UITVOERINGSBESLUIT VERORDENING DECLARATIEREGELINGEN GEMEENTE MAASTRICHT 2017Burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht d.d. 7 februari 2017; korr.no. 2017-03909; Besluiten: Vast te stellen het uitvoeringsbesluit verordening declaratieregelingen gemeente Maastricht 2017 onder gelijktijdige intrekking van het uitvoeringsbesluit verordening declaratieregelingen gemeente Maastricht 2016. In dit uitvoeringsbesluit wordt beschreven op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de verordening declaratieregeling 2007 op basis van artikel 108 van de gemeentewet, waarbij het openbaar belang voorop staat en de regeling/voorziening bijdraagt aan maatschappelijk doelen van de gemeente zoals leefbaarheid en maatschappelijke participatie. 1. Doelgroep Huishoudens met een netto maandelijks gezamenlijk inkomen (exclusief vakantiegeld) tot maximaal 110% van de voor de huishoudsituatie (alleenstaande, alleenstaande ouder en gehuwden/samenwonenden) van toepassing zijnde bijstandsnorm, waarbij de kostendelerssystematiek niet wordt toegepast . Uitzondering: de geldende norm op grond van artikel 23 Participatiewet wordt niet gehanteerd voor personen verblijvend in een AWBZ-inrichting met een inkomen op minimumniveau, niet zijnde Partcipatiewet. Personen in deze situatie worden bekeken op basis van hun leefvorm en niet woonsituatie. Daarom dient in deze situatie artikel 23 buiten beschouwing gelaten te worden en dient rekening te worden gehouden met de normering o.g.v. artikel 20 t/m 22 + 24 Participatiewet, waarbij ook hier de kostendelerssystematiek buiten beschouwing wordt gelaten. 2. Algemene voorwaarden aanvrager dient minimaal 6 maanden onafgebroken te zijn ingeschreven in de Maastrichtse Basisregistratie Personen ( BRP) en hier ook wonen; aanvrager dient, voor zover nodig, in bezit te zijn van een geldige verblijfsvergunning; aanvrager mag geen studie volgen waarop de Wet Studiefinanciering 2000 van toepassing is; voor aanvrager en zijn/haar gezinsleden geldt dat de in de afzonderlijk regelingen vastgestelde maximale vergoedingen slechts éénmaal per individu per kalenderjaar kunnen worden ontvangen; onder ‘gezinslid’ wordt verstaan: de inwonende echtgenoot/partner van de aanvrager; de ten laste komende eigen kinderen of stiefkinderen jonger dan 18 jaar. de kosten moeten gemaakt zijn in het kalenderjaar, waarop de regeling van toepassing is. 3. De aanvraag * Het indienen van de aanvraag De aanvraag wordt ingediend bij Sociale Zaken door middel van het daarvoor bestemde aanvraagformulier en de daarop vermelde bewijsstukken. Tevens kan worden aangevraagd via het digitale aanvraagsysteem van de gemeente Maastricht. Bij het ontbreken van gegevens wordt de aanvrager eenmaal in de gelegenheid gesteld om de aanvullende gegevens binnen een gestelde termijn aan te vullen. Indien de gevraagde gegevens niet binnen de gestelde termijn worden overlegd, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. * De aanvraagperiode De tegemoetkoming wordt per kalenderjaar verstrekt. De aanvraag kan tot uiterlijk één maand na afloop van het kalenderjaar, worden ingediend. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden afgewezen omdat de periode verstreken is waarbinnen de aanvraag kon worden ingediend. * De besluitvorming De beslissing op de aanvraag wordt schriftelijk en met redenen omkleed medegedeeld aan de aanvrager. Op de aanvraag wordt binnen 8 weken na ontvangst beslist. 4. De regelingen op basis van de verordening declaratieregelingen 2007 A. Declaratieregeling I: sociale – culturele activiteiten De eerste declaratieregeling is bedoeld als een tegemoetkoming in de kosten van deelname aan een aantal sociaal-culturele activiteiten. De vergoeding bedraagt per kalenderjaar maximaal € 100,- voor de aanvrager en € 50,- voor ieder overig gezinslid. Opsomming van kostensoorten waarvoor Declaratieregeling I bedoeld is: contributie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.