kel 16 Gemeentewet; BESLUIT: Het reglement van orde gemeenteraad Maastricht 2017 conform bijlage 2 vast te stellen. Het reglement van orde gemeenteraad Maastricht, vastgesteld bij raadsbesluit van 16 december 2014, in te trekken.Reglement van orde gemeenteraad Maastricht 2017 HOOFDSTUK I: Algemene bepalingen Artikel1:Begrippen In dit reglement wordt verstaan onder: Amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of een ontwerpbesluit naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen. Burgerlid: door de raad benoemd niet-raadslid dat namens een fractie deelneemt aan de beraadslaging in een stadsronde en/of raadsronde. Centraal stembureau: bureau dat bij elke verkiezing de uitslag vaststelt nadat de uitslagen van alle stembureaus zijn verzameld. College: het college van burgemeester en wethouders van Maastricht. Dagmail: een dagelijks bericht van de griffie aan de gemeenteraad en het college inzake de voor de raad bestemde post. Fractievoorzitter: een door een fractie aangewezen lid dat de fractie vertegenwoordigt. Geloofsbrief raadsleden: de schriftelijke kennisgeving van de voorzitter van het centraal stembureau inzake de benoembaarheid van een raadslid. Interruptie: een onderbreking van iemand die in een vergadering aan het woord is bestaande uit korte opmerkingen of vragen zonder inleiding. Motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens, verzoek of opdracht wordt uitgesproken. Portefeuillehouder: een lid van het college van burgemeester en wethouders dat in het bijzonder met een onderwerp is belast. Raad: de gemeenteraad van Maastricht. Raadsronde plenair: een raadsronde overeenkomstig artikel 25 waarvoor alle raadsleden en burgerleden worden uitgenodigd. Rekenkamer: de gemeentelijke rekenkamer. Artikel2:Lidmaatschap raadslid, portefeuillehouder, burgemeester of secretaris van andere organisaties Een raadslid, een portefeuillehouder, de burgemeester of de secretaris, die door de raad is aangewezen tot lid van het bestuur van een openbaar lichaam of van een ander orgaan, ingesteld op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, heeft het recht in de informatieronde verslag te doen over zaken die in het bestuur als hier bedoeld aan de orde zijn, tenzij het presidium het op een andere manier agendeert. Ieder raadslid kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 47, zijn van overeenkomstige toepassing. Wanneer een raadslid de persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen in de raadsvergadering over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan terstond. Het verzoek van het raadslid dient ten minste vijf dagen vóór de raadsvergadering bij het presidium te worden ingediend inclusief de te stellen vragen. Over een voorstel tot ontslag van een door de raad aangewezen lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander orgaan, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet beraadslaagd dan nadat in een vergadering is besloten te verklaren dat de betrokken persoon niet meer het vertrouwen van de raad bezit als lid van het bedoelde bestuur. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd. Artikel3:Toehoorders en pers De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen op de voor hen bestemde plaatsen een openbare vergadering bijwonen. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. De voorzitter kan, bij herhaaldelijk verstoren van de orde, de betreffende persoon/personen uit de vergaderzaal laten verwijderen. HOOFDSTUK II: Overlegorganen Artikel4:Presidium Het presidium is een commissie zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet. Het presidium heeft tot taak: de agenda van de raad voor te bereiden; het voorbereiden van onderwerpen waarover besluitvorming door de raad gaat plaatsvinden; te besluiten over een raadsronde plenair, over verzoeken van raads- en burgerleden om een stadsronde (art. 51) en over verzoeken van inwoners en instellingen om een stadsronde (art. 54). het adviseren van de raad inzake de toepassing van dit reglement van orde; de zaken te behartigen die het functioneren van de raad betreffen; De raad benoemt de leden van het presidium op voorstel van de voorzitter en de griffier. De zittingsperiode van de leden eindigt door ontslagname op eigen verzoek in te dienen bij de raad, aan het einde van de zittingsperiode van de raad en door intrekking van de benoeming door de raad. Het presidium bestaat uit zeven leden inclusief de voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter van de raad is de voorzitter van het presidium. Het presidium kiest uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter. De leden van het presidium zijn de voorzitters in de stadsronde en in de raadsronde. Het presidium kan de raad voorstellen over te gaan tot benoeming van raadsleden als extra voorzitters van stadsronde en raadsronde. Zij maken geen deel uit van het presidium. Lid 3 is van overeenkomstige toepassing. De voorzitter van de raad en de griffier zijn bij de vergadering van het presidium als adviseurs aanwezig. Elk lid, inclusief de voorzitter van het presidium, heeft één stem in het presidium. Het presidium beslist bij meerderheid van stemmen. De griffier voorziet in het secretariaat. De vergadering is toegankelijk voor raadsleden, burgerleden en collegeleden. De concept besluitenlijst van de vergadering is openbaar en wordt binnen twee dagen na afloop van de vergadering gepubliceerd via de dagmail. Artikel5:Commissie begroting en verantwoording De commissie begroting en verantwoording is een commissie zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet. De commissie heeft tot taak het overleg namens de raad en de advisering aan de raad over: de voorbereiding en naleving van de Financiële verordening (ex. art. 212 Gemeentewet), van de Controleverordening (ex. art. 213 Gemeentewet) en van de Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid (ex. 213a Gemeentewet); het behandelproces van de begroting- en verantwoordingcyclus en de bijhorende documenten; tussentijdse rapportages en andere verslagen van de accountant; het behandelproces van onderzoeksrapportages van de rekenkamer; de afstemming van onderzoeken van de accountant, de rekenkamer, de doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken en onderzoeken van de raad zelf; de begroting en het jaarverslag van de raad en raadsgriffie en de monitoring van de begroting; de criteria ten aanzien van de bestemming van het werkbudget van de raad; de Verordening geldelijke voorzieningen raadsleden, commissieleden en fracties gemeente Maastricht; De raad benoemt de leden op voorstel van de voorzitter en de griffier. Iedere fractie heeft het recht één lid voor te dragen. Dit kan zowel een burgerlid als een raadslid zijn. De commissie benoemt uit haar midden de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter. De zittingsperiode van de leden eindigt door ontslagname op eigen verzoek in te dienen bij de voorzitter van de raad, aan het einde van de zittingsperiode van de raad en door intrekking van de benoeming door de raad. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. De griffier voorziet in het secretariaat en is als adviseur aanwezig bij de vergadering. De portefeuillehouder en de controller kunnen op uitnodiging bij de vergadering aanwezig zijn. De vergadering is toegankelijk voor raadsleden, burgerleden en collegeleden. De concept besluitenlijst van de vergadering is openbaar en wordt binnen twee dagen na afloop van de vergadering gepubliceerd via de dagmail. Artikel6:Fractievoorzittersoverleg Het fractievoorzittersoverleg is een commissie zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet en bestaat uit fractievoorzitters. Het fractievoorzittersoverleg wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad. Bij verhindering wordt de vergadering voorgezeten door de plaatsvervangend voorzitter van de raad. De griffier is als adviseur aanwezig bij de vergadering. Het fractievoorzittersoverleg komt op voorstel van de voorzitter bijeen. Het fractievoorzittersoverleg heeft tot taak het afstemmen van belangrijke en urgente zaken die niet in de raad als geheel afgestemd kunnen worden. Daartoe kunnen onderwerpen behoren die de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer betreffen dan wel onderwerpen waarvan openbare behandeling de economische of financiële belangen van de gemeente kunnen schaden. De vergadering is toegankelijk voor raadsleden, burgerleden en collegeleden, tenzij het fractievoorzittersoverleg anders besluit. De concept besluitenlijst van de vergadering is openbaar en wordt binnen twee dagen na afloop van de vergadering gepubliceerd via de dagmail. Artikel7:Werkgroepen De raad kan ten behoeve van het voor een bepaalde tijd procesmatig begeleiden van een project een raadswerkgroep instellen op voorstel van de voorzitter en de griffier. Een door de raad ingestelde werkgroep is een commissie zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet. De raadswerkgroep krijgt een raadsopdracht. De raadswerkgroep informeert en adviseert de raad en het presidium over respectievelijk de voortgang van een project en de procesgang inzake de wijze waarop besluiten kunnen worden genomen. Elke fractie kan één lid afvaardigen in een raadswerkgroep. Dit kan zowel een burgerlid als een raadslid zijn. De raadswerkgroep kiest uit zijn midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter. Een medewerker van de raadsgriffie ondersteunt de raadswerkgroep. Een raadswerkgroep kan geen besluiten nemen namens de raad of in de plaats treden van de raad. Na beëindiging van het project is de raadswerkgroep van rechtswege ontbonden. De vergadering is openbaar. HOOFDSTUK III: Toelating raadsleden, samenstellen fracties en benoemen wethouders en burgerleden Artikel 8: Toelatingsprocedure en beëdiging raadsleden Bij de toelating van nieuwe raadsleden stelt de voorzitter van de raad een commissie in, bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw toe te laten leden en de processen-verbaal van het centraal stembureau. De commissie brengt na haar onderzoek schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel inzake toelating. In het verslag wordt melding gemaakt van een eventueel minderheidsstandpunt. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de gemeenteraadsverkiezingen. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw toe te laten raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist, om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel9:Benoemingsprocedure en beëdiging wethouders Bij de benoeming van een of meerdere wethouders - op aanbeveling van een fractie - stelt de voorzitter van de raad een commissie in, bestaande uit drie raadsleden. De kandidaat wethouder legt de documenten en informatie over die nodig zijn voor de in lid 3 door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat wethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevante geachte informatie aan de commissie kenbaar. De commissie toetst de ontvangen documenten en informatie aan de hand van: de benoembaarheidvereisten zoals opgenomen in de Gemeentewet in art. 36a; de vereisten omtrent onverenigbare functies zoals opgenomen in de Gemeentewet in art. 36b; de vereisten omtrent nevenfuncties zoals opgenomen in de Gemeentewet in art. 41b; de vereisten omtrent onverenigbare of verboden handelingen zoals opgenomen in de Gemeentewet in art. 41c; de verklaring omtrent het gedrag. De kandidaat wethouder kan in de gelegenheid worden gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten. De commissie brengt na haar onderzoek verslag uit aan de raad en formuleert een schriftelijk advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). In het verslag wordt melding gemaakt van een eventueel minderheidsstandpunt. Nadat de wethouder de benoeming heeft aangenomen legt hij de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af. Bij verlenging van een tijdelijk benoemde wethouder zal de tijdelijk te benoemen wethouder aangeven of sprake is van wijzigingen van zijn geloofsbrieven ten opzichte van de huidige situatie. Indien er geen wijzigingen zijn blijft een nieuw onderzoek naar de geloofsbrieven achterwege. Artikel10:Fractie De leden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie binnen de raad deze aanduiding als naam. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. Aan de voorzitter van de gemeenteraad wordt schriftelijk mededeling gedaan indien: één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaat of gaan optreden; twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; één of meer leden van een fractie zich aansluit(en) bij een andere fractie; Met de in het vierde lid beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan. De financiële gevolgen van het afsplitsen van fracties zijn nader uitgewerkt in de Verordening geldelijke voorzieningen raadsleden, commissieleden en fracties gemeente Maastricht; Indien naar aanleiding van de in het vierde lid beschreven situatie een nieuwe fractie ontstaat, kan deze nieuwe fractie uitsluitend de naam “lijst…(naam afsplitser)” of “groep …(naam afsplitser)” voeren. Artikel11:Burgerleden Elke fractie is gerechtigd maximaal drie niet-raadsleden voor te dragen om als burgerlid aan de stadsronde en/of raadsronde deel te nemen. De raad benoemt de burgerleden op voorstel van de voorzitter en de griffier van de raad. De artikelen 10, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op burgerleden. In de raadsvergadering waar de burgerleden worden benoemd leggen zij de voor raadsleden voorgeschreven eed of verklaring en belofte af. Indien geheimhouding wordt opgelegd aan raadsleden geldt dit ook voor burgerleden. De zittingsperiode van een burgerlid eindigt door ontslagname op eigen verzoek in te dienen bij de voorzitter van de raad, aan het einde van de zittingsperiode van de raad, bij uittreding uit een fractie of door intrekking van de benoeming door de raad. Burgerleden ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van bijeenkomsten op grond van de Verordening geldelijke voorzieningen raadsleden, commissieleden en fracties gemeente Maastricht. De vergoeding betreft een dagvergoeding. Om voor vergoeding in aanmerking te komen dient de presentielijst door het betreffend lid te worden getekend. In hoofdstuk V en VI wordt onder de term raadslid ook burgerlid begrepen. HOOFDSTUK IV: Bijeenkomsten Artikel12:Voorzitters De stadsronden, informatieronden en de raadsronden worden voorgezeten door leden van het presidium en/of door de raad benoemde voorzitters. De raadsvergadering wordt voorgezeten door de burgemeester of een door de raad benoemde plaatsvervangend voorzitter. Artikel13:Bijeenkomsten Bijeenkomsten van de raad vinden in beginsel plaats één keer per twee weken op dinsdag. De bijeenkomsten vangen in de regel om 17:00 uur aan en eindigen uiterlijk om 23.00 uur. De tussenliggende dinsdagen zijn zo nodig beschikbaar voor extra bijeenkomsten. Het presidium stelt een vergaderrooster en agenda's vast voor de bijeenkomsten en doet een agendavoorstel aan de raad voor de raadsavond. Bijeenkomsten in de stadsronden, informatieronden dan wel raadsronden worden in dit reglement van orde gelijkgesteld met commissievergaderingen overeenkomstig artikel 82 van de Gemeentewet. Artikel14:Openbare kennisgeving en publiceren van documenten De door het presidium opgestelde agenda’s voor de stads- informatie- en raadsronden en de voorgestelde agenda voor de raadsvergadering worden met de daarbij behorende stukken op het raadsinformatiesysteem op de gemeentelijke website gepubliceerd. Publicatie geschiedt 12 dagen voor de bijeenkomsten. De agenda bevat: een aanduiding van de dag, het tijdstip en de plaats van de bijeenkomsten; een programma voor de stads-, informatie- en raadsronden waarbij de doelstelling van de ronden zijn geformuleerd; een voorlopige agenda met raadsvoorstellen voor de raadsvergadering. Indien voor stukken op grond van artikel 25, eerste dan wel tweede lid, of art. 86 van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken onder berusting van het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd. Het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd verleent inzage aan daartoe gerechtigden. Artikel15:Orde van de bijeenkomst en handhaving De orde wordt gehandhaafd door de voorzitter. De voorzitter bepaalt de duur van de spreektijd voor de deelnemers aan de bijeenkomst. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord tenzij een deelnemer aan de bijeenkomst hem interrumpeert. De voorzitter bepaalt of de interruptie wordt toegelaten. Indien een woordvoerder zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp dan wel anderszins de orde verstoord wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de woordvoerder hieraan geen gevolg geeft kan de voorzitter hem gedurende de bijeenkomst over het aanhangige onderwerp het woord ontnemen. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de bijeenkomst voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten. Aan het einde van een ronde concludeert de voorzitter of het onderwerp voldoende is behandeld of dat het onderwerp nogmaals geagendeerd moet worden. Indien een onderwerp voldoende is behandeld doet de voorzitter een voorstel voor de vervolgprocedure. Artikel16:Presentielijst; verhindering; afmelding Er is een presentielijst voor burgerleden en raadsleden. De burgerleden tekenen bij binnenkomst de presentielijst, de raadsleden bij aanvang van de raadsvergadering. Een lid dat de raadsvergadering vóór de sluiting tijdelijk dan wel definitief verlaat, geeft hiervan kennis aan de griffier of aan een medewerker van de griffie. Een raadslid dat verhinderd is de raadsvergadering bij te wonen, geeft daarvan vóór de aanvang van de raadsvergadering aan de griffie kennis. Artikel17:Besloten bijeenkomsten Op basis van artikel 23 of 86 van de Gemeentewet kan een besloten bijeenkomst gehouden worden. Ten aanzien van hetgeen besproken is en omtrent de inhoud van de overlegde documenten, kan geheimhouding worden opgelegd, voorzover artikel 10 Wet openbaarheid van bestuur daartoe een grondslag biedt. Omtrent het in de besloten vergadering behandelde kan tijdens de vergadering geheimhouding worden opgelegd. Op besloten bijeenkomsten is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel18:Verslag besloten vergadering Het conceptverslag van een besloten bijeenkomst wordt niet verspreid, maar uitsluitend voor degene die genodigd zijn voor de besloten bijeenkomst ter inzage gelegd bij de griffie. Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Alleen degene die aanwezig waren bij de besloten vergadering kunnen voorstellen tot wijziging indienen. Tijdens deze vergadering neemt de commissie, respectievelijk de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en een griffiemedewerker ondertekend. Artikel19:Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van de artikelen 25 lid 4, artikel 55 lid 2 en 3, of artikel 86 lid 2 en 3 van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, dan wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Artikel20:Register geheime informatie Een register van geheime informatie wordt een keer per jaar aan de raad voorgelegd met een voorstel over handhaving dan wel opheffing van de geheimhouding. Een voorstel over handhaving dan wel opheffing van de geheimhouding doet de griffier, na consultatie van het college. HOOFDSTUK V: Stadsronde en Informatieronde Artikel21:Stadsronde De stadsronde heeft tot doel om inwoners en instellingen in de gelegenheid te stellen beleid te beïnvloeden door in gesprek te gaan met raadsleden waarbij opvattingen en standpunten worden gewisseld. Artikel22:Informatieronde De informatieronde heeft tot doel het uitwisselen van informatie tussen college en raadsleden of het toelichten of verhelderen van documenten door het college om iedereen op een gelijk kennisniveau te brengen. In een informatieronde worden geen standpunten en opvattingen gewisseld en hebben inwoners en instellingen de rol van toehoorder. Artikel23:Agendering Agendapunten worden aangemeld bij de griffie. Degene die het agendapunt heeft aangemeld krijgt bericht van de afhandeling van het verzoek. Indien het verzoek door het presidium op de agenda wordt geplaatst vermeldt het presidium duidelijk de doelstelling van de agendering. Het presidium is gerechtigd, ook na verzending van de agenda, in bijzondere gevallen onderwerpen aan de agenda toe te voegen of af te voeren. Artikel24:Verslag Van een bijeenkomst wordt een concept besluitenlijst gemaakt. Deze concept besluitenlijst wordt getoetst door de voorzitter van de stadsronde/informatieronde en door de portefeuillehouder. De besluitenlijst bevat gedane toezeggingen en gemaakte afspraken. De besluitenlijst wordt binnen twee dagen na de bijeenkomst geplaatst in het raadsinformatiesysteem bij de betreffende ronde op de gemeentelijke website. Van een bijeenkomst wordt – voor zover technisch mogelijk - een integraal geluidsverslag gemaakt. Het integraal geluidsverslag wordt binnen twee dagen na de bijeenkomst via het raadsinformatiesysteem op de gemeentelijke website toegankelijk gemaakt. De besluitenlijst van een stadsronde en informatieronde wordt tevens toegevoegd aan de documenten bij eventueel opvolgende bijeenkomsten. HOOFDSTUK VI: Raadsronde Artikel 25: Doelstelling De raadsronde heeft tot doel het voeren van debat tussen raadsleden in het kader van het voorbereiden van besluitvorming, het peilen van meningen over aangelegenheden waarover het college een besluit neemt, het bespreken van een startdocument, het bespreken van door raadsleden aangekondigde moties en amendementen voor een raadsvergadering en het naar voren brengen van wensen en bedenkingen. Artikel26:Deelname Elke fractie kan, per onderwerp in de ronde, één raadslid afvaardigen om deel te nemen aan de raadsronde. Indien een samengesteld dossier aan de orde is kunnen meerdere woordvoerders per fractie het woord voeren. Portefeuillehouders zijn aanwezig in de bijeenkomsten voor overleg. Zij kunnen zich daarbij ambtelijk laten ondersteunen. Artikel 27: Deelname aan de beraadslaging door anderen De voorzitter kan voorstellen dat anderen dan de in de bijeenkomst aanwezigen deelnemen aan de beraadslaging. De aanwezigen nemen hierover een besluit. Artikel28:Verslag Van een bijeenkomst wordt een concept besluitenlijst gemaakt. Deze concept besluitenlijst wordt getoetst door de voorzitter van de raadsronde en door de portefeuillehouder. De concept besluitenlijst bevat gedane toezeggingen en gemaakte afspraken. De concept besluitenlijst wordt binnen twee dagen na de bijeenkomst geplaatst in het raadsinformatiesysteem bij de betreffende ronde op de gemeentelijke website. Van een bijeenkomst wordt een samenvattend verslag en een integraal geluidsverslag gemaakt. Degenen die deelnamen aan de bijeenkomst kunnen bij de griffie een voorstel tot aanpassing van het samenvattend verslag doen. De griffie past het samenvattend verslag aan in overleg met de voorzitter van de bijeenkomst. Het samenvattend verslag en de concept besluitenlijst worden vastgesteld in een volgende raadsvergadering. De vastgestelde versie wordt geplaatst in het raadsinformatiesysteem op de gemeentelijke website. Van een raadsronde wordt - voor zover technisch mogelijk - een integraal geluidsverslag gemaakt. Het integraal geluidsverslag wordt binnen twee dagen na de bijeenkomst via het raadsinformatiesysteem op de gemeentelijke website toegankelijk gemaakt. De besluitenlijst van een raadsronde en het samenvattend verslag van een raadsronde worden tevens toegevoegd aan de documenten bij eventueel opvolgende bijeenkomsten. HOOFDSTUK VII: Raadsvergadering Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel29:Doelstelling De raadsvergadering als bedoeld in artikel 17 van de Gemeentewet heeft tot doel het nemen van besluiten. Artikel30:Ingekomen stukken Bij de raad ingekomen stukken plaatst de griffier op een lijst “Post bestemd voor de raad”, met uitzondering van reclame en wervingsactiviteiten, anonieme post en onbetamelijke post zoals documenten met discriminerende uitingen en scheldwoorden. De lijst “Post bestemd voor de raad” wordt met de raadsstukken verzonden. Als de afzender een natuurlijk persoon is wordt het document geanonimiseerd. Ook wordt privacygevoelige informatie verwijderd. Het originele document ligt voor bestuurders en ambtenaren ter inzage bij de griffie. De lijst “Post bestemd voor de raad” is openbaar. De afzender wordt door de griffie geïnformeerd over de wijze waarop zijn brief wordt afgehandeld. Indien een inhoudelijke reactie gewenst is, wordt dit door het presidium verstuurd. Paragraaf2Voorbereidingen Artikel31:Agendering In spoedeisende gevallen kan de voorzitter van de raad na het verzenden van de raadsstukken tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de vergadering een aanvullende agenda opstellen. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar de raadsronde of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. Artikel32:Deelname en consultatie college Alvorens een besluit te nemen over een voorstel dat niet is voorbereid door het college of de burgemeester, geeft de raad het college de gelegenheid zijn mening kenbaar te maken binnen een door de raad te bepalen redelijke termijn. Paragraaf3Orde van de vergadering Artikel33:Voorstel van orde Een voorstel van orde kan door de voorzitter of een raadslid worden gedaan. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door de voorzitter te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Na hervatting van de beraadslaging krijgt degene die de schorsing heeft gevraagd het woord. Over het continueren van de beraadslagingen na 23:00 uur is een raadsbesluit nodig. Artikel34:Spreekregels en spreektijd De reguliere spreekvolgorde wordt bepaald op basis van de grootte van de fracties (totaal uitgebrachte stemmen) bij aanvang van een nieuwe zittingsperiode van de raad. Deze volgorde blijft gelden gedurende de hele zittingsperiode van de raad. Een raadslid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. Een raadslid voert het woord vanaf het spreekgestoelte dan wel vanaf de interruptiemicrofoon tenzij de voorzitter toestaat dat het raadslid vanaf zijn eigen plek in de raadzaal het woord voert. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een raadslid het woord vraagt over de orde van de vergadering of op voorstel van de voorzitter. Raadsleden spreken via de voorzitter. Artikel35:Deelname aan de beraadslaging door anderen Op voorstel van de voorzitter kan de raad bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad of portefeuillehouders of de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens de beraadslaging over een agendapunt begint. Artikel 36: Beslissing Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is voorbereid, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder raadslid het recht een stemverklaring uit te brengen door zijn voorgenomen stem kort en bondig te motiveren. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt stemming plaats. Artikel37:Verslag Van de raadsvergadering wordt een besluitenlijst gemaakt. Van de raadsvergadering wordt bovendien een samenvattend verslag en een integraal geluidsverslag gemaakt. De concept besluitenlijst wordt binnen twee dagen na de raadsvergadering verspreid via de dagmail. De concept besluitenlijst wordt voorts gepubliceerd bij de raadsvergadering in het raadsinformatiesysteem op de gemeentelijke website en opgenomen in het samenvattend verslag. Degenen die bij de beraadslagingen aanwezig waren, kunnen bij de griffie een voorstel tot aanpassing van de concept besluitenlijst en het concept samenvattend verslag doen. De griffier kan het aanpassen in overleg met de voorzitter. De concept besluitenlijst en het samenvattend verslag worden vastgesteld in de volgende raadsvergadering. De vastgestelde versie wordt geplaatst in het raadsinformatiesysteem op de gemeentelijke website. Het integraal geluids- en beeldverslag wordt binnen twee dagen na de bijeenkomst via het raadsinformatiesysteem op de gemeentelijke website toegankelijk gemaakt. Artikel38:Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel39:Verbod gebruik mobiele telefoons De voorzitter kan het gebruik van mobiele communicatieapparatuur verbieden indien het gebruik daarvan de orde van de vergadering verstoort. Paragraaf4Procedures bij stemmingen Artikel40:Algemene bepalingen over stemming De voorzitter van de raad vraagt of stemming wordt verlangd. Indien dit niet het geval is stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. Ingeval geen stemming wordt verlangd, kunnen in de vergadering aanwezige leden aantekening in het verslag vragen dat zij tegen het voorstel zijn of zich van stemming hebben onthouden. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. Bij stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. Stemmingen vinden elektronisch plaats, mits de uitslag direct na het sluiten van de stemming voor iedereen zichtbaar wordt met de uitgebrachte stem per raadslid of per fractie en het elektronisch stemsysteem naar het oordeel van de voorzitter ook verder goed en zonder onredelijk oponthoud functioneert. Bij elektronische stemmingen geeft de voorzitter het moment aan waarop hij de stemming gaat sluiten. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij tot sluiting van de stemming mondeling op dat moment nog een verzoek tot herstel doen. Hierna sluit de voorzitter de stemming en wordt de uitslag getoond. De uitslag van een stemming is definitief wanneer de voorzitter melding heeft gemaakt van het aantal stemmen voor en tegen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Wanneer elektronisch stemmen op grond van lid 5 niet mogelijk is, vindt mondelinge stemming plaats per fractie of, indien dat wordt gevraagd, hoofdelijk. Bij hoofdelijke stemming wijst de voorzitter bij loting een volgnummer van de presentielijst aan, om aan te geven bij welk lid de stemming zal beginnen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. Heeft een raadslid zich bij het uitbrengen van een mondelinge stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt een raadslid zowel bij elektronische als bij mondelinge stemming zijn vergissing in het uitbrengen van zijn stem na de mogelijkheid tot herstel, dan kan hij uiterlijk tot het vaststellen van het verslag van de betreffende beraadslaging aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. In de uitslag van de stemming brengt dit geen verandering. Artikel41:Stemmingen over amendementen en moties Voordat stemming plaatsvindt over een amendement of een motie krijgt het college de gelegenheid een stemadvies uit te brengen zijnde met het amendement of de motie in te stemmen, dan wel te ontraden. In het geval van een motie kan het advies van het college tevens luiden de motie aan te houden. Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. Als een subamendement is ingediend wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. De meest verstrekkendheid wordt bepaald door de voorzitter en de griffier. Indien de volgorde van behandeling niet wordt bepaald door de verstrekkendheid, geldt de volgorde van binnenkomst. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over de motie gestemd en vervolgens over het voorstel. Zijn meerdere moties ingediend dan wordt eerst gestemd over de meest verstrekkende motie. Als aangaande een aanhangig voorstel een amendement en een motie is ingediend, wordt eerst over het amendement gestemd, vervolgens over de motie en tot slot over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. Artikel42:Stemming over personen Wanneer een stemming over personen, voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter van de raad drie leden tot stembureau. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: een blanco ingevuld stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. Artikel43:Herstemming over personen Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben gekregen. Indien bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel44:Beslissing door het lot Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Hoofdstuk VIII: Rechten van raadsleden Artikel45:Amendementen Een of meerdere raadsleden kunnen tot het moment van het sluiten van de beraadslaging amendementen indienen. Ook kan hij voorstellen, een geagendeerde voorgestelde beslissing in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door raadsleden, die in de vergadering aanwezig zijn. Elk amendement moet, om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. Over een amendement wordt altijd gestemd, tenzij het amendement door de indiener wordt ingetrokken. Artikel46:Moties Een of meerdere raadsleden kunnen tot het moment van het sluiten van de beraadslaging moties indienen. Een motie moet om in behandeling genomen te worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. De behandeling van een motie over een geagendeerd onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. Een motie over een niet-geagendeerd onderwerp of voorstel wordt op de agenda van de eerstkomende raadsvergadering geplaatst na de overige agendapunten. Over een motie wordt altijd gestemd, tenzij de motie door de indiener wordt ingetrokken of aangehouden. De stemming over een aangehouden motie vindt plaats uiterlijk twee maanden – recesperioden niet meegerekend – na het besluit tot aanhouden. Indien binnen deze termijn geen besluit over de aangehouden motie is genomen dan wordt de motie geacht te zijn vervallen. Artikel47:Schriftelijke vragen van raadsleden aan het college Schriftelijke vragen aan het college worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden ingediend bij de griffie en zo spoedig mogelijk ter kennis van het college en de overige raadsleden gebracht. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig (kalender)dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in een volgende informatieronde “Vragen aan het college” nadere inlichtingen vragen omtrent het door het college gegeven antwoord. Hierbij gaat het om een nadere duiding van de antwoorden. Artikel48:Mondelinge vragen van raads- en burgerleden aan het college In de informatieronde “Vragen aan college” wordt tijd gereserveerd voor mondelinge vragen van raadsleden en burgerleden aan een portefeuillehouder. Het moet gaan om een nadere duiding van door het college beantwoorde schriftelijke vragen conform art. 47 van dit reglement of om vragen inzake andere politiek inhoudelijke kwesties. Het onderwerp waarover de vragen zullen worden gesteld wordt op maandag, voorafgaand aan de dinsdag van de informatieronde, vóór 16.00 uur aangemeld bij de griffie. De vragensteller voert niet meer dan tweemaal het woord in de informatieronde. Aanwezige raadsleden en burgerleden kunnen verduidelijkende vragen stellen. Artikel49:Initiatiefvoorstel van raadsleden Een initiatiefvoorstel bevat concrete en uitvoerbare beslispunten in de format van een raadsvoorstel. De beslispunten dienen erop gericht te zijn het vastgestelde beleid van de gemeente te wijzigen en/of aan te vullen. Een initiatiefvoorstel wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college. Het college kan binnen veertien dagen nadat het in kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. Een voorstel wordt nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het derde lid gestelde termijn is verlopen op de agenda van het presidium geplaatst. Het presidium bepaalt de behandelprocedure en plaatst het voorstel op de agenda van één van de volgende bijeenkomsten. Artikel50:Interpellatie van raadsleden Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van het presidium spoedeisende gevallen, ten minste zes dagen voor aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij het presidium ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. Het presidium brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college. In de eerstvolgende raadsvergadering wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt wanneer de interpellatie zal worden gehouden op advies van het presidium. Een interpellatie wordt toegelaten wanneer zij door minimaal 40% van de in de vergadering aanwezige raadsleden wordt gesteund, tenzij het onderwerp al via schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 47 van dit reglement aan het college is voorgelegd en de schriftelijke beantwoording daarvan nog niet binnen de geldende termijn is afgerond, of het onderwerp reeds voor een informatieronde, raadsronde of raadsvergadering is geagendeerd. De interpellant voert niet meer dan twee maal het woord, de overige raadsleden en portefeuillehouders niet meer dan een maal, tenzij de raad besluit daarvan af te wijken. Artikel 51: Aanvraag stadsronde Een verzoek om een stadsronde door een raads- of burgerlid wordt ingediend bij het presidium. Het verzoek bevat een rondebriefje met het onderwerp waarover een stadsronde wordt gevraagd, het beoogde doel en de vorm van de ronde. Het presidium besluit over het toelaten van een stadsronde. Hoofdstuk IX: Burgerinitiatief Artikel 52: Burgerinitiatief De term burgerinitiatief is overkoepelend en een verzamelterm voor een aantal instrumenten die inwoners, organisaties en andere belanghebbenden tot hun beschikking hebben om te participeren in het democratisch proces. Deze zijn: Burgerplatform Stadsronde op initiatief van inwoners, organisaties en andere belanghebbenden Burgervoorstel. Inwoners, organisaties en andere belanghebbenden geven in een gesprek met de griffie aan wat hun wensen en behoeften zijn. Op basis daarvan wordt één van bovengenoemde vormen van het burgerinitiatief geadviseerd. Artikel53:Burgerplatform Het burgerplatform biedt inwoners, verenigingen, stichtingen en organisaties de mogelijkheid hun boodschap te presenteren en wordt iedere raadsavond georganiseerd tussen 17:00 en 19:00 uur. Inwoners zijn verplicht zich ten minste één week voor de raadsavond aan te melden voor een plek op het burgerplatform. Iedere aanmelding krijgt één tafel ter beschikking. De indiener kan zelf presentatiemateriaal meenemen, in afstemming met de griffie. Onderwerpen hoeven niet gerelateerd te zijn aan de actuele raadsagenda. Artikel54:Stadsronde op initiatief van inwoners, organisaties en andere belanghebbenden Stadsrondes kunnen op verzoek van de inwoner, organisaties en andere belanghebbenden door het presidium worden ingepland met als doel het uitwisselen van informatie. Inwoners kunnen een onderwerp aandragen voor een stadsronde, om zodoende dit onderwerp met de raad en andere inwoners te bespreken. De griffie stelt samen met de inwoner een verzoek op aan het presidium waarin onder andere het onderwerp, de doelstelling en de vorm van de ronde worden benoemd in een rondebriefje. Het presidium beoordeelt het verzoek op inhoud en bepaalt of de raad het onderwerp bespreekt. Het presidium geeft via de griffie een schriftelijke reactie aan de inwoner. De inwoner kan, na besluitvorming door het presidium over agendering, via de griffie een verzoek doen tot ambtelijke ondersteuning in de voorbereiding van de stadsronde. De griffie stuurt dit verzoek door naar de gemeentesecretaris. Het presidium agendeert de stadsronde voor de eerstvolgende raadsavond ter bespreking waarvan de agenda nog niet is vastgesteld en de oproep nog niet heeft plaatsgevonden. Artikel55:Burgervoorstel Een burgervoorstel bevat concrete en uitvoerbare beslispunten in het format van een raadsvoorstel. Een burgervoorstel bevat: een nauwkeurige omschrijving van het voorstel een toelichting op het voorstel de achternaam, de voornamen, het (contact)adres en de handtekening van de verzoeker een lijst met de voornamen, achternamen, adressen en handtekeningen van de voorstelgerechtigden die het voorstel steunen. De inwoner kan via de griffie een verzoek doen tot ambtelijke ondersteuning in de voorbereiding van het burgervoorstel. De griffie stuurt dit verzoek door naar de gemeentesecretaris. Het verzoek tot plaatsing van een burgervoorstel op de agenda van de vergadering van de raad wordt schriftelijk dan wel digitaal ingediend bij de voorzitter van de raad. Vervolgens doorloopt een burgervoorstel de volgende procedure: In samenwerking met de griffie wordt een schriftelijk verzoek geformuleerd aan het presidium, dat bij de eerstvolgende presidiumvergadering wordt behandeld. Het presidium toetst het verzoek op basis van dit reglement van orde. Indien aan de vereisten van een burgervoorstel wordt voldaan brengt de voorzitter van de raad het voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college. Het college kan binnen veertien dagen nadat het in kennis is gesteld van een burgervoorstel schriftelijk zienswijzen met betrekking tot het burgervoorstel ter kennis van de raad brengen. Nadat het college heeft gereageerd agendeert het presidium het burgervoorstel voor de eerstvolgende stadsronde ter bespreking als de agenda nog niet is vastgesteld en de oproep nog niet heeft plaatsgevonden. Indien de agenda is vastgesteld en de oproep heeft plaatsgevonden zal het presidium het burgervoorstel agenderen voor de stadronde daarna. De voorzitter van de raad nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgervoorstel is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgervoorstel mondeling nader toe te lichten. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgervoorstel een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit via de reguliere wijze. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan verzoeker. Een burgervoorstel is onderhevig aan criteria. Wanneer het niet voldoet aan criteria (conform lid 5, lid 6 en lid 7) wordt het niet in behandeling genomen, en wordt door de griffie aan de inwoner geadviseerd een andere vorm van een burgerinitiatief in te zetten. Ongeldig is het verzoek dat bij een algemeen burgervoorstel niet door ten minste 300 voorstelgerechtigden wordt ondersteund en bij een buurtgericht burgervoorstel niet door tenminste 100 voorstelgerechtigden wordt ondersteund. Voorstelgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad, alsmede ingezetenen van de gemeente van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de raad. Bij een buurtgericht burgervoorstel dienen de voorstelgerechtigden woonachtig te zijn in de buurt of wijk waar het voorstel betrekking op heeft. Voor de beoordeling of aan de vereisten voor voorstelgerechtigden is voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het verzoek bepalend. Een burgervoorstel houdt niet in: een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad; een onderwerp waarover korter dan twee jaar geleden een raadsbesluit is genomen; een vraag over het gemeentelijk beleid; een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur; een bezwaar of beroep in de zin van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur. een voorstel waarmee wordt beoogd een bezwaarprocedure, een beroepsprocedure of een klachtenprocedure te doorkruisen; onderwerpen die expliciet nadeel of schade opleveren voor specifieke bewonersgroepen. Het verzoek bevat ten minste: een nauwkeurige omschrijving van het burgervoorstel; een toelichting op het burgervoorstel; concrete beslispunten die zo verwoord zijn dat de raad ermee kan instemmen of het kan afwijzen; de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de verzoeker en zijn plaatsvervanger; een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen, en/of een digitale uitdraai met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen via het digitale loket van de gemeente Maastricht en ondertekend hebben door middel van DigiD. HOOFDSTUK X Slotbepalingen Artikel56:Uitleg reglement Bij twijfel omtrent de toepassing van dit reglement, beslist de raad. Artikel57:Citeertitel Dit reglement wordt aangehaald als reglement van orde gemeenteraad Maastricht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.