Beleidsregels berekening van vervuilingswaarde IBA–systemen Artikel 1 Definities In dit besluit wordt verstaan onder: oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam als bedoel in artikel 1.1, lid van de Waterwet; Zuiveringtechnisch werk: zuiveringtechnisch werk als bedoeld in artikel 1.1, lid 1 van de Waterwet; IBA–systeem II of III: een systeem voor de individuele behandeling van afvalwater, ingedeeld in klasse II of III, woonruimte: woonruimte als bedoeld in artikel 7.1, van de Waterwet; bedrijfsruimte: bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 7.1, van de Waterwet; afvalwater van huishoudelijke aard: afvalwater afkomstig van huishoudens of hiermee vergelijkbaar afvalwater; ingenomen water: ingenomen water als bedoeld in artikel 122c, onderdeel j, van de Waterschapswet; ambtenaar belast met de heffing: ambtenaar als bedoeld in artikel 124, vijfde lid van de Waterschapswet; beheerder: beheerder als bedoeld in artikel 1.1 lid 1 van de Waterwet; zuiveringsrendement: het percentage zuurstofbindende stoffen in afvalwater van huishoudelijke aard dat door middel van een IBA–systeem wordt verwijderd. Artikel 2 Forfataire regeling voor IBA-systemen De beheerder van een IBA–systeem is heffingplichtig voor de verontreinigingsheffing voor het direct afvoeren van afvalstoffen op oppervlaktewater in beheer bij het waterschap. 2. De vervuilingswaarde van de afvalstoffen die vanuit een IBA–systeem worden afgevoerd, wordt gesteld op: drie vervuilingseenheden indien door de heffingplichtige aannemelijk is gemaakt dat de vervuilingswaarde minder dan vijf vervuilingseenheden bedraagt; één vervuilingseenheid indien door de heffingplichtige aannemelijk is gemaakt dat de vervuilingswaarde één vervuilingseenheid of minder bedraagt. Artikel 3 Bepaling vervuilingswaarde De bepaling van de vervuilingswaarde van een lozing vanuit een IBA–systeem als bedoeld in artikel 2, vindt plaats aan de hand van het totale waterverbruik van de aangesloten woon– en bedrijfsruimten en van het zuiveringsrendement van het betreffende IBA–systeem. Indien op een IBA–systeem uitsluitend woonruimten zijn aangesloten, wordt de vervuilingswaarde voor de toepassing van de forfaitaire regeling van artikel 2, tweede lid, bepaald volgens de formule: Voor de toepassing van het tweede lid wordt het zuiveringsrendement van de IBA–systemen van de te onderscheiden klassen gesteld op een factor: klasse II: 75 klasse III: 90 De berekeningsmethode als vermeld in het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing, indien op een IBA–systeem één bedrijfsruimte is aangesloten van waaruit uitsluitend huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd. Ditzelfde geldt voor een IBA–systeem, waarop naast een bedrijfsruimte, ook één of meer woonruimten zijn aangesloten. In afwijking van het eerste lid wordt de vervuilingswaarde van een lozing vanuit een IBA–systeem op één vervuilingseenheid gesteld, indien: niet meer dan één woonruimte op het betreffende IBA–systeem is aangesloten; uitsluitend afvalwater van huishoudelijke aard wordt afgevoerd. Artikel 4 Inwerkingtreding en citeertitel Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking en hebben betrekking op belastbare feiten die zich vanaf 1 juni 2017 voordoen of hebben voorgedaan. Per 1 juni 2017 worden de beleidsregels berekening vervuilingswaarde IBA-systemen van Waterschap Zeeuws-Vlaanderen, vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 25 oktober 2006, laatstelijk gewijzigd 9 december 2009, alsmede de beleidsregels van Waterschap Zeeuwse Eilanden, vastgesteld op 13 maart 2007 ingetrokken, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op belastbare feiten waarvoor op grond van artikel 5 lid 1 van de verordening verontreinigingsheffing waterschap Scheldestromen de heffing is verschuldigd voor 1 juni 2017. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels berekening vervuilingswaarde IBA–systemen 2017’. Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 3 mei 2017. dr. A.P.M.A. Vonck, secretaris-algemeen directeur mr. drs. A.J.G. Poppelaars, dijkgraaf Toelichting Werkingssfeer Bij dit besluit zijn fiscale beleidsregels vastgesteld voor toepassing van het zogenaamde bedrijfsruimteforfait bij het afvoeren van stoffen vanuit een IBA–systeem (zuiveringtechnisch werk). Deze forfaitaire regeling is gebaseerd op de forfaitaire regeling van artikel 122i van de Waterschapswet. Deze regeling kent twee forfaits: een forfait van drie vervuilingseenheden en een forfait van één vervuilingseenheid. Indien de beheerder van het IBA–systeem aannemelijk maakt dat de vervuilingswaarde van het effluent minder dan vijf vervuilingseenheden bedraagt, wordt de vervuilingswaarde op drie vervuilingseenheden gesteld, Indien de beheerder van het IBA–systeem aannemelijk maakt dat de vervuilingswaarde van het effluent minder dan één vervuilingseenheid bedraagt, wordt de vervuilingswaarde op één vervuilingseenheid gesteld. Om onder de werkingssfeer van deze beleidsregels te vallen, dient aan enkele voorwaarden te zijn voldaan: het betreffende IBA–systeem is ingedeeld in de klassen II of III; het betreffende IBA–systeem wordt uitsluitend gebruikt voor de zuivering van afvalwater van huishoudelijke aard; het IBA–systeem wordt niet beheerd door het waterschap en ook niet gezamenlijk door het waterschap en een gemeente. a. IBA Klasse II of III IBA–systemen die zijn ingedeeld in de klassen II en III komen in aanmerking voor de toepassing van het bedrijfsruimteforfait, indien aannemelijk is te maken dat het gezuiverde afvalwater voldoet aan de in het document 'Individuele Behandeling van Afvalwater IBA-systemen' (CUWVO/CIW, 1999) genoemde emissiegrenswaarden. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van certificaten of onderzoeksrapportages ten behoeve van certificering. Voor beide documenten geldt dat deze relevante emissiegrenswaarden dienen te bevatten. Systemen van klasse I (bijvoorbeeld septic-tanks) vallen in beginsel niet onder de beleidsregels, omdat deze een te laag zuiveringsrendement hebben om in aanmerking te komen voor het bedrijfsruimteforfait van één vervuilingseenheid. Indien de heffingplichtige van mening is dat niettemin een aanslag van één vervuilingseenheid zou moeten worden opgelegd, dient hij dit aannemelijk te maken door middel van meting, bemonstering en analyse. Afvalwater van huishoudelijke aard IBA–systemen zijn in beginsel ontworpen voor de behandeling van water van huishoudelijke aard. Dat wil zeggen afvalwater afkomstig van woonruimten en afvalwater van bedrijfsruimten met een vergelijkbare samenstelling. De certificering en klassenindeling van de IBA–systemen zijn gebaseerd op dit afvalwater. Over het zuiveringsrendement van IBA–systemen bij zuivering van afvalwater van andere dan huishoudelijke aard is nog weinig bekend. In dergelijke gevallen zal de belastingplichtige door middel van meting, bemonstering en analyse de toepasbaarheid van het forfait aannemelijk moeten maken. c. Beheer In de gevallen waarin het waterschap of het waterschap samen met een gemeente beheerder is van het IBA–systeem, wordt de achterliggende vervuiler in de verontreinigingsheffing betrokken, dat wil zeggen de aangesloten woon– of bedrijfsruimte. Deze beleidsregels zijn in dat geval niet van toepassing. De achterliggende vervuiler wordt door het waterschap belast op grond van artikel 7.5, lid 1 van de Waterwet (meting, bemonstering en analyse) of ontvangt een aanslag van drie vervuilingseenheden dan wel van één vervuilingseenheid op grond van het woonruimteforfait van artikel 122h, lid 1, Waterschapswet. In alle andere gevallen zijn deze beleidsregels wel van toepassing. Het betreft hier gevallen waarin ofwel de gemeente ofwel de achterliggende vervuiler(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.