Verordening van provincie Overijssel houdende regels over het plaatsen van aanduidingen langs provinciale wegen: Regeling aanduidingen langs provinciale wegen OverijsselArtikel1.Begripsomschrijving In deze regeling wordt verstaan onder: Aanduiding: verwijzing naar een object, alsmede informatiepanelen, activiteitenborden, speciale aanduidingen en gedenktekens; Activiteitenbord: bord van een gemeente met informatie over actuele activiteiten binnen die gemeente; Beslispunt: punt waar de weggebruiker op de verkregen informatie van de bewegwijzering zal reageren door al dan niet van richting te veranderen; Besliswijzer: wegwijzer op of nabij het beslispunt; Bovenlokaal belang: belang gericht op bezoekers met een groter geografisch bereik dan alleen de bewoners van de gemeente waarin een object is gelegen; CROW: het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte; Gebiedsaanduidingsbord: bord voor de aanduiding van regio’s, nationale landschappen, nationale parken, ecologische hoofdstructuurgebieden en Unescogebieden- en objecten; Gedenkteken: niet aard-en nagelvast voorwerp zonder verkeersfunctie ter nagedachtenis aan een verkeersslachtoffer; Informatiepaneel: paneel bestaande uit een kaart van het gebied en een bijbehorend register van object- en straatnamen om de weggebruiker duidelijk te maken waar een object ligt en langs welke route dit kan worden bereikt; Mottoborden: aanduidingen met het doel het gedrag van de weggebruiker te beïnvloeden; deze hebben betrekking op het beleid op het gebied van de verkeersveiligheid en de mobiliteit; Object: gebouw of verzamelde gebouwen, dan wel terrein met een recreatieve functie dat veel verkeer aantrekt en waarnaar kan worden verwezen; Speciale aanduidingen: aanduidingen die dienen voor verkeersoriëntatie, zoals gebiedsnaamborden, gemeentegrensborden, straatnaamborden, of die geen bewegwijzering tot doel hebben, zoals mottoborden; Toeristisch-recreatieve bestemming: voorziening die door aard, omvang en wijze van beheer is ingesteld op bezoek door recreanten en toeristen of die een vergelijkbare publieksfunctie heeft; Verzorgingsplaats: buiten de rijbaan gelegen parkeervoorziening voor de weggebruiker, al dan niet gecombineerd met voorzieningen zoals een brandstofverkooppunt of een wegrestaurant. Artikel2.Toepassingsbereik Deze regeling is van toepassing op alle wegen in beheer bij de provincie Overijssel. Artikel3.Ontheffing en melding 1.Voor het verkrijgen van een ontheffing van een verbod als bedoeld in artikel 5.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel kan ontheffing worden gevraagd bij Gedeputeerde Staten. 2.Onverminderd het bepaalde in het derde lid, wordt een ontheffing verleend voor een periode van maximaal tien jaar en steeds voor de periode van één jaar stilzwijgend verlengd tot het moment dat Gedeputeerde Staten de ontheffing ingetrokken hebben. 3.De ontheffing kan te allen tijde worden gewijzigd of ingetrokken indien: niet wordt voldaan aan de in deze regeling of in de ontheffing opgenomen voorwaarden, het waarborgen van de veiligheid en doorstroming van het verkeer of het beheer en onderhoud van de weg daartoe aanleiding geeft, dan wel binnen een jaar na verlening van de ontheffing daarvan geen gebruik is gemaakt. 4.In afwijking van het eerste lid mogen de in de artikelen 8 en 9 omschreven speciale aanduidingen zonder ontheffing, doch na voorafgaande melding bij Gedeputeerde Staten, worden geplaatst als aan de in of krachtens deze regeling bepaalde voorwaarden is voldaan. Het derde lid is hierop van overeenkomstige toepassing. 5.Gedeputeerde Staten kunnen bij het verlenen van een ontheffing en na een melding voorwaarden die afwijken van deze regeling stellen aan de maatvoering, vormgeving, indeling, plaatsing en locatie van aanduidingen, indien dit naar het oordeel van Gedeputeerde Staten nodig is voor de veiligheid en doorstroming van het verkeer of het beheer en onderhoud van de weg. 6.De aanvraag voor ontheffing of de melding wordt ingediend door de eigenaar of exploitant van het desbetreffende object, of de direct belanghebbende. Artikel4.Aanvragen 1.Aanvragen en meldingen worden gedaan door middel van een aanvraag- of meldingsformulier, dat ten minste acht weken vóór de plaatsing van de aanduiding wordt ingezonden. 2.De aanvrager van een ontheffing krijgt binnen acht weken na ontvangst van het aanvraagformulier een besluit. 3.De melder krijgt een bewijs van ontvangst, met dien verstande dat Gedeputeerde Staten binnen acht weken na de melding nadere voorwaarden kunnen opleggen, indien dit voor de veiligheid en doorstroming van het verkeer of het beheer en onderhoud van de weg vereist is. Artikel5.Ontheffing voor aanduiding van toeristisch-recreatieve objecten 1.Een ontheffing wordt uitsluitend verleend voor een aanduiding van objecten: met een bovenlokaal belang, welke zijn gelegen buiten de bebouwde kom op een afstand van maximaal 500 meter hemelsbreed van de provinciale weg, welke een toegestane maximumsnelheid toestaat van 70 km/h of meer, welke op basis van de algemene geografische bewegwijzering niet kan worden bereikt, en verwijzing naar het oordeel van Gedeputeerde Staten noodzakelijk is in verband met de verkeersveiligheid. 2.De aanduidingen waarvoor ontheffing wordt verleend voldoen aan de normen van de Richtlijn toeristische bewegwijzering van de CROW, publicatie 322, echter in afwijking daarvan aan de bordafmeting van 1.500 x 230 mm of 1.500 x 350 mm. Artikel6.Ontheffing voor aanduiding van verzorgingsplaatsen 1.Voor aanduidingen van verzorgingsplaatsen wordt uitsluitend ontheffing verleend indien deze direct aan de provinciale weg zijn gelegen. 2.De aanduidingen waarvoor ontheffing wordt verleend voldoen aan de Richtlijn toeristische bewegwijzering van de CROW, publicatie 322, voor de bordtypen verzorgingsplaatsen en worden geplaatst volgens de daarbij aangegeven afstanden. Artikel7.Ontheffing voor informatiepanelen en activiteitenborden van gemeenten 1.Ontheffing kan worden verleend voor het door gemeenten plaatsen van informatiepanelen en activiteitenborden nabij de bebouwde kom. 2.De informatiepanelen voldoen ten minste aan de volgende eisen: panelen worden geplaatst volgens de afstanden zoals opgenomen in tabel 8.1 van de Richtlijn toeristische bewegwijzering van de CROW, publicatie 322, voor de bordtypen toeristisch-recreatieve aanduidingen, en in het verlengde van de weg dan wel onder een hoek van maximaal 15 graden; bij panelen die worden geplaatst op wegen met een maximumsnelheid van 70 km/h of meer, wordt een besliswijzer geplaatst met een voorwegwijzer op circa driehonderd meter; behoudens de vermelding van de gemeentenaam is op maximaal 40% van de oppervlakte van alleen de voorzijde reclame toegestaan; panelen mogen zijn voorzien van verlichting, mits deze voor de weggebruiker niet afleidend is; bij panelen is voorzien in parkeerruimte voor minimaal één personenauto. 3.De activiteitenborden voldoen ten minste aan de volgende eisen: de activiteiten worden aangeduid op stroken die afzonderlijk boven elkaar zijn geplaatst; er worden alleen activiteiten vermeld die binnen een periode van vier weken plaatsvinden. Artikel8.Melding van speciale aanduidingen 1.Voor de volgende speciale aanduidingen is geen ontheffing vereist, maar kan worden volstaan met voorafgaande melding bij Gedeputeerde Staten indien wordt voldaan aan de bij of krachtens deze regeling bepaalde voorwaarden: buurtschapsborden; gemeentegrensborden; benaming van rivieren, kanalen, bruggen en viaducten en gebiedsaanduidingsborden; bebouwde komborden; straatnaamborden; huisnummering; borden route gevaarlijke stoffen; fiets-, wandel- en ruiterroutes; mottoborden. 2.Voor de speciale aanduidingen gelden de volgende eisen: de aanduiding is niet bevestigd aan een tot de weg behorende verkeersvoorziening; op of naast de aanduiding wordt geen verlichting geplaatst; de aanduiding mag de veiligheid en doorstroming van het verkeer of het beheer en onderhoud van de weg niet belemmeren. 3.De speciale aanduidingen voldoen wat betreft maatvoering, uitvoering, plaatsing en afstanden aan de Richtlijn toeristische bewegwijzering van de CROW, publicatie 322, voor de bordtypen gebiedsaanduidingsborden, streekgrensborden, provincie- en gemeentegrensborden, naamborden, respectievelijk recreatieve routes. Artikel9.Melding van gedenktekens 1.Voor het plaatsen van een gedenkteken is geen ontheffing vereist, maar kan worden volstaan met voorafgaande melding bij Gedeputeerde Staten indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: het gedenkteken dient ter nagedachtenis aan een menselijk slachtoffer van een verkeersongeluk op de weg; het gedenkteken is maximaal 0,60 m hoog en 0,40 m breed, wordt geplaatst in de berm minimaal 2,5 meter van de hoofdrijbaan en minimaal 0,5 meter uit de buitenkant van de verhardingen, doch niet in de tussenberm; het gedenkteken is niet bevestigd aan een tot de weg behorende verkeersvoorziening en bij het gedenkteken wordt geen verlichting geplaatst; de aanwezigheid van het gedenkteken mag de veiligheid en doorstroming van het verkeer of het beheer en onderhoud van de weg niet belemmeren; De toegestane plaatsingsduur van een gedenkteken is maximaal vijf jaar. 2.De melding voor een gedenkteken is voorbehouden aan de meest naaste familie van het verkeersslachtoffer. Artikel10.Het langs de weg plaatsen van aanduidingen 1.De kosten van aanschaf, plaatsing, beheer, onderhoud en vervanging en verwijdering van de aanduidingen zijn voor rekening van de aanvrager of melder. De provincie is jegens de aanvrager niet aansprakelijk voor eventuele beschadiging, vernieling of diefstal door derden. 2.De plaatsing, onderhoud en verwijdering van een aanduiding vindt alleen plaats na voorafgaand overleg met een provinciaal toezichthouder op de wegen van de provincie, en volgens de door hem te geven aanwijzingen voor veiligheid bij werkzaamheden langs de weg en voorwaarden voor graafwerkzaamheden. Artikel11.Overgangsbepaling 1.De regeling aanduidingen, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 april 2011 (Provinciaal Blad nr. 2011/0047032) wordt ingetrokken. 2.Ontheffingen en toestemmingen voor aanduidingen die zijn verleend op grond van eerdere regelgeving en die passen binnen deze regeling, blijven met inachtneming van artikel 3, derde lid, van kracht. 3.Ontheffingen of toestemmingen voor aanduidingen die niet passen binnen deze regeling, worden door Gedeputeerde Staten ingetrokken met inachtneming van een overgangstermijn van maximaal vijf jaar. Artikel12.Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling aanduidingen langs provinciale wegen Overijssel. Artikel13.Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de eerste dag volgend op de publicatie in het Provinciaal Blad. Toelichting AlgemeenDe provincie ontvangt als wegbeheerder regelmatig verzoeken van overheden, bedrijven en particulieren om medewerking te verlenen aan het plaatsen van borden of andere aanduidingen langs de provinciale weg. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar: borden voor de aanduiding naar objecten; aanduidingen die geen relatie hebben met bewegwijzering. Daarnaast coördineert de Nationale Bewegwijzeringsdienst de geografische bewegwijzering, zoals naar steden, woonkernen, ziekenhuizen, stadions en vergelijkbare andere bestemmingen. De onderhavige regeling gaat alleen over de aanduiding van objecten en de categorie borden als gemeentegrensborden, mottoborden, informatiepanelen e.d., zoals in de regeling benoemd. Deze staan dus geheel los van de nationale bewegwijzering. Deze regeling is gebaseerd op een aantal uitgangspunten: Het plaatsen van aanduidingen is verboden, tenzij dit noodzakelijk is voor het borgen van de verkeersdoorstroming en de verkeersveiligheid, en het beheer en onderhoud van de weg niet belemmerd wordt. De aanduidingen worden zodanig ingericht, dat de totale hoeveelheid te vermelden objecten zo beperkt mogelijk wordt gehouden. Eigenaren en exploitanten van objecten dienen hun bezoekers zo veel mogelijk zelf te informeren over de bereikbaarheid, bijvoorbeeld door objecten zo veel mogelijk te koppelen aan geografische begrippen of genummerde routes. Het plaatsen van overige aanduidingen is alleen toegestaan voor zover deze verwijzen naar een object. Dat betekent, dat verwijzingen zonder verkeersbelang, zoals reclame, die de weggebruiker onnodig afleiden, niet worden toegestaan. Gedenktekens langs de weg worden tijdelijk toegestaan mits zij aan bepaalde voorwaarden voldoen. Indien mogelijk wordt gebruik gemaakt van een meldingsplicht in plaats van een ontheffing, met het oog op de beperking van de administratieve lasten. Op het uitgangspunt dat geen ontheffing wordt verleend voor reclame geldt een uitzondering waar het gaat om gemeentelijke informatiepanelen. Daarbij is het beleid dat het plaatsen van reclame op de achterzijde niet is toegestaan, maar dat aan de voorzijde een beperking tot maximaal 40% van de oppervlakte is toegestaan. De reden hiervan is dat deze reclame de gemeenten in staat stelt om de plaatsing en het onderhoud van deze borden voor publieksinformatie te financieren. Er is op dit moment vanuit het perspectief van de verkeersveiligheid geen aanleiding om het beleid op dit punt te wijzigen. Wettelijke basisDe Wegenwet verplicht de provincie Overijssel om haar wegen te onderhouden en zorg te dragen voor een goede doorstroming op de wegen en voor een optimale verkeersveiligheid. Bij provinciale verordening mogen regels worden gesteld over onderwerpen waarin de Wegenwet niet voorziet. Deze regels zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening, hoofdstuk 5 (Verkeersverordening), waarvan de meest recente versie op 1 mei 2017 in werking is getreden. In de Omgevingsverordening is onder andere bepaald, dat het verboden is om veranderingen aan de weg aan te brengen of enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in, of onder de weg. Hieronder valt ook het plaatsen van aanduidingen. Gedeputeerde Staten hebben de bevoegdheid om van dit verbod ontheffing te verlenen, of een meldingsvereiste in te stellen. Verder is in de Omgevingsverordening op hoofdlijnen bepaald, in welke gevallen een ontheffing kan worden gewijzigd of ingetrokken. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd nadere regels te stellen voor het verlenen van ontheffing of te bepalen in welke situaties kan worden volstaan met een melding. Met deze regeling wordt invulling aan deze bevoegdheid gegeven. Richtlijnen van het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW)Het CROW heeft in samenwerking met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (Rijkswaterstaat) de richtlijn Bewegwijzering 2014 vastgesteld (CROW-publicatie 322). In deze richtlijn staan normen voor de bewegwijzering op of aan rijkswegen, provinciale wegen, gemeentelijke wegen en wegen in onderhoud bij waterschappen. De richtlijn beschrijft dat weggebruikers aangeboden informatie moeten kunnen lezen en verwerken zonder dat dit de doorstroming en verkeersveiligheid vermindert. Objectverwijzingen moeten daarom aan vier hoofdeisen voldoen: Uniformiteit: naar soortgelijke situaties wordt op dezelfde wijze verwezen. Continuïteit: de verwijzing naar het in de bewegwijzering opgenomen doel wordt voortgezet totdat het desbetreffende doel is bereikt, of totdat de verwijzing niet meer noodzakelijk is. Leesbaarheid: letterhoogte en contrast tussen opschriften en de ondergrond van de wegwijzer zijn geüniformeerd. Begrijpelijkheid: er wordt aangesloten bij officiële benamingen en/of er wordt een pictogram toegevoegd ter ondersteuning. In deze regeling Aanduidingen langs provinciale wegen 2017 wordt voor het ontwerp van de aanduidingen en de afstanden bij het plaatsen hiervan dwingend verwezen naar de CROW richtlijn 322 uit
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.