Uitvoeringsbesluit Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Ommen 2017Burgemeester en wethouders van de gemeente Ommen, Gelet op artikel 156 van de Gemeentewet; Gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de jeugdwet; Gelet op de artikel 5, derde en achtste lid, artikel 11 en artikel 29 van de “Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Ommen 2017” Overwegende dat op grond van bovengenoemde artikelen het college nadere regels kan stellen; BESLUITEN: Vast te stellen het “ Uitvoeringsbesluit Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Ommen 2017” Paragraaf1Maatschappelijke ondersteuning De artikelen van deze paragraaf hebben uitsluitend betrekking op de invulling van de plicht tot ondersteuning, zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Artikel1.Begripsbepaling In deze paragraaf wordt verstaan onder: Persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met g van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen. Herverstrekking: verstrekking van een eerder gebruikte voorziening Artikel2.Indienen persoonlijk plan In aanvulling op hetgeen in artikel 3 van de verordening is bepaald brengt het college de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen. Artikel3.Gesprek 1.Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; de mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te voorzien in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning verschuldigd zal zijn, en de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt, eventueel in het bijzijn van de ouder(s), of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger, in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2.Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2 aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 3.Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliënt toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken en te verstrekken aan andere instanties, voor zover noodzakelijk voor de afhandeling van de melding. 4.Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek. Artikel4.Aanvraag 1.Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger dient een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk in bij het college. 2.Het college merkt een ondertekend verslag van het gesprek aan als aanvraag als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven. Artikel5.Advisering Het college kan een door haar daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen als het dit van belang acht voor de beoordeling van de aanvraag om een maatwerkvoorziening. Artikel6.Aanvullende criteria voor opvang en beschermd wonen De bepalingen van dit artikel zijn aanvullend op hetgeen is vermeld in artikel 12, lid 1 onder b van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp. Een cliënt kan in aanmerking komen voor opvang als: hij feitelijk of residentieel dakloos is en niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; hij de situatie van dakloosheid en het niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving – niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen of andere maatwerkvoorzieningen gericht op het bevorderen van de participatie en zelfredzaamheid in voldoende mate kan verminderen of wegnemen; opvang een passende, noodzakelijke en tijdelijke bijdrage levert aan het voorkomen van dakloosheid, het psychosociaal functioneren, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en/of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen en de behoefte van de cliënt met als doel het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Een cliënt (alsmede eventuele kinderen van deze cliënt) kan in aanmerking komen voor opvang als: deze de thuissituatie heeft verlaten, in verband met risico’s voor de veiligheid van deze cliënt (en/of de kinderen van deze cliënt) als gevolg van huiselijk geweld, en de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; deze de situatie – waarbij de cliënt de thuissituatie heeft verlaten, in verband met risico’s voor de veiligheid van de cliënt (en/of de kinderen van deze cliënt) als gevolg van huiselijk geweld - , niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen of andere maatwerkvoorzieningen gericht op het bevorderen van de participatie en zelfredzaamheid in voldoende mate kan verminderen of wegnemen. opvang een passende, noodzakelijke en tijdelijke bijdrage levert aan het afwenden van gevaar voor de cliënt (en/of de kinderen van deze cliënt), voorkomen van dakloosheid, het psychosociaal functioneren, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en de behoefte van de cliënt met als doel het realiseren van een situatie waarin de cliënt (en/of de kinderen van deze cliënt) in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht en in een veilige situatie zich te handhaven in de samenleving. Een cliënt kan in aanmerking komen voor beschermd wonen op grond van de Wet maatschappelijke oondersteuning 2015 als: hij psychische- of psychosociale problemen heeft en niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en hij de situatie van psychische of psychosociale problemen – met als gevolg het niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving – niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen of andere maatwerkvoorzieningen gericht op het bevorderen van de participatie en zelfredzaamheid in de thuissituatie in voldoende mate kan verminderen of wegnemen; beschermd wonen een passende en noodzakelijke bijdrage levert aan het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en/of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen en daarbij voorziet in de behoefte van de cliënt met als doel het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. In spoedeisende gevallen, daaronder begrepen de gevallen waarin terstond opvang of beschermd wonen nodig is, al dan niet in verband met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, beslist het college na een melding als bedoeld in artikel 2 van dit besluit onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke maatwerkvoorziening voor opvang of beschermd wonen in afwachting van de uitkomst van het onderzoek, zoals bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet en de aanvraag van de cliënt. Artikel7.Hoogte van het pgb 1.De hoogte van een pgb: is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren , van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura. 2.De hoogte van een pgb voor: een zaak wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering; individuele begeleiding door een niet daartoe opgeleid persoon die mantelzorger is of afkomstig is uit het sociale netwerk van de cliënt, wordt bepaald per uur op basis van de rekenregels van de raamovereenkomst sociaal contracteren, waarbij de parameter tarief wordt gesteld op maximaal het tarief per uur voor een niet professionele zorgverlener zoals in artikel 5.22, lid 2 van de Regeling langdurige zorg is vermeld; vervoer van en naar de dagbesteding wordt bepaald op basis van de kilometervergoeding die uitgaat van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en/of de ernst van de beperking die het reizen met het openbaar vervoer door de cliënt belemmert. Maatwerkvoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 worden bepaald op 82% van het natuara budget, die berekend zijn volgens de regels van de raamovereenkomst sociaal contracteren. 3.De hoogte van een pgb voor beschermd wonen: De hoogte van een persoonsgebonden budget voor beschermd wonen wordt bepaald op basis van een naar aard en omvang oplopend budget zoals vermeld in de bijlage van dit besluit. 4.Indien de belanghebbende een met een persoonsgebonden budget aangeschafte voorziening binnen de afschrijvingstermijn niet meer gebruikt omdat deze niet meer adequaat is dan wordt de restwaarde van de voorziening verrekend met een eventueel nieuw toe te kennen persoonsgebonden budget. Artikel8.Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb's 1.De bepalingen onder 1.1 tot en met 1. 8 zijn uitsluitend van toepassing op voorzieningen die vóór 1 mei 2014 zijn verstrekt. De eigen bijdrage bedraagt bij een nieuwe voorziening nimmer meer dan de aanschafwaarde van de maatwerk voorziening, inclusief de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering. De eigen bijdrage bedraagt bij een herverstrekking nimmer meer dan de vastgestelde restwaarde van de maatwerkvoorziening, inclusief de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering. Bij verstrekking van een nieuwe voorziening is maximaal gedurende een periode van zeven jaar een eigen bijdrage verschuldigd, tenzij de voorziening eerder wordt beëindigd. Bij herverstrekking is over een periode van drie jaar een eigen bijdrage verschuldigd, tenzij de voorziening eerder wordt beëindigd. Belanghebbende is gedurende de gehele periode dat hij de beschikking over de voorziening heeft een eigen bijdrage verschuldigd in de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering. De onderhoudskosten kunnen jaarlijks geïndiceerd worden volgens de consumenten prijsindexcijfers (c.p.i .) alle huishoudens. Als grondslag voor het opleggen van een eigen bijdrage voor voorzieningen die vóór 1 januari 2011 zijn verstrekt en bij herverstrekking worden als grondslag onderstaande bedragen (incl. BTW) gehanteerd: Middel Minimale nieuwprijs Vastgestelde restwaarde B1 Scootmobiel klein € 2.166,57 € 750,- B2 Scootmobiel midden € 3.436,50 € 1.000,- B3 Scootmobiel groot € 4.180,-- € 1.500,- Scootmobielsafe € 3.000,-- € 1.000,- B4 Driewielfietsen € 1.277,50 € 500,- C6 Duofietsen € 2.040,48 € 750,- Handbike € 1.500,-- € 500,- D3 Douche en toiletstoel verrijdbaar € 458,64 € 200,- Spoel-föhninstallatie € 2.000,-- € 750,- Tillift € 3.187,50 € 1.000,- Traplift € 3.000,-- € 1.500,- Elektrische deuropener € 2.000,-- € 750,- Intercom € 1.100,-- € 350,- Bij het vaststellen van de hierboven vermelde restwaarde is uitgegaan van een minimale levensduur van drie jaar. Als grondslag voor het opleggen van een eigen bijdrage worden onderstaande bedragen voor onderhoud, reparatie en verzekering op jaarbasis gehanteerd: Middel Bedrag onderhoud, reparatie en verzekering Scootmobiel € 260,- Fiets met ondersteuning € 260,- Tillift € 260,- Traplift € 130,- Bij herverstrekking van een voorziening die niet in bovenstaande tabel is opgenomen wordt voor de grondslag van de eigen bijdrage uitgegaan van 1/3 deel van de aanschafwaarde, vermeerderd met de door de gemeente te betalen kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering. Als grondslag voor het opleggen van een eigen bijdrage voor voorzieningen die na 30 april 2014 zijn verstrekt worden de bedragen zoals die zijn vermeld op het prijzenformulier van Harting Bank op jaarbasis gehanteerd. Artikel9.Maatwerkvoorziening voor woonvoorzieningen 1.De maatwerkvoorziening voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. 2.De volgende kostenposten voor een woningaanpassing komen, voor zover van toepassing, voor een maatwerkvoorziening in aanmerking: de aanneemsom (hieronder begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening; de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991; het architectenhonorarium tot ten hoogste 2% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in de Standaard voorwaarden (SR) 1997 van de Bond van Nederlandse Architecten. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld, kunnen deze kosten in aanmerking komen voor vergoeding; de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening in het kader van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp; de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting; renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de tegemoetkoming is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen; de marktprijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk, als niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden; de door burgemeester en wethouders (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen worden; de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening; andere dan de onder i tot en met x genoemde kosten, mits hiervoor vooraf toestemming is verkregen van burgemeester en wethouders. 3.Het college verleent slechts een maatwerkvoorziening indien: door het college aangewezen personen toegang is verstrekt tot de woonruimte waar de woningaanpassing wordt verricht; aan de onder a genoemde personen inzicht wordt geboden in bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de woningaanpassing. 4.Terstond na de voltooiing van de werkzaamheden doch uiterlijk binnen 12 maanden na het verlenen van de maatwerkvoorziening verklaart de eigenaar of de belanghebbende dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid. 5.De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling van de maatwerkvoorziening. 6.Met de gereedmelding verklaart de eigenaar of de belanghebbende dat is voldaan aan de voorwaarden waaronder de maatwerkvoorziening is verleend. De gereedmelding gaat vergezeld van afschriften van alle op de werkzaamheden betrekking hebbende rekeningen, voor zover dit noodzakelijk is voor de vaststelling van de maatwerkvoorziening. 7.Tegemoetkoming in de kosten voor het verwerven van extra grond ten behoeve van een aanbouw of uitbreiding van een bepaald vertrek indien dit op grond van ergonomische beperkingen noodzakelijk zou zijn. Het aantal m² wat voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komt is per vertrek als volgt gemaximeerd: Aantal m² waarvoor ten hoogste een maatwerkvoorziening kan worden verleend, aangegeven per vertrek in een zelfstandige woning. Soort vertrek Aantal m² waarvoor ten hoogste een financiële tegemoetkoming wordt verleend in geval van aanbouw van een vertrek Aantal m² waarvoor ten hoogste een financiële tegemoetkoming wordt verleend in geval van uitbreiding van een reeds aanwezig vertrek woonkamer 30 6 keuken 10 4 eenpersoons slaapkamer 10 4 tweepersoons slaapkamer 18 4 toiletruimte 2 1 badkamer -wastafelruimte - badruimte - doucheruimte 2 4 3 1 2 2 eenpersoons zit/slaapkamers 8 8 entree/gang/hal 5 2 berging 6 4 Het aantal m² verhard pad tussen de openbare weg en de hoofdingang tot een woonruimte, dan wel tussen een tweede ingang en een berging en/of tuinpoort dat bij het nieuw aanleggen van paden, dan wel bij het aanpassen van bestaande paden ten hoogste voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komt bedraagt 20m². Het aantal m² verharding ten behoeve van de aanleg van een terras, dan wel aanpassing van een bestaand terras direct bij een woonruimte dat ten hoogste voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komt bedraagt 6m². 8.In bestaande situaties worden voor onderstaande voorzieningen de daarachter vermelde standaardbedragen gehanteerd. Deze bedragen zijn exclusief BTW. Uitgangspunt hierbij is een adequate voorziening, waarbij rekening is gehouden met het begrip sober en doelmatig/goedkoopst adequaat. Voorziening Materiaalprijs Arbeid (tijd à € 41,60 per uur) Totaal Opklapbare beugel Zie prijslijst LINIDO 0,75 uur Wastafelcombinatie € 305,- 2,5 uur € 409,- Antislipcoating Slidex Vloeroppervlak max. 10 m² Vloeroppervlak tot 5 m² Vloeroppervlak vanaf 5 m² tot 10 m² Incl. + voorrijkosten € 368,90 € 422,45 Aangepaste keuken Voor het vervangen van een bestaande niet aangepaste keuken door een aangepaste keuken Standaard € 461,- (montagekosten) Meerprijs hittebestendig werkblad Meerprijs mechanisch in hoogte verstelbaar Meerprijs elektronisch in hoogte verstelbaar Extra: hak- en breekwerk € 3.168,- €476,- € 3.548,- € 5.686,- Max. € 600,60 Verwijderen bad € 2.297,40 Verwijderen douchebak € 766,50 Verbreden toegangsdeur met kozijn van buitenberging (voor stalling scootmobiel) € 1.786,20 Sproei-fohninstallatie Cymec Cleanoseat CS 05 aansluiting voor afstandsbediening Excl. montagekosten € 794,12 € 1.046,22 9.Bij het aanpassen c.q. vervangen van de keuken en badkamer wordt rekening gehouden met de algemeen gebruikelijk te achten levensduur. Voor een keuken wordt als algemeen gebruikelijke levensduur een termijn van 15 jaar gehanteerd en voor een badkamer een termijn van 20 jaar. Als de algemeen gebruikelijk te achten levensduur is bereikt dan is wat betreft vervanging sprake van een algemeen gebruikelijke renovatie. In dat geval komen alleen de meerkosten van de aan de beperking gerelateerde aanpassingen voor vergoeding in aanmerking. Indien vervanging binnen de hierboven genoemde termijnen plaatsvindt, wordt rekening gehouden met een afschrijvingspercentage. Voor de hoogte van de maatwerkvoorziening wordt rekening gehouden met de reeds verlopen afschrijvingsperiode. 10.Bij woningsanering met betrekking tot CARA worden voor de maatwerkvoorziening de volgende normbedragen per m² gehanteerd: Vloerbedekking linoleum € 14,72 Legkosten € 8,28 Ondervloer egalisatie, hardboard € 6,76 Ondervloer egalisatie, zachtboard/hardboard € 12,45 Ondervloer egalisatie, cement gebonden € 3,40 Overgordijnen, breed 1,20 m € 20,06 Vitrage, breed 1,20 m € 10,67 11.De maatwerkvoorziening als bedoeld in lid 10 van dit artikel wordt alleen verstrekt in die gevallen dat de betreffende te vervangen stoffering nog niet is afgeschreven. Indien een artikel is afgeschreven wordt geen maatwerkvoorziening verleend. Hierbij wordt voor de hoogte van de voorziening als volgt rekening gehouden met de reeds verlopen afschrijvingsperiode. De voorziening bedraagt een percentage van de kosten, afhankelijk van de afschrijvingsperiode: 100% indien het artikel niet ouder is dan twee jaar; 75% indien het artikel tussen de twee en vier jaar oud is; 50% indien het artikel tussen de vier en zes jaar oud is; 25% indien het artikel tussen de zes en acht jaar oud is. Indien het artikel acht jaar of ouder is, wordt geen financiële tegemoetkoming verstrekt. 12.Bij verhuizing wordt geen maatwerkvoorziening voor woningsanering verstrekt, omdat bij verhuizing de woning opnieuw moet worden ingericht en dan rekening kan worden gehouden met de ondervonden klachten. 13.Indien het gebruik van de rolstoel vervanging van de vloerbedekking door een rolstoelbestendig tapijt/vloerbedekking noodzakelijk maakt wordt een maatwerkvooorziening verleend. Lid 10, 11 en 12 van dit artikel zijn overeenkomstig van toepassing. 14.De maatwerkvoorziening in de kosten voor keuring van diverse soorten liften in woningen en trappenhuizen bedraagt maximaal: Keuring van liften Begin keuring Kosten excl. BTW Frequentie periodieke keuringen Kosten excl. BTW stoelliften ja € 307,55 1 x per 4 jaar € 223,67 rolstoelplateauliften ja € 307,55 1 x per 4 jaar € 223,67 sta-plateauliften ja € 307,55 1 x per 4 jaar € 223,67 woonhuisliften ja € 476,33 1 x per 1,5 jaar € 272,95 hefplateauliften ja € 483,58 1 x per 1,5 jaar € 277,52 balansliften ja € 483,58 1 x per 1,5 jaar € 79,73 De maatwerkvoorziening in de kosten voor onderhoud van diverse soorten liften in woningen en trappenhuizen bedraagt maximaal: Onderhoud van: Frequentie periodiek onderhoud: Kosten excl. BTW stoelliften 1 x per jaar € 154,30 rolstoelplateauliften 1 x per jaar € 154,30 sta-plateauliften 1 x per jaar € 154,30 woonhuisliften 2 x per jaar € 223,67 hefplateauliften 2 x per jaar € 154,30 balansliften 1 x per jaar € 154,30 Op bovengenoemde tarieven kan een toeslag van maximaal 50% worden toegekend voor: installaties die geplaatst zijn buiten de woning; installaties die meer dan 1 verdieping overbruggen ; installaties, die zijn uitgevoerd met elektrisch aangedreven plateaus en/of afrijdbeveiliging resp. elektrisch wegklapbare raildelen. Artikel10.Maatwerkvoorziening in de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering 1.Indien nodig wordt, zolang de voorziening wordt gebruikt, jaarlijks een bedrag voor onderhoud en reparatie verstrekt. De hoogte van het onderhoudsbedrag bedraagt per kalenderjaar maximaal 4% van de bruto consumentenprijs inclusief de individuele aanpassingen. Het bedrag wordt op declaratiebasis uitbetaald, onder overlegging van de desbetreffende facturen. 2.De maatwerkvoorziening in de kosten van verzekering voor een scootmobiel en elektrische rolstoel bedraagt € 50,- per jaar. Het bedrag wordt op declaratiebasis uitbetaald, onder overlegging van de desbetreffende facturen. Artikel11.Financiële tegemoetkoming eigen auto en taxi 1.De financiële tegemoetkoming voor gebruik van een eigen auto bedraagt € 285,- per jaar. 2.Voor zover de vervoersbehoeften van gezinsleden (gehuwden, samenwonende partners, ouder en minderjarig kind of twee inwonende kinderen) niet samenvallen, wordt in totaal niet meer dan anderhalf maal een enkele voorziening toegekend, als bedoeld in lid 1 en 2 van dit artikel. Artikel12.Verstrekking Wmo-vervoerspas 1.Een cliënt die geen gebruik kan maken van het reguliere openbaar vervoer kan een Wmo-vervoerspas voor het regionaal vervoerssysteem worden verstrekt bestemd voor sociaal vervoer. Met deze vervoerspas kan de cliënt op jaarbasis maximaal 1.500 kilometer tegen een gereduceerd tarief reizen. 2.Wanneer blijkt dat de cliënt met de toegekende 1.500 kilometer op jaarbasis onvoldoende kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, kan in bijzondere gevallen het aantal kilometers waarvoor tegen een gereduceerd tarief kan worden gereisd worden verhoogd. Artikel 13. Toegangscriteria voor de algemene voorziening Huishoudelijke Hulp Een inwoner komt in aanmerking voor de algemene voorziening Huishoudelijke Hulp als hij voldoet aan de volgende voorwaarden: Is woonachtig in de gemeente Ommen; Heeft geen Wlz indicatie; Heeft lichamelijke en/of psychische en/of psychosociale problemen waardoor hij langdurig, in ieder geval langer dan 6 weken, (een deel van) de huishoudelijke klussen niet meer kan doen; Heeft geen huisgenoten om het huishouden te doen/ de inwoner heeft huisgenoten, maar zij zijn niet in staat om het (volledige) huishouden te doen; Door of namens de inwoner kan aan anderen worden uitgelegd welke huishoudelijke taken moeten worden uitgevoerd (de inwoner of iemand in zijn directe omgeving kan de regie houden). Artikel 14. Resultaten van de algemene voorziening Huishoudelijke Hulp Onder de algemene voorziening Huishoudelijke Hulp vallen de volgende resultaten: Schoon en leefbaar huis; Wasvoorziening (beddengoed wassen en beschikken over schone kleding) Paragraaf2Jeugdhulp De artikelen van deze paragraaf hebben uitsluitend betrekking op de uitvoering van de bepalingen van de Jeugdwet Artikel15.Begripsbepaling In deze paragraaf wordt verstaan onder: Hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.