← Nederland

Algemene Subsidieverordening Zwolle (Zwolle)

Algemene Subsidieverordening ZwolleDe Raad van de gemeente Zwolle heeft in de vergadering van 11 september een wijziging in de Algemene Subsidieverordening Zwolle vastgesteld. Het betreft een wijziging van hoofdstuk 28 (Beschermd wonen en maatschappelijke opvang). AFDELING 1.1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1:1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Activiteit: De activiteit die door de subsidieaanvrager zal worden uitgevoerd en door het college kan worden gesubsidieerd. Activiteitenplan: Een overzicht van de activiteiten overeenkomstig artikel 4:62 Awb. Beleidsterrein: Een door de raad als zodanig aangemerkt geheel van samenhangende activiteiten. Bestemmingsreserve :Bestanddeel uit eigen vermogen dat bestemd is om in de toekomst uitgaven, die zijn verbonden aan beoogde specifieke doelen te kunnen bekostigen, waarbij vaststaat dat toekomstige middelen daarvoor tekort schieten. Egalisatiereserve: Een reserve als bedoeld in artikel 4:72 Awb, bedoeld om in de toekomst fluctuaties in de (exploitatie)kosten op te kunnen vangen. Rechtspersoon: Een rechtspersoon als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die zich de behartiging van de belangen van ideële en/of materiële aard van (een deel van) de bevolking van de gemeente Zwolle (c.q. de regio) ten doel stelt. Subsidieprogramma: De door de raad jaarlijks vastgestelde begroting van subsidiabele maxima per beleidsterrein. Uitvoeringsovereenkomst: De overeenkomst in de zin van artikel 4:36 Awb, zijnde een bijlage bij de beschikking. In een uitvoeringsovereenkomst wordt in ieder geval vastgesteld: De beoogde prestaties. De doelgroep(

  1. en)met betrekking tot de te ontwikkelen activiteiten en de te verrichten prestaties. Voorziening: Een voorziening als bedoeld in artikel 374 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, zijnde vermogensbestanddelen voor toekomstige kosten die een periode van twee of meer jaren omvatten en die niet binnen de jaarlijkse exploitatie opgevangen kunnen worden, nu reeds te voorzien zijn, onvermijdelijk zijn, hun oorzaak in het verleden hebben en kwantificeerbaar en / of berekenbaar zijn. Een voorziening wordt beschouwd als vreemd vermogen. Signaleringsrapportage: Tussentijdse rapportage waarin de stand van zaken van de prestaties / activiteiten wordt opgenomen en waarin relevante ontwikkelingen worden aangegeven. Deelverordening: een hoofdstuk dat betrekking heeft op een bepaald onderwerp en onderdeel uitmaakt van deze verordening. Artikel 4:36 Algemene wet bestuursrecht Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een overeenkomst worden gesloten. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de subsidie zich daartegen verzet, kan in de overeenkomst worden bepaald dat de subsidieontvanger verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie is verleend. Artikel 4:62 Algemene wet bestuursrecht Het activiteitenplan behelst een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en vermeldt per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële middelen. Artikel 4:72 Algemene wet bestuursrecht Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald, vormt de ontvanger een egalisatiereserve. Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve. De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is belegd. De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd. In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, onderdelen c, d en e Awb, is de subsidieontvanger ter zake van de egalisatiereserve vergoeding plichtig naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen. Artikel1:2Reikwijdte Deze verordening is van toepassing op alle subsidieaanvragen aan en subsidiebesluiten van het college, tenzij op die activiteiten een bijzondere regeling van toepassing is. Subsidie wordt slechts verleend voor de beleidsterreinen en/of instellingen die in de door de raad vastgestelde begroting en de bij de begroting behorende bijlagen worden genoemd. Het begrotingsvoorbehoud als genoemd in artikel 4:34 Awb is daarbij van toepassing. In de volgende delen van deze verordening (die als hoofdstukken zijn genoemd) wordt bepaald voor welke specifieke activiteiten subsidie kan worden verstrekt, en eventueel welke grondslagen daarbij worden gehanteerd voor de berekening van de subsidie en welke specifieke voorschriften daarbij van toepassing zijn. Indien het college een Europese, rijks of provinciale regeling of een regeling van een ander bestuursorgaan uitvoert, is deze verordening van toepassing voor zover dit niet in strijd is met de betreffende regeling. Artikel1:3Subsidiëring Er kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die, naar inzicht van het college: passen binnen de door de raad vastgestelde beleid, en blijken uit de door de raad vastgestelde begroting en de daarbij behorende bijlagen, en in overwegende mate ten dienste staan van Zwolse ingezetenen, en niet het vormen en/of verspreiden van partijpolitieke, godsdienstige en/of levensbeschouwelijk gedachten en beginselen tot doel hebben.Het begrotingsvoorbehoud is hierbij van toepassing. Teneinde in aanmerking te komen voor subsidie dient de aanvrager waar mogelijk zijn activiteiten af te stemmen op die van soortgelijke instellingen en met dergelijke instellingen samen te werken. Het college kan terzake voorschriften in een beschikking tot verlening van de subsidie stellen. Subsidiëring van activiteiten vindt in ieder geval niet plaats indien de subsidieaanvrager zelf in de kosten daarvan kan voorzien. Het college kan terzake nadere regels stellen. Een subsidieaanvrager voor een subsidie moet een rechtspersoon zijn met een volledig rechtsbevoegdheid, tenzij in een deelverordening anders is bepaald. Artikel1:4Beslissingsbevoegdheid subsidieverstrekking Het college is bevoegd tot het nemen van alle besluiten ter uitvoering van deze verordening. Het college kan nadere regels stellen inzake: de toegankelijkheid van gesubsidieerde activiteiten. het betrekken van deelnemers en gebruikers bij het voorbereiden en uitvoeren van het beleid van de subsidieaanvrager. het gebruik van gemeentelijke dan wel gesubsidieerde accommodaties. Artikel1:5Subsidiesoorten Als soorten van subsidie worden onderscheiden een incidentele subsidie of een structurele subsidie. De volgende incidentele subsidies worden onderscheiden: Incidentele activiteitensubsidie: een subsidie die bestemd is om activiteiten van eenmalige, incidentele aard uit te voeren. Deze subsidie kan voor maximaal twee keer, achtereenvolgend, worden verleend. Investeringssubsidie: een subsidie als tegemoetkoming in de kosten van het doen van investeringen. Projectsubsidie: een subsidie als tegemoetkoming in de kosten van het realiseren van een activiteit die door de gemeente wordt geduid als een project. De subsidie kan voor ten hoogste vijf jaar worden verstrekt. De volgende structurele subsidies worden onderscheiden: Structurele activiteitensubsidie: een subsidie om jaarlijks terugkerende activiteiten uit te voeren. Budgetsubsidie: een subsidie waarbij aan de subsidieaanvrager een subsidiebedrag wordt verstrekt om van tevoren overeengekomen activiteiten uit te voeren. De activiteiten worden nader vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst. Artikel1:6Het subsidieplafond Het college kan, per onderdeel van de gemeentelijke beleidsterreinen, een subsidieplafond vaststellen. Bij de vaststelling van een subsidieplafond bepaalt het college de criteria voor de verdeling van het beschikbare bedrag. Afdeling 4.2.2. Awb is van toepassing AFDELING 1.2 DE SUBSIDIEVERLENING Artikel1:7De aanvraag tot subsidieverlening De aanvraag tot verlening van subsidie wordt ingediend bij het college, tenminste acht weken voor aanvang van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Het college kan ontheffing verlenen voor het tijdstip van het indienen van een aanvraag. Aanvragen om subsidieverlening van structurele activiteitensubsidies en budgetsubsidies moeten voor 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft zijn ingediend, tenzij het college anders bepaalt. De aanvrager maakt bij het indienen van een aanvraag tot subsidieverlening gebruik van het door het college vastgestelde aanvraagformulier en handelt daarbij naar door het college vastgestelde richtlijnen Bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening wordt in ieder geval een activiteitenplan met bijbehorende begroting overgelegd. Bij een eerste aanvraag tot subsidieverlening overlegt de aanvrager die een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is, tevens: een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd; een afschrift van het huishoudelijk reglement; een opgave van de samenstelling van het bestuur; een gewaarmerkt verslag van de financiële positie over het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag plaatsvindt. Het college kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de in dit artikel genoemde verplichtingen. Artikel1:8Meerjarige subsidieverlening Het college kan een project- of budgetsubsidie voor een periode van ten hoogste vijf aaneengesloten jaren verlenen. Een project- of budgetsubsidie voor meer dan één jaar wordt slechts verleend met toepassing van het begrotingsvoorbehoud. Artikel1:9Budgetsubsidies jaar een uitvoeringsovereenkomst worden afgesloten. Bij een beschikking tot subsidieverlening voor een budgetsubsidie kan eenmalig dan wel per Indien een budgetsubsidie wordt verstrekt danwel een subsidie ter grootte van een bedrag van € 100.000,- of hoger, is afdeling 4.2.8. Awb van toepassing. Het college kan op andere per boekjaar te verstrekken subsidies afdeling 4.2.8. Awb van toepassing verklaren. Artikel1:10Beslistermijn Tenzij in één van de deelverordeningen anders is bepaald, beslist het college op de aanvraag tot subsidieverlening binnen acht weken nadat de raad de begroting voor het kalenderjaar waarin de activiteit aanvangt heeft vastgesteld of, indien deze begroting reeds is vastgesteld, binnen 8 weken na indiening van de aanvraag. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste zes weken verlengen. AFDELING 1.3 VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER Artikel1:11Subsidieverplichtingen Het college kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen als bedoeld in de artikelen 4:37 Awb en 4:70 Awb. Artikel 4:37 Algemene wet bestuursrecht Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen met betrekking tot: aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend; de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten; het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie; de te verzekeren risico’s; het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten; het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden; het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op het door het bestuursorg aan gevoerde financiële beheer en de financiële verantwoording daarover. 2. Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 Awb van overeenkomstige toepassing. Artikel 4:70 Algemene wet bestuursrecht Indien gedurende het boekjaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote uitgaven en inkomsten doet de subsidieontvanger daarvan onverwijld mededeling aan het bestuursorgaan onder vermelding van de oorzaak van de verschillen Artikel1:12Overige doel gebonden verplichtingen (art. 4:38 Awb) Het college kan verplichtingen opleggen met betrekking tot: - het voeren van de administratie; - doelgroepen; - plaats van uitvoering; - eisen ten aanzien van de locatie van de activiteit; - rapportage; - eigen bijdrage aan activiteiten. Artikel 4:38 Algemene wet bestuursrecht Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Indien de subsidie op een wettelijk voorschrift berust, worden de verplichtingen opgelegd bij wettelijk voorschrift of krachtens wettelijk voorschrift bij de subsidieverlening. Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kunnen de verplichtingen worden opgelegd bij de subsidieverlening. Artikel1:13Niet-doel gebonden verplichtingen (art. 4:39 Awb) Het college kan verplichtingen opleggen met betrekking tot anti-discriminatie; toegankelijkheid van de activiteit voor gehandicapten; democratisch functioneren; alcoholpreventie; bescherming van het milieu. Artikel 4:39 Algemene wet bestuursrecht Verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie kunnen slechts aan de subsidie worden verbonden voor zover dit bij wettelijk voorschrift is bepaald. Verplichtingen als bedoeld in het eerste lid kunnen slechts betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. Artikel1:14Administratie De subsidieontvanger is verplicht de administratie op een overzichtelijke wijze te voeren. Artikel 4:69 Awb is van toepassing op alle subsidieontvangers. Het college kan ter zake nadere regels stellen. Artikel 4:69 Algemene wet bestuursrecht De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan. De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende zeven jaren bewaard Artikel1:15Onderzoek Het college kan bij de beschikking tot subsidieverlening bepalen dat het jaarlijkse accountantsonderzoek in het kader van het financiële verslag tevens een onderzoek tot de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen inhoudt. Het college geeft, indien wordt besloten tot een onderzoek als bedoeld in lid 1, bij de beschikking tot subsidieverlening een aanwijzing over de reikwijdte en de intensiteit van de accountantscontrole. Artikel1:16Boekjaar De subsidieontvanger is verplicht het boekjaar gelijk te stellen met het kalenderjaar, tenzij het college ontheffing verleent van deze verplichting. Artikel1:17Toestemming voor bepaalde handelingen De subsidieontvanger heeft voorafgaande schriftelijke toestemming nodig van het college voor: Het oprichten van, dan wel deelnemen in, een rechtspersoon; Het wijzigen van de statuten; Het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling, met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt; Het ontbinden van de rechtspersoon; Het doen van aangifte tot faillissement of aanvragen van zijn surséance van betaling. Het college kan nadere regels en/of voorschriften aan de toestemming verbinden. Het college beslist binnen vier weken over de te verlenen toestemming. De beslissingstermijn kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verlengd. Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de toestemming geacht te zijn verleend. Artikel1:18Informatieplicht Een subsidieontvanger bericht het college onmiddellijk schriftelijk over feiten en ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat de activiteiten niet kunnen worden verwezenlijkt. Een subsidieontvanger brengt het beëindigen en/ of gedeeltelijk beëindigen en/ of het wijzigen van de aard en omvang van zijn activiteiten onmiddellijk schriftelijk ter kennis van het college. Een subsidieontvanger die een rechtspersoon is bericht het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: wijziging van het huishoudelijk reglement onder toezending van een afschrift van het nieuwe reglement; wijziging in de bestuurssamenstelling; De subsidieontvanger is verplicht het college schriftelijk te informeren over besluiten tot het vaststellen en/of wijzigen van de tarieven voor door de subsidieontvanger in de gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties. De subsidieontvanger dient het college schriftelijk te informeren bij het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie, dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie. De subsidieontvanger dient het college schriftelijk te informeren bij het aangaan van kredietovereenkomsten en overeenkomsten van geldlening. Artikel1:19Vermogensvorming De subsidieontvanger is verplicht tot vergoeding van met subsidie behaald vermogensvoordeel, overeenkomstig artikel 4:41 Awb. De hoogte van de vergoeding wordt door het college in redelijkheid bepaald. Artikel 4:41 Algemene wet bestuursrecht In de gevallen, genoemd in het tweede lid, is de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding verschuldigd aan het bestuursorgaan, mits: dit bij wettelijk voorschrift of, indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, bij de subsidieverlening is bepaald, en daarbij is aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald. De vergoeding is slechts verschuldigd indien: de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan wijzigt; de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen; de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd; de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd, of de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden. De vergoeding wordt vastgesteld binnen een jaar nadat het bestuursorgaan op de hoogte is gekomen of kon zijn van de gebeurtenis die het recht op vergoeding deed ontstaan, doch in ieder geval binnen vijf jaren na de bekendmaking van de laatste beschikking tot subsidievaststelling. Artikel1:20Afwijkende verplichtingen Indien de gemeente subsidie verstrekt voor activiteiten die mede door andere bestuursorganen worden gesubsidieerd, kan het college afwijken van de bij of krachtens deze verordening aan de subsidie verbonden verplichtingen, voor zover dit wenselijk is met het oog op de afstemming met de door die andere bestuursorganen opgelegde verplichtingen. AFDELING 1.4 WEIGERINGSGRONDEN Artikel1:21Weigering subsidie De subsidie kan, naast de in artikel 4:35 Awb genoemde weigeringsgronden, worden geweigerd indien: de activiteiten niet zijn gericht op het door het college erkende belang; de aanvrager naar het oordeel van het college in strijd met het bepaalde in artikel 1:2 en 1:3 van deze verordening heeft gehandeld of naar verwachting zal handelen; de Europese, rijks- en / of provinciale financiële middelen die op het moment van de vaststelling van de gemeentebegroting als bijdrage in de kosten van de uitvoering van het beleid verwacht mochten worden niet daadwerkelijk worden verkregen; de subsidieaanvrager bij rechterlijk vonnis wordt ontbonden, bij de subsidieaanvrager conservatoir beslag is gelegd op het vermogen of een deel ervan, aan de subsidieaanvrager surséance van betaling is verleend dan wel het faillissement over de subsidieaanvrager is uitgesproken; de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in onvoldoende mate bijdragen aan de doelen waarvoor subsidiegelden beschikbaar worden gesteld. Artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht 1.De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: a.de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; b.de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; c.de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn. 2.De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager: a.in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of b.failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend AFDELING 1.5 DE SUBSIDIEVASTSTELLING Artikel1:22De aanvraag tot subsidievaststelling De subsidieontvanger dient binnen 4 maanden na afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag voor subsidievaststelling in, tenzij: de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld; dit in de beschikking of deelverordening anders is geregeld. De subsidieaanvrager maakt bij het indienen van een aanvraag tot subsidievaststelling gebruik van het door het college vastgestelde subsidieaanvraagformulier en/of handelt daarbij in overeenstemming met de door het college vastgestelde richtlijnen. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling wordt in ieder geval een activiteitenverslag en een financieel verslag overgelegd. Het financiële verslag dient te voldoen aan de eisen van artikel 4:45 lid 2 Awb en artikel 4:76 tot en met 4:79 Awb. Artikel 4:77 Awb is daarmee van toepassing op deze verordening. Bij aanvragen tot subsidievaststelling van een subsidie tot een subsidiebedrag van € 20.000 wordt een goedkeurende verklaring van de kascommissie, een goedkeurende verklaring door het bestuur en/of een verslag van een Algemene Ledenvergadering, waarin decharge wordt verleend aan de penningmeester overgelegd. Bij aanvragen tot subsidievaststelling van een subsidie waarbij het subsidiebedrag dan wel de som van meerdere door de gemeente Zwolle verstrekte subsidies € 20.000 tot € 40.000 bedraagt, wordt een samenstelling verklaring, opgesteld door een accountant als bedoeld in artikel 393 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overgelegd. Bij aanvragen tot subsidievaststelling van een subsidie waarbij het subsidiebedrag, dan wel de som van meerdere door de gemeente Zwolle verstrekte subsidies € 40.000 tot € 100.000 bedraagt, wordt een beoordelingsverklaring, opgesteld door een accountant als bedoeld in artikel 393 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overgelegd. Bij aanvragen tot subsidievaststelling waarbij het subsidiebedrag, dan wel de som van meerdere door de gemeente Zwolle verstrekte subsidies € 100.000 of meer bedraagt, en /of in die gevallen dat er sprake is van een budgetsubsidie, is het bepaalde in artikel 1:9 en afdeling 1:6 van deze verordening van toepassing. Het college beslist binnen 6 maanden op een volledige aanvraag om subsidievaststelling. Het college kan met betrekking tot de aanvraag tot subsidievaststelling nadere regels stellen. Artikel 4:45 Algemene wet bestuursrecht Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen, tenzij de subsidie voor de aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager rekening en verantwoording af omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn. Artikel 4:76 Algemene wet bestuursrecht Indien de subsidie-ontvanger zijn inkomsten geheel ontleent aan de subsidie omvat het financiële verslag de balans en de exploitatierekening met de toelichting en zijn het tweede tot en met vijfde lid van toepassing. Het financiële verslag geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent: het vermogen en het exploitatiesaldo, en voor zover de aard van het financiële verslag dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de subsidie-ontvanger. De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar weer. De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo van het boekjaar weer. Het financiële verslag sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar. Artikel 4:77 Algemene wet bestuursrecht Indien de subsidie-ontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie kan bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening worden bepaald dat artikel 4:76 van overeenkomstige toepassing is. Artikel 4:78 Algemene wet bestuursrecht De subsidie-ontvanger geeft opdracht tot onderzoek van het financiële verslag aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De accountant onderzoekt of het financiële verslag voldoet aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en of het activiteitenverslag, voor zover hij dat verslag kan beoordelen, met het financiële verslag verenigbaar is. De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van het financiële verslag. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van de in het derde lid bedoelde verklaring. Bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening kan vrijstelling of ontheffing worden verleend van het eerste tot en met het vierde lid. Artikel 4:79 Algemene wet bestuursrecht Bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening kan worden bepaald dat de in artikel 4:78, eerste lid, bedoelde opdracht tevens strekt tot onderzoek van de naleving van aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij toepassing van het eerste lid gaat de opdracht vergezeld van een bij of krachtens wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening vast te stellen aanwijzing over de reikwijdte en de intensiteit van de controle. Bij toepassing van het eerste lid, gaat het financiële verslag tevens vergezeld van een schriftelijke verklaring van de accountant over de naleving door de subsidie-ontvanger van de aan de subsidie verbonden verplichtingen . Artikel1:23Ambtshalve vaststelling De subsidie kan ambtshalve worden vastgesteld, in de gevallen als bedoeld in artikel 4:47 Awb. Artikel 4:47 Algemene wet bestuursrecht Het bestuursorgaan kan de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen, indien: bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening een termijn is bepaald binnen welke de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld; toepassing wordt gegeven aan artikel 4:44, vierde lid Awb, of de beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot subsidievaststelling wordt ingetrokken of ten nadele van de ontvanger wordt gewijzigd . Artikel 4:44 lid 4 Algemene wet bestuursrecht Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, dient de subsidieontvanger na afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in, tenzij: de subsidie met toepassing van artikel 4:47, onderdeel a Awb, ambtshalve wordt vastgesteld; bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald dat de aanvraag wordt ingediend telkens na afloop van een gedeelte van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, o de vaststelling van de subsidie bij een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36, eerste lid Awb, anders is geregeld. Indien bij wettelijk voorschrift geen termijn is bepaald, wordt de aanvraag tot vaststelling ingediend binnen een bij de subsidieverlening te bepalen termijn. Indien voor de indiening van de aanvraag tot vaststelling geen termijn is bepaald of de aanvraag na afloop van de daarvoor bepaalde termijn niet is ingediend kan het bestuursorgaan de subsidieontvanger een termijn stellen binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend. Indien na afloop van deze termijn geen aanvraag is ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld. AFDELING 1.6 VOORZIENINGEN EN RESERVES Artikel1:24Voorzieningen Een subsidieontvanger van een structurele subsidie kan slechts met daarvoor voorafgaande schriftelijke toestemming van het college een voorziening vormen. Het college kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. Een voorziening kan in ieder geval niet worden gevormd voor: de kosten samenhangend met vervanging van inventaris. reeds ontvangen maar nog niet volledig bestede subsidiegelden. Het verzoek om toestemming voor het vormen van een voorziening bevat een plan waarin in ieder geval de volgende gegevens zijn opgenomen: het doel van de voorziening; de onderbouwing van de noodzakelijke maximale hoogte van de voorziening; een planmatige onderbouwing van de meerjarige opbouw van en onttrekkingen uit de voorziening.Het college kan daarnaast aanvullende gegevens verlangen. Voor het in afwijking van de toestemming toevoegen van subsidiegelden of het in afwijking van de toestemming onttrekken van subsidiegelden aan de voorziening, is voorafgaande schriftelijke toestemming nodig van het college. Artikel1:25Bestemmingsreserve Een subsidieontvanger van een structurele activiteitensubsidie kan slechts met daarvoor voorafgaande schriftelijke toestemming van het college een bestemmingsreserve vormen. Het verzoek om toestemming voor het vormen van een in lid 1 genoemde reserve bevat in ieder geval de volgende gegevens: het doel van de reserve; een onderbouwing van de noodzakelijke maximale hoogte van de reserve; een motivering van het tijdstip waarop de organisatie de middelen nodig heeft.Het college kan daarnaast aanvullende gegevens verlangen. Voor het toevoegen van subsidiegelden of de onttrekking van subsidiegelden aan de bestemmingsreserve, anders dan voor dit doel bestemd is voorafgaande schriftelijke toestemming nodig van het college. Artikel1:26Egalisatiereserve Een subsidieontvanger van een structurele subsidie kan slechts met daarvoor voorafgaande schriftelijke toestemming van het college een egalisatiereserve vormen. Het toevoegen van gemeentelijke subsidiegelden aan de egalisatiereserve, alsmede het onttrekken van gemeentelijke subsidiegelden daaruit kan uitsluitend gebeuren met voorafgaande schriftelijke toestemming van het college. De maximale hoogte van de egalisatiereserve bedraagt 10% van de structurele subsidiegelden die de subsidieaanvrager in het betreffende boekjaar van de gemeente heeft ontvangen, vermeerderd met dat deel van de egalisatiereserve dat gevormd is doorandere inkomsten. Het college kan met betrekking tot de hoogte van de egalisatiereserve, voor zover opgebouwd uit subsidiegelden, nadere regels vaststellen. Artikel1:27Afschrijvingen Investeringen en/of aankopen met een individuele aanschafwaarde van minimaal € 1.000,- moeten worden geactiveerd en over meerdere jaren afgeschreven. Investeringen/aankopen van minder dan € 1.000,- moeten rechtstreeks ten laste van het resultaat van het jaar van aanschaf worden gebracht. De vaste activa worden gewaardeerd op de aanschafwaarde. Afgeschreven wordt er over de aanschafwaarde van goederen, verminderd met de nog te verwachten restwaarde. Onderstaande activagroepen dienen te worden afgeschreven op basis van economisch verantwoorde termijnen: Gebouwen Technische installaties Kantoormeubilair Computers Bedrijfsauto’s Overige inventaris AFDELING 1.7 BIJZONDERE BEPALINGEN Artikel1:28Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de bij of krachtens deze verordening bepaalde verplichtingen. Artikel1:29Niet voorziene gevallen In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel1:30Uitvoering Het college kan ambtenaren aanwijzen die, in mandaat belast, nadere regels kunnen stellen als bedoeld in deze verordening. Het college kan ambtenaren aanwijzen die met het toezicht op de naleving conform afdeling 5.2 artikel 5:11 Awb van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast. Artikel1:31Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 5 mei 2012. Bij de inwerkingtreding van deze verordening komt de Algemene subsidieverordening 2010 en de bijbehorende deelverordeningen te vervallen. Op aanvragen tot subsidieverstrekking die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening en op besluiten inzake subsidieverstrekking die zijn genomen voor inwerkingtreding van deze verordening blijven de bepalingen van de Algemene subsidieverordening 2010 van toepassing. Het vorige lid is niet van toepassing op aanvragen om subsidie die betrekking hebben op het tijdvak na inwerkingtreding van deze verordening. TOELICHTING ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING ZWOLLE HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN DEEL AFDELING 1.1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1:1Begripsomschrijvingen In dit artikel wordt een aantal, veelvuldig in deze verordening gebruikte, begrippen gedefinieerd. In de verordening wordt voor de belanghebbende bij subsidies het begrip ‘aanvrager’ of ‘subsidieontvanger’ gebruikt. De belanghebbende wordt tot het moment van subsidieverlening als aanvrager aangeduid en daarna als subsidieontvanger. Ten aanzien van het begrip ‘subsidie’ wordt verwezen naar hoofdstuk 4, afdeling 2 van de Algemene wet bestuursrecht. In artikel 4:21 Awb staat de definitie van subsidie vermeld, namelijk de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. Aangezien dit begrip is vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht, en van dwingend recht is verklaard, geldt dit begrip voor iedereen en hoeft het niet overgenomen te worden in deze verordening. Artikel1:2Reikwijdte Artikel 4:23 Awb geeft aan dat subsidiering in beginsel slechts mogelijk is op grond van een wettelijk voorschrift. Door de aanwezigheid van een wettelijke grondslag wordt de rechtszekerheid van de subsidie-aanvrager en de subsidieontvanger gewaarborgd. Dit betekent voor de gemeentelijke praktijk dat subsidies op een verordening gebaseerd dienen te zijn. Lid 1 In dit lid wordt aangegeven dat de Algemene subsidieverordening met de achterliggende hoofdstukken geldt voor alle gemeentelijke subsidies, tenzij een andere (gemeentelijke) verordening van toepassing is. Lid 2 Lid 2 biedt de mogelijkheid dat er deelverordeningen worden opgesteld ten aanzien van bepaalde activiteiten/beleidsterreinen waarvoor de raad subsidie wil verstrekken. Door het invoegen van een deelverordening zijn, naast de bepalingen uit de ASV, specifieke bepalingen van toepassing ten aanzien van een beleidsterrein waarvoor subsidie wordt verstrekt. Een voorbeeld is het geval er in een deelverordening weigeringsgronden zijn genoemd. In dat geval wordt eerst bekeken of de weigeringsgronden uit de deelverordening van toepassing zijn, indien dat niet het geval is, wordt bekeken of de weigeringsgronden uit de ASV van toepassing zijn. Verder kunnen door het college verplichtingen worden opgelegd aan de subsidieontvanger op grond van artikel 1:13 ASV, tenzij deze bevoegdheid bijvoorbeeld is uitgesloten in de deelverordening. Indien in een bijzondere regel niets of onvoldoende is geregeld ten aanzien van de subsidieverstrekking, dient te worden gehandeld overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 1 van deze verordening. Lid 3 Dit lid geeft regels in geval er sprake is van de uitvoering van regels van een ander bestuursorgaan. Artikel1:3Subsidiëring In lid 1 zijn enkele algemene uitgangspunten gegeven voor de subsidieverlening binnen de gemeente Zwolle. In het algemeen moet het bij subsidieverlening gaan om activiteiten die passen binnen gemeentelijke doelstellingen die zijn vastgesteld door de raad. Verder moeten de activiteiten in overwegende mate ten dienste staan van de Zwolse ingezetenen. Het begrip ‘naar inzicht van het college’ geeft het college beleidsvrijheid. Teneinde problemen tussen verschillende groeperingen te voorkomen, moet het gaan om algemene activiteiten die geen betrekking hebben op politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming. Indien een aanvraag niet past binnen de eisen van artikel 1:3 lid 1, kan de aanvraag worden geweigerd. Lid 2 is opgenomen teneinde een optimale samenwerking tussen aanvrager en instelling te bewerkstelligen. Lid 3 is opgenomen als uitvloeisel van de Algemene wet bestuursrecht, teneinde duidelijk te maken dat, in het geval aanvrager over voldoende financiële middelen beschikt om de activiteit zelf te financieren, er geen subsidie wordt verstrekt. Verder is in lid 4 als uitgangspunt opgenomen dat alleen subsidie kan worden verstrekt aan rechtspersonen. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat een vermenging plaatsvindt van subsidiemiddelen met privémiddelen van natuurlijke personen. Hierdoor kunnen namelijk problemen ontstaan bij de verantwoording. Teneinde de weg naar subsidiering voor natuurlijke personen niet geheel af te sluiten is in dit lid de mogelijkheid opgenomen om, in bijzondere gevallen die vermeld staan in een deelverordening, toch subsidie kan worden verstrekt aan natuurlijke personen. Op die manier kunnen bijvoorbeeld particuliere initiatieven worden gesubsidieerd. Artikel1:4Beslissingsbevoegdheid subsidieverstrekking In het kader van deze verordening worden diverse besluiten genomen gedurende de procedure van subsidieverlening tot subsidievaststelling. In de Algemene wet bestuursrecht wordt gesproken van de verlening van subsidie door een bestuursorgaan. Teneinde besluitvorming ten aanzien van subsidiering eenvoudiger te maken, is het college bevoegd verklaard tot het nemen van besluiten. Als uitvloeisel van het feit dat het college de bevoegdheid is toegekend tot het nemen van besluiten, is het college ook de mogelijkheid geboden nadere regels te stellen ten aanzien van het verstrekken van subsidies. Artikel1:5Subsidiesoorten In dit artikel is een onderscheid gemaakt tussen de verschillende subsidiesoorten. In eerste instantie wordt onderscheidt gemaakt tussen een incidentele en een structurele subsidie. Vervolgens zijn deze twee soorten subsidie weer onderverdeeld in verschillende soorten. Voor wat betreft de kleinere subsidiebedragen wordt uitgegaan van zo beperkt mogelijke administratieve handelingen. Dit enerzijds om vrijwilligersorganisaties niet onnodig te belasten en anderzijds om te voorkomen dat de ambtelijke inzet een hogere financiële inzet vergt dan de hoogte van de subsidie. Artikel1:6Het subsidieplafond Op grond van artikel 4:25 Awb kan de (decentrale) wetgever besluiten tot het instellen van een subsidieplafond. Onder het subsidieplafond wordt verstaan (artikel 4:22 Awb) het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift. Lid 1 In deze verordening is ervoor gekozen om die bevoegdheid, in het kader van de deregulering, bij het college neer te leggen. De periode waarvoor een subsidieplafond wordt vastgesteld is een jaar. Door het instellen van een subsidieplafond, kunnen aanspraken op subsidie worden beperkt. Dit ziet met name op het geval dat de begroting geen ruimte biedt voor subsidiering, terwijl de wet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, weigering of intrekking van de subsidie niet zonder meer toelaten. Het vaststellen van een subsidieplafond is een besluit (een besluit van algemene strekking) en moet als zodanig bekend worden gemaakt voor de ingangsdatum van de periode waarvoor het plafond geldt. Als er geen subsidieplafond is ingesteld, kan dit er toe leiden dat, indien een aanspraak op subsidie bestaat, die subsidie niet vanwege financiële redenen kan worden geweigerd. Mensen of instellingen die aanspraak willen maken op subsidie moet tijdig weten hoeveel geld er beschikbaar is. Als het subsidieplafond of een verlaging daarvan of een wijze van verdeling later wordt bekendgemaakt, dan heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor voordien ingediende aanvragen. Een subsidieplafond leidt automatisch tot weigering van een subsidie voor wat betreft het gedeelte dat boven het subsidieplafond uitstijgt. Lid 2 Samen met het subsidieplafond worden de criteria voor het verkrijgen van subsidie aangegeven, alsook de manier waarop de pot verdeeld wordt. Voor subsidiepotten waaruit iedereen (die voldoet aan eisen) subsidie kan claimen, wordt door het college een verdelingsmethodiek vastgesteld die ook van tevoren bij potentiële subsidieontvangers bekend moet zijn. Overschrijding van een subsidieplafond levert een verplichte weigeringsgrond op. Dit betekent dat in de weigering beschikking niet meer hoeft te worden gemotiveerd waarom het belang van de begrotingsdiscipline zwaarder moet wegen dan de belangen van de aanvrager. Het rechtsgevolg ontstaat als het subsidieplafond is vastgesteld en bekendgemaakt. De weigeringsgrond is een aanvulling op de – facultatieve – weigeringsgronden van artikel 4:35 Awb (afdeling 1.4 van deze verordening). AFDELING 1.2 DE SUBSIDIEVERLENING Artikel1:7De aanvraag tot subsidieverlening Lid 1 en lid 2 Er is, tenzij anders is bepaald, gekozen voor een systeem dat voorafgaand aan de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd, een aanvraag tot subsidieverlening moet worden ingediend. De termijn voor het indienen van een aanvraag tot subsidieverlening is bepaald op 1 juni van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Aangezien de verantwoording van het daaraan voorafgaande jaar dan al is ontvangen, kan de beoordeling plaatsvinden op basis van de meest actuele informatie. Lid 3 Teneinde rechtspersonen in staat te stellen een aanvraag in te dienen, zal het college hiertoe een aanvraagformulier vaststellen. Dit artikel is een uitwerking van artikel 4:4 Awb. Op het formulier staan de algemene (formele) eisen vermeld die een aanvrager moet verstrekken om voor subsidie in aanmerking te komen. Deze eisen zijn afkomstig uit artikel 4:2 Awb (vereisten aanvraag), waarin de algemene verplichting is neergelegd tot het verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor het nemen van een beslissing op een aanvraag en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Lid 4 Op grond van dit lid dient de aanvraag in ieder geval vergezeld te gaan van een activiteitenplan (art. 4:62 Awb) en een begroting (art. 4:63 Awb). Aangezien de beschikking tot verlening van de subsidie een omschrijving moet bevatten van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend, is het van belang dat het college, voordat zij een beslissing neemt tot het al dan niet verlenen van subsidie, duidelijkheid heeft over de te verrichte activiteiten. Het begrip activiteiten moet ruim worden opgevat en omvat in beginsel iedere vorm van menselijk handelen, voor zover de overheid die wil stimuleren. Ook nalaten (b.v. het braak laten liggen van grond) kan een activiteit zijn. De begroting behelst een overzicht van de voor het boekjaar geraamde inkomsten en uitgaven van de aanvrager en een specificatie met betrekking tot de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. Lid 5 In het geval er sprake is van een eerste subsidieaanvraag, dient de aanvrager een aantal extra stukken te overleggen, zodat het college inzicht krijgt in de activiteiten van de subsidieaanvrager. Lid 6 Het college behoudt zich het recht voor te beslissen dat sommige stukken niet hoeven te worden overgelegd. Artikel1:8Meerjarige subsidieverlening De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op meerjarige subsidies, dat wil zeggen een subsidie die voor meerdere jaren wordt verleend. Er kan geen subsidie voor onbepaalde tijd worden verleend. Meerjarige subsidies worden doorgaans verleend aan instellingen die hun nut hebben bewezen en die het vertrouwen van bijvoorbeeld het college genieten. Een project wordt gekenmerkt door een duidelijke begin- en eindtijd. In het kader van deze subsidieverordening kan een project maximaal vijf jaar duren. Voor deze termijn is gekozen om aan te sluiten bij termijnen van onder andere het Grotestedenbeleid. Indien sprake is van een langere uitvoeringstijd is niet meer sprake van een project, maar is sprake van een structurele subsidie. Artikel1:9Budgetsubsidies Dit artikel is specifiek van toepassing op de budgetsubsidies. Ingeval er sprake is van een budgetsubsidie krijgt de subsidieontvanger een budget waarmee zij de afgesproken activiteiten moet uitvoeren. Meevallers mag de instelling houden (binnen bepaalde grenzen) maar daar staat tegenover dat zij ook zelf de tegenvallers moet opvangen. Doorgaans mag een instelling bij deze vorm van subsidiering met behulp van de subsidie een egalisatiereserve hebben. Dat is een bepaalde financiële ‘buffer’, uitgedrukt in een percentage van de subsidie of van de jaaromzet, die gebruikt kan worden om mee- of tegenvallers op te vangen. De uitvoeringsovereenkomst is geen op zichzelf staande overeenkomst maar altijd ter uitvoering van de beschikking. Dit houdt in dat een uitvoeringsovereenkomst, net als de beschikking, valt onder het publiekrecht. Artikel1:10Beslistermijn Lid 1 Dit artikel sluit aan bij artikel 4:13 Awb, waarin staat dat een beschikking dient te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn. In deze verordening is deze termijn op acht weken gesteld. Lid 2 Onder opgave van redenen, dit sluit aan bij het motiveringsbeginsel, kan het college de beslistermijn verlengen. AFDELING 1.3 VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER De wetgever acht de mogelijkheid tot het opleggen van verplichtingen noodzakelijk met het oog op een doelmatig en rechtmatig subsidiebeleid. Enkele verplichtingen vloeien rechtstreeks voort uit de Algemene wet bestuursrecht. De meeste verplichtingen moeten echter worden neergelegd hetzij in het wettelijk voorschrift waarop de subsidie berust, hetzij in voorschriften verbonden aan de beschikking tot subsidieverlening. Artikel1:11Subsidieverplichtingen In dit artikel is opgenomen dat de verplichtingen welke staan opgesomd in artikel 4:37 en 4:70 Awb door het college kunnen worden opgelegd aan de subsidieontvanger. Artikel1:12Overige doelgebonden verplichtingen (art. 4:38 Awb) Er kunnen ook andere, dan de in artikel 1:11 genoemde verplichtingen worden opgelegd. Het moet dan gaan om verplichtingen die redelijkerwijs noodzakelijk en geschikt zijn om het met de subsidie nagestreefde doel te verwezenlijken. In dit artikel zijn hiertoe een aantal verplichtingen opgenomen die in de beschikking kunnen worden opgenomen. Deze verplichtingen kunnen rechtstreeks betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteit, maar kunnen ook een meer afgeleid en ondersteunend karakter hebben, bijvoorbeeld de verplichting ten aanzien van gebouwen (toegankelijkheid), van personeel (benodigde kwalificaties), de uitvoering van activiteiten (bepaalde doelgroepen, plaats van uitvoering) e.d.. Artikel1:13Niet-doelgebonden verplichtingen (Art. 4:39 Awb) Uit artikel 4:39 Awb volgt dat ook de mogelijkheid bestaat tot het opleggen van niet-doel gebonden verplichting. Het gaat om verplichtingen die weinig of niets met het doel van de subsidie te maken hebben, maar hebben betrekking op ‘de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verleend’. Voor het opleggen van de niet-doel gebonden verplichtingen verlangt de wetgever een specifieke wettelijke grondslag, dat wil zeggen dat de verplichting in de verordening moet zijn opgenomen. Artikel1:15Onderzoek In dit artikel is de mogelijkheid opgenomen dat de controle van de accountant in een incidenteel geval verder gaat dan de financiële kant van de zaak, door bijvoorbeeld ook onderzoek te doen naar de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Artikel1:16Boekjaar Als hoofdregel geldt dat de subsidieontvanger het boekjaar gelijk moet stellen met het kalenderjaar. De samenloop tussen het boekjaar en het kalenderjaar sluit aan op artikel 10 a Boek 2 Burgerlijk Wetboek, dat eveneens het kalenderjaar als boekjaar aanwijst tenzij in de statuten een ander boekjaar is aangewezen. Artikel1:17Toestemming voor bepaalde handelingen Ondanks het feit dat de bedrijfsvoering de verantwoordelijkheid is van de subsidieontvanger en de gemeente Zwolle op hoofdlijnen de regie wil voeren, is het voor sommige handelingen en/of besluiten noodzakelijk om door de subsidieontvanger voorafgaand schriftelijk toestemming te laten vragen. De handelingen en/of besluiten kunnen namelijk een dermate groot effect hebben dat dit valt onder de regievoering door de gemeente Zwolle. Artikel1:20Afwijkende verplichtingen Dit artikel biedt de mogelijkheid in te spelen op de situatie dat er subsidie wordt verstrekt aan de aanvrager, terwijl ook vanuit een ander overheidsorgaan wordt gesubsidieerd. AFDELING 1.4 WEIGERINGSGRONDEN Artikel1:21Weigering subsidie De weigeringsgronden die in dit artikel worden genoemd, zijn van toepassing op alle subsidies die onder deze verordening vallen (toegevoegd). Deze weigeringsgronden zijn van toepassing, naast de weigeringsgronden die in artikel 4:35 Awb worden genoemd. Ten aanzien van de weigeringsgrond als bedoeld in sub e van dit artikel dient te worden opgemerkt dat onder de ‘ doeleinden’ waar naar verwezen wordt, moet worden verstaan de doel(eind)en zoals opgenomen in de deelverordeningen, dan wel de doel(eind)en zoals genoemd in artikel 1:3 van deze verordening. Door het opnemen van aanvullende weigeringsgronden heeft het college, indien bedenkingen bestaan over de aanvraag tot subsidie, een groot aantal mogelijkheden de subsidieaanvraag te weigeren. De beschikking moet voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en derhalve een duidelijke motivering bevatten van de redenen om niet over te gaan tot subsidieverlening. De memorie van toelichting geeft aan dat het college moet beschikken over concrete, op de individuele subsidieontvanger betrekking hebbende aanwijzingen die het oordeel kunnen dragen dat zich waarschijnlijk (‘misschien” is niet voldoende) een intrekkingsgrond zal voordoen. Het enkele feit van het bestaan van een zeker risico dat zich een van de situaties zal voordoen is onvoldoende voor een weigering. Het feit dat de subsidie voor het voorafgaande jaar op dezelfde grond lager moest worden vastgesteld (zie de gronden van art. 4:46 lid 2 Awb) kan een concrete aanwijzing zijn, maar is niet zonder meer voldoende. Ook het enkele feit dat de aanvrager zich in het verleden schuldig heeft gemaakt aan misbruik van subsidie, is onvoldoende grond om een subsidie op grond van dit artikel te weigeren. Een bestuursorgaan kan de aanvraag weigeren, maar is dus niet verplicht om te weigeren. Op grond van art. 4:7 jo. 4:12 lid 2 sub a Awb moet de subsidieaanvrager in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord voordat het college besluit de subsidie te weigeren. Het horen geschiedt in beginsel telefonisch, maar kan ook schriftelijk of mondeling gebeuren. AFDELING 1.5 DE SUBSIDIEVASTSTELLING Artikel1:22De aanvraag tot subsidievaststelling Lid 2 In dit lid staan de algemene (formele) eisen vermeld die een aanvrager moet verstrekken om voor subsidie in aanmerking te komen. Deze eisen zijn afkomstig uit artikel 4:2 Awb (vereisten aanvraag), waarin de algemene verplichting is neergelegd tot het verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor het nemen van een beslissing op een aanvraag en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Lid 3 Activiteitenverslag (4:80 Awb) Vereist is een activiteitenverslag. De eisen waaraan dit verslag moet voldoen, staan vermeld in sub a en volgen uit artikel 4:80 Awb. Het verslag moet een beschrijving geven van de gesubsidieerde activiteiten. Hoewel het niet direct uit de wettekst volgt, moet het verslag volgens de memorie van toelichting ook aangeven in hoeverre is voldaan aan de verplichtingen die over de aard en omvang van de activiteiten zijn gesteld. Tenslotte moet een verslag een eigen evaluatie van de subsidieontvanger bevatten over de mate waarin de activiteiten hebben bijgedragen aan de gestelde doeleinden. De doeleinden blijken uit het activiteitenplan dat bij de aanvraag om subsidieverlening is meegezonden. Financieel verslag Een financieel moet in ieder geval voldoen aan de eisen van artikel 4:45 lid 2 Awb, namelijk het vermelden van relevante inkomsten en uitgaven. Verder staan de eisen in artikel 4:76 Awb – 4:79 Awb. Van belang is op te merken dat artikel 4.77 Awb van toepassing is. Dit artikel regelt dat de eisen aan financiële verslaglegging niet alleen gelden voor subsidieontvangers die volledig van subsidie afhankelijk zijn, maar ook voor subsidieontvangers die in overwegende mate inkomsten ontlenen aan subsidie. Daarnaast regelt artikel 4:79 Awb dat het college bij subsidieverlening kan opleggen dat de accountant van de subsidieontvanger onderzoek en verslag doet van de mate waarin de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zijn nageleefd. Als de subsidieontvanger jaarrekeningplichtig is of als dat bij subsidieverlening is bepaald, moet in plaats van een financieel verslag de jaarrekening worden overgelegd. Ook in dat geval moet worden voldaan aan de eisen van artikel 4:45 lid 2 Awb (vermelding relevante inkomsten en uitgaven). Lid 4, 5, 6 en 7 In deze leden wordt, op basis van de zwaarte en de hoogte van de subsidie, bepaald welke mate van accountantscontrole moet worden toegepast. Als uitgangspunt geldt ‘hoe hoger de subsidie, des te zwaarder de controle’. Artikel1:23Ambtshalve vaststelling Dit artikel is een verwijzing naar artikel 4:47 Awb waarin een opsomming staat van gevallen waarin de subsidie zonder aanvraag van de subsidieontvanger kan worden vastgesteld. AFDELING 1.6 VOORZIENINGEN EN RESERVES Artikel1:24Voorzieningen Een voorziening is bestemd voor, vaak per jaar fluctuerende, uitgaven waaronder vaste verplichtingen liggen en die qua omvang niet binnen de lopende exploitatie kunnen worden opgevangen. In de meeste gevallen gaat het om de jaarlijks onderhoudslasten ‘groot planmatig onderhoud’.Om de continuïteit van bijvoorbeeld dit groot planmatig onderhoud te waarborgen moeten de dotaties in de voorzieningen structureel worden opgenomen in de begroting. Dotaties zijn dus niet afhankelijk van het exploitatieresultaat. Het verzoek tot voorafgaande schriftelijke toestemming van het college kan ook plaatsvinden bij de indiening van het financieel verslag (jaarrekening) voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Artikel1:25Bestemmingsreserve De voeding van bestemmingsreserves is, in tegenstelling tot voorzieningen, wel exploitatieresultaatafhankelijk. Het verzoek tot voorafgaande schriftelijke toestemming van het college kan ook plaatsvinden bij de indiening van het financieel verslag (jaarrekening) voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Artikel1:26Egalisatiereserve De egalisatiereserve is bestemd voor het opvangen van schommelingen qua inkomsten en uitgaven. De hoogte van het met subsidie van de gemeente Zwolle opgebouwde deel van de exploitatiereserve is maximaal 10 % van de structurele jaarlijkse subsidiegelden. Er is een mogelijkheid daarvan af te wijken. In beginsel zal de hoogte van de egalisatiereserve gekoppeld moeten worden aan de bedrijfsrisico’s die een subsidierelatie loopt. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat hoe hoger het risico qua inkomsten is, in casu deelnemersbijdragen en contributies, des te hoger de egalisatiereserve dient te zijn als afdekking voor eventuele tekorten. Het verzoek tot voorafgaande schriftelijke toestemming van het college kan ook plaatsvinden bij de indiening van het financieel verslag (jaarrekening) voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. AFDELING 1.7 BIJZONDERE BEPALINGEN Artikel1:28Hardheidsclausule In dit artikel is de hardheidsclausule opgenomen die het college de mogelijkheid biedt om af te wijken van deze verordening en in uitzonderlijke gevallen buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken. De toepassing van een hardheidsclausule beperkt zich daarmee tot (eventuele) onbillijkheden van overwegende aard en kan daardoor niet gebruikt worden in normale voorziene gevallen. De op basis van de hardheidsclausule te treffen voorziening dient wel binnen de doelstelling van deze verordening en de daarop gebaseerde regelgeving te passen. Artikel1:29Niet voorziene gevallen Ook in gevallen waarin de verordening niet voorziet, heeft het college beslissingsbevoegdheid. Artikel1:30Uitvoering Lid 1 geeft het college de mogelijkheid mandaat te verlenen aan ondergeschikten waarbij deze ambtenaren de bevoegdheid krijgen, in gevallen waartoe de verordening de mogelijkheid biedt, nadere regels te stellen . Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om ambtenaren of andere personen aan te wijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen. Hiermee is beoogd het college bevoegd te laten zijn om ter plaatse toezicht te houden op de doelmatigheid en doeltreffendheid van de besteding van de subsidiegelden. De toezichthouder heeft de bevoegdheden als genoemd in afdeling 5.2 Awb. HOOFDSTUK2AMATEURKUNST Artikel2:1Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: organisatie: een rechtspersoon, die volgens haar statuten: gevestigd is in de gemeente Zwolle; tot doel heeft het op een niet-beroepsmatige wijze beoefenen van kunst en daarbij gericht is op het in groepsverband tonen van een productie; organisaties die uit meer categorieën of uit meer uitvoerende onderdelen bestaan, worden voor de toepassing van deze verordening als één organisatie beschouwd. actief lid: een lid dat actief deelneemt aan de artistieke activiteiten van een organisatie; artistieke leiding: professionele dirigenten, regisseurs, instructeurs, repetitors en choreografen die voldoen aan de eisen van vakbekwaamheid, zoals opgesteld door de landelijke vakorganisaties; productie: een kunstproduct dat door middel van een voorstelling of uitvoering gepresenteerd kan worden; openbare voorstelling: openbare toegankelijke uitvoering of openbare educatieve presentatie en in de media aangekondigd. Artikel2:2Subsidiedoel Doel van de subsidieregeling is het stimuleren en versterken van de amateurkunst en het culturele klimaat in Zwolle. Artikel2:3Categorieën De volgende categorieën organisaties komen in aanmerking voor een structurele subsidie: hafabra (harmonie- en fanfarekorpsen, brassbands), drumbands en majorettepelotons; amateursymfonieorkesten overige muziekverenigingen zangverenigingen opera- en operetteverenigingen toneelverenigingen dansverenigingen Het aantal actieve leden van de verenigingen in de categorieën a, b, d en g bedraagt tenminste twintig. Het aantal actieve leden van de overige verenigingen bedraagt tenminste twaalf. Artikel2:4Subsidiecriteria Voor het verlenen van een structurele subsidie gelden de volgende criteria: de organisatie dient een kunstbelang dat breder ligt dan het belang van een zeer beperkte kring, bevat voldoende kwaliteit en heeft een toegevoegde culturele waarde voor de stad Zwolle; de organisatie levert een bijdrage aan het Zwolse culturele klimaat door minimaal twee keer per jaar een openbare voorstelling in Zwolle te geven de organisatie organiseert of neemt deel aan samenwerkingsprojecten en/of levert een bijdrage aan wijk-/stadsbrede manifestaties de organisatie bestaat tenminste twee jaar als rechtspersoon in Zwolle; de leden dragen in redelijke mate bij in de kosten van de organisatie; organisaties die in hoofdzaak activiteiten verrichten binnen godsdienstige gemeenschappen of binnen onderwijsinstellingen, komen niet voor subsidie in aanmerking. Het college kan in bijzondere gevallen vrijstelling verlenen van de in lid 1, sub a t/m f genoemde voorwaarden. Artikel2:5Subsidienormen Het college stelt jaarlijks de indexering van de subsidie voor de in artikel 2:3 genoemde amateurkunstcategorieën organisaties vast. Artikel2:6Hafabra – verenigingen, drumbands en majorettepelotons De subsidie voor de Hafabra - verenigingen, drumbands en majorettepelotons bestaat uit: een maximale bijdrage in de kosten van de artistieke leiding; een maximale bijdrage in de kosten van extra artistieke leiding voor verenigingen met meer dan 90 actieve leden; een basisbijdrage per actief lid ten behoeve van de aanschaf van instrumenten; De in lid 1, sub c genoemde bijdrage wordt slechts verleend indien de organisatie, in aanvulling op de in artikel 2:4, lid 1 sub b, vermelde verplichting, ten minste twee niet-statische buitenoptredens: marcherend optreden langs een route, in Zwolle verzorgt. Artikel2:7Amateursymfonieorkesten De subsidie voor amateursymfonieorkesten bestaat uit: een maximale bijdrage in de kosten van de artistieke leiding; een maximale bijdrage in de kosten van extra artistieke leiding voor verenigingen met meer dan 90 actieve leden. Artikel2.8Overige Muziekverenigingen De subsidie voor de overige muziekverenigingen bestaat uit een maximale bijdrage in de kosten van de artistieke leiding. Artikel2:9Zangverenigingen De subsidie voor zangverenigingen bestaat uit een maximale bijdrage in de kosten van de artistieke leiding. Het college kan aan zangverenigingen, naast de in lid 1 benoemde bijdrage tevens een bijdrage in de kosten van één openbare uitvoering in Zwolle van oratoriumrepertoire verlenen. Deze bijdrage wordt slechts verleend, indien de uitvoering voldoet aan de volgende voorwaarden: de activiteit moet voldoende kwaliteit bevatten; de uitvoering moet als bijzondere aanvulling op het bestaande aanbod op het terrein van de zangkunst in Zwolle aangemerkt kunnen worden. Artikel2:10Opera- en operetteverenigingen De subsidie voor opera- en operetteverenigingen bestaat uit: een maximale bijdrage in de kosten van de artistieke leiding voor de drie bij een voorstelling betrokken disciplines (dirigent, repetitor en regisseur); een bijdrage in de kosten van maximaal twee producties per jaar. Artikel2.11Toneel- en cabaretverenigingen De subsidie voor toneel- en cabaretverenigingen bestaat uit: een maximale bijdrage in de kosten van de artistieke leiding; een bijdrage in de kosten van maximaal twee producties per jaar. Artikel2:12Dansverenigingen De subsidie voor dansverenigingen bestaat uit: a. een maximale bijdrage in de kosten van de artistieke leiding; b. een bijdrage in de kosten van maximaal twee producties per jaar. Artikel2:13Subsidieaanvraag De subsidieaanvraag voldoet aan de in artikel 1:7 van de ASV genoemde indieningeisen waarbij de begroting is voorzien van een financiële verantwoording van het voorgaande jaar. Artikel2:14Subsidieverlening en -vaststelling Toekenning van de subsidie vindt plaats in de vorm van een besluit tot subsidievaststelling. De aanvraag tot subsidievaststelling voldoet aan de in artikel 1:22 van de ASV genoemde indieningeisen. Het college kan aan de subsidievaststelling nadere voorschriften verbinden. Artikel2:15Uitzonderingen Het college is bevoegd in bijzondere gevallen de in artikel 2:6, lid 1, sub c en d genoemde bijdragen geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing te verklaren bij de subsidieverlening aan de overige in artikel 2:3 genoemde categorieën organisaties. Artikel2:16Bijzonderheden Afdeling 1.6 van de ASV is niet van toepassing. In bijzondere gevallen kan het college afdeling 1.6 wel van toepassing verklaren HOOFDSTUK4:CULTUUR & KWALITEIT Artikel4.1Begripsomschrijving In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: Productie: het geheel van artistieke creatie, ontwikkeling en uitvoering van een nieuwe uiting binnen één van de volgende kunstdisciplines: muziek, theater, beeldende kunst en vormgeving, film, nieuwe media en literaire cultuur; Professionele organisatie: organisatie die beroepsmatig actief is op de terreinen zoals genoemd bij productie; Openbaar karakter: een door een professionele organisatie georganiseerde openbare, voor publiek toegankelijke productie waaraan door middel van publiciteit bekendheid wordt gegeven, bijvoorbeeld via de media, affiches en programmabladen. Bedrijfsfeesten, branche-activiteiten en belangenbehartiging worden niet als openbare activiteiten gezien; Het college: het college van burgemeester en wethouders; Commissie: de commissie Cultuur & Kwaliteit, die beslist op alle aanvragen in het kader van deze deelverordening. Artikel4.2Subsidiedoel Het verstrekken van subsidie op grond van dit hoofdstuk heeft als doel: Het bevorderen van de kwaliteit van producties in Zwolle en daarmee het versterken van het culturele klimaat in Zwolle. Artikel4.3Subsidieaanvrager Het subsidie kan alleen worden aangevraagd door: professionele (culturele) organisatie zoals omgeschreven in artikel 1:2, die voor de ontwikkeling en uitvoering van de productie in Zwolle een vestiging heeft; de professionele organisatie kan zowel een rechtspersoon als een natuurlijk persoon zijn. Artikel4.4Subsidiecriteria Het subsidie is een tegemoetkoming in de kosten van een nieuw te ontwikkelen productie die aan de voorwaarden voldoet: de productie is origineel óf vernieuwend en heeft een hoge artistiek - inhoudelijke kwaliteit; is een aanvulling op het reguliere aanbod; draagt bij aan het cultureel imago van Zwolle en versterkt het culturele klimaat; De ontwikkeling en uitvoering van de productie staat onder leiding van persoon/ personen met artistieke kwaliteiten. Zij hebben ervaring in het artistiek en productioneel leiden van producties. Dit wordt per persoon aangetoond met een CV, met daarin een relevant arbeids- en opleidingsverleden. Er is een plan waarin wordt verwoord op welke wijze met de productie de beoogde doelgroep bereikt wordt; De productie heeft een openbaar karakter; De productie wordt in Zwolle ontwikkeld en vindt in Zwolle plaats. Artikel4.5Subsidie voor de uitgave van een boekwerk Voor een uitgave van een boekwerk gelden de volgende voorwaarden: het onderwerp heeft nadrukkelijk betrekking op de cultuur (historie) van Zwolle en er is sprake van een origineel onderwerp; de auteur, de aanpak en de opzet hebben voldoende kwaliteit; een commerciële uitgave aantoonbaar niet realiseerbaar is, omdat er, gezien het onderwerp, slechts van een beperkte oplage sprake kan zijn; het onderwerp en de behandeling van het onderwerp is gericht op een breed publiek; Artikel4.6Niet subsidiabel Niet subsidiabel zijn: producties die geheel of gedeeltelijk ondernomen door studenten of scholieren in het kader van hun opleiding of studie; cursussen, workshops en andere vormen van educatie, tenzij ze onderdeel uitmaken van openbare productie en voldoen aan de criteria van artikel 4; producties waarmee een politiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk doel wordt nagestreefd; producties met winstoogmerk; cd, dvd uitgaves of vergelijkbare uitgaves literaire werken en registers komen niet in aanmerking voor subsidie. Artikel4.7Subsidiemethodiek Aanvragen die aan de subsidiecriteria van deze regeling voldoen worden in onderlinge samenhang gewogen op grond van de volgende criteria: Artistieke Kwaliteit Kwaliteit van de organisatie, blijkend uit de aanpak, begroting en financieel beheer Meerwaarde voor de stad Samenwerking Subsidie wordt verleend als bijdrage in de organisatiekosten van de productie. De organisatie dient voor ten minste 50%, zelf bij te dragen in de organisatiekosten van de productie, bijvoorbeeld door inkomsten uit entree, sponsoring, fondsen en dergelijke. Een organisatie die een structurele subsidie ontvangt, komt slechts in aanmerking voor subsidie indien de productie buiten het jaarlijkse gesubsidieerde activiteitenprogramma van de organisatie valt. Artikel4.8Subsidieplafond Het college stelt jaarlijks het bedrag vast dat ten hoogste beschikbaar is voor de subsidieverlening krachtens dit hoofdstuk. Artikel4.9Subsidieaanvraag De aanvragen om subsidieverlening kunnen driemaal per jaar worden ingediend, waarbij de indieningsdata door het college worden vastgesteld; Een subsidieaanvraag wordt in behandeling genomen indien is bijgevoegd Een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier; Een sluitende begroting en realistisch dekkingsplan Een kopie van het curriculum vitae van de artistieke leiding Artikel4.10Subsidieverlening en - vaststelling De commissie neemt binnen 8 weken na de door het college vastgestelde uiterste indieningsdatum een besluit over de aanvraag; De commissie kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen; Bij een besluit tot subsidieverlening wordt aan de subsidieontvanger de verplichting opgelegd om bij iedere publicatie over de productie waarvoor subsidie is verleend te vermelden dat de gemeente Zwolle de betreffende productie subsidieert; Bij een subsidieverlening tot € 5.000,-- de subsidieverlening plaats in de vorm van een besluit tot subsidievaststelling; Bij een subsidieverlening vanaf € 5.000,-- dient de organisatie binnen 4 maanden na afloop van de productie een aanvraag in tot subsidievaststelling, welke moet bestaan uit een vaststellingsformulier en een inhoudelijke- en financieel verslag van de productie. Het financieel verslag dient vergezeld te gaan van een goedkeurende verklaring door het bestuur en/of algemene ledenvergadering, waarin decharge wordt verleend aan de penningmeester; De commissie beslist binnen 6 maanden op een volledige aanvraag tot subsidievaststelling. HOOFDSTUK5:VOOR EN DOOR JONGEREN Artikel5:1Begripsomschrijving In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: Jongere: een persoon die ingezetene is van de gemeente Zwolle in de leeftijdscategorie van 12 tot en met 18 jaar. Artikel5:2Subsidiedoel Met deze subsidieregeling wordt beoogd activiteiten te ondersteunen, die worden georganiseerd door jongeren voor jongeren. Artikel5:3Subsidiecriteria Een subsidie kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende criteria: De activiteit vindt plaats in Zwolle; De activiteit is éénmalig en vernieuwend; De activiteit is niet verbonden aan of gericht op jongeren van een bestaande organisatie; De activiteit is voor een ieder toegankelijk; De activiteit wordt georganiseerd voor tenminste 20 jongeren. Artikel5:4Subsidiemethodiek De subsidie wordt verstrekt als bijdrage in de organisatie van de activiteit tot maximaal 80% van de organisatiekosten. Het subsidiebedrag bedraagt per activiteit maximaal € 500,--. Artikel5:5Subsidieaanvraag De subsidie moet worden aangevraagd door ten minste drie jongeren, die zelf de activiteit organiseren. De aanvraag moet mede worden ondertekend door één van de ouders of hun verzorger(s). De aanvraag moet ten minste 6 weken voor de uitvoering van de activiteit worden ingediend. Artikel5:6Subsidieverlening en -vaststelling Het college neemt uiterlijk binnen 4 weken na het indienen van de aanvraag een beslissing op de aanvraag. Toekenning van de subsidie vindt plaats in de vorm van een besluit tot subsidievaststelling. HOOFDSTUK6:JEUGD- EN JONGERENWERK ONDER LEIDING VAN VRIJWILLIGERS Artikel6:1Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: Jeugd- en jongerenwerk: activiteiten, die tot doel hebben de gezonde ontwikkeling van jongeren en de ontwikkelingskansen en het welbevinden van jongeren te bevorderen. Jeugdlid: een jeugdige van 0 tot en met 18 jaar, die bij een organisatie is aangesloten en regelmatig aan de activiteiten deelneemt en die woonachtig is in de gemeente Zwolle. Vrijwilligersorganisaties: organisaties die (bijna) uitsluitend uit vrijwilligers bestaan, niet zijnde sportverenigingen die sport als hoofddoel hebben. Scoutingorganisatie: een jeugd- en jongerenorganisatie die aangesloten is bij de vereniging Scouting Nederland en onderschrijven daarmee het huishoudelijke reglement van SN. Artikel6:2Subsidiedoel Met deze subsidieverordening wordt beoogd (de activiteiten van) het jeugd en jongerenwerk onder leiding van vrijwilligers te bevorderen, zodat sociale samenhang en leefbaarheid een impuls krijgen. Artikel6:3Subsidiecriteria Een subsidie kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende criteria: De organisatie draagt (met haar activiteiten) bij aan het subsidiedoel; Lidmaatschap van de organisatie is voor een ieder toegankelijk. Artikel6:4Subsidiemethodiek De subsidie wordt verstrekt als bijdrage in de organisatie van activiteiten. Elke organisatie ontvangt hiervoor een basisbedrag van € 250,-- per jaar. Scoutingorganisaties ontvangen een bedrag van € 30,-- per jeugdlid, alle overige vrijwilligersorganisaties een bedrag van € 15,-- per jeugdlid. Vaststelling van het aantal Zwolse jeugdleden geschiedt aan de hand van de bij de subsidieaanvraag meegestuurde meest recente ledenlijst, met als peildatum 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. Op deze ledenlijst is tenminste de leeftijd en de postcode van elk lid weergegeven. Het subsidiebedrag bedraagt per organisatie maximaal € 5.000,-- per jaar en wordt jaarlijks geïndexeerd. Artikel6:5Subsidieaanvraag De subsidie kan slechts worden aangevraagd door een vrijwilligersorganisatie. De aanvraag moet voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft zijn ingediend middels het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier en zijn voorzien van een begroting voor het betreffende subsidiejaar en een financiële verantwoording van het afgelopen jaar. Artikel6:6Subsidieverlening en -vaststelling Toekenning van de structurele activiteiten subsidie vindt plaats in de vorm van een besluit tot subsidievaststelling. Het college kan aan de subsidievaststelling nadere voorschriften verbinden. Artikel6:7Bijzonderheden Afdeling 1.6 van de ASV is niet van toepassing. In bijzondere gevallen kan het college afdeling 1.6 van de ASV wel van toepassing verklaren. TOELICHTING JEUGD- EN JONGERENWERK ONDER LEIDING VAN VRIJWILLIGERS Artikel 6:4 Subsidiemethodiek Lid 1 De deelverordening voorziet in een vast basisbedrag van € 250,-- per organisatie. Dit vaste basisbedrag is voor elke organisatie gelijk en is dus onafhankelijk van het aantal jeugdleden. Het vaste basisbedrag is bedoeld als tegemoetkoming in de bestuurskosten en organisatiekosten die elke organisatie moet maken. Daarnaast wordt subsidie verleend per jeugdlid: € 15,--. Scoutingorganisaties zijn over het algemeen kleinere organisaties met hogere onkosten en derhalve is het bedrag per jeugdlid voor deze organisaties vastgesteld op € 30,--. Artikel 6:6 Subsidieverlening en -vaststelling Lid 1 Toekenning – en dus verlening – van de subsidie krachtens dit hoofdstuk, is gelijk ook het besluit tot subsidievaststelling. Omdat het in deze regeling om relatief kleine subsidiebedragen gaat, wordt uitgegaan van zo beperkt mogelijke administratieve handelingen. Dit enerzijds om vrijwilligersorganisaties niet onnodig te belasten en anderzijds om te voorkomen dat de ambtelijke inzet een hogere financiële inzet vergt dan de hoogte van de subsidie. Artikel 6:6 Subsidieverlening en -vaststelling Lid 2 Wegens de relatief geringe maximale omvang van de verleende subsidie worden er doorgaans geen nadere voorschriften verbonden aan de vaststelling van de subsidie. Artikel 6:6 lid 2 geeft het college toch de mogelijkheid tot voorschriften, zoals voorschriften inzake de verslaglegging van de uitgevoerde activiteit. Ook kunnen voorschriften verbonden worden aangaande het vermelden van de gemeente Zwolle als subsidiënt van de activiteit, of een mogelijke samenwerking met een andere organisatie. Artikel6:7Bijzonderheden Om vrijwilligersorganisaties niet onnodig te belasten is afdeling 1.6 van de ASV niet van toepassing. HOOFDSTUK11:EVENEMENTEN Artikel11:1Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: De aanvrager: een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven rechtspersoon Evenement: elke voor publiek toegankelijke vertoning of gebeurtenis (kunst, muziek, sport) in Zwolle, doelbewust georganiseerd en geprogrammeerd en gericht op een relatief groot publiek en/of bijdraagt aan het maatschappelijk welzijn in de gemeente Zwolle te onderscheiden in de volgende categorieën: Cultureel evenement: een evenement waarbij de aandacht van het publiek op een of meerdere van de volgende kunstdisciplines gevestigd wordt: muziek, letteren, theater, dans, beeldende kunst, film al dan niet met het doel een specifiek onderwerp of een bepaald thema voor het voetlicht te brengen. Topsport evenement: een sportactiviteit van het hoogste niveau die een kwalificatie van de betreffende landelijke sportbond heeft en opgenomen is in de nationale of internationale wedstrijdkalender. Overige evenementen: evenementen anders dan bedoeld onder sub a of b Ambtelijk evenementenoverleg: een overleg bestaande uit vertegenwoordigers en deskundigen vanuit de verschillende beleidsafdelingen van de gemeente Zwolle op het gebied van stedelijke evenementen, voorgezeten door een vertegenwoordiger van de afdeling Economie & Arbeid. Commissie: Eén van de door het college ingestelde deskundige culturele commissies, te weten de commissie culturele activiteiten of de commissie stimulering productie podiumkunsten Artikel11:2Subsidiedoel Voor subsidie kunnen in aanmerking komen evenementen die passen binnen de doelstellingen van het evenementen-, cultuur-, sport- en toeristisch beleid. Artikel11:3Subsidiecriteria Een subsidie kan slechts worden verleend indien het evenement voldoet aan de volgende algemene criteria: het evenement versterkt het culturele, sportieve dan wel toeristisch klimaat van Zwolle zoals verwoord in het cultuur-, sport-, dan wel toeristisch beleid; het evenement draagt bij aan de profilering van Zwolle als een levendige en aantrekkelijke stad; het evenement draagt bij aan de toeristische aantrekkingskracht van Zwolle; het evenement heeft door zijn uitstraling een stadspromotionele meerwaarde; het evenement draagt door zijn bezoekersstroom bij aan het genereren van bestedingen in de stad; het evenement moet qua aard, tijdstip en kwaliteitsniveau passen binnen de evenementenkalender van Zwolle. Een subsidie kan met voorrang aan een evenement worden verleend als het evenement voldoet aan de onder lid a tot en met f genoemde criteria en daarnaast de potentie heeft om uit te groeien tot een landelijk evenement. In aanvulling op de onder lid 1 genoemde algemene criteria kan een subsidie voor culturele evenementen slechts worden verleend indien het evenement eveneens aan de navolgende criteria voldoet: het evenement heeft voldoende artistieke kwaliteit; het evenement is origineel en vernieuwend; het evenement voldoet aan één of en combinatie van de volgende voorwaarden: is experimenteel van aard; voegt iets bijzonders toe aan het culturele aanbod in Zwolle; geeft een nieuwe invulling aan het reguliere aanbod; pakt een braakliggend cultureel terrein aan; levert een bijdrage aan een goed cultureel imago van Zwolle; trekt een groot publiek. In aanvulling op de onder lid 1 genoemde algemene criteria kan een subsidie voor topsport evenementen slechts worden verleend indien het evenement eveneens aan de navolgende criteria voldoet: het evenement bevat een kwalificatie van de betreffende landelijke sportbond en is opgenomen op de nationale of internationale wedstrijdkalender. het evenement dient van het hoogste niveau te zijn in de betreffende tak van sport. Een aanvrager komt slechts in aanmerking voor een subsidie ingevolge dit hoofdstuk indien voor de activiteiten die in het kader van het evenement worden uitgevoerd niet al op grond van een andere subsidieregeling of anderszins door het college subsidie is verleend. Artikel11:4Subsidiemethodiek Subsidie wordt verleend als bijdrage in de organisatie- en promotiekosten van het evenement. De organisatie dient ten minste 60% zelf bij te dragen in de kosten van het evenement, bijvoorbeeld door inkomsten uit entree, sponsoring, fondsen e.d. Afwijking van lid 2 is mogelijk met toestemming van het college. Artikel11:5Subsidieplafond Het college stelt jaarlijks het bedrag vast dat ten hoogste beschikbaar is voor de subsidieverlening krachtens dit hoofdstuk. Het college maakt jaarlijks een evenwichtige verdeling op basis van het beschikbare subsidiebudget over de verschillende categorieën evenementen. Artikel11:6Subsidieaanvraag Een aanvraag voor subsidie dient jaarlijks vóór 1 september voorafgaande aan het jaar van het evenement ingediend te worden bij het college. Daarbij dient gebruik gemaakt te worden van het daartoe vastgestelde aanvraagformulier. De aanvraag dient betrekking te hebben op een evenement dat plaatsvindt in het daarop volgende jaar. Per evenement wordt slechts één aanvraag in behandeling genomen. Bij de aanvraag dienen in ieder geval gegevens te worden verstrekt omtrent: een programma overzicht en datum van het evenement; de organisatie (organisator) van het evenement; een beleidsplan en activiteitenplan waarin is opgenomen de aard, visie, doel en doelgroep van het evenement en de wijze van promotie; een begroting van inkomsten en uitgaven; het aantal verwachte deelnemers/ bezoekers; voor zover van toepassing een inhoudelijk verslag van het evenement in het voorgaande jaar. Artikel11:7Subsidieverplichtingen De aanvrager dient ten tijde van het plaatsvinden van het evenement in het bezit te zijn van alle benodigde vergunningen en ontheffingen. Het college behoudt zich het recht voor om in het kader van de promotie van Zwolle aanvullende verplichtingen te stellen. Het college behoudt zich het recht voor om in het kader van een grootschalig cultuurfestival aanvullende verplichtingen te stellen. Artikel11:8Subsidieverlening Het ambtelijk evenementenoverleg beoordeelt de aanvragen en adviseert het college omtrent de subsidieverlening. In het advies wordt de verdeling over de verschillende subsidieaanvragers aangegeven. De commissie beoordeelt of een aanvraag voor een cultureel evenement voldoet aan de criteria zoals gesteld in artikel 11:3 lid 3 van de ASV en brengt hierover advies uit aan het college. Het college beslist op de aanvraag tot subsidieverlening binnen 10 werkdagen na datum vaststelling door de gemeenteraad van de begroting van het jaar waarin het evenement zal plaatsvinden. Het college kan met kennisgeving aan de aanvrager en de gemeenteraad de in artikel 11:8 lid 3 van de ASV genoemde termijn met ten hoogste 10 werkdagen verlengen als de begrotingsbehandeling daartoe aanleiding geeft. Voorgaande met inachtneming van hetgeen gesteld is in de Algemene Wet Bestuursrecht ten aanzien van tijdige besluitvorming. TOELICHTING EVENEMENTEN Algemeen Met deze subsidieverordening wordt een wettelijke grondslag gecreëerd voor de subsidiering van evenementen in de gemeente Zwolle. Tot nog toe vond subsidiëring vaak op incidentele basis plaats, zonder dat daarbij een uniforme procedure en subsidiecriteria werden toegepast. Bovendien bestonden er verschillende subsidiestromen voor evenementen, die gedekt werden uit verschillende budgetten. De subsidiëring op grond van deze nieuwe verordening zal plaatsvinden vanuit een totaal evenementenbudget, waarin de voorheen afzonderlijke subsidiebudgetten voor evenementen zijn opgenomen. In dit hoofdstuk zijn de specifieke bepalingen voor de subsidiëring van evenementen opgenomen. Daarnaast zijn de bepalingen uit het algemene deel van de subsidieverordening (hoofdstuk 1) onverkort van toepassing, tenzij hiervan in de subsidieverordening evenementen nadrukkelijk wordt afgeweken. Artikel11:1Begripsomschrijvingen In het tweede lid worden drie categorieën evenementen onderscheiden en omschreven; culturele evenementen, topsportevenementen en overige evenementen. Voor wat betreft de overige evenementen geldt dat hieronder evenementen worden verstaan waarbij de nadruk ligt op vermaak. Onder overige evenementen worden ook begrepen de sportevenementen die niet als topsportevenement zijn te beschouwen. Ook herdenkingsplechtigheden worden aangemerkt als overige evenementen kunnen nog wel onder de categorie overige evenementen vallen. De in lid 4 genoemde commissies zijn door het college ingesteld om een onafhankelijk deskundig advies te geven over subsidieaanvragen in het kader van de subsidieverordening culturele activiteiten respectievelijk de subsidieregeling stimulering producties podiumkunsten. Artikel11:2Subsidiedoel Het subsidiedoel van deze verordening is dat evenementen worden gesubsidieerd die passen binnen de doelstellingen van het evenementen-, cultuur-, sport en toeristisch beleid van de gemeente Zwolle. Het beleid op deze genoemde beleidsvelden is onder meer vastgelegd in de door het college of de raad vastgestelde nota’s ten aanzien van evenementen, cultuur, sport en toerisme. Artikel11:3Subsidiecriteria Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie dient het evenement aan een aantal met name genoemde criteria te voldoen. In het eerste lid van dit artikel zijn de criteria opgenomen, zoals die ook zijn verwoord in de nota evenementenbeleid, Met de in lid 1 onder f bedoelde evenementenkalender wordt bedoeld het jaaroverzicht van de evenementen met bijbehorende data zoals die gedurende het kalenderjaar doorgaans al in Zwolle worden gehouden. Met het criterium onder sub f wordt beoogd dat een evenement zowel qua aard, tijdstip en kwaliteitsniveau moet passen binnen deze evenementenkalender. Dit betekent dat de organisatie van evenementen tot op zekere hoogte ook op elkaar moet worden afgestemd. Voorkomen moet worden dat er teveel van dezelfde soort evenementen worden georganiseerd en daarbij dient te worden gestreefd naar een spreiding van evenementen door het gehele jaar heen. Het tweede lid maakt het mogelijk dat aan evenementen die de potentie hebben om uit te groeien tot een landelijk evenement met voorrang subsidie kan worden verleend. Gelet op het beschikbare subsidiebudget zullen niet alle subsidieaanvragen (volledig) kunnen worden gehonoreerd. Daarin zal door het college bij de subsidieverlening een keuze moeten worden gemaakt. Voldoet een evenement aan het criterium in lid 2 dan zal een aanvraag voor dergelijk evenement eerder worden gehonoreerd dan een evenement dat alleen voldoet aan de in lid 1 genoemde criteria. Bedoeling van lid 5 is om te voorkomen dat organisatoren van evenementen een beroep doen op de subsidieverordening evenementen, als zij voor hun evenement op grond van een andere subsidieregeling al een subsidie ontvangen en de organisatie van een evenement uit die subsidie dient te worden bekostigd. Artikel11:4Subsidiemethodiek In lid 1 is het uitgangspunt geformuleerd dat de subsidie dient als bijdrage in de organisatie- en promotiekosten van het evenement en dat de organisator tenminste voor 60% zelf bijdraagt in die organisatie- en promotiekosten. Er kan echter ook sprake zijn van evenementen waarbij de organisator niet in staat is om voor 60% zelf bij te dragen in die organisatiekosten. Wanneer het doorgaan van een dergelijk evenement desondanks door het college van belang wordt geacht, bestaat de mogelijkheid om van de genoemde 60%-eis af te wijken, en een subsidie te verlenen voor een evenement waarbij de organisator zelf minder dan 60% bijdraagt. Artikel11:6Subsidieaanvraag In dit artikel worden een aantal eisen gesteld waaraan de subsidieaanvraag moet voldoen. Om de aanvraag goed te kunnen beoordelen en een afweging te kunnen maken tussen de verschillende subsidieaanvragen is het van belang dat de subsidieaanvraag goed onderbouwd wordt. Wanneer het een evenement betreft dat ook in het jaar waarin de subsidieaanvraag wordt ingediend of in het jaar daarvoor heeft plaatsgevonden, dient een inhoudelijk verslag van dat gehouden evenement te worden overgelegd. Uitgangspunt is voortaan dat alle evenementen die een subsidie krijgen, niet hoeven te betalen voor de gemeentelijke diensten die rond een evenement door de gemeente Zwolle worden verleend. Hierbij moet gedacht worden aan het plaatsen van afzettingen, dranghekken, het verplaatsen van verkeersborden of het verplaatsen van straatmeubilair. In feite komt dit neer op subsidiëring in natura. Om bij de subsidieaanvraag ook inzicht te krijgen in de omvang van de gewenste gemeentelijke dienstverlening en de kosten die hiermee gemoeid zijn, dient hiervan door de aanvrager bij de aanvraag opgave te worden gedaan. Deze opgave dient tot uitdrukking te komen in de begroting die door de aanvrager wordt ingediend. De aanvrager dient daarom voorafgaand aan de subsidieaanvraag een opgave van de kosten van de gemeentelijke diensten op te vragen bij de eenheid Wijkzaken. Hetzelfde geldt ten aanzien van de precariobelasting die normaal gesproken ook door een organisator van een evenement is verschuldigd. Ook hier is het uitgangspunt dat bij evenementen waarvoor een evenementensubsidie wordt verleend geen precariobelasting behoeft te worden betaald. Van de aanvrager wordt verwacht dat wel een overzicht van deze “op papier” verschuldigde precariobelasting wordt verstrekt. Informatie over de verschuldigde precariobelasting kan worden opgevraagd bij de gemeente. Ook de opgave van de precariobelasting dient te worden opgenomen in de begroting van het evenement. Artikel11:7Subsidieverplichtingen De aanvrager heeft de verplichting om ten tijde van het evenement in het bezit te zijn van de benodigde vergunningen. Veelal zal voor de organisatie van een evenement een evenementenvergunning op grond van de APV benodigd zijn. Daarnaast valt te denken aan een ontheffing ex artikel 35 Drank- en Horecawet ingeval er alcohol wordt geschonken tijdens het evenement. Als de vereiste vergunningen en ontheffingen niet zijn verleend, kan het evenement niet plaatsvinden en kan de verleende subsidie worden ingetrokken omdat de organisator niet aan de verplichting van lid 1 heeft voldaan. Lid 2 geeft het college de mogelijkheid de organisator aanvullende verplichtingen op te leggen inzake de profilering en promotie van gemeente Zwolle. Te denken valt hierbij aan het gebruik maken van bepaalde uitingen die zijn ontwikkeld in het kader van Zwolle Stadsmarketing (“in Zwolle”) of het consequent noemen van de naam Zwolle in promotie- en advertentiemateriaal rond een evenement. Lid 3 geeft het college de mogelijkheid de organisator aanvullingen verplichtingen op te leggen inzake een grootschalig cultuurfestival. Ten denken valt hierbij aan aanvullingen op het vlak van een heldere artistieke visie en een samenhang biedend thema voor een reeks van voorstellingen. Artikel11:8Subsidieverlening In deze bepaling wordt de procedure uiteengezet volgens welke een subsidieaanvraag wordt beoordeeld. Bij de beoordeling van de subsidieaanvragen is een centrale rol weggelegd voor het ambtelijk evenementenoverleg. In dit overleg participeren vertegenwoordigers van de afdelingen Economie en Arbeid, Maatschappelijke Ontwikkeling, Communicatie en Beheer Openbare Ruimte van de gemeente Zwolle. Het ambtelijk evenementenoverleg adviseert het college over de subsidieaanvragen en maakt daarbij een verdeling van het beschikbare subsidiebudget over de verschillende evenementen. Wanneer de subsidieaanvragen betrekking hebben op culturele evenementen wint het college hierover advies in bij de commissie culturele activiteiten dan wel de commissie stimulering productie podiumkunsten, afhankelijk van de aard en het onderwerp van het evenement. HOOFDSTUK12:VOOR EN DOOR STUDENTEN Artikel12:1Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: Student: een persoon van 18 jaar of ouder die voltijds een opleiding volgt aan een Zwolse HBO- of WO-instelling. Artikel12:2Subsidiedoel Met deze subsidieregeling wordt beoogd activiteiten te ondersteunen die worden georganiseerd door studenten en voor studenten en die bijdragen aan de verdere ontwikkeling van Zwolle als bruisende en levendige stad, zodat Zwolle aantrekkelijker wordt voor studenten. Artikel12:3Subsidiecriteria Een subsidie kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende criteria: De activiteit wordt georganiseerd door één of meerdere studenten al dan niet in georganiseerd verband en vindt plaats in Zwolle; Het gaat om een sociale, culturele en/of sportieve activiteit; De activiteit draagt bij aan de samenhang/ samenwerking tussen studenten en/of studentenverenigingen en dient daarbij ‘studentenvereniging overstijgend’ te zijn; De activiteit is voor iedere student toegankelijk; De activiteit wordt georganiseerd voor tenminste 30 studenten; Per activiteit wordt slechts éénmaal per jaar subsidie verleend. Activiteiten waarvoor op grond van een andere gemeentelijke subsidieregeling of anderszins een gemeentelijke subsidie wordt verleend komen niet in aanmerking voor een subsidie op grond van de regeling in dit hoofdstuk. Artikel12:4Subsidiemethodiek De subsidie wordt verstrekt als bijdrage in de organisatie en/of de uitvoering van de activiteit tot maximaal 80% van de kosten. Het subsidiebedrag bedraagt per activiteit maximaal € 1.000,--. Artikel12:5Subsidieplafond Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast dat ten hoogste beschikbaar is voor de subsidiëring krachtens dit hoofdstuk. Artikel12:6Subsidieaanvraag De subsidie moet worden aangevraagd door 1 of meer studenten al dan niet in georganiseerd verband van een Zwolse HBO- of WO-instelling. Aanvragen kunnen het hele kalenderjaar worden ingediend. De aanvraag moet ten minste 6 weken voor de uitvoering van de activiteit worden ingediend. Aanvragen voor een subsidie worden behandeld in de volgorde van datum van ontvangst en registratie door de gemeente Zwolle. Artikel12:7Subsidieverlening en -vaststelling Het college neemt uiterlijk binnen 4 weken na het indienen van de aanvraag een beslissing op de aanvraag. Toekenning van subsidie vindt plaats in de vorm van een besluit tot subsidievaststelling. Artikel12:8Bijzonderheden In bijzondere gevallen kan het college besluiten om af te wijken van het bepaalde in artikel 12:3 lid 2 en artikel 12:4 lid 1 en 2. TOELICHTING VOOR EN DOOR STUDENTEN Artikel12:3 Subsidiecriteria Lid 3 Indien meerdere studentenverenigingen een gezamenlijke activiteit organiseren die toegankelijk is voor alle studenten, dus niet alleen leden, kunnen zij in aanmerking komen voor subsidie. Lid 6 Voor een activiteit kan maar eenmaal per jaar subsidie worden aangevraagd. Indien een activiteit door bijvoorbeeld verschillende studentenverenigingen wordt georganiseerd, dient er maar één subsidieaanvraag gedaan te worden. Indien er toch meerdere aanvragen binnenkomen, zal er maar één in behandeling worden genomen, te weten de eerste die ingediend wordt. Artikel12:8Bijzonderheden Het college kan besluiten af te wijken van artikel 12:3 lid 2 indien een activiteit volgens de subsidiecriteria niet in aanmerking komt voor subsidie, maar het college het toch een waardevolle activiteit vindt. Zij kan dan alsnog besluiten tot subsidieverlening. Tevens kan het college besluiten af te wijken van artikel 12:4 lid 1 en 2 en een hoger subsidiebedrag ter beschikking te stellen als zij dit wenselijk vindt. HOOFDSTUK14A.AANGEPAST SPORTEN – SPECIALE SPORTVERENIGINGEN Artikel14A:1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: aangepast sporten: de sport- en beweegactiviteiten die in de vrije tijd beoefend worden, anders dan op medisch voorschrift, door mensen met een beperking; mens met een beperking: een persoon, met een fysieke, verstandelijke en/of zintuiglijke beperking of stoornis die het algemeen dagelijks functioneren belemmert (inclusief chronisch zieken); speciale sportvereniging: een vereniging of organisatie gevestigd in Zwolle die uitsluitend sport- en beweegactiviteiten aanbiedt speciaal voor mensen met een beperking; activiteit: een structureel sportaanbod wat door het seizoen tenminste 30 weken per jaar wordt aangeboden door de speciale sportvereniging gericht op mensen met een beperking; subsidie: de aanspraak op financiële middelen door het college verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten op het gebied van aangepast sporten van de speciale sportvereniging, anders dan als (aan)betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten; sportend lid: een persoon met een beperking niet zijnde begeleider, die als lid van de vereniging deelneemt aan activiteiten van de speciale sportvereniging; begeleider: de persoon die een mens met een beperking begeleidt tijdens het aangepast sporten in de zin van deze verordening; college: het college van Burgemeester en Wethouders van gemeente Zwolle. Artikel14A:2Subsidiedoel Met deze subsidieregeling wordt beoogd om: de structurele activiteiten van speciale sportverenigingen op het gebied van aangepast sporten te ondersteunen en te bevorderen, zodat mensen met een beperking zoveel mogelijk kunnen participeren en integreren in de samenleving en zich kunnen aansluiten bij een speciale sportvereniging en de samenwerking tussen speciale sportverenigingen op het gebied van aangepast sporten te bevorderen. Artikel14A:3Subsidiecriteria Een subsidie kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende criteria: de activiteit vindt plaats in de gemeente Zwolle; de speciale sportvereniging draagt met haar activiteit bij aan het subsidiedoel en het gemeentelijke beleid met betrekking tot het aangepast sporten; de subsidieaanvrager werkt samen met andere organisaties die zich bezig houden met het stimuleren of aanbieden van activiteiten ten behoeve van het aangepast sporten; het lidmaatschap van de speciale sportvereniging en deelname aan de activiteit staat voor een ieder uit de doelgroep open; de subsidie kan slechts worden aangevraagd door een speciale sportvereniging, als bedoeld in artikel 14A:1 lid 3. Artikel14A:4Subsidiemethodiek De subsidieregeling voor speciale sportverenigingen voor aangepast sporten is tweeledig. Speciale sportverenigingen zoals bedoeld in artikel 14A:1 lid 3 kunnen subsidie ontvangen op basis van het aantal leden (conform artikel 14A:4 lid 2 en 3) en de activiteiten die ze aanbieden (conform artikel 14A:4 lid 4 en 5). Een speciale sportvereniging ontvangt bij toekenning van subsidie een bedrag van € 55,00 per jaar per sportend lid woonachtig in de gemeente Zwolle. Een speciale sportvereniging ontvangt bij een aanvraag een bedrag van € 27,00 per jaar per sportend lid niet woonachting in de gemeente Zwolle. Een speciale sportvereniging ontvangt bij een aanvraag een subsidie in de goedgekeurde kosten van de organisatie, zulks ter beoordeling aan het college, tot een maximum van 75% daarvan en met een maximum van € 2.000,-- per jaar; -bij 2 activiteiten bedraagt de subsidie per aanvrager maximaal € 2.500,--; -bij 3 activiteiten bedraagt de subsidie per aanvrager maximaal € 3.000,--; -bij 4 activiteiten bedraagt de subsidie per aanvrager maximaal € 3.500,-- en -bij 5 of meer activiteiten per aanvrager bedraagt de subsidie maximaal € 4.000,--. Bij fusering van meerdere speciale sportverenigingen, kan bij deze aanvraag een eenmalige bijdrage van 75% van de goedgekeurde kosten van de fusie, zulks ter beoordeling van het college, tot een maximum van € 2.500,-- worden verstrekt. Artikel14A:5Subsidieaanvraag De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van een activiteitenoverzicht, een begroting en een door het bestuur van de speciale sportvereniging ondertekende verklaring waaruit blijkt hoeveel sportende leden aan de betreffende gesubsidieerde activiteit deelnemen en of zij al dan niet inwoner van Zwolle zijn. Aanvragen moeten uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het subsidiejaar worden ingediend conform de ASV van de gemeente Zwolle en worden op volgorde van binnenkomst behandeld. Artikel14A:6Subsidieverlening & vaststelling Tenzij anders bepaald beslist het college op de aanvraag om subsidie binnen acht weken nadat de raad de begroting heeft vastgesteld. Een subsidieverlening vindt plaats in de vorm van een besluit tot subsidievaststelling. Subsidie kan slechts worden verstrekt voor zover daartoe budget beschikbaar is gesteld. HOOFDSTUK14B.AANGEPAST SPORTEN - INCIDENTELE ACTIVITEITEN SPECIALE EN/OF REGULIERE SPORTVERENIGINGEN Artikel14B:1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: aangepast sporten: de sport- en beweegactiviteiten die in de vrije tijd beoefend worden, anders dan op medisch voorschrift, door mensen met een beperking; mens met een beperking: een persoon, met een fysieke, verstandelijke en/of zintuiglijke beperking of stoornis die het algemeen dagelijks functioneren belemmert (inclusief chronisch zieken); reguliere sportvereniging: een bij een door NOC*NSF erkende landelijke organisatie aangesloten vereniging waarvan de sportactiviteiten zich gedurende tenminste 30 weken per jaar voornamelijk afspelen op het grondgebied van de gemeente Zwolle; speciale sportvereniging: een vereniging of organisatie gevestigd in Zwolle die uitsluitend sport- en beweegactiviteiten aanbiedt speciaal voor mensen met een beperking; activiteit: een sport- of beweegaanbod gericht op mensen met een beperking, georganiseerd door de speciale sportvereniging of reguliere sportvereniging in aanvulling op het huidige aanbod. subsidie: de aanspraak op financiële middelen door het college verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de speciale of reguliere sportvereniging die een impuls geven aan het aangepast sporten, anders dan als (aan)betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten; sporter: een persoon met een beperking niet zijnde begeleider, die deelneemt aan activiteiten van de speciale sportvereniging of sportvereniging als bedoeld in het 5e lid van dit artikel; begeleider: de persoon die een mens met een beperking begeleidt tijdens het aangepast sporten in de zin van deze verordening college: het college van Burgemeester en Wethouders van gemeente Zwolle. Artikel14B:2Subsidiedoel Met deze subsidieregeling wordt beoogd om incidentele activiteiten op het gebied van aangepast sporten door een speciale of reguliere sportvereniging te stimuleren, zodat zoveel mogelijk mensen met een beperking kunnen kennismaken met sport en kunnen participeren in de samenleving. Artikel14B:3Subsidiecriteria Een subsidie kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende criteria: de activiteit vindt plaats in de gemeente Zwolle; de speciale sportvereniging of reguliere sportvereniging draagt met haar activiteit bij aan het subsidiedoel en het gemeentelijke beleid met betrekking tot het aangepast sporten; de deelname aan de activiteit is voor een ieder uit de doelgroep toegankelijk; een speciale sportvereniging die structureel subsidie ontvangt conform de regeling voor speciale sportverenigingen voor aangepast sporten komt slechts in aanmerking voor incidentele subsidie indien de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, buiten het gebruikelijke jaarlijkse gesubsidieerde activiteitenprogramma van de organisatie valt; de activiteit moet aanvullend zijn op het bestaande aanbod op het gebied van aangepast sporten in Zwolle; de speciale sportvereniging of reguliere sportvereniging dient bij een subsidieaanvraag in redelijke mate, ten minste 60% van de kosten, zelf bij te dragen in de organisatiekosten van de activiteit; de subsidie kan slechts worden aangevraagd door een reguliere sportvereniging als bedoeld in artikel 14B:1 lid 3 of een speciale sportvereniging als bedoeld in artikel 14B:1 lid 4. Artikel14B:4Subsidiemethodiek Deze subsidie wordt verstrekt als een eenmalige bijdrage in de goedgekeurde kosten van de organisatie van de activiteit, zulks ter beoordeling van te college, tot een maximum van 60% van deze kosten en met een maximum van € 2.000 per activiteit. Bij aantoonbare samenwerking tussen meerdere speciale sportverenigingen en/of reguliere sportverenigingen, zulks ter beoordeling van het college, is de bijdrage zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel eenmalig te verhogen tot een maximum van € 3.000 per activiteit, met inachtneming van een maximum van 60% van de goedgekeurde kosten. Artikel14B:5Subsidieaanvraag De aanvragen moeten tenminste 3 maanden voor de start van de uitvoering van de activiteit worden ingediend en worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Artikel14B:6Subsidieverlening & -vaststelling Een subsidieverlening vindt plaats in de vorm van een besluit tot subsidievaststelling. Subsidie kan slechts worden verstrekt voor zover daartoe budget beschikbaar is gesteld. HOOFDSTUK15:ONDERWIJS ACHTERSTANDEN BELEID Artikel15:1Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: Onderwijsachterstandenbeleid Zwolle: door de Gemeente vastgestelde beleidsnotities op het gebied van onderwijsachterstandenbeleid (VVE en schakelklassen). Artikel15:2Subsidiedoel Met deze subsidieregeling wordt beoogd om het onderwijsachterstandenbeleid in Zwolle tot uitvoering te brengen. Subsidie dient te worden aangewend voor activiteiten die passen binnen de speerpunten en doelstellingen van het Onderwijsachterstandenbeleid Zwolle en aantoonbaar bijdragen aan beoogde resultaten op lokaal niveau. Artikel15:3Subsidiecriteria Een subsidie kan slechts worden verleend aan organisaties die in Zwolle gevestigd zijn en voor activiteiten die passen binnen het vastgestelde onderwijsachterstandenbeleid Zwolle. Artikel15:4Subsidieaanvraag De aanvraag tot subsidieverlening moet door het bestuur van de aanvragende organisatie, voor 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Indien een aanvraag na 1 september wordt ingediend, wordt deze alleen in behandeling genomen indien er nog budget is. De aanvraag tot subsidieverlening voor activiteiten die door meerdere partijen worden georganiseerd, dient door deze partijen gezamenlijk te worden aangevraagd, waarbij een partij als penvoerder optreedt. Artikel15:5Subsidieverlening Het college beslist binnen 8 weken na vaststelling van de gemeentebegroting voor het betreffende kalenderjaar door de Raad op de ingediende subsidieaanvragen. Indien meerdere aanvragen om subsidieverlening in aanmerking komen voor subsidie beslist het College door die aanvragen voorrang te verlenen die naar oordeel van het College kwalitatief het meest bijdragen aan het Onderwijsachterstandenbeleid.. Artikel15.6Overige bepalingen Voor het jaar 2012 geldt dat de subsidieaanvraag voor 1 april 2012 ingediend moet zijn. Indien een aanvraag na 1 april 2012 wordt ingediend, wordt deze alleen in behandeling genomen indien er nog budget is. Het College beslist voor 1 augustus 2012 over de subsidieaanvragen 2012. Voor het jaar 2013 en de daarop volgende jaren dient conform artikel 15:4 subsidie te worden aangevraagd. Artikel15:7Bijzonderheden Afdeling 1:6 van de ASV is niet van toepassing. In bijzondere gevallen kan het College afdeling 1:6 van de ASV alsnog van toepassing verklaren. Het College kan uitvoeringsregels opstellen. HOOFDSTUK22ZAALHUUR ZWOLSE THEATERS EN HEDON Artikel22:1Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: Zwolse (semi-)amateurgezelschappen: statutair in Zwolle gehuisveste gezelschappen op het gebied van kunst en cultuur die volledig of voor het grootste deel uit amateurs bestaan. Artikel22:2Subsidiedoel De gemeente Zwolle stelt jaarlijks een budget beschikbaar dat is bedoeld om (semi-) amateurverenigingen en instellingen op het gebied van kunst en cultuur door middel van het toekennen van subsidie tegemoet te komen in de kosten van de kale zaalhuur van Zwolse Theaters en Hedon, wanneer zij kunst- en cultuuruitingen organiseren op een podium van Odeon, De Spiegel en/of Hedon. Artikel22:3Subsidiecriteria Een subsidie kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende criteria: de activiteit is voor een ieder toegankelijk de activiteit dient geen godsdienstig of politiek doel met de activiteit wordt niet het behalen van winst beoogd Artikel22:4Subsidiemethodiek De subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten van de zaalhuur. Het subsidiebedrag bedraagt per activiteit maximaal €1.500,--. Subsidie kan per subsidieaanvrager maximaal tweemaal per kalenderjaar worden verleend, tenzij de subsidie door een Zwolse koepelorganisatie op het gebied van amateurkunst wordt aangevraagd namens een Zwols (semi-)amateurgezelschap. Artikel22:5Subsidieplafond Het subsidieplafond is vastgesteld op maximaal €25.000,-- per kalenderjaar. Wanneer het subsidieplafond van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft is bereikt, worden nieuwe subsidieaanvragen voor dat kalenderjaar geweigerd. Artikel22:6Aanvraag Een aanvraag voor een subsidie dient tenminste vier weken voor de datum waarop de activiteit gehouden wordt te worden ingediend. Daarbij dient gebruik te worden gemaakt van het daarvoor bestemde aanvraagformulier. De aanvraag dient voorzien te zijn van een offerte waaruit blijkt wat de kosten van de kale zaalhuur voor de betreffende activiteit zijn. Artikel22:7Subsidieverlening Een subsidieverlening vindt plaats in de vorm van een besluit tot subsidievaststelling. TOELICHTING ZAALHUUR ZWOLSE THEATERS EN HEDON Artikelsgewijze toelichting Artikel22:1 Onder Zwolse (semi-)amateurgezelschappen vallen ook (semi-)amateurgezelschappen die een professional inzetten voor een specifieke taak, zoals een dirigent bij een orkest. Artikel22:2 Onder kunst- en cultuuruitingen wordt verstaan een eenmalige activiteit of openbare voorstelling van een of meer podiumkunsten, gedurende een afgeronde periode. Artikel22:4 Met “per activiteit” wordt bedoeld: de specifieke voorstelling of uitvoering waarvoor de zaal wordt gehuurd. Wanneer een bepaalde voorstelling bijvoorbeeld twee keer wordt opgevoerd en de zaal dus tweemaal hiervoor wordt gehuurd, dan geldt dat dit als één activiteit wordt beschouwd, waarvoor dus maximaal € 1500,- aan zaalhuur kan worden toegekend. Ook een voorstelling waarbij sprake is van een repetitie op de ene dag en de uitvoering/voorstelling op een andere dag wordt dan als één activiteit beschouwd, waarvoor dus in totaal maximaal € 1500,- aan zaalhuur kan worden toegekend. Met “een Zwolse koepelorganisatie op het gebied van amateurkunst” wordt bedoeld een koepelorganisatie op het gebied van amateurkunst waarbij meerdere Zwolse (semi-) amateurgezelschappen zijn aangesloten. Deze koepelorganisaties kunnen een subsidie aanvragen namens een Zwols (semi-)amateurgezelschap dat geen volledige rechtsbevoegdheid heeft. Ook hierop is een maximum van 2 keer per jaar per gezelschap van toepassing. Artikel22:7 Verlening, dus toekenning, van de subsidie krachtens dit hoofdstuk, is gelijk ook het besluit tot subsidievaststelling. Omdat het in deze regeling om relatief lage subsidiebedragen gaat, wordt uitgegaan van zo beperkt mogelijke administratieve handelingen. Dit enerzijds om verenigingen en instellingen niet onnodig te belasten en anderzijds om te voorkomen dat de ambtelijke inzet een te hoge financiële inzet vergt. HOOFDSTUK25:STIMULERING DUURZAAMHEID EN WONINGBOUWPRODUCTIE Artikel25:1Begripsomschrijving In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: duurzame woning: een nieuwbouw woning in Zwolle met een bepaalde minimum EPC-waarde en GPR-waarde energie neutrale woning: een nieuwbouw woning in Zwolle met een EPC ≤ 0 ontwikkelaar: de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling, realisatie en verkoop c.q. verhuur van de duurzame woningen. particuliere opdrachtgever: de particuliere persoon, die opdrachtgever is voor de bouw, en tevens eigenaar en eerste bewoner is van de in Zwolle te bouwen duurzame eigen woning. koper: de natuurlijke persoon die een duurzame nieuwbouwwoning koopt van een ontwikkelaar en daarin zelf als eerste eigenaar-bewoner gaat wonen; voor de toepassing van deze regeling wordt daaronder ook verstaan verwerver van een appartementsrecht. subsidiegerechtigde: bij koopwoningen: de particuliere opdrachtgever of koper van de te bouwen woning, die tevens de eerste bewoner van de woning is bij huurwoningen: de eigenaar-verhuurder van de woning; GPR: Gemeentelijke Praktijkrichtlijn Gebouw is een computerprogramma dat ontwerpgegevens van een gebouw omzet in kwaliteit- en duurzaamheidsprestaties, verdeeld over de thema’s energie, materialen, afval, water, gezondheid en woonkwaliteit. Het programma is bruikbaar voor zowel woningbouw als utiliteitsbouw (kantoren en scholen). Een GPR = 7 komt overeen met de toepassing van de vaste, kostenneutrale maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzame (Utiliteit)bouw (maatregelen, die altijd technisch goed toepasbaar zijn en in de regel kostenneutraal zijn). De gemeente stelt het computerprogramma ter beschikking van de ontwikkelaar of particuliere opdrachtgever. Artikel25:2Subsidiedoel Met deze subsidieregeling wordt beoogd de bouw van duurzame woningen te stimuleren en de woningproductie te stimuleren. Artikel25:3Subsidiecriteria Een subsidie uit hoofde van dit hoofdstuk wordt slechts verstrekt indien de woning een nieuw te bouwen woning in Zwolle is, waarvoor geldt: bij indiening aanvraag vanaf datum inwerkingtreding tot en met 31 december 2012: EPC ≤ 0,50 en GPR ≥ 7,5. bij indiening aanvraag van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013: EPC ≤ 0,45 en GPR ≥ 7,5. bij indiening aanvraag van 1 januari 2014 tot en met 30 juni 2014: EPC ≤ 0,40 en GPR ≥ 7,5 bij indiening aanvraag vanaf 1 juli 2014: EPC ≤ 0 (.energieneutraal) en GPR ≥ 8. bij de projectmatige bouw van meer dan een woning geldt het projectgemiddelde. voor het project of de woning geen andere financiële bijdrage is verkregen. Artikel25:4Subsidiemethodiek Indien de aanvraag om subsidie is ingediend in de periode vanaf datum inwerkingtreding tot en met 31 december 2012, bedraagt de subsidie € 3.000,-- per woning; van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013, bedraagt de subsidie € 2.500,-- per woning; van 1 januari 2014 tot en met 30 juni 2014, bedraagt de subsidie € 2.000,-- per woning; vanaf 1 juli 2014 bedraagt de subsidie € 3.000,-- per woning. Voor de toepassing van dit onderdeel geldt dat, indien de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld geldt als indieningsdatum. Artikel25:5Subsidieplafond Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast dat ten hoogste beschikbaar is voor de subsidiering krachtens dit hoofdstuk. Artikel25:6Procedure projectmatig te bouwen koopwoningen Aanvraag besluit tot toelating tot de subsidieregeling De aanvraag van een besluit tot toelating tot de subsidieregeling wordt ingediend door de ontwikkelaar van voor de verkoop bestemde duurzame koopwoningen De aanvraag wordt gedaan door middel van volledige invulling en ondertekening van een aanvraagformulier, dat door het college is vastgesteld. Indieningsvereisten De aanvraag wordt ingediend nadat de bouw- of omgevingsvergunning is verleend, maar voor de start van de bouw. De aanvraag gaat vergezeld van een opgave (nummer, datum) of kopie van de verleende bouw of omgevingsvergunning, de EPC-berekening, de GPR-berekening en een opgave (bij voorkeur in de vorm van een kaart) van de bouwnummers of adressen van de woningen waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Indien de subsidie wordt aangevraagd voor meer dan een woning (dus bij complexmatige en projectmatige bouw) moeten de EPC- en GPR-berekening worden ingediend voor elk woningtype, waarbij tevens het complex-/projectgemiddelde wordt vermeld. Toelatingsbesluit De aanvragen worden behandeld in de volgorde waarin zij worden ingediend. Indien de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt de dag waarop de aanvraag is aangevuld als indieningsdatum. Het college neemt binnen zes weken een besluit op de aanvraag tot toelating tot de subsidieregeling. De aanvraag wordt afgewezen wanneer niet aan de subsidiecriteria en de indieningsvereisten is voldaan. In het toelatingsbesluit legt het college de verplichting op dat de bouw van de woningen binnen twee jaar na het toelatingsbesluit is voltooid. Het toelatingsbesluit wordt in elk geval ingetrokken als blijkt dat de woning(
  2. en)niet zullen worden gerealiseerd. Aanvraag tot subsidievaststelling De toekenning van de subsidie heeft plaats in de vorm van een subsidievaststelling De aanvraag van een besluit tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend door de natuurlijke persoon die bij oplevering van de woning zowel eigenaar als bewoner van de woning is. De aanvraag wordt gedaan door middel van volledige invulling en ondertekening van een aanvraagformulier dat door het college is vastgesteld. Indieningsvereisten De aanvraag van een besluit tot Vaststelling van de subsidie wordt gedaan na de eerste bewoningdatum zoals die in de GBA is opgenomen en binnen twee jaar na de datum van het toelatingsbesluit. De aanvraag gaat vergezeld van een opgave (nummer, datum) of kopie van het besluit tot Toelating tot de subsidieregeling, een opgave van het bouwnummer of adres van de woning waarvoor het vaststellingsbesluit wordt aangevraagd, een kopie van de eigendomsakte, een opgave van de eerste bewoningdatum die in de GBA is opgenomen, alsmede een opgave van de betaalrichting (uitsluitend Nederlandse bankrekening). Besluit tot Subsidievaststelling Het college neemt binnen zes weken een besluit op de aanvraag tot subsidievaststelling. De aanvraag wordt afgewezen wanneer niet aan de subsidiecriteria of de indieningsvereisten is voldaan. Het college is bevoegd om te controleren dat de woning is gebouwd overeenkomstig de gegevens die ten grondslag liggen aan de EPC-berekening en de GPR-berekening. Artikel25:7Procedure in het geval van koopwoningen in particulier opdrachtgeverschap en huurwoningen. Aanvraag subsidieverlening De aanvraag van een besluit tot Verlening van de subsidie wordt ingediend door de particuliere opdrachtgever van de koopwoning, of door de eigenaar-verhuurder van de huurwoningen. De aanvraag wordt gedaan door middel van volledige invulling en ondertekening van een aanvraagformulier dat door het college is vastgesteld. Indieningsvereisten De aanvraag wordt ingediend nadat de bouw- of omgevingsvergunning is verleend, maar voor de start van de bouw. De aanvraag gaat vergezeld van een opgave (nummer, datum) of kopie van de verleende bouw of omgevingsvergunning, de EPC-berekening, de GPR-berekening en een opgave (bi voorkeur in de vorm van een kaart) van de bouwnummers of adressen van de woningen waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Indien de subsidie wordt aangevraagd voor meer dan een woning (dus bij complexmatige en projectmatige bouw) moeten de EPC- en GPR-berekening worden ingediend voor elk woningtype, waarbij tevens het complex-/projectgemiddelde wordt vermeld. Verleningsbesluit De aanvragen worden behandeld in de volgorde waarin zij worden ingediend. Indien de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt de dag waarop de aanvraag is aangevuld als indieningsdatum. Het college neemt binnen zes weken een besluit op de aanvraag tot Verlening van de subsidie. De aanvraag wordt afgewezen wanneer niet aan de subsidiecriteria en de indieningsvereisten is voldaan. In het Verleningsbesluit legt het college de verplichting op dat de bouw van de woningen binnen twee jaar na het Verleningsbesluit is voltooid. Het Verleningsbesluit wordt in elk geval ingetrokken als blijkt dat de woning(
  3. en)niet zullen worden gerealiseerd. Aanvraag tot subsidievaststelling De aanvraag van een besluit tot subsidievaststelling wordt ingediend door de natuurlijke persoon die bij oplevering van de woning zowel eigenaar als bewoner van de woning is, of door de eigenaar-verhuurder van de huurwoningen. De aanvraag wordt gedaan door middel van volledige invulling en ondertekening van een aanvraagformulie

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.