Verordening BurgerinitiatiefDe raad van de gemeente Leusden, gelezen het voorstel van het presidium van 1 juni 2010, nummer 139283; gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht; besluit: 1. De volgende “Verordening Burgerinitiatief” vast te stellen: Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder een burgerinitiatiefvoorstel: een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp op de agenda van de vergadering van de raad te plaatsen. Artikel 2 De raad plaatst een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van zijn vergadering indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend. Ongeldig is het verzoek dat: niet door ten minste 75 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund; een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5. Artikel 3 Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad alsmede ingezetenen van de gemeente van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de gemeenteraad. Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het verzoek bepalend. Artikel 4 Een burgerinitiatiefvoorstel houdt niet in: een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad; een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur; een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur. Artikel 5 Het verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de gemeenteraad. Het verzoek bevat ten minste: een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatiefvoorstel; een toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel; de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de verzoeker en zijn plaatsvervanger, en een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen. Artikel 6 De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van indiening van het verzoek over de geldigheid van het burgerinitiatiefvoorstel, met dien verstande dat ten minste vier weken is gelegen tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag van de vergadering waarin op het verzoek wordt beslist. Indien de raad het verzoek toewijst, dan wordt het burgerinitiatiefvoorstel geagendeerd voor een vergadering van de raad. Het burgerinitiatiefvoorstel wordt voorafgaand aan besluitvorming in de raad besproken in een informatieronde. De raad legt het burgerinitiatiefvoorstel voorafgaand aan besluitvorming in de raad voor advies voor aan het college. De griffier nodigt de verzoeker ten minste één week van tevoren schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan op de gemeentepagina van de Leusder Krant en op de website van de gemeente. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit schriftelijk mededeling gedaan aan verzoeker. Artikel 7 In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van deze verordening beslist de raad op voorstel van het presidium. Artikel 8 Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Burgerinitiatief”. Deze verordening treedt in werking op 7 juli 2010. Aldus besloten door de raad van de gemeente Leusden in zijn openbare raadsvergadering van 1 juli 2010,mr. E.J.C. Eissens mevr. drs. A. Vermeulengriffier (wnd.) voorzitterToelichting Verordening Burgerinitiatief Artikel 1 In deze verordening is ervoor gekozen de term “burgerinitiatiefvoorstel” te hanteren voor de aanduiding van het voorstel dat door een burger bij de gemeenteraad kan worden ingediend. In de modelbepalingen van de handreiking Burgerinitiatief worden twee alternatieve begripsomschrijvingen opgenomen voor de invulling van de term burgerinitiatiefvoorstel. Alternatief 1 In deze verordening wordt verstaan onder een burgerinitiatiefvoorstel: een voorstel van een initiatiefgerechtigde ter plaatsing op de agenda van de vergadering van de raad. Alternatief 2 In deze verordening wordt verstaan onder een burgerinitiatiefvoorstel: een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp op de agenda van de vergadering van de raad te plaatsen. Het eerste alternatief gaat ervan uit dat een burger bij dit middel alleen concrete voorstellen kan indienen bij de gemeenteraad. Een voorbeeld hiervan is het voorstel om de winkels op bepaalde zondagen open te stellen. Het tweede alternatief is ruimer. Dit alternatief biedt de mogelijkheid dat burgers een onderwerp aan de gemeenteraad aandragen, zonder dat hierbij een concreet voorstel is gevoegd. Te denken valt hier aan de wens om over de problematiek in een bepaalde achterstandswijk in de raad te discussiëren Overigens hebben burgers bij het tweede alternatief uiteraard ook de vrijheid om een concreet voorstel in te dienen. In deze verordening is gekozen voor het tweede alternatief vanwege de ruimere formulering van dit alternatief. Artikel 2 Uit dit artikel volgt dat de gemeenteraad een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van een raadsvergadering moet plaatsen indien er sprake is van een geldig verzoek, ingediend door een initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad zal zich in dat geval dus in ieder geval moeten uitspreken over het burgerinitiatiefvoorstel. Van een geldig verzoek is sprake als (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.