artikel4.3Subsidievorm
  53. Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies.
  54. Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Artikel 4.4 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de aanleg van faunavoorzieningen bij gemeentewegen. Artikel 4.5 Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien met de uitvoering van het project is begonnen voor het moment van indiening van de subsidieaanvraag. Artikel 4.6 Subsidievereisten
  55. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant; er is sprake van een ecologische noodzaak van de faunavoorziening; de te realiseren faunavoorziening is geschikt voor de desbetreffende faunasoort; aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende begroting.
  56. Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4 in aanmerking te komen voldaan aan ten minste een van de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd binnen het Natuur Netwerk Brabant; het project heeft betrekking op een bestaande gemeentelijke weg die een ecologische verbindingszone kruist; het project vormt een onderdeel van een ontsnipperingsplan dat door de subsidieaanvrager is opgesteld voor een groter gebied; bij het project is aantoonbaar sprake van een locatie waar fauna frequent ten prooi valt aan het verkeer. Artikel 4.7 Subsidiabele kosten
  57. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten voor het aanbrengen van de faunavoorziening; externe adviseurskosten die rechtsreeks betrekking hebben op het project tot een maximum van € 80 per uur; kosten voor onderzoek naar kabels en leidingen ten behoeve van de uitvoering van het ontsnipperingsplan; legeskosten.
  58. De kosten, genoemd in het eerste lid, onder b, bedragen maximaal 10 procent van de kosten, genoemd in het eerste lid, onder a. Artikel 4.8 Niet subsidiabele kosten In afwijking van artikel 4.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: kosten die uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd; kosten voor uitvoering van wettelijke taken, een bestaand convenant of een bestaande regeling of afspraak; kosten voor de inzet van personele capaciteit en de inhuur van extra personele capaciteit door de subsidieaanvrager; kosten voor reguliere activiteiten van de aanvrager. Artikel4.9Vereisten subsidieaanvraag Subsidieaanvragen worden ingediend van 31 januari 2018 tot en met 2 juli
  59. Artikel 4.10 Subsidieplafond Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4.4, voor de periode genoemd in artikel 4.9, vast op € 420.
  60. Artikel 4.11 Subsidiehoogte De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4.4 bedraagt 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000 per ontsnipperingslocatie. Artikel 4.12 Verdeelcriteria
  61. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
  62. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
  63. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting;
  64. De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
  65. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris.
  66. De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt.
  67. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie.
  68. Subsidie wordt verdeeld over aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden. Artikel 4.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  69. De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen: het project wordt binnen twee jaar na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening gerealiseerd, met een verlengingsmogelijkheid van maximaal 2 jaar; bij subsidies van € 25.000 en hoger overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt.
  70. Een verzoek tot verlenging als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan door de subsidieontvanger gemotiveerd worden ingediend bij Gedeputeerde Staten, uiterlijk twee weken voor het verstrijken van de termijn. Artikel4.14Prestatieverantwoording
  71. Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
  72. Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
  73. Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; een financieel verslag, als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 1, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; een controleverklaring, als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 2, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant. Artikel 4.15 Bevoorschotting
  74. Bij subsidies tot € 25.000 verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 100 % van het verleende subsidiebedrag, overeenkomstig artikel 23, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
  75. Gedeputeerde Staten betalen het voorschot, bedoeld in het eerste lid, in een keer, overeenkomstig artikel 23, derde lid, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
  76. Bij subsidies van €25.000 en hoger verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.
  77. Het voorschot, bedoeld in het derde lid, wordt betaald in twee gelijke gedeelten gedurende de looptijd van het project. Artikel 4.16 Evaluatie Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk. §5 Ondernemen voor natuur Artikel 5.1 Begripsbepalingen a.biodiversiteit: graad van verscheidenheid van flora en fauna in een gebied; b. bouwperceel: bouwperceel als bedoeld in artikel 1, onder 1.22, van de Verordening ruimte Noord-Brabant; c.businesscase: analyse en afweging van de kosten of investeringen en de economische en ecologische baten van het project; d.de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU L 352/9 van 24 december 2013, of Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU, 2013 L 352), met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; e. dienst van algemeen economisch belang: dienst zoals bedoeld in de Verordening (EU) Nr. 360/2012 van de commissie van 25 april 2012 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; f.landelijk gebied: het grondgebied van de Provincie Noord-Brabant buiten de gronden die behoren tot de bebouwde kom van een gemeente; g.landgoed: landgoed als bedoeld in artikel 1, onder 1.53, van de Verordening ruimte Noord-Brabant; h.natuur: geheel van planten en dieren in hun natuurlijke omgeving; i.Natuur Netwerk Brabant: netwerk als bedoeld in artikel 1, onder 1.62, van de Verordening ruimte Noord-Brabant; j.niet economische dienst van algemeen belang: dienst die niet economisch van aard is en die van algemeen belang wordt geacht; k.onderneming: eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd. Artikel 5.2 Doelgroep
  78. Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: rechtspersonen; samenwerkingsverbanden van rechtspersonen; eigenaren van landgoederen.
  79. Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, onder b, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband; draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband. Artikel 5.3 Subsidievorm 1.Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies. 2.Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Artikel5.4 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op: de aanleg van nieuwe natuur op gronden gelegen buiten een landgoed; het opstellen en uitvoeren van een businesscase gericht op het beheren van natuur en landschap en de biodiversiteit van gronden gelegen buiten landgoederen; het opstellen en uitvoeren van een businesscase gericht op het beheren van natuur en landschap en de biodiversiteit van gronden binnen landgoederen; het opstellen van een businesscase betreffende nieuwe bronnen van inkomsten gekoppeld aan projecten als genoemd onder a. Artikel 5.5 Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien: de uitvoering van het project is gestart voordat de subsidieaanvraag is ingediend; de subsidieaanvrager in dezelfde aanvraagperiode reeds een aanvraag op grond van deze paragraaf heeft ingediend; de totale projectkosten lager zijn dan €50.000; de uitvoering een project betreft als bedoeld in artikel 5.4 onder a of d en gronden binnen een landgoed betreft Artikel5.6 Subsidievereisten 1.Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in het landelijk gebied van de provincie Noord-Brabant; het project voldoet aan de vereisten van de op de subsidieaanvraag toepasselijke Verordening van de Europese Unie. aan de aanvraag ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende en realistische begroting met onderbouwing; een analyse van financiële risico’s en kansen.
  80. Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: het project is gericht op de aanleg van nieuwe natuur; de nieuwe natuur wordt aangelegd buiten het Natuur Netwerk Brabant; de nieuwe natuur wordt aangelegd buiten een landgoed; de nieuwe natuur wordt aangelegd buiten het bouwperceel waarop een woonhuis is gelegen; het areaal nieuwe natuur bedraagt ten minste tweeënhalve hectare;
  81. Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onder b en c, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten; het project is gericht op: het beheren van natuur en landschap en op de biodiversiteit; of het verbeteren van de kwaliteit van natuur en landschap en de biodiversiteit; de businesscase heeft betrekking op een gebied van tenminste tweeënhalve hectare.
  82. Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onder d, in aanmerking te komen, voldaan aan het vereiste dat de businesscase betrekking heeft op een gebied van tenminste tweeënhalve hectare. Artikel5.7 Subsidiabele kosten
  83. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: loonkosten van medewerkers die direct bij de uitvoering van het project betrokken zijn; kosten van deskundigen; kosten voor onderzoek en gelijkwaardige diensten van kennisinstituten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; kosten voor publiciteit en communicatie; 30 % van de kosten voor de aanschaf van apparatuur en materieel.
  84. Voor de berekening van uurtarieven past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek genoemd in artikel 2, eerste lid, onder c, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen subsidies Noord Brabant toe en hanteert daarbij ingevolge artikel 5, tweede en vierde lid, van die regeling, de volgende uurtarieven voor personeelsuren en arbeidsuren: € 50 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 80 voor werkzaamheden op Hbo-niveau; € 100 voor werkzaamheden op WO-niveau;
  85. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie als bedoeld onder artikel 5.4 onder a. komen de kosten van materialen, planten, bomen en zaden voor subsidie in aanmerking. Artikel 5.8 Niet subsidiabele kosten In afwijking van artikel 5.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: reguliere exploitatie kosten; kosten voor aanschaf, onderhoud en afschrijving van gereedschap; kosten voor onderhoud en afschrijving van apparatuur en materieel; kosten waarvoor reeds subsidie is aangevraagd of verstrekt op grond van een andere regeling tot een gecumuleerd maximum van 100 procent van de desbetreffende subsidiabele kostenpost. Artikel5.9 Vereisten subsidieaanvraag Subsidieaanvragen worden ingediend van 4 oktober 2017 tot en met 28 juni
  86. Artikel 5.10 Subsidieplafond Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 5.9, vast op: € 1.000.000 voor subsidies als bedoeld in artikel 5.4, onder a, b en d; € 160.000 voor subsidies als bedoeld in artikel 5.4, onder c. Artikel5.11 Subsidiehoogte
  87. De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 5.4 bedraagt 75% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 75.
  88. In afwijking van het eerste lid, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het maximaal toegestane bedrag van de op de subsidieaanvraag toepasselijke Verordening van de Europese Unie niet wordt overschreden. Artikel5.12 Verdeelcriteria
  89. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
  90. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
  91. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting;
  92. De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
  93. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris.
  94. De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt.
  95. Subsidie wordt verdeeld over aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.
  96. Subsidie wordt verdeeld over aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden. Artikel 5.13 Verplichtingen
  97. De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen: het project start binnen drie maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening; het project waarvoor de subsidie is aangevraagd wordt gerealiseerd binnen de in de subsidieverleningsbeschikking aangeduide einddatum; de bevindingen en resultaten van het project worden toegankelijk gemaakt voor derden; bij subsidies van €25.000 en hoger overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt.
  98. De subsidieontvanger kan uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van de termijn, bedoeld in het eerste lid, een verzoek doen tot verlenging.
  99. Het uitstel, bedoeld in het tweede lid, wordt verleend tot uiterlijk 30 juni
  100. Indien de subsidieontvanger actief is in de sectoren van de primaire productie van landbouwproducten, de visserij, de aquacultuur, goederenvervoer over de weg voor rekening van derden of andere sectoren buiten de subsidiabele activiteiten, zorgt hij ervoor dat de subsidie niet naar de activiteiten in deze sectoren vloeit. Artikel 5.14 Prestatieverantwoording Bij subsidies van €25.000 tot €125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering. Artikel 5.15 Bevoorschotting en betaling
  101. Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.
  102. Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in een keer. Artikel 5.16 Evaluatie Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk. § 6Cofinanciering natuur N279 GOB Artikel6.1Begripsbepalingen Natuur Netwerk Brabant: netwerk als bedoeld in artikel 1, onder 1.62, van de Verordening ruimte Noord-Brabant; NNB: Natuur Netwerk Brabant. Artikel 6.2 Doelgroep
  103. Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door de volgende doelgroepen die subsidie hebben ontvangen op grond van het Investeringsreglement Groen Ontwikkelfonds Brabant BV 2017: gemeenten; waterschappen; rechtspersonen, die natuurbeheer als doel hebben; natuurlijke personen; samenwerkingsverbanden van de doelgroepen als bedoeld onder a tot en met d.
  104. Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, onder e, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.
  105. Indien geen van de deelnemers rechtspersoonlijkheid bezit wordt, in afwijking van het tweede lid, onder a, subsidie aangevraagd door een deelnemer zonder rechtspersoonlijkheid. Artikel 6.3 Subsidievorm
  106. Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.
  107. Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Artikel 6.4 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de realisering van natuur rondom de N279 tussen ’s-Hertogenbosch – Veghel door: de verwerving van grond ten behoeve van het provinciaal deel van het NNB; de functiewijziging van grond in natuurterrein ten behoeve van het provinciaal deel van het NNB; de inrichting van grond als natuurterrein ten behoeve van het NNB. Artikel6.5Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien: met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 6.4, onder c, is gestart voordat de subsidieaanvraag is ingediend; de subsidieaanvrager een privaatrechtelijke rechtspersoon is die in financiële moeilijkheden verkeert als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, Verordening (EU) 651/2014, dan wel daarvoor in de plaats tredende regelgeving; ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering voor onrechtmatig verleende staatssteun uitstaat. Artikel 6.6 Subsidievereisten Om voor subsidie als bedoeld in artikel 6.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in het gebied zoals weergegeven op de kaart in bijlage 5; de subsidieontvanger heeft voor het project subsidie ontvangen op grond van het Investeringsreglement Groen Ontwikkelfonds Brabant BV
  108. Artikel 6.7 Subsidiabele kosten Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten, waarvoor door het Groen Ontwikkelfonds Brabant BV op grond van Investeringsreglement Groen Ontwikkelfonds Brabant BV 2017 subsidie is verleend, voor subsidie in aanmerking. Artikel 6.8 Vereisten subsidieaanvraag Subsidieaanvragen worden ingediend vanaf 1 december 2017 tot en met 3 december
  109. Artikel 6.9 Subsidieplafond Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 6.4, voor de periode genoemd in artikel 6.8, vast op € 800.
  110. Artikel 6.10 Subsidiehoogte
  111. De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 6.4, onder a en b, bedraagt 70 % van het bedrag dat door het Groen Ontwikkelfonds Brabant BV aan subsidie voor het project is verleend, tot een maximum van € 800.
  112. De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 6.4, onder c, bedraagt 100 % van het bedrag dat door het Groen Ontwikkelfonds Brabant BV aan subsidie voor het project is verleend, tot een maximum van € 800.
  113. In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt de subsidie uit hoofde van deze subsidieparagraaf, tezamen het de door het Groen Ontwikkelfonds Brabant BV te verstrekken subsidie, nooit meer dan 100% van de door het Groen Ontwikkelfonds Brabant BV subsidiabel geachte kosten. Artikel 6.11 Verdeelcriteria
  114. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
  115. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
  116. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.
  117. De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
  118. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris.
  119. De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt.
  120. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie.
  121. Subsidie wordt verdeeld over aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden. Artikel 6.12 Subsidieverlening Subsidie als bedoeld in artikel 6.4, onder a en b, wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat tussen de subsidieontvanger en het Groen Ontwikkelfonds Brabant BV een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek bij de notaris wordt gevestigd, waarin in ieder geval wordt opgenomen dat na aanvang van de inrichting degene aan wie het terrein toebehoort of degene die het recht van erfpacht verwerft: het desbetreffende terrein niet anders zal gebruiken of doen gebruiken dan als natuurterrein; effecten op het terrein duldt, die ontstaan door maatregelen ten behoeve van natuurdoelen; handelingen nalaat die het behoud of het herstel van natuurdoelen in gevaar brengen of verstoren. Artikel 6.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  122. De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen: het project is uiterlijk op 31 december 2019 gerealiseerd, met een mogelijkheid van verlenging; bij subsidies van € 25.000 en hoger overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt; bij subsidies van € 125.000 en hoger houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
  123. Een verzoek tot verlenging als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan door de subsidieontvanger worden ingediend bij Gedeputeerde Staten: uiterlijk twee weken voor het verstrijken van de termijn; onder overlegging van bewijs dat door het Groen Ontwikkelfonds Brabant BV de termijn, waarbinnen het project gerealiseerd dient te zijn, is verlengd. Artikel 6.14 Prestatieverantwoording
  124. Bij subsidies tot € 25.000, toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering; de vaststellingsbeschikking van het Groen Ontwikkelfonds Brabant BV.
  125. Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering; de vaststellingsbeschikking van het Groen Ontwikkelfonds Brabant BV.
  126. Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 1°, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; een controleverklaring, als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 2°, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; de vaststellingsbeschikking van het Groen Ontwikkelfonds Brabant BV. Artikel6.15Bevoorschotting en betaling
  127. Bij subsidies tot € 25.000 verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 100 % van het verleende subsidiebedrag, overeenkomstig artikel 23, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
  128. Gedeputeerde Staten betalen het voorschot, bedoeld in het eerste lid, in een keer, overeenkomstig artikel 23, derde lid, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
  129. Bij subsidies van €25.000 en hoger verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.
  130. Het voorschot, bedoeld in het derde lid, wordt betaald in twee gelijke gedeelten gedurende de looptijd van het project.
  131. Onverminderd het tweede en vierde lid, wordt het voorschot pas betaald nadat de kwalitatieve verplichting, bedoeld in artikel 6.12, is gevestigd. Artikel 6.16 Evaluatie Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk. § 7Realisatie natuur N279 Artikel 7.1 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: landschapsbeheertype: soort landschapselement zoals nader beschreven in de Index Natuur en Landschap; natuurbeheertype: soort natuur zoals nader beschreven in de Index Natuur en Landschap. Artikel7.2Doelgroep
  132. Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: gemeenten; waterschappen; rechtspersonen die natuurbeheer als doel hebben; natuurlijke personen; samenwerkingsverbanden van de doelgroepen als bedoeld onder a tot en met d.
  133. Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, onder e, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.
  134. Indien geen van de deelnemers van het samenwerkingsverband, bedoeld in het tweede lid, onder e, rechtspersoonlijkheid bezit wordt, in afwijking van het tweede lid, onder a, subsidie aangevraagd door een deelnemer zonder rechtspersoonlijkheid. Artikel 7.3 Subsidievorm
  135. Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.
  136. Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Artikel 7.4 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de realisering van natuur rondom de N279 tussen ’s-Hertogenbosch – Veghel door: de verwerving van grond; de functiewijziging van grond in natuurterrein; de inrichting van grond als natuurterrein. Artikel 7.5 Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien: met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 7.4, onder c, is gestart voordat de subsidieaanvraag is ingediend; de subsidieaanvrager een privaatrechtelijke rechtspersoon is die in financiële moeilijkheden verkeert als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, Verordening (EU) 651/2014, dan wel daarvoor in de plaats tredende regelgeving; ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering voor onrechtmatig verleende staatssteun uitstaat; voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van een andere provinciale subsidieregeling. Artikel 7.6 Subsidievereisten
  137. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 7.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in het gebied zoals weergegeven op de kaart in bijlage 5; het project is gericht op de versterking van: de natte natuur van het kleinschalige beekdallandschap van de Aa en de oude Aa; of, het onderscheid tussen het lage en natte beekdal en de hogere, drogere dekzandgronden; aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende begroting.
  138. Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 7.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan het vereiste dat binnen het project de grond tegen een marktconforme prijs wordt verworven of ontpacht;
  139. Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 7.4, onder c, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: een beschrijving van de uitgangssituatie; een omschrijving van de te treffen inrichtingsmaatregelen; de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd; de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij minimaal het beoogde beheertype en de oppervlakte wordt aangegeven. Artikel 7.7 Subsidiabele kosten Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: bij subsidie als bedoeld in artikel 7.4, onder a, kosten inzake de getaxeerde waarde van de te verwerven of te ontpachten grond, plus 5% van de getaxeerde waarde voor bijkomende kosten; bij subsidie als bedoeld in artikel 7.4, onder b, de getaxeerde waarde van de grond als gevolg van functiewijziging; bij subsidie als bedoeld in artikel 7.4, onder c, de kosten voor de activiteiten om te komen tot het gewenste natuurbeheertype of landschapsbeheertype zoals opgenomen in bijlage 6 van deze regeling. Artikel7.8Niet subsidiabele kosten In afwijking van artikel 7.7 komen voor subsidies als bedoeld in artikel 7.4, de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: kosten voor beheer en onderhoud; kosten voor de inzet van personele capaciteit en inhuur van extra personele capaciteit door de subsidieaanvrager; kosten voor de uitvoering van wettelijke taken, een bestaand convenant of een bestaande regeling of afspraak; kosten voor investeringen in of aan gebouwen, bouwwerken of woonhuizen; kosten om te voldoen aan gangbare minimumkwaliteitseisen of wettelijke verplichtingen; kosten voor aansprakelijkheid en verhaal; kosten van rente, bankdiensten, financieringen, verzekeringspremies, gerechtelijke procedures, boetes en sancties; kosten voor reguliere activiteiten van de subsidieaanvrager. Artikel 7.9 Vereisten subsidieaanvraag Subsidieaanvragen worden ingediend vanaf 1 december 2017 tot en met 3 december
  140. Artikel 7.10 Subsidieplafond Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 7.4, voor de periode genoemd in artikel 7.9, vast op € 200.
  141. Artikel 7.11 Subsidiehoogte
  142. De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 7.4, onder a en b, bedraagt 85 % van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 200.
  143. De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 7.4, onder c, bedraagt 100 % van de subsidiabele kosten, met een maximum van de bedragen opgenomen in bijlage 6 van deze regeling, tot een maximum van € 200.
  144. Artikel 7.12 Verdeelcriteria
  145. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
  146. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
  147. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.
  148. De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
  149. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris.
  150. De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt.
  151. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie.
  152. Subsidie wordt verdeeld over aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden. Artikel 7.13 Subsidieverlening Subsidie als bedoeld in artikel 7.4, onder a en b, wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat tussen de subsidieontvanger en de provincie Noord-Brabant een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek bij de notaris wordt gevestigd, waarin in ieder geval wordt opgenomen dat na aanvang van de inrichting degene aan wie het terrein toebehoort of degene die het recht van erfpacht verwerft: het desbetreffende terrein niet anders zal gebruiken of doen gebruiken dan als natuurterrein; effecten op het terrein duldt, die ontstaan door maatregelen ten behoeve van natuurdoelen; handelingen nalaat die het behoud of het herstel van natuurdoelen in gevaar brengen of verstoren. Artikel 7.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  153. De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen: het project is uiterlijk op 31 december 2019 gerealiseerd, met een verlengingsmogelijkheid van maximaal een jaar; bij subsidies van € 25.000 en hoger overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt; bij subsidies van € 125.000 en hoger houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
  154. Een verzoek tot verlenging als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan door de subsidieontvanger gemotiveerd worden ingediend bij Gedeputeerde Staten uiterlijk twee weken voor het verstrijken van de termijn. Artikel 7.15 Prestatieverantwoording
  155. Bij subsidies tot € 25.000, toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
  156. Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
  157. Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 1°, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; een controleverklaring, als bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, onder 2°, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant. Artikel7.16Bevoorschotting en betaling
  158. Bij subsidies tot € 25.000 verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 100 % van het verleende subsidiebedrag, overeenkomstig artikel 23, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
  159. Gedeputeerde Staten betalen het voorschot, bedoeld in het eerste lid, in een keer, overeenkomstig artikel 23, derde lid, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
  160. Bij subsidies van €25.000 en hoger verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.
  161. Het voorschot, bedoeld in het derde lid, wordt betaald in twee gelijke gedeelten, gedurende de looptijd van het project;
  162. Onverminderd het tweede en vierde lid, wordt het voorschot pas betaald nadat de kwalitatieve verplichting, bedoeld in artikel 7.13, is gevestigd. Artikel 7.17 Evaluatie Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk. §8Slotbepalingen Artikel8.1Intrekking De Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant wordt ingetrokken. Artikel8.2Overgangsrecht Voor subsidieaanvragen waarop op het moment van inwerkingtreding van deze regeling nog niet is beslist, blijft de Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant zijn werking behouden. Artikel8.3Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel8.4Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling natuur Noord-Brabant. ’s-Hertogenbosch, 24 januari 2017Gedeputeerde Staten voornoemd,de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van den Donkde secretarismw. ir. A.M. Burger Bijlage 1behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant Lijst prioritaire soorten Soort nr Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Soortgroep Rode lijst Provinciale zeldzaamheid Beheertypes Agrarisch natuurbeheer 1 Absintalsem Vaatplanten KW schaars Ruderaal 2 Akkerandoorn Vaatplanten KW vrij algemeen N12.05 Az, 3 Akkerleeuwenbek Vaatplanten KW vrij algemeen N12.05 Az,Dv,M 4 Beemdkroon Vaatplanten KW schaars N12.03, N11.01, N12.01 5 Beenbreek Vaatplanten KW zeldzaam N06.04 6 Bevertjes Vaatplanten KW zeldzaam N10.01, N10.02, N12.03, N12.01 7 Bijenorchis Vaatplanten TNB schaars N11.01, N12.03 8 Bitterling (G) Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N12.04 9 Blaasvaren Vaatplanten BE zeer zeldzaam N14.03, N01.04 10 Blauw kweldergras Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.04 11 Blauw walstro Vaatplanten KW zeldzaam N12.01, N12.05 12 Blauwe knoop Vaatplanten GE schaars N06.04, N10.01 13 Bleek kweldergras Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.04 14 Bleekgele hennepnetel Vaatplanten KW algemeen N12.05 Az,Dv,M 15 Blonde zegge Vaatplanten BE zeer zeldzaam N10.01 16 Bochtige klaver Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.03, N12.01, N11.01 17 Bolderik Vaatplanten KW zeldzaam N12.05 Az,Dv,M 18 Borstelgras Vaatplanten GE algemeen N07.01 19 Bosaardbei Vaatplanten GE schaars N16.02 20 Bosbingelkruid Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N14.03, N01.04 21 Bosmuur Vaatplanten TNB zeldzaam N14.01, N14.03, N01.04 22 Bospaardenstaart Vaatplanten KW zeer zeldzaam N14.01, N14.03, N01.04 23 Brede ereprijs Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N11.01 24 Brede orchis Vaatplanten KW zeldzaam N10.02, N10.01 25 Brede waterpest Vaatplanten GE vrij algemeen N04.02, N01.03 26 bruin cypergras Vaatplanten TNB zeldzaam N02.01, N01.03 27 Dennenorchis Vaatplanten TNB Zeer zeldzaam N15.02, N01.04 28 Dennenwolfsklauw Vaatplanten KW zeer zeldzaam N07.01, N15.02, N01.04 29 Doffe ereprijs Vaatplanten KW zeldzaam N12.05 30 Draadklaver Vaatplanten BE zeer zeldzaam N12.05 31 Draadrus Vaatplanten TNB zeldzaam N10.02, N10.01 32 Draadzegge Vaatplanten KW vrij algemeen N06.06, N05.01, N06.05, N01.03 33 Driekantige bies Vaatplanten BE Zeldzaam N02.01, N01.03 34 Drijvende egelskop Vaatplanten KW zeer zeldzaam N06.05 35 Drijvende waterweegbree Vaatplanten KW vrij algemeen N04.02, N03.01, N06.05, N01.03, N01.04 Dv 36 Dubbelloof Vaatplanten GE algemeen N15.02, N14.03, N01.04 37 Duits viltkruid Vaatplanten TNB vrij zeldzaam N11.01, N12.05 38 Dwergbloem Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.04 39 Dwergrus Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.05 Dv 40 Echt lepelblad Vaatplanten BE zeer zeldzaam N05.01, N01.03 41 Echte guldenroede Vaatplanten KW schaars N15.02, N01.04 42 Heemst Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.06 43 Karwij Vaatplanten BE zeldzaam N12.03 44 eenarig wollegras Vaatplanten KW zeldzaam N06.04, N06.03 45 Eenbes Vaatplanten TNB zeldzaam N14.01, N14.03, N01.04 46 Eironde leeuwenbek Vaatplanten BE zeer zeldzaam N12.05 47 Engels gras Vaatplanten KW zeldzaam N12.04 48 Fraai hertshooi Vaatplanten BE zeer zeldzaam N07.01, N15.02, N14.03, N01.04 49 Galigaan Vaatplanten KW zeldzaam N14.02, N05.01, N06.05, N01.04, N01.03 50 Gaspeldoorn Vaatplanten TNB schaars N07.01 51 Gegolfd fonteinkruid Vaatplanten GE zeer zeldzaam N03.01 52 Gele zegge Vaatplanten KW zeer zeldzaam N10.01 53 Genadekruid Vaatplanten BE zeer zeldzaam N12.04, N05.01, N01.03 54 Gesteeld glaskroos Vaatplanten TNB schaars N06.05 55 Gestreepte klaver Vaatplanten KW zeldzaam N12.01, N11.01 56 Gevlekte orchis Vaatplanten GE schaars N06.04, N10.01 57 Gewone agrimonie Vaatplanten GE schaars N12.01, N12.03 58 Gewone vleugeltjesbloem s.l. Vaatplanten KW zeer zeldzaam N11.01, N07.01 59 Glad biggenkruid Vaatplanten BE zeer zeldzaam N12.05 Az,M 60 Glanzige hoornbloem Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.04 61 Goudhaver Vaatplanten TNB schaars N12.03, N12.01 62 Graslathyrus Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N12.03, N12.01 63 Groene bermzegge Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N11.01 64 Groenknolorchis Vaatplanten BE zeer zeldzaam N10.01 65 Grondster Vaatplanten KW schaars N06.04, N07.01 66 Groot bronkruid Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N03.01, N01.04 67 Groot glaskruid Vaatplanten TNB zeer zeldzaam Ruderaal 68 Grote biesvaren Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.05 69 Grote bremraap Vaatplanten BE zeer zeldzaam N07.01, N11.01 70 Grote keverorchis Vaatplanten TNB schaars N17.01, N14.03, N12.01, N14.01, N01.04, N01.03 71 Grote leeuwenklauw Vaatplanten TNB zeldzaam N12.05 M 72 Grote tijm Vaatplanten TNB zeldzaam N11.01 73 Grote wolfsklauw Vaatplanten BE zeer zeldzaam N07.01 74 Heidekartelblad Vaatplanten KW zeldzaam N06.04, N10.01 75 Hondstarwegras Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N14.01, N01.04, N01.03 76 Hondsviooltje Vaatplanten GE schaars N07.01, N11.01 77 Jeneverbes Vaatplanten GE schaars N07.02, N07.01 78 Kale vrouwenmantel Vaatplanten BE zeldzaam N10.02 79 Kamgras Vaatplanten GE vrij algemeen N12.02, N12.01 G,M,Dv 80 Karwijvarkenskervel Vaatplanten KW zeldzaam N12.04, N12.03, N12.01 81 Kattendoorn Vaatplanten GE zeldzaam N12.03, N12.01 82 Klavervreter Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.03, N12.01 Ak,M 83 Klein blaasjeskruid Vaatplanten KW Vrij zeldzaam N06.06, N05.01, N01.03 84 Klein glidkruid Vaatplanten BE zeldzaam N14.01, N06.04, N10.01, N01.04 85 Klein nimfkruid Vaatplanten BE zeer zeldzaam N03.01, N01.04 86 Klein sterrenkroos Vaatplanten GE zeer zeldzaam N02.01, N01.03 87 Klein warkruid Vaatplanten KW vrij zeldzaam N07.01 88 Kleine biesvaren Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.05 89 Kleine kattenstaart Vaatplanten GE zeer zeldzaam N02.01, N01.03 90 Kleine pimpernel Vaatplanten TNB zeldzaam N11.01 91 Kleine ratelaar Vaatplanten GE schaars N12.03, N12.01 92 Kleine ruit Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N11.01 93 kleine rupsklaver Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N11.01 94 Kleine steentijm Vaatplanten BE zeer zeldzaam N11.01 95 Kleine valeriaan Vaatplanten KW zeldzaam N10.02, N10.01 96 Kleine veenbes Vaatplanten TNB zeldzaam N06.06, N06.04, N06.03 97 Kleine wolfsmelk Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.05 Ak 98 Kleinste egelskop Vaatplanten BE zeldzaam N06.05 99 Klimopklokje Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.04 100 Klimopwaterranonkel Vaatplanten KW schaars N03.01 101 Klokjesgentiaan Vaatplanten GE schaars N06.01, N06.04, N10.01 102 Kluwenklokje Vaatplanten EB zeer zeldzaam N12.03, N12.01 103 Knikkend nagelkruid Vaatplanten KW zeer zeldzaam N14.03 104 Knolsteenbreek Vaatplanten BE zeldzaam N10.01, N12.03 Dv 105 Knopig doornzaad Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.01 106 Koprus Vaatplanten EB zeer zeldzaam N10.01 Dv 107 Korenbloem Vaatplanten GE vrij algemeen N12.05 Az,Dv,M 108 Korensla Vaatplanten BE zeer zeldzaam N12.05 Az,Dv,M 109 Krabbenscheer Vaatplanten GE zeldzaam N04.02, N04.01, N01.03 Lv 110 Kranskarwei Vaatplanten EB zeer zeldzaam N10.01 111 Kruipbrem Vaatplanten KW vrij algemeen N07.01, N11.01 112 Kruipend moerasscherm Vaatplanten EB zeer zeldzaam N12.04 Dv 113 Kruipende moerasweegbree Vaatplanten KW zeldzaam N06.05, N10.01 114 Kruisbladwalstro Vaatplanten KW zeldzaam N11.01 115 Kwelderzegge Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N12.04 116 Lange ereprijs Vaatplanten TNB schaars N05.01, N01.03 117 Langstekelige distel Vaatplanten GE zeer zeldzaam N02.01, N01.03 118 Langstengelig fonteinkruid Vaatplanten BE zeer zeldzaam N02.01, N04.02, N01.03 Lv 119 Lavendelhei Vaatplanten KW zeldzaam N06.06, N06.01, N06.03 120 Liggende ereprijs Vaatplanten EB afwezig N12.03, N12.01, N11.01 121 Liggende vleugeltjesbloem Vaatplanten KW zeldzaam N07.01, N10.01 122 Loos blaasjeskruid Vaatplanten TNB schaars N04.02, N01.03 123 Maasraket Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N02.01, N01.03 124 Melkviooltje Vaatplanten BE zeer zeldzaam N10.02, N10.01 125 Moerasbasterdwederik Vaatplanten GE schaars N10.02, N05.01, N01.03 126 Moerashertshooi Vaatplanten KW vrij algemeen N06.05 127 Moeraskartelblad Vaatplanten KW zeldzaam N06.01, N10.02, N10.01 128 Moerassmele Vaatplanten EB zeer zeldzaam N06.05, N06.04 129 Moerasstreepzaad Vaatplanten TNB zeldzaam N10.02, N14.01, N10.01, N01.04 130 Moeraswespenorchis Vaatplanten KW zeer zeldzaam N10.01, N12.04 131 Moeraswolfsmelk Vaatplanten KW zeldzaam N05.01, N01.03 132 Moesdistel Vaatplanten TNB zeldzaam N10.02, N10.01 133 Moeslook Vaatplanten KW zeldzaam N12.03, N12.01 134 Muurbloem Vaatplanten EB zeer zeldzaam Ruderaal 135 Muurhavikskruid Vaatplanten KW zeer zeldzaam Ruderaal 136 Naakte lathyrus Vaatplanten EB zeer zeldzaam N12.05 137 Oeverkruid Vaatplanten KW schaars N06.05 138 Ondergedoken moerasscherm Vaatplanten BE schaars N06.05 139 Ongelijkbladig fonteinkruid Vaatplanten KW zeldzaam N03.01, N04.02, N06.05, N01.04, N01.03 Lv 140 Oosterse morgenster Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.03, N12.01 141 Overblijvende hardbloem Vaatplanten EB zeer zeldzaam N11.01 142 Paarbladig fonteinkruid Vaatplanten TNB zeldzaam N04.02, N02.01, N01.03 Lv,Ak,G 143 Parnassia Vaatplanten KW Zeldzaam N10.01, N12.04 Lv,Ak,G 144 Pilvaren Vaatplanten TNB vrij zeldzaam N06.05 145 Plat fonteinkruid Vaatplanten KW zeldzaam N02.01, N03.01, N04.02, N01.04, N01.03 146 Rapunzelklokje Vaatplanten KW zeldzaam N12.03, N12.01, N11.01 G,M 147 Rechte driehoeksvaren Vaatplanten GE zeer zeldzaam N14.03, N01.04 148 Rijstgras Vaatplanten KW zeldzaam N05.01, N01.03 149 Rode ogentroost Vaatplanten GE algemeen N12.04, N10.02 150 Ronde zegge Vaatplanten BE zeer zeldzaam N10.01 151 Ronde zonnedauw Vaatplanten GE schaars N06.01, N06.04, N06.06 152 Rozetsteenkers Vaatplanten TNB zeldzaam N11.01, Ruderaal 153 Ruige anjer Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.03, N12.01, N11.01 154 Ruige leeuwentand Vaatplanten KW zeldzaam N02.01, N12.04, N01.03 155 Ruige weegbree Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.03, N12.01 156 Selderij Vaatplanten KW zeer zeldzaam N05.01, N12.04, N01.03 157 Sierlijke vetmuur Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.04 158 Slijkzegge Vaatplanten VN afwezig N06.06 159 Slofhak Vaatplanten KW schaars N12.05, N11.01 160 Snavelruppia Vaatplanten KW zeer zeldzaam N04.04 161 Spaanse ruiter Vaatplanten KW zeer zeldzaam N06.04, N10.01 162 Spiesleeuwenbek Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.05 Ak,M 163 Spindotterbloem Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N05.01, N14.01, N01.03 164 Spiraalruppia Vaatplanten BE zeer zeldzaam N04.04 165 Spits fonteinkruid Vaatplanten KW zeldzaam N04.02, N01.03 Lv 166 Spits havikkruid Vaatplanten EB zeer zeldzaam N11.01 167 Steenanjer Vaatplanten KW schaars N11.01 168 Stekelbrem Vaatplanten GE algemeen N06.04, N07.01 169 Stijf vergeet-mij-nietje Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.05 170 Stijve moerasweegbree Vaatplanten BE zeldzaam N06.05 171 Stinkende kamille Vaatplanten BE zeer zeldzaam N12.05 Ak,M 172 Stippelvaren Vaatplanten TNB zeldzaam N15.02, N01.04 173 Stippelzegge Vaatplanten GE zeer zeldzaam N11.01 174 Stomp fonteinkruid Vaatplanten KW schaars N04.02, N01.03 175 Strandbiet Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N11.01 176 Teer guichelheil Vaatplanten TNB zeldzaam N06.05, N10.01 177 Teer vederkruid Vaatplanten KW zeldzaam N03.01, N06.05, N04.02, N01.04, N01.03 178 Tripmadam Vaatplanten KW zeldzaam N12.01, N11.01 179 Trosdravik Vaatplanten KW zeldzaam N10.02 180 Valse kamille Vaatplanten KW schaars N12.05 181 veenbies Vaatplanten KW vrij zeldzaam N06.04, N06.01 182 Veenbloembies Vaatplanten EB zeer zeldzaam N06.06 183 Veenmosorchis Vaatplanten EB Zeer zeldzaam N06.06, N06.01 184 Veenreukgras Vaatplanten KW zeer zeldzaam N10.01, N10.02 185 Veldgerst Vaatplanten TNB zeldzaam N10.01, N10.02 Ak,G,M 186 Veldsalie Vaatplanten KW zeldzaam N12.03, N12.01, N11.01 187 Verfbrem Vaatplanten BE zeer zeldzaam N07.01, N11.01 188 Vetblad Vaatplanten BE zeer zeldzaam N10.01, N06.05 189 Vleeskleurige orchis Vaatplanten KW zeer zeldzaam N06.01, N05.01, N10.02, N10.01, N01.03 190 Vlottende bies Vaatplanten KW vrij algemeen N03.01, N06.05, N01.04 191 Vlottende waterranonkel Vaatplanten BE zeer zeldzaam N03.01, N01.04 192 Vlozegge Vaatplanten BE zeer zeldzaam N10.01 193 Voorjaarszegge Vaatplanten KW zeer zeldzaam N11.01 194 Voszegge Vaatplanten TNB zeldzaam N12.04, N05.01, N12.03, N01.03 195 Waterdrieblad Vaatplanten GE vrij algemeen N14.02, N06.01, N05.01, N10.01, N01.04, N01.03 196 Waterlepeltje Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.05, N05.01, N01.03 197 Waterlobelia Vaatplanten EB zeer zeldzaam N06.05 198 Weidekervel Vaatplanten KW zeer zeldzaam N10.02, N10.01 199 Welriekende nachtorchis Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.01, N06.04, N10.01 200 Wijdbloeiende rus Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.04, N10.01 Dv 201 Wilde averuit Vaatplanten EB zeer zeldzaam N12.01, N11.01 G,M 202 Wilde gagel Vaatplanten GE vrij algemeen N14.02, N06.01, N06.04, N01.04, N01.03 203 Wilde ridderspoor Vaatplanten EB zeer zeldzaam N12.05 Az,M 204 Wilde/ Grote? tijm Vaatplanten TNB vrij zeldzaam N11.02, N12.01 205 Witte rapunzel Vaatplanten BE zeer zeldzaam N14.01, N14.03 206 Witte snavelbies Vaatplanten KW vrij zeldzaam N06.06, N06.04, N06.03 207 Witte waterranonkel Vaatplanten BE zeldzaam N06.05 208 Wondklaver Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N11.01 209 Zacht loogkruid Vaatplanten KW zeer zeldzaam N11.01 210 Zandwolfsmelk Vaatplanten EB zeer zeldzaam N12.01, N11.01 211 Zeealsem Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.04 212 Zeegerst Vaatplanten BE zeer zeldzaam N12.04 213 Zeerus Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.04 214 Zeeweegbree Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.04 215 Zeewinde Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N12.01 216 Zilt torkruid Vaatplanten BE zeer zeldzaam N05.01, N12.04, N01.03 217 Zwartblauwe rapunzel Vaatplanten BE zeer zeldzaam N10.02, N14.01, N14.03 218 Zwartsteel Vaatplanten TNB schaars Ruderaal 219 Sikkel klaver Vaatplanten KW Zeldzaam N12.03, N02.01, N01.03 220 Waterscheerling Vaatplanten KW zeldzaam N05.02, N05.01, N01.03 221 Slanke sleutelbloem Vaatplanten TNB Vrij zeldzaam N17.01, N14.01, N12.03, N14.03 Dv, 222 Baardman Vogels TNB Zeldzaam N05.01, N05.02, N01.03 223 Blauwborst Vogels TNB Vrij zeldzaam N05.01, N05.02, N06.01, N12.06, N06.03, N01.03 224 Blauwe kiekendief Vogels GE zeer zeldzaam N09.01, N05.01, N05.02, N01.03 225 Bontbekplevier Vogels KW zeer zeldzaam N04.04, N09.01 226 Bonte vliegenvanger Vogels TNB schaars N14.01, N 14.03, N15.02, N17.03, N01.04, N01.03 227 Boomleeuwerik Vogels TNB schaars N07.01, N07.02 228 Brilduiker Vogels GE zeer zeldzaam N04.02, N04.04, N01.03 229 Bruine kiekendief Vogels TNB zeldzaam N05.01, N05.02, N04.04, N01.03 230 Dodaars Vogels TNB schaars N04.04, N06.05, N06,06 231 Draaihals Vogels EB zeer zeldzaam N07.01, N07.02 232 Dwergstern Vogels KW zeer zeldzaam N04.04, N09.01 233 Geelgors Vogels TNB schaars N07.01, N17.02, N16.01 Az,Dv,M 234 Gele kwikstaart Vogels GE vrij algemeen N13.01, N12.05 G,Ak,Az 235 Geoorde fuut Vogels TNB zeldzaam N04.04, N06.05, N06.06 236 glanskop Vogels TNB Zeldzaam N14.01, N14.03 237 Graspieper Vogels GE algemeen N06.04, N13.01, N07.01, N09.01 Lv,G,Ak,Az 238 Grauwe klauwier Vogels BE zeer zeldzaam N06.04, N07.01, N06.03 M 239 Groene specht Vogels KW vrij algemeen N14.03, N17.03, N15.02, N16.01, N16.02, N01.03 240 grote gele kwikstaart Vogels TNB Schaars N03.01 241 Grote karekiet Vogels BE zeer zeldzaam N05.01, N05.02, N01.03 242 Grutto Vogels GE zeldzaam N12.04, N13.01 G,(Az),(Lv) 243 Houtsnip Vogels TNB Zeldzaam N14.02, N15.02, N14.01, N01.04, N01.03 244 Huiszwaluw Vogels GE vrij algemeen Agrarisch Lv,G,Ak,Az,Dv 245 Ijsvogel Vogels TNB schaars N03.01, N04.01, N14.01, N01.04, N01.03 246 Kemphaan Vogels EB afwezig N10.01, N10.02, N13.01 247 Kerkuil Vogels KW schaars Agrarisch Lv,G,Ak,Az,Dv 248 Kievit Vogels TNB algemeen N12.05, N13.01, N13.02, Agrarisch G,Ak,Az 249 klapekster Vogels EB Schaars N07.01, N07.02, N06.03, N06.04 250 Kleine bonte specht Vogels TNB Schaars N14.01, N14.02, N14.03, N17.03, N15.02, N01.04, N01.03 251 Kleine plevier Vogels TNB vrij algemeen N09.01, N04.04 252 Kleine zilverreiger Vogels GE afwezig N14.01, N14.03, N04.04, N01.04, N01.03 253 Kleine zwaan Vogels NB Schaars N13.02 Ak,G 254 Kluut Vogels TNB zeer zeldzaam N09.01, N12.04, N04.04 255 Kneu Vogels GE algemeen N12.06, N13.03 G,Ak,Az 256 Korhoen Vogels EB afwezig N07.01, N07.02, N06.04 257 Kraanvogel Vogels TNB zeer zeldzaam N06.03, N14.01, N01.04, N01.03 Az 258 Kuifduiker Vogels TNB zeer zeldzaam N04.04 259 Kwak Vogels VNW zeer zeldzaam N14.01, N05.01, N01.04, N01.03 260 Kwartel Vogels TNB Schaars N12.05, N13.01, N10.02 261 Kwartelkoning Vogels KW zeer zeldzaam N10.01, N10.02, N12.04 262 Lepelaar Vogels TNB zeldzaam N09.01, N04.04, N05.01, N01.03 263 Matkop Vogels GE vrij algemeen N14.02, N16.02, N16.01, N14.01, N01.04, N01.03 264 middelste bonte specht Vogels TNB vrij algemeen N14.03, N17.03, N15.02, N01.04 265 Nachtegaal Vogels KW zeldzaam N14.01, N12.06, N17.01, N14.02, N14.03, N16.02, N01.04, N01.03 266 Nachtzwaluw Vogels KW zeldzaam N06.04, N07.01, N07.02 267 Noordse stern Vogels TNB zeer zeldzaam N09.01, N04.04 268 Oehoe Vogels TNB Zeldzaam N14.03, N15.02, N01.04 269 Oeverzwaluw Vogels TNB Vrij algemeen N04.02, N04.04, N01.03 G,Az,(Ak,Av) 270 Paapje Vogels BE zeer zeldzaam N06.04, N10.01, N10.02 271 Patrijs Vogels KW schaars N12.05, N13.01 G,Ak,Az 272 Pijlstaart Vogels BE zeer zeldzaam N04.04 273 Porseleinhoen Vogels KW zeer zeldzaam N05.01, N10.02, N13.01, N01.03 274 Purperreiger Vogels BE zeer zeldzaam N05.01, N14.01, N01.04, N01.03 275 Raaf Vogels GE Schaars N15.02, N16.01, N14.03, N16.02, N01.04 276 Ransuil Vogels KW schaars N14.03, N15,02, N16.01, N01.04 Dv,M 277 Rietzanger Vogels TNB Schaars N05.01, N05.02, N01.03 278 Rode wouw Vogels TNB Schaars N14.03, N15.02, N14.01, N01.04 279 Roek Vogels TNB Schaars Agrarisch Az,Dv,(G) 280 Roerdomp Vogels BE zeer zeldzaam N05.01, N05.02, N14.01, N01.03 281 Roodborsttapuit Vogels TNB vrij algemeen N06.04, N07.01, N12.06, N13.01, N13.02, N06.03 G,Az 282 scholekster Vogels TNB Schaars N09.01, N04.04 G,Ak,Az 283 Slobeend Vogels KW schaars N13.01, N04.04, N04.02, N01.03 Lv,G 284 Snor Vogels KW zeer zeldzaam N05.01, N05.02, N01.03 285 Spotvogel Vogels GE Vrij algemeen N17.01, N13.01, N14.03, N14.01, N01.04, N01.03 Dv,M 286 Steenuil Vogels KW vrij algemeen Agrarisch Lv,G,Ak,Az,Dv,M 287 Steltkluut Vogels GE zeer zeldzaam N04.04, N09.01 288 Strandplevier Vogels BE zeer zeldzaam N04.04, N09.01 289 Taigarietgans Vogels TNB Zeldzaam Agrarisch 290 Tapuit Vogels BE zeer zeldzaam N07.02, N07.01 291 Tureluur Vogels GE zeldzaam N10.01, N10.02, N09.01, N13.01, N12.04, N04.04 G 292 Veldleeuwerik Vogels GE algemeen N06.04, N07.01, N13.01, N12.05 G,Ak,Az 293 Velduil Vogels EB zeer zeldzaam N09.01, N04.04 294 Visarend Vogels TNB afwezig N04.04, N14.01, zoetwater getijdegebied, N01.03 295 Visdief Vogels KW zeldzaam N09.01, N04.04, N05.01, N01.03 296 Waterral Vogels TNB zeldzaam N05.01, N05.02, N01.03 297 Watersnip Vogels BE zeldzaam N10.01, N10.02, N13.01, N05.01, N01.03 Lv,G 298 Wespendief Vogels TNB schaars N15.02, N14.03, N14.01, N01.04, N01.04, N01.03 299 Wielewaal Vogels KW Schaars N14.01, N14.02, N14.03, N17.03, N15.02, N16.02, N01.04, N01.03 300 Wintertaling Vogels KW schaars N13.01, N05.01, N06.05, N06.06, N04.02, N01.03 301 Woudaap Vogels EB zeer zeldzaam N05.01, N05.02, N04.02, N01.03 302 Wulp Vogels TNB schaars N06.04, N07.01, N13.01 G,Ak,Az 303 Zeearend Vogels TNB zeer zeldzaam N14.01, N04.04, N01.03 304 Zomertaling Vogels KW zeldzaam N13.01, N05.01, N03.01 305 Zomertortel Vogels KW schaars N14.01, N14.03, N15.02, N01.04, N01.03 Dv,M 306 Zwarte specht Vogels TNB vrij algemeen N14.03, N17.03, N15.02, N16.01, N01.04 307 Zwarte stern Vogels BE zeer zeldzaam N06.03, N06.06, N05.01, N01.03 Lv 308 Zwarte wouw Vogels TNB zeldzaam N14.01, N01.03, N04.04, N01.04, N01.03 309 Zwartkopmeeuw Vogels TNB zeer zeldzaam N06.05, N06.06, N04.04, N09.01 310 Boerenzwaluw Vogels GE algemeen Agrarisch Lv,G,Ak,Az,Dv 311 Grote lijster Vogels TNB zeldzaam N14.01, N14.03, N15.02, N16.01, N16.02, N17.03, N01.04, N01.03 Dv,M 312 Houtduif Vogels TNB algemeen N14.01, N14.03, N15.02, N16.01, N16.02, N17.03, N01.04, N01.03 Az,Dv,M 313 Braamsluiper Vogels TNB zeer zeldzaam N10.02, N12.02, N13.01 M,Dv 314 Torenvalk Vogels TNB schaars N06.04, N07.01, N07.02 Lv,G,Ak,Az,Dv,M 315 Gekraagde roodstaart Vogels TNB Vrij algemeen N16.01, N07.01, N07.02 M,Dv 316 Ringmus Vogels GE algemeen Agrarisch Az,Dv,M 317 Rotgans Vogels NB zeer zeldzaam N09.01, N04.04 Ak 318 Spreeuw Vogels TNB Algemeen N14.01, N14.03, N15.02, N17.03, N01.04, N01.03 Lv 319 Ruigpootbuizerd Vogels NB zeer zeldzaam N13.01, N13.02 G 320 Barbeel Vissen KW zeer zeldzaam N03.01, N02.01 321 Beekforel Vissen BE zeer zeldzaam N03.01, N04.01 322 Beekprik Vissen BE zeer zeldzaam N03.01, N04.01 323 Bittervoorn Vissen TNB schaars N04.01, N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03, N03.01 Lv,G,Ak 324 Elft Vissen TNB afwezig N02.01, N04.04, N01.03 325 Elrits Vissen GE afwezig N03.01, N02.01, N01.03 326 Fint Vissen VN afwezig N02.01, N04.04, N01.03 327 Grote modderkruiper Vissen KW zeer zeldzaam N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03, N03.01 Lv,Ak,G 328 Kleine modderkruiper Vissen TNB vrij algemeen N04.01, N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03, N03.01 Lv,G,Ak 329 Kopvoorn Vissen KW zeldzaam N03.01, N02.01, N01.04, N01.03 330 Kroeskarper Vissen KW zeldzaam N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03 Lv,G,Ak 331 Kwabaal Vissen EB zeer zeldzaam N04.01, N04.02, N03.01, N02.01, N04.04, N01.04, N01.03 332 Rivierdonderpad Vissen KW zeldzaam N04.01, N04.02, N03.01, N02.01, N04.04, N01.04 333 Riviergrondel Vissen TNB vrij algemeen N04.01, N04.02, N03.01, N02.01, N04.04, N01.04, N01.03 334 Rivierprik Vissen GE zeer zeldzaam N02.01, N04.04, N01.03 335 Serpeling Vissen KW zeer zeldzaam N03.01, N02.01, N01.04, N01.03 336 Sneep Vissen KW zeer zeldzaam N02.01, N01.03 337 Vetje Vissen TNB schaars N04.01, N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03 338 Zalm Vissen TNB afwezig N02.01, N04.04, N01.04, N01.03 339 Zeeprik Vissen GE zeer zeldzaam N02.01, N04.04, N01.03 340 Houting Vissen GE Zeldzaam N02.01, N04.04, N01.03 341 Diklipharder Vissen NB zeer zeldzaam N02.01, N01.03 342 Paling Vissen TNB Vrij zeldzaam N02.01, N04.04, N01.04, N01.03, N03.01 343 Spiering Vissen KW zeer zeldzaam N02.01, N04.04, N01.03 344 Atlantische Steur Vissen VN Zeldzaam N02.01 345 Gestippelde alver Vissen KW Afwezig N02.01 346 Alver Vissen KW Vrij zeldzaam N02.01, N04.04, N01.04, N01.03, N03.01 347 Bont dikkopje Dagvlinders KW Vrij zeldzaam N11.01, N12.01, N12.02 Dv 348 Bruin blauwtje Dagvlinders GE Vrij algemeen N11.01, N12.01 349 Bruine eikenpage Dagvlinders BE zeldzaam N15.02 Dv,Az 350 Bruine vuurvlinder Dagvlinders KW Zeer zeldzaam N11.01 351 Donker pimpernelblauwtje Dagvlinders EB Zeer zeldzaam N10.01 352 Gentiaanblauwtje Dagvlinders BE Zeldzaam N06.04, N10.01 353 Grote weerschijnvlinder Dagvlinders EB zeer zeldzaam N14.01 354 Heideblauwtje Dagvlinders GE Vrij algemeen N06.04, N07.01 355 Heivlinder Dagvlinders GE Vrij zeldzaam N07.01, N07.02 356 Kleine ijsvogelvlinder Dagvlinders BE Zeldzaam N07.01, N11.01 357 Kommavlinder Dagvlinders BE zeldzaam N11.01, N07.01 358 Pimpernelblauwtje Dagvlinders EB zeer zeldzaam N10.01 359 Sleedoornpage Dagvlinders BE zeer zeldzaam Ruderaal M 360 Spiegeldikkopje Dagvlinders BE zeer zeldzaam N06.03, N14.01 361 Grote parelmoervlinder Dagvlinders EB Zeer zeldzaam N10.01 363 Iepenpage Dagvlinders EB Zeer zeldzaam N14.01, Ruderaal 364 Argusvlinder Dagvlinders TNB Vrij zeldzaam N10.02, N11.01, N12.01, N12.05 Ak, 365 Groene glazenmaker Libellen KW afwezig N04.01, N03.01, N01.04 366 Bandheidelibel Libellen TNB schaars N03.01 367 Bosbeekjuffer Libellen BE schaars N03.01, N01.04 368 Bruine korenbout Libellen TNB schaars N05.01, N05.02, N04.01, N04.02, N01.03, N01.04, N03.01 369 Plasrombout Libellen TNB schaars N04.01, N04.02, N01.03, N01.04 370 Venglazenmaker Libellen KW schaars N06.06, N06.03, N01.04 371 Venwitsnuitlibel Libellen KW vrij algemeen N06.06, N06.03, N01.04 372 Vroege glazenmaker Libellen TNB vrij algemeen N05.01, N05.02, N06.05, N03.01, N04.01, N04.02, N01.03, N01.04 373 Gaffellibel Libellen BE zeer zeldzaam N02.01, N01.03 374 Gevlekte glanslibel Libellen BE zeer zeldzaam N05.01, N05.02, N01.04, N01.03, N14.01 375 Gewone bronlibel Libellen BE zeer zeldzaam N03.01 376 Hoogveenglanslibel Libellen EB zeer zeldzaam N06.03 377 Kempense heidelibel Libellen EB zeer zeldzaam N06.05, N01.04 379 Rivierrombout Libellen TNB zeer zeldzaam N02.01, N03.01 380 Speerwaterjuffer Libellen EB zeer zeldzaam N06.05, N01.04 381 Zuidelijke oeverlibel Libellen GE zeer zeldzaam N03.01 382 Beekoeverlibel Libellen TNB zeldzaam N03.01 383 Beekrombout Libellen BE zeldzaam N02.01, N03.01, N01.03, N01.04 384 Gevlekte witsnuitlibel Libellen KW zeldzaam N06.05, N04.01, N04.02, N05.01, N05.02, N01.04 385 Tengere pantser juffer Libellen TNB vrij algemeen N06.03, N06.06, N01.04 386 Bruine winterjuffer Libellen TNB Algemeen N06.05, N01.04, N01.03 387 Glassnijder Libellen TNB Algemeen N06.05, N05.01, N05.02, N01.03, N01.04 388 Blauwvleugelsprinkhaan Sprinkhanen & krekels TNB zeldzaam N07.02 389 Moerassprinkhaan Sprinkhanen & krekels TNB vrij algemeen N10.01, N10.02, N06.04 390 Schavertje Sprinkhanen & krekels TNB zeer zeldzaam N07.01 391 Veenmol Sprinkhanen & krekels TNB zeer zeldzaam N06.03 392 Veldkrekel Sprinkhanen & krekels KW zeldzaam N07.01 393 Wrattenbijter Sprinkhanen & krekels EB verdwenen N07.01 394 Zompsprinkhaan Sprinkhanen & krekels KW zeer zeldzaam N10.01, N10.02, N06.04 395 Wekkertje Sprinkhanen & krekels TNB Zeer zeldzaam N10.01, N10.02 396 Baardvleermuis Vleermuis TNB Schaars N04.02, N02.01, N15.02, N14.03, N01.03, N01.04 397 Bosvleermuis Vleermuis TNB Zeer Zeldzaam N15.02, N14.03, N01.04 398 Gewone grootoorvleermuis Vleermuis TNB Vrij algemeen N15.02, N14.03, N01.04 399 Franjestaart Vleermuis TNB zeldzaam N15.02, N14.03, N01.04 400 Gewone dwergvleermuis Vleermuis TNB Algemeen 401 Grijze grootoorvleermuis Vleermuis KW zeer zeldzaam N12.02, N12.05 402 Ingekorven vleermuis Vleermuis KW Zeer zeldzaam 403 Laatvlieger Vleermuis KW vrij algemeen N17.03 404 Meervleermuis Vleermuis TNB schaars N04.02, N12.05, N12.02, N01.03 406 Rosse vleermuis Vleermuis KW vrij algemeen N15.02, N14.03, N01.04 407 ruige dwergvleermuis Vleermuis TNB Vrij algemeen N15.02, N14.03, N01.04 408 tweekleurige vleermuis Vleermuis GE Zeer zeldzaam 409 Watervleermuis Vleermuis TNB Algemeen N15.02, N14.03, N01.04 410 Bever Zoogdieren GE zeldzaam N02.01, N03.01, N05.01, N04.02, N01.03, N01.04 411 Boommarter Zoogdieren KW zeer zeldzaam N15.02, N16.01, N14.03, N01.04 412 Bunzing Zoogdieren OG schaars Agrarisch/natuurlijke overgangen Lv,G,Ak,Az,Dv,M 413 Das Zoogdieren TNB zeldzaam Agrarisch/natuurlijke overgangen Az,Dv,M 414 Dwergmuis Zoogdieren TNB schaars N05.02, N12.06, N12.05 415 Edelhert Zoogdieren TNB zeer zeldzaam N06.04, N07.01, N15.02, N14.03, N01.04 416 Hermelijn Zoogdieren GE zeldzaam Agrarisch/natuurlijke overgangen Lv,G,Ak,Az,Dv,M 417 Lynx Zoogdieren VN afwezig N15.02 418 Noordse woelmuis Zoogdieren KW afwezig N05.01, N05.02, N01.03 419 Ondergrondse woelmuis Zoogdieren OG schaars N12.01, N12.03, N12.05 Dv,M 420 Otter Zoogdieren VN zeer zeldzaam N03.01, N05.01, N01.03, N01.04 421 Steenmarter Zoogdieren TNB Schaars Ruderaal 422 Waterspitsmuis Zoogdieren KW zeldzaam N02.01, N03.01, N01.03, N01.04 Lv,G,Ak,Dv,M 423 Wezel Zoogdieren GE zeldzaam N11.01, N12.01, N12.05, N12.06, N15.02, N01.04 Lv,G,Ak,Az,Dv,M 424 Wild zwijn Zoogdieren TNB zeldzaam N15.02, N14.03, N01.04 425 Wilde kat Zoogdieren VN zeer zeldzaam N06.04, N07.01, N15.02, N16.01, N01.04 426 Wisent Zoogdieren TNB Zeldzaam N15.02, N07.01, N12.01, N14.03, N01.04 427 Boomkikker Amfibieën BE zeldzaam N10.01, N10.02, L01.01, N01.04 Dv,M 428 Knoflookpad Amfibieën BE zeer zeldzaam N12.05, N10.02, L01.01, N01.04 429 Rugstreeppad Amfibieën GE schaars N12.03, N01.04, N12.04, N01.04 Lv,G,Ak 430 Kamsalamander Amfibieën KW schaars N06.05, N15.02, L01.01, N01.04 Dv,M 431 Vinpootsalamander Amfibieën KW vrij algemeen N06.06, N06.05 M 433 Heikikker Amfibieën TNB vrij algemeen N06.06, N06.04, N06.03, N06.01 434 Poelkikker Amfibieën TNB schaars N06.05, N06.06 Dv,M 435 Alpenwatersalamander Amfibieën TNB Algemeen N14.03, N14.01, L01.01, N01.04 Dv,M 436 Kleine watersalamander Amfibieën TNB Algemeen N14.03, L01.01, N06.04, N01.04 437 Gladde slang Reptielen BE zeer zeldzaam N06.04, N07.01, N06.03, N01.04 438 Levendbarende hagedis Reptielen GE vrij algemeen N06.04 439 Zandhagedis Reptielen KW zeer zeldzaam N07.01, N07.02, N01.04 440 Adder Reptielen KW Afwezig N06.04, N07.01, N06.03, N01.04 441 Hazelworm Reptielen TNB zeldzaam N15.02, N06.04, N07.01, N01.04 445 Ringslang Reptielen KW Afwezig N01.03, N01.04 446 Beekdikkopmos Brachythecium rivulare Mossen KW zeldzaam N03.01, N14.01, N01.03, N01.04 447 Beekschoffelmos Scapania undulata Mossen BE zeer zeldzaam N03.01, N01.04 448 Blauw boomvorkje Metzgeria fruticulosa Mossen TNB zeldzaam N14.03, N14.02, N14.01, N01.03, N01.04 449 Bol gladkelkje Leiocolea badensis Mossen GE zeer zeldzaam N12.04 450 Boompjesmos Climacium dendroides Mossen TNB schaars N10.01, N05.01, N10.02, N01.03 451 Bosschoffelmos Scapania nemorea Mossen BE schaars N06.04, N15.02, N14.03, N01.04 452 Cederhoutmos Lophozia bicrenata Mossen BE schaars N07.01, N15.02, N01.04 453 Dicht stompmos Cladopodiella francisci Mossen BE zeldzaam N06.04 454 Dof veenmos Sphagnum majus Mossen BE zeer zeldzaam N06.06 455 Dwerghaarmuts Orthotrichum pumilum Mossen TNB zeldzaam N14.02, N14.03, N15.02, N01.03, N01.04 456 Dwergwratjesmos Cololejeunea minutissima Mossen TNB zeldzaam N14.01, N14.02, N01.03, N01.04 457 Echt vleugelmos Nardia scalaris Mossen BE schaars N06.04 458 Eekhoorntjesmos Leucodon sciuroides Mossen KW zeldzaam N14.02, N14.01, N01.03, N01.04 459 Flesjesroestmos Frullania tamarisci Mossen BE zeer zeldzaam N14.01, N01.03 460 Gedrongen schoffelmos Scapania compacta Mossen EB zeer zeldzaam N07.01, N07.02 461 Geel boogsterrenmos Plagiomnium elatum Mossen KW zeer zeldzaam N14.01, N10.01, N10.02, N01.03, N01.04 462 Geel hauwmos Phaeoceros carolinianus Mossen TNB Vrij zeldzaam Pionier 463 Gekromd vedermos Fissidens incurvus Mossen TNB zeer zeldzaam N14.01, N12.04, N01.03, N01.04 464 Gerimpeld gaffeltandmos Dicranum polysetum Mossen KW vrij zeldzaam N15.02, N07.01, N01.04 465 Gestekeld tandmos Barbilophozia hatcheri Mossen EB zeer zeldzaam N07.02, N07.01 466 Getande haarmuts Orthotrichum scanicum Mossen GE zeldzaam N14.01, N15.02, N17.01, N01.03, N01.04 467 Geveerd sikkelmos Warnstorfia exannulata Mossen KW zeldzaam N06.05, N10.01 468 Gewoon appelmos Bartramia pomiformis Mossen EB zeer zeldzaam N15.02, N01.04 469 Gewoon hauwmos Anthoceros agrestis Mossen TNB Vrij zeldzaam N12.05 470 Gewoon pelsmos Porella platyphylla Mossen TNB zeldzaam N17.01, N15.02, N14.01, N01.03, N01.04 471 Gewoon tuitmos Lejeunea cavifolia Mossen VN Zeer zeldzaam N17.01, N15.02, N14.01, N01.03 472 Glad kringmos Neckera complanata Mossen TNB zeer zeldzaam N14.03, N17.01, N01.04 473 Glanzend tandmos Barbilophozia barbata Mossen BE zeldzaam N07.01 474 Glanzend veenmos Sphagnum subnitens Mossen KW zeldzaam N06.03, N06.06, N10.01 475 Goudklauwtjesmos Hypnum imponens Mossen EB zeer zeldzaam N06.04 476 Goudsikkelmos Drepanocladus polygamus Mossen KW zeldzaam N05.01, N10.01, N01.03 477 Grof snavelmos Eurhynchium angustirete Mossen GE zeer zeldzaam N15.02, N01.04 478 Groot gaffeltandmos Dicranum majus Mossen TNB zeer zeldzaam N15.02, N01.04 479 Groot touwtjesmos Anomodon viticulosus Mossen KW zeer zeldzaam N17.01, N14.01, N01.03, N01.04 480 Groot varentjesmos Plagiochila asplenioides Mossen BE zeer zeldzaam N14.03, N01.04 481 Groot vedermos Fissidens adianthoides Mossen KW zeldzaam N05.01, N10.01, N01.03 482 Grote viltmuts Pogonatum urnigerum Mossen TNB Vrij zeldzaam N06.04 483 Heidefranjemos Ptilidium ciliare Mossen KW schaars N06.04, N15.02, N01.04 484 Hoogveenveenmos Sphagnum magellanicum Mossen KW zeer zeldzaam N06.03, N06.01, N06.06 485 Ijl stompmos Cladopodiella fluitans Mossen BE zeldzaam N06.03, N06.04, N06.06, N06.01 486 Kaal tandmos Barbilophozia kunzeana Mossen BE zeer zeldzaam N07.01, N06.04 487 Kalksnavelmos Oxyrrhynchium schleicheri Mossen BE zeer zeldzaam N14.03, N01.04 488 Klein kantmos Lophocolea minor Mossen EB zeer zeldzaam N14.01, N01.03 489 Klein kringmos Neckera pumila Mossen KW zeer zeldzaam N14.01, N01.04 490 Klein oortjesmos Jungermannia caespiticia Mossen BE zeer zeldzaam N06.04 491 Klein schoffelmos Scapania curta Mossen EB zeer zeldzaam N15.02, N07.01, N01.04 492 Klein touwtjesmos Anomod

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.