Regeling voor indeling van ambtenaren in dienst van de gemeente Leek in het rangenstelsel 2017Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leek; gelezen het advies met registratienummer 2017002786; gelet op artikel 125, lid 2 van de Ambtenarenwet; gelet op hoofdstuk 3 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten/Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO) 2016; B E S L U I T : vast te stellen de Regeling voor indeling van ambtenaren in dienst van de gemeente Leek in het rangenstelsel
- Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1 1.Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: functierang: de volgens het gemeentelijk functiewaarderingssysteem voor de functie bepaalde rang; aanlooprang: een rang beneden de functierang; uitlooprang: een rang boven de functierang; beoordeling: de beoordeling van een ambtenaar betreft de wijze waarop deze zijn functie gedurende het beoordelingstijdvak heeft uitgeoefend, zulks tegen de achtergrond van aan de functievervuller redelijkerwijs te stellen eisen, een en ander zoals nader omschreven in de Regeling systematische personeelsbeoordeling gemeente Leek. Hoofdstuk2Indeling Artikel2 Behoudens het bepaalde in artikel 11 is, voor de ambtenaar ten aanzien van wie het gemeentelijk functiewaarderingssysteem wordt toegepast, indeling mogelijk in een aanlooprang, een functierang of een uitlooprang. Hoofdstuk3Rangen Artikel3 1.Salariëring in de aanlooprang vindt plaats wanneer: de ambtenaar niet elders een soortgelijke functie heeft vervuld; de ambtenaar een voor hem/haar nieuwe functie binnen de organisatie aanvaardt; de ambtenaar bij aanstelling (nog) niet over voldoende ervaring en opleiding beschikt; de ambtenaar zich in een leer- en oriënteringsperiode bevindt (zgn. proefperiode); het functioneren door middel van een beoordeling wordt aangemerkt als onvoldoende. 2.De indeling in de aanlooprang duurt een jaar. Als blijkt dat de functie na een jaar nog niet op voldoende wijze wordt vervuld, kan deze periode in het algemeen met maximaal een jaar worden verlengd. In uitzonderingsgevallen kan de periode van een jaar neerwaarts bijgesteld worden. Artikel4 1.Salariëring in de functierang vindt plaats wanneer: de ambtenaar beschikt over voldoende opleiding en ervaring; de ambtenaar de functie volledig vervult; de ambtenaar de taakvervulling uitoefent geheel in overeenstemming met de eisen die de functie stelt; het functioneren door middel van een beoordeling minimaal wordt aangemerkt als voldoende. 2.De periodieke verhogingen in de functierang worden elk jaar toegekend, tenzij de wijze van functioneren niet (meer) voldoet aan de kwalificatie 'voldoende'. Artikel5 1.Salariëring in de uitlooprang vindt plaats wanneer: de ambtenaar vier jaar het maximumsalaris van de voor zijn/haar functie geldende functierang heeft genoten; het functioneren door middel van een beoordeling minimaal wordt aangemerkt als goed.
- Van de termijn genoemd in het eerste lid kan op basis van het functioneren van de medewerker, in voorkomende gevallen, positief afgeweken worden.
- De periodieke verhogingen in de uitlooprang worden elk jaar toegekend, tenzij de wijze van functioneren niet (meer) voldoet aan de kwalificatie 'goed'. Artikel6 1.De periodieke verhogingen worden toegekend aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn aanstelling of plaatsing in de functie een jaar is verstreken en nadien telkens na een jaar. 2.Een verhindering wegens ziekte zal niet van invloed zijn op het tijdstip van toekenning van periodieke salarisverhogingen. Hoofdstuk4Extra periodieke verhoging van het salaris Artikel7 1.Aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan, op grond van functioneren, een extra periodieke salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris worden toegekend. 2.Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop ingevolge artikel 6 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet, tenzij anders wordt bepaald. Hoofdstuk5Geen periodieke verhoging/bevordering naar hogere schaal Artikel8 1.Indien aan een ambtenaar op grond van artikel 4, lid 2 of artikel 5, lid 3 geen periodieke verhoging wordt toegekend als bedoeld in artikel 6, lid 1 kan nadien worden bepaald dat de salarisverhoging, al dan niet met terugwerkende kracht, alsnog wordt toegekend. 2.Van een beslissing tot toepassing van artikel 4, lid 2 of artikel 5, lid 3 wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen die tot de beslissing hebben geleid. Artikel9 1.Wanneer de ambtenaar wordt bevorderd naar een salarisschaal met een hoger maximumsalaris wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het eerst hogere bedrag in die schaal, waarmee gerealiseerd wordt dat het verschil tussen het nieuwe salaris en het oude salaris van de ambtenaar ten minste 75% bedraagt van het verschil tussen het bedrag dat de ambtenaar laatstelijk genoot en het naasthogere bedrag in die oude schaal, dan wel het naastlagere bedrag in die oude schaal, indien het salaris in de oude schaal reeds overeen kwam het met het hoogste bedrag uit die schaal. 2.Voor zover nodig, zal – in afwijking van het eerste lid, onder a – de vooruitgang in salaris ten gevolge van de indeling in de schaal met een hoger maximumsalaris nimmer meer bedragen dan het geval zou zijn bij verhoging ingevolge artikel 6 in de schaal waarin de ambtenaar wordt ingedeeld. Artikel10 Indeling in het rangenstelsel, anders dan het verstrekken van normale periodieke verhogingen, vindt plaats op basis van een besluit van de gemeentesecretaris hiertoe gemandateerd door het college van burgemeester en wethouders. Op een dergelijk besluit is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Hoofdstuk6Functie van afdelingsmanager Artikel11 De mogelijkheid tot salariëring in de uitlooprang als bedoeld in artikel 5 is niet van toepassing op ambtenaren in de functie van afdelingsmanager en secretaris. Hoofdstuk7Slotbepalingen Artikel12 1.Burgemeester en wethouders beslissen in gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid of billijkheid voorziet. 2.Deze regeling kan aangehaald worden als Regeling rangenstelsel gemeente Leek
- 3.Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking hiervan en werkt terug tot en met 1 januari
- 4.De Regeling voor indeling van ambtenaren, in dienst van de gemeente Leek, in het rangenstelsel, vastgesteld op 18 maart 2008, wordt met terugwerkende kracht per 1 januari 2016 ingetrokken. Aldus besloten in de vergaderingvan burgemeester en wethoudersvan de gemeente Leek,d.d. 9 mei 2017.B.C. Hoekstra, burgemeester M. Schomper, secretaris