Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels voor Provinciale Staten (Reglement van orde Provinciale Staten Noord-Brabant 2017)Provinciale Staten van Noord-Brabant, gelezen het voorstel van het presidium d.d. 8 mei 2017; gelet op artikel 16 van de Provinciewet; overwegende dat Provinciale Staten het Reglement van orde Provinciale Staten wensen aan te passen aan hun veranderde werkwijze en daarbij van de gelegenheid gebruik maken om technische verbeteringen door te voeren; overwegende dat het gezien de aard en omvang van de wijzigingen van dit Reglement de voorkeur heeft hiertoe het Reglement van orde Provinciale Staten Noord-Brabant 2015 in te trekken en te vervangen door een nieuw reglement; besluiten vast te stellen het volgende reglement: §1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen 1.In dit reglement wordt verstaan onder: actuele motie: motie over een actueel en urgent onderwerp; amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit als bedoeld in artikel 143b van de wet; hamerstuk: geagendeerd statenvoorstel waarover geen van de Statenleden verzocht heeft het woord te mogen voeren, maar waarover uitsluitend gestemd wordt; motie: voorstel tot het uitspreken van een oordeel, wens of verzoek door Provinciale Staten; Statendag: dag waarop activiteiten plaatsvinden van Provinciale Staten ter voorbereiding op besluitvorming en ter besluitvorming; subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement; wet: Provinciewet. 2.In dit reglement wordt onder ‘voorzitter’ verstaan ‘voorzitter van Provinciale Staten’, tenzij uit de tekst blijkt dat een andere voorzitter wordt bedoeld. 3.In het verkeer tussen de voorzitter en Provinciale Staten, dan wel individuele Statenleden en/of burgerleden, wordt voor de toepassing van dit reglement met schriftelijk berichtenverkeer gelijk gesteld verzending of indiening langs elektronische weg, mits: dit verkeer op een voldoende betrouwbare wijze kan geschieden, gelet op de aard en inhoud van het bericht; bij of krachtens wettelijk voorschrift niet anders is bepaald. Artikel2Voorzitter van Provinciale Staten 1.De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde in de vergadering; het doen naleven van dit reglement; hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt. 2.Provinciale Staten benoemen bij aanvang van de zittingsperiode uit hun midden één of meerdere plaatsvervangend voorzitters en stellen de volgorde voor het plaatsvervangend voorzitterschap vast. Artikel3Fracties 1.De leden van Provinciale Staten die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2.Indien onder een lijstnummer slechts één lid is verkozen, wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 3.Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in Provinciale Staten deze aanduiding als naam. 4.De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden, worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 5.Indien: één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; of één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter door de desbetreffende leden. 6.Met de veranderde situatie, bedoeld in het vijfde lid, wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten na de mededeling daarvan aan de voorzitter. 7.Een nieuw gevormde fractie als bedoeld in het vijfde lid, onder a, wordt aangeduid als ‘groep’ gecombineerd met de naam van haar voorzitter. 8.Een nieuw gevormde fractie als bedoeld in het vijfde lid, onder b, wordt aangeduid met de gecombineerde namen van de oorspronkelijke fracties. §2Installatie Artikel4Toelating Statenleden 1.De voorzitter stelt bij benoeming van nieuwe Statenleden een commissie voor de geloofsbrieven in, bestaande uit ten minste drie Statenleden. 2.De commissie onderzoekt of het nieuw benoemde Statenlid voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt. 3.De commissie brengt na haar onderzoek mondeling verslag uit aan Provinciale Staten en doet daarbij een voorstel voor een besluit, waarbij de commissie tevens melding maakt van een eventueel minderheidsstandpunt. 4.Met het uitbrengen van het verslag is de commissie ontbonden. 5.De griffier draagt zorg voor openbaarmaking en publicatie op de website van de provincie, alsmede terinzagelegging van de andere functies dan het lidmaatschap van Provinciale Staten die de Statenleden vervullen. Artikel5Burgerleden 1.Provinciale Staten benoemen burgerleden op voordracht van die fractie, die voor het voordragen van burgerleden toestemming heeft gekregen van het presidium. 2.Een burgerlid mag namens de fractie het woord voeren tijdens themabijeenkomsten, het rondvraagmoment en woordvoerdersoverleggen. 3.De benoeming tot burgerlid staat open voor hen, die tijdens de meest recente verkiezingen van Provinciale Staten geplaatst waren op de kandidatenlijst van een krachtens die verkiezingen in Provinciale Staten vertegenwoordigde politieke partij. 4.De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op een burgerlid. 5.De griffier toetst of aan het bepaalde in het vierde lid is voldaan. 6.Alvorens hun functie uit te kunnen oefenen, leggen burgerleden een eed of verklaring en belofte af. 7.Het burgerlidmaatschap eindigt: aan het einde van de zittingsperiode van Provinciale Staten; indien het burgerlid niet langer voldoet aan de vereisten, bedoeld in het vierde lid; indien de fractie die de voordracht tot benoeming van het burgerlid heeft gedaan, blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter, niet langer in Provinciale Staten vertegenwoordigd is. 8.Een burgerlid kan te allen tijde ontslag nemen en doet daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter. 9.Provinciale Staten kunnen een burgerlid ontslaan op voorstel van de fractie die de voordracht tot benoeming heeft gedaan. §3Gremia Artikel6Instelling en samenstelling presidium 1.Provinciale Staten stellen een presidium in. 2.Het presidium bestaat uit de Commissaris van de Koning, die fungeert als voorzitter, en de voorzitters van de fracties uit Provinciale Staten. 3.Bij verhindering van de voorzitter en diens plaatsvervangers, wijst het presidium een vervanger aan. 4.De fractievoorzitters kunnen zich laten vervangen door een daartoe aangewezen lid uit de eigen fractie, niet zijnde een burgerlid. 5.De griffier is secretaris van het presidium. Artikel7Taken en werkwijze presidium 1.Het presidium bepaalt zijn eigen werkzaamheden. 2.Het presidium heeft onder meer de volgende taken: bepalen van de werkwijze van en voorzieningen voor Provinciale Staten; voorbereiden van Statenvoorstellen die betrekking hebben op de werkwijze van en voorzieningen voor Provinciale Staten; jaarlijks vaststellen van het vergaderschema van Provinciale Staten; aansturen van de griffier; vaststellen van het griffiejaarplan en -jaarverslag; vervullen van een stimulerende rol bij de verbetering van het functioneren van Provinciale Staten. 3.De vergaderingen van het presidium zijn openbaar. 4.In afwijking van het vorige lid worden de deuren gesloten, wanneer: gesproken wordt over personen voor het doen van een benoeming, voordracht of aanbeveling; stukken aan de orde zijn, waaromtrent Gedeputeerde Staten geheimhouding hebben opgelegd, zolang Provinciale Staten nog niet in de gelegenheid zijn geweest die geheimhouding te bekrachtigen; een van de leden daarom verzoekt of de voorzitter dat nodig acht. 5.Het presidium komt ten minste eenmaal per kwartaal bijeen, en voorts wanneer de voorzitter of twee van de leden dit nodig achten. 6.De griffier draagt zorg voor openbaarmaking van de agenda en een beknopt schriftelijk verslag van de vergadering van het presidium via de website van de provincie, met dien verstande dat dit verslag openbaar wordt gemaakt voor zover bespreking in het openbaar heeft plaatsgevonden. 7.In afwijking van het zesde lid heeft het openbaar te maken verslag ook betrekking op het deel van de vergadering dat op grond van het vierde lid, onder c, besloten is geweest, indien het presidium concludeert dat er geen aanleiding is voor geheimhouding. Artikel8Instelling en samenstelling procedurevergadering 1.Provinciale Staten stellen een procedurevergadering in. 2.De procedurevergadering bestaat uit de Commissaris van de Koning, die fungeert als voorzitter, en de voorzitters van de fracties uit Provinciale Staten. 3.Bij verhindering van de voorzitter en diens plaatsvervangers, wijst de procedurevergadering een vervanger aan. 4.De fractievoorzitters kunnen zich laten vervangen door een daartoe aangewezen lid uit de eigen fractie, niet zijnde een burgerlid. 5.De griffier is secretaris van de procedurevergadering. Artikel9Taken en werkwijze procedurevergadering 1.De procedurevergadering is belast met de gecoördineerde procedurele voorbereiding van themabijeenkomsten en vergaderingen van Provinciale Staten. 2.De procedurevergadering heeft onder meer de volgende taken: het beslissen over het houden van themabijeenkomsten; adviseren over de conceptagenda van vergaderingen van Provinciale Staten inclusief de wijze van behandeling van Statenvoorstellen; adviseren aan Provinciale Staten over: de wijze van afdoening van bij Provinciale Staten ingekomen stukken; initiatiefvoorstellen van Statenleden; verzoek tot het houden van een interpellatiedebat; agendering van actuele moties; agendering van mondelinge vragen. toezien op de nakoming van toezeggingen aan Provinciale Staten en aangenomen moties door Provinciale Staten; bewaken van tijdige aanmelding van onderwerpen en de langetermijnagenda van Gedeputeerde Staten; bewaken van de tijdige aanlevering van stukken ten behoeve van themabijeenkomsten en vergaderingen van Provinciale Staten op basis van de lange termijnagenda van Gedeputeerde Staten; bewaken van de kwaliteit van vergaderstukken; voeren van een voorbespreking met de voorzitter over de orde van vergaderingen van Provinciale Staten. 3.De beslissing over het houden van een themabijeenkomst als bedoeld in het tweede lid sub a wordt genomen door een door het presidium te bepalen minimaal aantal fracties of minimaal aantal leden van Provinciale Staten, dan wel van een combinatie van beide. 4.De vergaderingen van de procedurevergadering zijn openbaar. 5.In afwijking van het voorgaande lid worden de deuren gesloten wanneer: gesproken wordt over personen voor het doen van een benoeming, voordracht of aanbeveling; stukken aan de orde zijn, waaromtrent Gedeputeerde Staten geheimhouding hebben opgelegd, zolang Provinciale Staten nog niet in de gelegenheid zijn geweest die geheimhouding te bekrachtigen; een van de leden daarom verzoekt of de voorzitter dat nodig acht. 6.De procedurevergadering komt bijeen ter voorbereiding van een Statendag in een frequentie die de meerderheid van de fractievoorzitters of de voorzitter nodig achten. 7.De griffier draagt zorg voor openbaarmaking van de agenda en behandeladviezen van de procedurevergadering aan Provinciale Staten via de website van de provincie, met dien verstande dat deze openbaar worden gemaakt voor zover bespreking in het openbaar heeft plaatsgevonden. Artikel10Vergaderschema 1.De Statendagen vinden overeenkomstig het vergaderschema, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder c, plaats op vrijdag. 2.Statendagen kunnen onder meer bestaan uit: themabijeenkomsten; rondvraagmoment; woordvoerdersoverleggen; vergaderingen van Provinciale Staten; spreekuur ten behoeve van het inspreken door burgers. 3.Gedurende een Statendag kunnen maximaal twee themabijeenkomsten parallel aan elkaar worden gehouden. 4.Tijdens een vergadering van Provinciale Staten worden geen spreekuren, themabijeenkomsten, rondvraagmomenten of woordvoerdersoverleggen gehouden. 5.De voorzitter kan, in overleg met het presidium, bepalen dat van het bepaalde in het eerste lid wordt afgeweken. 6.De griffier plant op basis van de behandeladviezen van de procedurevergadering de themabijeenkomsten en vergaderingen van Provinciale Staten op de Statendagen. 7.De planning van een Statendag inclusief bijbehorende stukken wordt uiterlijk tien dagen vóór een Statendag ter openbare kennis gebracht via de website van de provincie. Artikel11Themabijeenkomst algemeen 1.Themabijeenkomsten kunnen bestaan uit: themabijeenkomst met een informatief karakter; themabijeenkomst met een oordeelvormend karakter; themabijeenkomst met een combinatie van een informatief en een oordeelvormend karakter. 2.Behandeling in de themabijeenkomst vindt plaats aan de hand van door het presidium vast te stellen thema’s. 3.Met inachtneming van artikel 9, derde lid, bepaalt de procedurevergadering het doel van de themabijeenkomst. 4.Tijdens een themabijeenkomst kan per onderwerp per fractie één Statenlid of burgerlid als woordvoerder optreden. 5.Themabijeenkomsten zijn openbaar, tenzij de procedurevergadering in meerderheid concludeert dat het sluiten van de deuren wenselijk is. 6.Van een themabijeenkomst wordt geen schriftelijk verslag gemaakt. 7.Van een themabijeenkomst wordt, voor zover de locatie van de themabijeenkomst dit toelaat, een digitale audio-opname gemaakt die ten tijde van de vergadering live te beluisteren is en die beschikbaar wordt gesteld via de website van de provincie. Artikel12Themabijeenkomsten met een informatief karakter 1.Een informatieve bijeenkomst heeft tot doel Statenleden en burgerleden over een onderwerp informatie te laten vergaren. 2.De griffier kan, al dan niet op advies van de procedurevergadering, Gedeputeerden, burgers, organisaties en instellingen uitnodigen aan een themabijeenkomst deel te nemen. 3.Van een themabijeenkomst is tenminste de helft van de tijd van de themabijeenkomst beschikbaar voor het stellen van vragen over het onderwerp door Statenleden en burgerleden. Artikel13Themabijeenkomsten met een oordeelvormend karakter 1.Een oordeelvormende themabijeenkomst heeft tot doel om Statenleden en burgerleden een oordeel te laten vormen over een onderwerp door te beraadslagen over het desbetreffende onderwerp tussen Statenleden en burgerleden, al dan niet met de Gedeputeerde. 2.De griffier bepaalt aan de hand van de duur en de aard van de themabijeenkomst de spreektijd per fractie. Deze spreektijd is voor alle fracties gelijk. 3.Wanneer de voorzitter van de themabijeenkomst vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij de woordvoerders in meerderheid voortzetting daarvan wensen tijdens een volgende themabijeenkomst. 4.In het geval van het vorige lid maakt de griffier aan de procedurevergadering gemotiveerd kenbaar dat een vervolgbijeenkomst nodig is. Artikel14Rondvraagmoment 1.Het rondvraagmoment vindt plaats op een Statendag. 2.Tijdens het rondvraagmoment kunnen Statenleden en burgerleden vragen stellen aan een lid van Gedeputeerde Staten. 3.De vragen worden om uiterlijk 12.00 uur op de dinsdag voorafgaand aan de Statendag bij de griffier onder vermelding van de volledige vraag en aan welke Gedeputeerde de vraag wordt gesteld ingediend. 4.De voorzitter van het rondvraagmoment geeft de vragenstellers het woord op volgorde van aanmelding. 5.De voorzitter bepaalt per vraag de spreektijd voor de vragensteller en voor de beantwoording door het lid van Gedeputeerde Staten, rekening houdend met de duur van het rondvraagmoment, het aantal ingediende vragen en een evenwichtige verdeling over de fracties. 6.Na de beantwoording van de vraag door het lid van Gedeputeerde Staten kan de voorzitter aan de vragensteller desgewenst het woord verlenen om aanvullende vragen te stellen. 7.Van het rondvraagmoment wordt, voor zover de locatie van het rondvraagmoment dit toelaat, een digitale audio-opname gemaakt die ten tijde van de vergadering live te beluisteren is en die beschikbaar wordt gesteld via de website van de provincie. Artikel15Woordvoerdersoverleggen 1.De woordvoerdersoverleggen vinden plaats op een Statendag. 2.Een woordvoerdersoverleg heeft tot doel om aan de hand van de door het presidium vast te stellen thema’s in overleg te treden met het lid van Gedeputeerde Staten, die het desbetreffende thema in portefeuille heeft, over de ontwikkelingen rondom dit thema. Voorts wordt tijdens het woordvoerdersoverleg door het lid van Gedeputeerde Staten over een periode van zes maanden een doorkijk in de strategische beleidsagenda en de langetermijnagenda van Gedeputeerde Staten over het desbetreffende thema gegeven. 3.Per thema vindt er tweemaal per jaar een woordvoerdersoverleg plaats, volgens een door de griffier jaarlijks vast te stellen planning. 4.Tijdens een woordvoerdersoverleg kan per onderwerp per fractie één Statenlid of burgerlid als woordvoerder optreden. 5.De woordvoerders dan wel de leden van Gedeputeerde Staten kunnen agendapunten voor het woordvoerdersoverleg aandragen. De agendapunten worden, voorzien van een korte motivatie, om uiterlijk 20.00 uur op de donderdag veertien dagen voorafgaand aan de Statendag waarop het woordvoerdersoverleg wordt gehouden bij de griffier ingediend. 6.De voorlopige agenda van het woordvoerdersoverleg en de bijbehorende stukken worden uiterlijk tien dagen voor het woordvoerdersoverleg gepubliceerd. 7.Van het woordvoerdersoverleg wordt, voor zover de locatie van het woordvoerdersoverleg dit toelaat, een digitale audio-opname gemaakt die ten tijde van de vergadering live te beluisteren is en die beschikbaar wordt gesteld via de website van de provincie. Voorts wordt een overzicht opgesteld van de door de leden van Gedeputeerde Staten gedane toezeggingen. Artikel16Voorzitterschap themabijeenkomsten, rondvraagmoment en woordvoerdersoverleggen 1.Provinciale Staten benoemen uit hun midden een door het presidium te bepalen aantal voorzitters voor themabijeenkomsten, het rondvraagmoment en woordvoerdersoverleggen. 2.De voorzitter van een themabijeenkomst, het rondvraagmoment of een woordvoerdersoverleg is belast met: het leiden van de themabijeenkomst, het rondvraagmoment of het woordvoerdersoverleg; het handhaven van de orde; hetgeen dit reglement hem verder opdraagt. 3.De voorzitters, bedoeld in het eerste lid, bepalen in onderling overleg wie optreedt als voorzitter tijdens de themabijeenkomst, het rondvraagmoment of het woordvoerdersoverleg. 4.De voorzitter van een themabijeenkomst, het rondvraagmoment of een woordvoerdersoverleg wordt ondersteund door een door de griffier aan te wijzen griffiemedewerker. §4Algemene bepalingen omtrent vergaderingen van Provinciale Staten Artikel17Oproep voor vergadering van Provinciale Staten 1.De voorzitter roept de leden van Provinciale Staten uiterlijk tien dagen vóór de dag van de vergadering van Provinciale Staten schriftelijk ter vergadering op, tenzij een kortere termijn noodzakelijk is. 2.Gelijktijdig met de oproep voor de vergadering van Provinciale Staten wordt de voorlopige agenda van de vergadering van Provinciale Staten en de bijbehorende stukken zo veel mogelijk ter openbare kennis gebracht, voor zover het geen zaken betreft waarop krachtens artikel 25 van de wet geheimhouding rust. 3.Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd, blijven onder berusting van de griffier, die op passende wijze inzage aan de Statenleden verleent. 4.De voorzitter kan in spoedeisende gevallen na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de vergadering een aanvullende voorlopige agenda vaststellen. 5.Een extra vergadering wordt uitgeschreven indien de voorzitter dat nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal Statenleden schriftelijk en met opgaaf van redenen daarom verzoekt. 6.Een extra vergadering wordt binnen twee weken gehouden. 7.Bij aanvang van de vergadering van Provinciale Staten stellen Provinciale Staten de agenda vast. Artikel18Ingekomen stukken 1.Ingekomen stukken betreffen onder meer schriftelijke mededelingen van Gedeputeerde Staten, alsmede mededelingen en brieven van derden gericht aan Provinciale Staten. 2.Voor aan Provinciale Staten gerichte ingekomen stukken geldt de volgende procedure: de griffier plaatst de naam van de afzender en het onderwerp, voorzien van een behandelvoorstel, op een lijst ingekomen stukken; de griffier agendeert de lijst ingekomen stukken voor de procedurevergadering; de griffier maakt de lijst ingekomen stukken bekend via de website van de provincie; de griffier verstrekt de achterliggende mededelingen en brieven aan alle Statenleden; de procedurevergadering brengt advies uit aan Provinciale Staten omtrent de wijze van afhandeling door Provinciale Staten; Provinciale Staten stellen de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. 3.De griffier kan besluiten een ingekomen stuk niet op de lijst ingekomen stukken te plaatsen indien het stuk onbegrijpelijk of beledigend is, dan wel overduidelijk sprake is van boodschappen van commerciële aard. Artikel19Zitplaatsen 1.Bij de aanvang van iedere zittingsperiode van Provinciale Staten wijst de voorzitter, na overleg met het presidium, aan de voorzitter, de Statenleden en de griffier een vaste zitplaats aan. 2.Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter, na overleg met het presidium, de indeling tussentijds herzien. 3.De leden van Gedeputeerde Staten nemen plaats op de daartoe in de vergaderzaal voor hen gereserveerde plaatsen. 4.Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare themabijeenkomsten en vergaderingen van Provinciale Staten bijwonen. Artikel20Spreekplaats 1.Statenleden spreken vanaf het spreekgestoelte. 2.Bij interrupties en bijzondere gelegenheden kan de voorzitter toestaan dat een Statenlid vanaf de interruptietafel of een andere plaats spreekt. Artikel21Gebruik mobiele apparatuur Tijdens themabijeenkomsten en vergaderingen van Provinciale Staten is het gebruik van mobiele apparatuur toegestaan tenzij dit inbreuk kan maken op de orde van de bijeenkomst of vergadering. §5Opening en beraadslaging vergadering Provinciale Staten Artikel 22 Opening vergadering en quorum 1.Ieder Statenlid plaatst bij het binnenkomen in de vergaderzaal zijn handtekening op de presentielijst. 2.De voorzitter opent de vergadering op het tijdstip van bijeenroeping, mits op dat moment meer dan de helft van het aantal zitting hebbende Statenleden de presentielijst hebben getekend. 3.Indien op of kort na het tijdstip van bijeenroeping het vereiste aantal leden niet aanwezig is in de vergaderzaal, stelt de voorzitter de vergadering uit tot een nader tijdstip. Dit tijdstip ligt minimaal 24 uur na het tijdstip van het hernieuwd bijeenroepen. Artikel23Volgorde sprekers 1.De voorzitter verleent het woord aan Statenleden op volgorde van fractiegrootte, te beginnen met de grootste fractie. 2.Een spreker richt het woord tot de voorzitter. 3.De spreekvolgorde kan worden doorbroken wanneer een Statenlid het woord vraagt over: een persoonlijk feit, nadat een aanduiding van dat feit is gegeven; de orde van de vergadering.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.