Nadere regels in het kader van de waarderingsubsidies van de gemeente Zederik Vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders in de vergadering van 13 december
(2014). De hierna volgende artikelen uit de ASV 2016 zijn van belang: Art. 1, onder l: ‘Waarderingssubsidie: een subsidie die verstrekt wordt uit waardering voor het uitvoeren van activiteiten zonder dat de subsidie per se een directe relatie heeft met de hoogte van de kosten van de activiteiten. De grondslag voor subsidiering is geregeld in de Nadere regels ingevolge artikel 3, lid 2, onder b. Onderscheid bestaat tussen een structurele en incidentele waarderingssubsidie.’ Art. 3, tweede lid, onder b: ‘Het college is bevoegd om Nadere regels vast te stellen ten behoeve van de waarderingssubsidies. Deze regels worden ter kennis gebracht aan de raad.’ Voor de waarderingssubsidies komen er Nadere regels (op basis van artikel 3, tweede lid, onder b.), waarin in grote lijnen dezelfde regels (en bedragen per subsidieontvanger) zijn opgenomen als in de Subsidiebeleidsregels 2014 het geval was. Met dien verstande dat: bij de beleidsregels waarbij er sprake is van bedragen van leden, voortaan de teldatum van 1 oktober geldt in plaats van 1 januari (van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar), zodat een veel actuelere stand van zaken basis is voor de subsidiering; de indieningstermijn voor de subsidieaanvraag gewijzigd wordt van 1 juni naar 1 oktober (zie 14, eerste lid ASV), waardoor de subsidieaanvraag synchroon loopt aan de teldatum; de meeste organisaties minder informatie (niet relevant voor de subsidie) hoeven te verstrekken; met name kan voor de meesten de verplichting vervallen om een vooraf begroting en achteraf een (financieel) verslag in te dienen; bedragen voortaan afgerond worden op hele euro’s (behalve waar er sprake is van een bedrag per lid, dat blijft hetzelfde). Vergeleken met de Subsidiebeleidsregels 2014 zijn de Nadere regels uitgebreid met: een regeling voor kleinere dorpshuizen; in eerst instantie voor dorpshuizen Brandpunt en de Schakel; een regeling voor jeugd- en jongerenverenigingen, conform een eerder bestaande beleidsregel die abusievelijk niet was opgenomen in de Subsidiebeleidsregels 2014; nadere regels met betrekking tot enkele subsidies, die naar hun aard meer bij de waarderingssubsidies thuis horen dan bij de productsubsidies. Dat betreft: de stimuleringsregeling bewegingsonderwijs basisscholen, de beleidsregel kunstuitleen, de regionale VVV en HALT; de regels voor de stimuleringsregeling muziekonderwijs basisscholen (op 25 april 2016 door de raad vastgesteld); een regeling voor incidentele waarderingssubsidies inzake burgerinitiatieven (de beleidsregel voor incidentele waarderingssubsidies inzake sociale leefbaarheid is hierdoor komen te vervallen); een regeling voor incidentele waarderingssubsidies in het kader van de Lokale Sociale Agenda. (agendapunten Inloopinitiatieven en Noodfonds) De beleidsregel voor toegankelijkheid van gebouwen is komen te vervallen. Hier is de afgelopen jaren geen subsidie meer voor aangevraagd.
- Algemene opmerkingen Een waarderingssubsidie is over het algemeen een kleinere subsidie voor het uitvoeren van activiteiten waarbij de gemeentelijke sturing gering is. Dit in tegenstelling tot de productsubsidies, waarbij de gemeente stuurt op concreet resultaat van de activiteiten. Een vrijwilligersorganisatie kan in aanmerking komen voor een waarderingssubsidies (als men onder de criteria van de Nadere regels per activiteitensoort – zie deel B – valt), tenzij het college van B&W bepaalt dat gezien de aard van de organisatie of de activiteit een productsubsidie meer geschikt is. Uiteraard moeten de subsidieontvangers ook aan de regels van de ASV voldoen. In deze Nadere regels geldt het gelijkheidsbeginsel: voor vergelijkbare organisaties wordt de subsidieopbouw op dezelfde manier bepaald. In de subsidiering van plaatselijke organisaties wordt geen onderscheid gemaakt tussen leden die wel of die niet afkomstig zijn uit Zederik. Wanneer hiervan wordt afgeweken staat dit vermeld in de betreffende regels. In de regels worden soms criteria gesteld aan de deelnemers. Wanneer een ledenlijst gevraagd wordt, geldt voor de inrichting van de lijst dat deze in ieder geval duidelijkheid moet geven over het totaal aantal leden, resp. jeugdleden of ouderen. Daarbij hanteert de gemeente het volgende onderscheid: Jeugd: 0 tot en met 17 jaar. Volwassenen: vanaf 18 jaar. Ouderen: 65 jaar en ouder. Het eigen vermogen van de vrijwilligersorganisatie vormt geen belemmering voor het verkrijgen van een waarderingssubsidie. Op deze manier worden organisaties niet gestraft voor het organiseren van activiteiten die extra geld opbrengen voor de organisatie.
- Subsidieaanvraag 3.1 Aanvraagtermijn waarderingssubsidies In de oude ASV was de indieningtermijn voor de structurele waarderingssubsidies 1 juni. In de ASV 2016 is deze datum gewijzigd in 1 oktober (art. 14, eerste lid). Dat geeft de subsidieaanvragers meer mogelijkheden om de aanvraag beter af te stemmen op het nieuwe subsidiejaar. Daar waar er sprake is van te overleggen gegevens over aantallen leden, is de termijn daarvoor (oorspronkelijk 1 januari van het jaar vóór het subsidiejaar) ook verzet naar 1 oktober, zodat deze termijnen voortaan synchroon lopen. Voor de incidentele waarderingssubsidies blijft de indieningtermijn minimaal 8 weken voorafgaand aan de activiteit (art. 15, eerste lid). 3.2 Vereisten subsidieaanvraag In de ASV Is hierover het volgende geregeld voor de structurele waarderingssubsidie. Art. 14, tweede lid: Bij de aanvraag dienen overgelegd te worden: de meest recente statuten, het huishoudelijk reglement en een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel waaruit de bestuurssamenstelling blijkt, tenzij deze onderdelen reeds in het bezit zijn van de gemeente; een beschrijving van de activiteiten; een begroting over het subsidiejaar; gegevens zoals vermeld in de Nadere regels. In art. 14, vijfde lid is bepaald dat bij de Nadere regels het college van B&W mag afwijken van art. 14, tweede lid. Dat betekent dat het college minder, maar ook méér documenten kan vragen, afhankelijk van de (soort) activiteiten het betreft. Toelichting bij artikel
- Als algemene regel geldt in de Nadere regels dat de beschrijving van de activiteiten veelal summier kan blijven en er normaliter géén begroting nodig is, als de subsidie gebaseerd is op een vast bedrag per organisatie of per (categorie) lid. Als er wel een nadere beschrijving van de activiteiten of een begroting nodig is, dan is dat expliciet opgenomen in de subsidiecriteria van deel B. Zoals in de ASV is vermeld (art. 15 derde lid) kan bij de aanvraag van een incidentele waarderingssubsidie afgeweken worden van het bepaalde in artikel 15, tweede lid, onder a. Toelichting bij artikel
- Als algemene regel geldt in de Nadere regels dat het bij incidentele waarderingssubsidies voor burgerinitiatieven niet verplicht is om de meest recente statuten, het huishoudelijk reglement en een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel waaruit de bestuurssamenstelling blijkt, te overleggen.
- Subsidievaststelling, verslagverplichting en controle De ASV bepaalt dat de waarderingssubsidie direct wordt vastgesteld (art. 16, eerste lid). Subsidieverlening en -vaststelling vallen dus samen. Er is dus – na afloop van het subsidiejaar of de gesubsidieerde activiteit – geen aparte subsidievaststelling meer nodig. Niettemin moet soms bij een structurele waarderingssubsidie een verslag over de uitgevoerde activiteiten worden ingediend, en een financieel verslag (art. 14, derde lid). Deze verantwoording wordt gelijktijdig met de nieuwe subsidieaanvraag ingediend. Maar ook hier geldt weer dat het college van B&W van deze bepaling mag afwijken bij de Nadere regels (art. 14, vijfde lid), en dat gebeurt feitelijk ook. Toelichting bij artikel
- Als algemene regel geldt in de Nadere regels dat er normaliter géén (financieel) verslag nodig is, als de subsidie gebaseerd is op een vast bedrag per organisatie of per lid. Als er wel een (financieel) verslag nodig is, dan is dat expliciet opgenomen in de subsidiecriteria van deel B. Een ontvanger van een incidentele subsidie is verplicht aan te geven indien de activiteit niet of maar deels heeft plaatsgevonden; als dat het geval is kan de subsidievaststelling worden ingetrokken of gewijzigd (art. 16, tweede lid). Relevant is verder nog artikel 16, derde lid: ‘Het college behoudt zich het recht voor om bij incidentele en structurele waarderingssubsidies steekproefsgewijs te onderzoeken of het doel van de activiteit waarvoor de subsidie is verstrekt, ook is gerealiseerd.’