Verordening Bedrijveninvesteringszone Hessenpoort 2017Gemeente Zwolle, bekendmaking verordening Bedrijveninvesteringszone Hessenpoort 2017 De Raad van de gemeente Zwolle heeft in de vergadering van 19 december 2016 de verordening Bedrijveninvesteringszone Hessenpoort 2017 vastgesteld. Deze verordening treedt 1 mei 2017 in werking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- De verordening heeft betrekking op de Hessenpoort in de gemeente Zwolle. Tevens maken burgemeester en wethouders van Zwolle bekend dat uit de draagvlakmeting van de BIZ Hessenpoort, als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones, van voldoende steun is gebleken. Bovendien ligt de verordening ter inzage bij de informatiebalie in het Stadskantoor en is de verordening te raadplegen via www.zwolle.nl/bestuur/verordeningen en beleidsregels. Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: bedrijveninvesteringszone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; de wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle; uitvoeringsovereenkomst: de door de gemeente Zwolle en Ondernemersvereniging Hessenpoort gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet. Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel2Aangewezen gebied De bepalingen in deze verordening zijn van toepassing op alle bijdrageplichtigen in het aangewezen gebied zoals vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart. Artikel3Belastbaar feit en aard van de belasting Onder de naam “BIZ-bijdrage” wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Artikel4Belastingobject Belastingobject is de onroerende zaak bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel5Belastingplicht De BIZ-bijdrage wordt geheven van: de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen belastingobject gebruikt; Voor de toepassing van dit artikel wordt: gebruik door degene aan wie een deel van een belastingobject in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; het ter beschikking stellen van een belastingobject voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat belastingobject ter beschikking heeft gesteld; degene die het belastingobject ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat belastingobject ter beschikking is gesteld; Indien een belastingobject bij het begin van het kalenderjaar niet in gebruik is, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van het belastingobject de eigenaar is, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Voor toepassing van de vorige volzin wordt als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel6Maatstaf van heffing De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het kalenderjaar
- Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel7Vrijstellingen In afwijking in zoverre van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover niet als is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek ten dienst van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s , hekken en palen; plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. In afwijking in zoverre van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van het belastingobject die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel8Tarief BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt bij een waarde: Voor het kalenderjaar WOZ waarde 2017 2018 2019 2020 2021 Tot 1.000.000 € 1.000 € 1.050 € 1.100 € 1.150 € 1.200 € 1.000.000 tot € 2.500.000 € 2.500 € 2.550 € 2.600 € 2.650 € 2.700 € 2.500.000 tot € 5.000.000 € 3.500 € 3.550 € 3.600 € 3.650 € 3.700 € 5.000.000 en meer € 5.000 € 5.050 € 5.100 € 5.150 € 5.200 Artikel9Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel10Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel11Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar. Artikel12Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage. Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel13Aanwijzing vereniging Ondernemersvereniging Hessenpoort wordt aangewezen als de vereniging bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht. Artikel14Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene Subsidieverordening van Zwolle niet van toepassing. Artikel15Subsidieverlening De subsidie wordt door het college verleend aan de Ondernemersvereniging Hessenpoort voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken. De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen. In afwijking van het vorige lid kunnen op het bedrag van de subsidie de perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen zoals opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst, in mindering worden gebracht. Artikel16Subsidieverplichtingen Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de Ondernemersvereniging Hessenpoort ook andere doel gebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de Ondernemersvereniging Hessenpoort gesloten uitvoeringsovereenkomst. Artikel17Subsidievaststelling Ondernemersvereniging Hessenpoort is verplicht om binnen 6 maanden na afloop van het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen. De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 3 maanden na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken. Artikel18Melding van relevante wijzigingen De Ondernemersvereniging Hessenpoort stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie; een wijziging van de statuten; verandering of beëindiging van activiteiten. Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel19Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Bedrijveninvesteringszone Hessenpoort 2017”.