Besluit tijdelijke proef reguleren mengvormen winkel/horeca Gemeente VenrayHoofdstuk1Achtergrond en doel In diverse gemeenten, waaronder de onze, blijkt bij verschillende ondernemers de wens te leven om in een winkel ook iets te drinken of te eten te kunnen aanbieden, of in een horecagelegenheid iets te kunnen verkopen, waarbij de tweede activiteit ondergeschikt blijft aan de eerste. Daarmee wordt de winkel of horecagelegenheid aantrekkelijker, is de gedachte. De bestaande regels van de Drank- en Horecawet (DHW) laten mengvormen maar beperkt toe. Sinds 1 januari 2013 is het toezicht op de naleving en de handhaving van de wet aan de burgemeesters opgedragen. Deze stap is ingegeven door het uitgangspunt dat zij dat beter kunnen doen dan de centrale overheid, omdat zij de lokale omstandigheden kennen. Ook in de gemeente Venray wordt tegen de grenzen van regelgeving aangelopen. Door als gemeente binnen een proefperiode ruimte te bieden (binnen bepaalde kaders), worden nieuwe centrumbelevingen gefaciliteerd. Dit sluit aan bij de Centrumvisie van de gemeente Venray, waarin richting wordt gegeven om te komen tot een compleet, compact en comfortabel centrum. Het toestaan van mengvormen is één van de maatregelen om het centrum vitaal en aantrekkelijk te houden. De gemeente Venray wil een proef van beperkte duur organiseren met mengvormen van winkels en horeca, binnen duidelijke kaders en onder duidelijke voorwaarden en beperkingen. Ook het Actal, het Adviescollege toetsing regeldruk, meent in zijn advies over transsectoraal ondernemen dat er goede redenen zijn om ondernemers ruimte te bieden om buiten de traditionele grenzen van de verschillende soorten ondernemingen te treden. Het hoofddoel van de DHW is het tegengaan van de nadelige gevolgen van alcoholgebruik, met bijzondere aandacht voor de bescherming van jongeren. Er is reden om te veronderstellen dat dit hoofddoel niet in gevaar komt door een kleine versoepeling van de regels van de wet. Met een proef kan worden nagegaan of de gedachte, dat beperkte mengvormen van winkel- en horeca-activiteiten aantrekkelijk zijn, klopt, het niet tot onwenselijke concurrentievervalsing leidt en geen afbreuk doet aan het hoofddoel van de wet. Dat spreekt mij, en ook het college van burgemeester en wethouders aan. Daarom heb ik besloten ook in onze gemeente de mogelijkheid te bieden een tijdelijke proef te doen om mengvormen winkel/horeca toe te staan. Het gaat om situaties waarbij de traditionele scheidslijn niet goed meer aansluit bij de manier waarop het publiek tegenwoordig graag winkelt en uitgaat. Men kan denken aan zaken als het schenken van een glas champagne bij het passen van een trouwjurk in een bruidsmodezaak of van een glas wijn bij een boekpresentatie in een boekwinkel (categorie b, zie verder onder 2 voor de uitwerking van verschillende categorieën), het organiseren van een proeverij in een slijterij (categorie a), de verkoop van een fles olijfolie of een kookboek in een restaurant (categorie a) of de verkoop van een exotische fles wijn in een fairtrade-cadeauwinkel (categorie b). Deze zaken zijn in enkele buurlanden al gangbaar en succesvol, zonder dat er merkbare nadelige neveneffecten op lijken te treden1Zoals bijvoorbeeld in België, zie http://www.10-europe.nl/blog/gemiste-kans.. Er zijn horecaondernemers en winkeliers die proberen aan te sluiten bij de geschetste ontwikkelingen, maar zij lopen daarbij nu tegen wettelijke grenzen aan. Alle genoemde situaties leveren formeel namelijk strijd op met één of meer van de artikelen 3, 12, 13, 14, 15, 18 of 25 van de DHW. Dit leidt soms tot onbegrip en onvrede, zowel bij ondernemers als bij klanten. Tevens kampen gemeenten met een schaarse toezicht- en handhavingscapaciteit. De proef richt zich op situaties waar het onwenselijk en disproportioneel is om de schaarse handhavingscapaciteit in te zetten. Daarnaast wordt onderzocht of de volksgezondheid en/of de openbare orde en veiligheid in het geding zijn. Al met al is er voldoende aanleiding om een proef met mengvormen van winkels en horeca te organiseren. Het doel van de proef is, na te gaan of de belangen van ondernemers en klanten blijken te worden gediend als tijdelijk meer ruimte wordt geboden om op maatschappelijk verantwoorde wijze in te spelen op de genoemde ontwikkelingen. Ook kunnen we dan nagaan of er geen ongewenste neveneffecten optreden. Daarom zal de gemeente samen met lokale ondernemers, Venray Centraal en KHN-Venray 1e helft 2018 en 1e helft 2019 evalueren hoe het aantal uitgiftepunten in onze gemeente en de scheidslijn tussen hoofdactiviteit en nevenactiviteit zich ontwikkelen, en wat hiervan de gevolgen zijn. Hoofdstuk2Kaders proef Voor de proef gelden enkele kaders om: - de uiteindelijke verwezenlijking van het hoofddoel van de DHW niet te doorkruisen en de bescherming van jongeren niet uit het oog te verliezen; - aan de redelijke wensen van ondernemers tegemoet te komen zonder dat hierbij voor een bepaalde groep oneerlijke concurrentievoordelen worden gecreëerd (voldoen aan spelregels). De kaders van de proef zijn:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.