Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg 2015 e.v.Gedeputeerde Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en de Provinciewet bekend dat zij in hun vergadering van 16 december 2014 hebben vastgesteld: de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg 2015 e.v. Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: natuur- en landschapsbeleid: de nota’s Natuurbeleid: natuurlijk eenvoudig, Programma Natuur- en landschapsbeleid 2013 -2020 (inclusief het programma Natuur en Landschap 2013-2015) en Limburgse Land- en tuinbouw Loont (inclusief het onderliggende uitvoeringsprogramma); steunmodule: een regeling voor de verstrekking van een subsidie die als steunmaatregel als bedoeld in art. 107, eerste lid van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt beschouwd; Social Return on Investment: het opnemen van sociale voorwaarden, eisen en wensen in inkoop-, aanbestedings- en subsidieverleningstrajecten zodat de subsidieontvanger een bijdrage levert aan het provinciaal beleid ten aanzien van: Het bieden van werkgelegenheid aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De concrete invulling hiervan gebeurt aan de hand van reguliere banen, leerwerkplekken, stageplekken en (werk)ervaringsplaatsen aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of jongeren zonder startkwalificatie. Het bevorderen van maatschappelijke participatie. De concrete invulling hiervan gebeurt in dit verband aan de hand van een expliciete koppeling van kansarme, kwetsbare en niet actieve burgers en activiteiten op het gebied van kunst en cultuur, sport en bewegen, onderwijs, (informele) zorg, burgerparticipatie, welzijn en vrijwilligerswerk. Artikel2Subsidieverstrekking 1.Deze verordening is niet van toepassing op subsidies waarop de Subsidieregeling Natuurbeheer Limburg, de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer Limburg of de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Limburg van toepassing is. 2.Deze verordening is niet van toepassing op aanvragers waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de markt is verklaard. 3.Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen van het gebiedsgerichte beleid en die zijn vermeld in de bijlage bij deze verordening. 4.Voor zover de in het derde lid genoemde subsidie een steunmaatregel als bedoeld in art. 107, eerste lid van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is en niet bij of krachtens genoemd Verdrag is vrijgesteld van de verplichting tot aanmelding, kan alleen subsidie worden verstrekt overeenkomstig de voorwaarden, neergelegd in een steunmodule. 5.Gedeputeerde Staten kunnen slechts subsidies verstrekken voor zover dit niet in strijd is met Europeesrechtelijke verplichtingen dan wel / Europeesrechtelijke regelgeving. 6.Er wordt alleen steun toegekend aan (landbouw)ondernemingen die geen ondernemingen in moeilijkheden zijn. 7.De subsidie dient een stimulerend effect te hebben. De subsidie wordt geacht een stimulerend effect te hebben wanneer de begunstigde vóórdat de werkzaamheden aan het project of de activiteiten zijn begonnen, een aanvraag voor subsidie bij Gedeputeerde Staten heeft ingediend. 8.Subsidie wordt slechts verstrekt: voor kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de totstandkoming van een activiteit; als de begroting sluitend is. 9.Gedeputeerde Staten kunnen ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. 10.Gedeputeerde Staten kunnen steunmodules vaststellen. 11.Gedeputeerde Staten kunnen subsidieplafonds vaststellen, al dan niet voor bepaalde categorieën van activiteiten. 12.Gedeputeerde Staten kunnen de subsidieontvanger ten aanzien van Social Return on Investment nadere verplichtingen opleggen. Artikel3Niet subsidiabele kosten Er wordt geen subsidie verstrekt voor: kosten die uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd; kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de subsidieaanvraag; verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten; kosten van bodemsanering voor zover verhaal op de vervuiler of een beroep op fondsen mogelijk is; kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, boetes of sancties; kosten van activiteiten die redelijkerwijs kunnen worden gedekt uit de inkomsten die met deze activiteiten verband houden; kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan gangbare minimumkwaliteitseisen; kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager, onderhoud of herstelwerkzaamheden; exploitatiekosten die niet verband houden met de aanloopfase van een activiteit. Aanvraag en subsidieverlening Artikel4Aanvraag 1.Een aanvraag om subsidie wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten of bij een door hen aangewezen instantie op een daartoe vastgesteld formulier. 2.Gedeputeerde Staten kunnen tijdstippen of periodes vaststellen voor het indienen van een aanvraag, al dan niet voor afzonderlijke categorieën van activiteiten. Gedeputeerde Staten kunnen daarbij selectiecriteria aangeven of prioriteiten naar gebied, gemeente, doelstelling of activiteit. Artikel5Gegevens Naast het formulier zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 4 bevat de aanvraag in ieder geval: een liquiditeitsprognose gedurende de looptijd van het project bij een aanvraag vanaf € 125.000,00; de aanvraag moet bevoegdelijk (indien van toepassing conform de statuten, inschrijving KvK) ondertekend zijn; Artikel6Beslistermijn verlening 1.Gedeputeerde Staten beslissen op een subsidieaanvraag binnen twaalf weken na ontvangst of, in voorkomend geval, binnen twaalf weken na afloop van een termijn als bedoeld in artikel 4, tweede lid, mits deze aanvraag aan alle vereisten voldoet. 2.Gedeputeerde Staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste twaalf weken verdagen. Van de verdaging wordt voor de afloop van de eerste termijn schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. Voorschotten Artikel7Bevoorschotting provinciale subsidie 1.Op subsidies tot € 125.000,00 zal direct bij de subsidieverleningsbeschikking een voorschot worden verleend van 90%. 2.Voor subsidies vanaf € 125.000,00 zal in de subsidieverleningsbeschikking op basis van de ingediende liquiditeitsprognose van de aanvrager, een schema voor een automatische bevoorschotting worden opgenomen tot maximaal 90%. Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel8Uitvoering activiteiten 1.De activiteiten starten uiterlijk binnen twee maanden na subsidieverlening, tenzij in de subsidieverleningsbeschikking een andere termijn is bepaald. 2.De activiteiten worden afgerond binnen twee jaren na de subsidieverlening, tenzij in de subsidieverleningsbeschikking anders is bepaald. 3.De activiteiten mogen niet zijn gestart, voordat de aanvraag voor subsidieverlening bij de Provincie Limburg is ingediend. Artikel9Opdrachten aan derden Indien de subsidieontvanger geen aanbestedende dienst of anderszins aanbestedingsplichtig is, dient deze voor het verstrekken van opdrachten aan derden de Regels aanbesteding provincie Limburg bij subsidiëring toe te passen. Artikel10Boekhouding 1.De subsidieontvanger is verplicht een administratie te voeren die te allen tijde de informatie bevat die nodig is voor een juist inzicht in de realisatie van de te subsidiëren activiteiten en voor een juiste subsidieverstrekking, hetgeen inhoudt dat: alle ontvangsten en uitgaven in de administratie zijn vastgelegd met onderliggende bewijsstukken; bewijsstukken, als onderdeel van de administratie, aanwezig zijn ten name van de gesubsidieerde en dat daaruit de aard van de geleverde goederen en diensten duidelijk blijkt. 2.De administratie wordt bewaard tot 5 jaar na vaststelling van de subsidie, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening anders is bepaald. 3.De subsidieontvanger is verplicht aan Gedeputeerde Staten te allen tijde inzage te verlenen in de administratie en alle inlichtingen te verstrekken. Artikel11Voortgang uitvoering 1.De subsidieontvanger brengt eenmaal per jaar, of zo vaak als in de subsidieverleningsbeschikking is bepaald, aan de hand van het daarvoor bestemd formulier, schriftelijk verslag uit aan Gedeputeerde Staten over de inhoudelijke en financiële voortgang van de activiteiten. 2.Gedeputeerde Staten kunnen in de beschikking als bedoeld in het eerste lid bepalen dat rapportage over de voortgang geheel achterwege kan blijven. Artikel12Publiciteit De subsidieontvanger vermeldt in iedere externe communicatie, dat de activiteit geheel of gedeeltelijk is gerealiseerd met financiële steun van de Provincie Limburg. Artikel13Informatieverstrekking De subsidieontvanger doet onmiddellijk mededeling aan Gedeputeerde Staten over alle feiten en omstandigheden, waaronder bijvoorbeeld verzoeken tot zijn faillissement of tot surseance van betaling, waarvan hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij invloed kunnen hebben op de aanspraak op subsidie. Vaststelling Artikel14Aanvraag subsidievaststelling 1.De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling in na afloop van de activiteiten. In de subsidieverleningsbeschikking wordt daarvoor een termijn opgenomen. 2.De subsidieontvanger verstrekt bij de aanvraag tot subsidievaststelling de volgende gegevens als het gaat om: de vaststelling van een verleend subsidiebedrag dat € 125.000,00 of meer bedraagt: het financieel overzicht van de gerealiseerde subsidiabele projectkosten en de gerealiseerde inkomsten, gespecificeerd overeenkomstig de definitieve begroting, moet zijn voorzien van een (goedkeurende) controleverklaring van een onafhankelijke accountant; de vaststelling van een verleend subsidiebedrag dat minder dan € 125.000,00 bedraagt: facturen en bewijsstukken van de betaling aan de hand van de daarvoor bestemde formulieren. Waar dit niet mogelijk is, worden de betalingen gestaafd door stukken met vergelijkbare bewijskracht; 3.De subsidieontvanger verstrekt naast de gegevens in het tweede lid, van dit artikel bij de aanvraag tot subsidievaststelling een inhoudelijke eindrapportage. 4.De aanvraag tot subsidievaststelling dient te worden ingediend bij Gedeputeerde Staten of bij een door hen aangewezen instantie op een daartoe vastgesteld formulier. Artikel15Beslistermijn vaststelling 1.Gedeputeerde Staten stellen de subsidie vast binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling, mits deze aanvraag aan alle vereisten voldoet. 2.Gedeputeerde Staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste twaalf weken verdagen. Van de verdaging wordt voor de afloop van de eerste termijn schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. 3.Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet tijdig is ontvangen, kunnen Gedeputeerde Staten na een eenmalig rappel overgaan tot ambtshalve vaststelling. Verplichtingen subsidieontvanger na subsidievaststelling Artikel16Instandhouding De subsidieontvanger houdt minstens vijf jaar na subsidievaststelling, of zo lang als in de desbetreffende paragraaf in de bijlage bij deze verordening of in de beschikking staat vermeld, de activiteiten of de resultaten van de activiteiten in stand. Artikel17Terugbetaling vergoeding 1.In de gevallen als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de subsidieontvanger een vergoeding verschuldigd die door Gedeputeerde Staten wordt vastgesteld. 2.De vergoeding bedraagt maximaal het bedrag waarmee de subsidie heeft bijgedragen aan de vermogensvorming in verhouding tot de andere middelen die daaraan hebben bijgedragen. 3.Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de economische waarde van eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het moment waarop de vergoeding verschuldigd wordt. 4.In afwijking van het eerste lid kunnen Gedeputeerde Staten op verzoek beslissen dat een vergoeding niet verschuldigd is, als aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: de activiteiten worden door een ander overgenomen; de realisatie van de doelstelling komt niet in gevaar; de activa en passiva worden tegen boekwaarde overgenomen. Bijzondere en slotbepalingen Artikel18Intrekking en terugvordering 1.De subsidieverlening of subsidievaststelling kan worden gewijzigd of worden ingetrokken als subsidieverstrekking in strijd is met ingevolge een verdrag voor de Provincie geldende verplichtingen. 2.Bij de vaststelling, intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is. 3.De wijziging of intrekking werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de wijziging of intrekking anders is bepaald. Artikel19Afwijkingsbevoegdheid 1.Gedeputeerde Staten kunnen de bepalingen gesteld bij of krachtens deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover van toepassing, gelet op het belang van een doelgerichte of evenwichtige subsidieverstrekking, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op de artikelen 2, vierde lid, en 3, onderdelen a, c en g. 3.De afwijkingsbevoegdheid bedoeld in het eerste lid geldt niet als de toepassing ervan in strijd met Europeesrechtelijke verplichtingen is. Artikel20Toezicht Gedeputeerde Staten kunnen ambtenaren aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald. Artikel21Overgangsbepaling in verband met intrekking bestaande subsidieverordening 1.De Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg d.d. 18 februari 2014 (Prov. Blad 2014/13) wordt ingetrokken. 2.Voor subsidiebesluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, blijven de bepalingen van de verordening genoemd in het eerste lid van dit artikel van toepassing, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject 3.Aanvragen die op basis van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg d.d. 18 februari 2014 (Prov. Blad 2014/13) zijn ingediend en waarover bij inwerkingtreding van deze Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg 2015 e.v. nog niet is beslist, worden geacht op basis van deze Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg 2015 e.v. te zijn ingediend, tenzij Gedeputeerde Staten van oordeel zijn dat de aanvrager in zijn belangen wordt geschaad. In dat laatste geval handelen Gedeputeerde Staten overeenkomstig de ingetrokken verordening. Artikel22Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015 Artikel23Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg 2015 e.v.. Gedeputeerde Staten voornoemd,drs. Th.J.F.M.Bovens,voorzittermr. A.C.J.M. deKroon,secretaris Uitgegeven, 18 december 2014 De secretaris,mr. A.C.J.M. deKroonBijlage bij Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg BegripsomschrijvingenIn deze bijlage wordt verstaan onder: Algemene Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 187/1); BBL: Bureau Beheer Landbouwgronden als bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer; De-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Europese Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU) op de-minimissteun (PbEU2013, L352/1); De-minimisverordening landbouw: Verordening (EU) nr.1408/2013 van de Europese Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 VWEU op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU2013, L352/9); EHS: Ecologische Hoofdstructuur, zoals aangewezen in de ‘POL-herziening op onderdelen EHS’ (Provinciale Staten, 14 oktober 2005) inclusief latere herzieningen en wijzigingen van dat besluit; EIP: Europese innovatiepartnerschappen, ondernemersgroepen die betrokken zijn bij grensverleggende projecten; GGOR: gewenst grond- en oppervlaktewaterregime; IKL: Stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen; Landbouwer: alle ondernemers die actief zijn in de primaire landbouwproductie, de verwerking en de afzet van landbouwproducten, zoals genoemd in artikel 2 van de Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 193/1); LLtL: Ambitiedocument Limburgse Land- en tuinbouw Loont (Provinciale Staten van Limburg, 22 februari 2013) en uitvoeringsprogramma LLtL (Gedeputeerde Staten van Limburg, 23 april 2013); KMO of ‘kleine en middelgrote onderneming: bedrijven die voldoen aan de criteria van Bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 193/1); Ontwikkelgebied intensieve veehouderij: gebied zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg 2014 waarin nieuwvestiging van (meerdere) intensieve veehouderijbedrijven mogelijk is; POG: Provinciale Ontwikkelingszone groen, zoals aangewezen in de ‘POL-herziening op onderdelen EHS’ (Provinciale Staten, 14 oktober 2005) inclusief latere herzieningen en wijzigingen van dat besluit; POL: Provinciaal Omgevingsplan Limburg (Provinciale Staten, 22 september 2006) inclusief latere herzieningen en wijzigingen van dat plan; SEF-beek: Beek met een specifiek ecologische functie; SN: Subsidieregeling Natuurbeheer Limburg; TOP-gebieden: verdroogde natuurgebieden die zijn opgenomen op de provinciale TOP-lijst waar de verdrogingsbestrijding prioriteit krijgt; Vrijstellingsverordening landbouw: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 193/1); Wilg: Wet inrichting landelijk gebied. Hoofdstuk 1 Landbouw1.1 Wettelijke herverkaveling en ruilverkaveling bij overeenkomstDoel Realisatie maatregel 5 in de beleidsnota “Limburgse land- en tuinbouw loont”. Beoogde activiteiten 1. Wettelijke herverkaveling als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wilg; a. Integrale herverkaveling; b. Planmatige kavelruil gericht op landbouwstructuurverbetering (Verkavelen voor Groei). 2. Ruilverkaveling bij overeenkomst als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Wilg. a. Integrale herverkaveling; b. Planmatige kavelruil gericht op landbouwstructuurverbetering (Verkavelen voor Groei). Aanvrager • Voorbereiding: overheden en organisaties met een publieke activiteit. • Uitvoering: samenwerkingsverbanden van landbouwers, overheden, landbouworganisaties, samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, natuur- en landschapsorganisaties en samenwerkingsvormen voor kavelruil waarbij andere dan agrarische ondernemers betrokken kunnen zijn. Toepassingsgebied Provincie Limburg Subsidiabele kosten • Voorbereiding: externe kosten van (de voorbereiding van) het ruilproces en proceskosten ten behoeve van opstellen ruilplan en voorbereiden overeenkomsten. • Uitvoering: notariskosten, kadasterkosten, uitzetting nieuwe kavelgrenzen en kosten van technische maatregelen1Dit zijn technische maatregelen die nodig zijn om binnen de nieuw gevormde kavels te komen tot percelen die naar grootte, vorm, bereikbaarheid, ligging van het maaiveld en ontwateringstoestand in redelijke mate vergelijkbaar zijn met de door de eigenaar ingebrachte percelen.: - De kosten van werkzaamheden om kavels beter bewerkbaar te maken. - De kosten van het ontsluiten of beter aansluiten van kavels door een weg en kosten van aanleg/aanpassing van andere infrastructuur. - De kosten voor investeringen in energievoorzienings- of waterhuishoudingsmaatregelen die de duurzaamheid van de landbouw vergroten. – De kosten van inpassingsmaatregelen: technische maatregelen in het gebied of in de omgeving gericht op het voorkomen van negatieve gevolgen voor de omgeving als gevolg van de verbetering van de functie landbouw, zoals het aanbrengen van compenserende beplantingen en aanpassingen van wegen- en padenstructuur. De kosten van de inzet van eigen uren van de ondernemer ten behoeve van het project zijn niet subsidiabel. Maximale subsidiepercentage/bedrag De subsidie bestaat uit: Voorbereiding: - maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 350,00 per ha. voor de activiteiten genoemd onder 1 en 2a. - Maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 350,00 per ha. voor de activiteiten genoemd onder 2b. Uitvoering: - De maximale subsidiabele kosten zijn € 1.310,00 per ha. voor de activiteiten genoemd onder 1 en 2a. - De maximale subsidiabele kosten zijn € 1.000,00 per ha. voor de activiteiten genoemd onder 2b. Indien sprake is van particuliere begunstigden, niet zijnde ondernemers voor uitvoering: - Bij wettelijke herverkaveling: maximaal 100% van de subsidiabele kosten. - Bij ruilverkaveling bij overeenkomst: notariskosten en kadasterkosten; maximaal 90% van de subsidiabele kosten; kosten technische maatregelen; maximaal 90% van de subsidiabele kosten. Indien er sprake is van andere ondernemers voor uitvoering: - Bij wettelijke herverkaveling: notariskosten en kadasterkosten; maximaal 90% van de subsidiabele kosten; kavelaanvaardingswerkzaamheden1,maximaal 90% van de subsidiabele kosten; kavelverbeteringswerkzaamheden2Dit zijn technische maatregelen die uitstijgen boven kavelaanvaardingswerkzaamheden., maximaal 40% van de subsidiabele kosten. - Bij ruilverkaveling bij overeenkomst: notariskosten en kadasterkosten, maximaal 90% van de subsidiabele kosten; technische maatregelen (= kavelaanvaardings- en kavelverbeteringswerkzaamheden) die een investering in een onderneming of door een onderneming betreffen, maximaal 40% van de subsidiabele kosten. Indien de begunstigden overheden en/of organisaties met een publieke activiteit zijn: notariskosten, kadasterkosten en kosten technische maatregelen, zowel bij wettelijke herverkaveling alsook ruilverkaveling bij overeenkomst maximaal 100% van de subsidiabele kosten. Over de grootte van het herverkavelingsblok wordt bij herverkaveling op basis van een inrichtingsplan als bedoeld in artikel 17 van de Wilg, of een vergelijkbaar plan, door Gedeputeerde Staten een specifiek uitvoeringsbesluit genomen. Nadere eisen, voorwaarden en verplichtingen; EU-kaders Op projectniveau dient altijd sprake te zijn van verbetering van de kavelinfrastructuur uit het oogpunt van landbouwkundig nut en/of natuur- en milieuoverwegingen. Landbouwkundig nut wil zeggen verbetering van de verkavelingstructuur gericht op een efficiëntere bedrijfsvoering of vergroting van het multifunctioneel grondgebruik ten behoeve van de landbouw, met name op hellingen in beekdalen of –laagten. Het betreft met name meer grond bij huis, grotere en beter gevormde kavels of gebruikspercelen, afstandsverkorting van de veldkavels, verbetering van de bereikbaarheid en vergroting van het multifunctioneel grondgebruik. De betekenis van de verschillende aspecten is sterk afhankelijk van het bedrijfstype en de aard van de gebieden. EU-kader: Artikel 14, lid 14 en 15 van de Vrijstellingsverordening Landbouw (Steun voor ruilverkaveling van landbouwgrond). Let op: indien de aanvrager een onderneming in Europeesrechtelijke zin betreft, dient bij een subsidieaanvraag ook een beschrijving van de grootte van de onderneming overgelegd te worden, conform Bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 193/1). 1.2 Projectmatige aanpak ontwikkelgebied intensieve veehouderijDoel Realisatie maatregel 5 in de beleidsnota “Limburgse land- en tuinbouw loont”. Beoogde activiteiten Projectmatige inrichting van ontwikkelgebieden intensieve veehouderij gericht op voorbereiding voor nieuwvestiging van meerdere intensieve veehouderij bedrijven: • Voorbereidingsfase: haalbaarheidsonderzoeken, plankosten, opstellen gebiedsvisies voor het ontwikkelgebied intensieve veehouderij. • Realisatiefase (exclusief grondverwerving): aanleg publieke infrastructuur, civiele werken, landschappelijke inpassing, bouwrijp maken van locaties binnen een ontwikkelgebied intensieve veehouderij. Aantal: 2 ontwikkelgebieden intensieve veehouderij. Aanvrager Gemeenten. Toepassingsgebied Ontwikkelgebieden intensieve veehouderij in Noord- en Midden Limburg. Subsidiabele kosten Kosten van de activiteiten genoemd onder ‘Beoogde activiteiten’ van externe partijen. De kosten van de inzet van eigen uren van de deelnemende gemeente ten behoeve van het project zijn niet subsidiabel. Subsidiepercentage/bedrag Voorbereidingskosten: maximaal 50% van de kosten tot een maximum van € 150.000,00 per ontwikkelgebied intensieve veehouderij. Realisatiefase: maximaal 60% van de kosten tot een totaal maximum van € 1.500.000,00 per ontwikkelgebied intensieve veehouderij. De totale subsidie bedraagt maximaal € 1.500.000,00 per ontwikkelgebied intensieve veehouderij. Nadere eisen, voorwaarden en verplichtingen; EU-kaders Het project moet gericht zijn op het realiseren van nieuwvestiging van meerdere intensieve veehouderijbedrijven in een ontwikkelgebied intensieve veehouderij zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Er moet sprake zijn van een samenhangende aanpak gericht op ruimtelijke gebiedskwaliteiten en stimulering van duurzame en innovatieve ontwikkelingen en samenwerking. EU-kader: Subsidie verleend aan overheden is geen steun als de werkzaamheden uitsluitend publieke doelen dienen en aan ondernemers geen economisch voordeel toekomt. 1.3A Innovatie-adviesDoel Realisatie maatregel 1 in de beleidsnota “Limburgse land- en tuinbouw loont”; het (door-) ontwikkelen en toepassen van kennis gericht op meerwaarde strategie of bovenwettelijke milieumaatregelen. Beoogde activiteiten Inhuur van kennis voor beknopt onderzoek of advies bij het uitwerken van de vraagarticulatie en beknopte kennisvragen met betrekking tot doel, aanpak, oplossingsrichting, partners, kosten, planning bij de uitwerking van innovatieve ideeën. Onder innovatie wordt hier bedoeld: vernieuwing die neerslaat in producten, diensten, processen of organisatievormen en kan betrekking hebben op o.a. de ontwikkeling van technologie, samenwerking, management, logistiek en marketing. Aanvrager Landbouwers of andere bedrijven die activiteiten verrichten op het gebied van productie, verwerking of afzet van landbouwproducten. Toepassingsgebied Provincie Limburg Subsidiabele kosten/niet-subsidiabele kosten Kosten van door derden geleverde advies- of onderzoeksdiensten op het gebied van innovatie. De kosten van de inzet van eigen uren van de ondernemer ten behoeve van het project zijn niet subsidiabel. Subsidiepercentage/bedrag Maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000,00 per project. Nadere eisen, voorwaarden en verplichtingen; EU-kaders In een innovatieproces worden de volgende fases onderscheiden: 1. Fundamenteel onderzoek 2. Vraaggerichte idee-uitwerking (van idee naar projectplan) 3. Van projectplan met behulp van haalbaarheidsonderzoek naar businessplan of investeringsplan 4. Ontwikkelen en beproeven van concepten door middel van metingen, prototypes, pilots 5. Implementatie en uitrol. Deze subsidieparagraaf is gericht op fase 2 van bovengenoemde indeling. Alleen kmo’s kunnen voor een subsidie in aanmerking komen. EU-kader: Aanvrager is een landbouwer of een andere ondernemer artikel 28 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (Innovatiesteun voor kmo’s). Let op: bij een subsidieaanvraag dient ook een beschrijving van de grootte van de onderneming overgelegd te worden, conform Bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 193/1). 1.3B Innovatie-advies: Haalbaarheidsstudie / businessplan t.b.v. innovatieve verdienmodellenDoel Realisatie maatregel 1 en 4 in de beleidsnota “Limburgse land- en tuinbouw loont” gericht op het (door-)ontwikkelen en toepassen van kennis gericht op meerwaarde strategie en ontwikkeling van nieuwe concepten. Beoogde activiteiten Inhuur van kennis voor het uitvoeren van haalbaarheidsstudies en / of het opstellen van businessplannen voor innovatieve verdienmodellen en innovatieve concepten. Onder innovatie wordt hier bedoeld: vernieuwing van producten, diensten, processen of organisatievormen die betrekking kan hebben op de ontwikkeling van technologie, cross overs met andere sectoren / toepassingen (op het vlak van technologie, logistiek, marketing en afzet) en samenwerking. Aanvrager Landbouwers of andere bedrijven die activiteiten verrichten op het gebied van productie, verwerking of afzet van landbouwproducten. Toepassingsgebied Gehele provincie Limburg Subsidiabele kosten/niet subsidiabele kosten Kosten van door derden geleverde adviesdiensten voor het uitvoeren van haalbaarheidsstudies en/of opstellen van businessplannen op het gebied van innovatie. De kosten van de inzet van eigen uren van de ondernemer ten behoeve van het project zijn niet subsidiabel. Subsidiepercentage/bedrag Maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 35.000,00 per project. Nadere eisen, voorwaarden en verplichtingen; EU-kaders In een innovatieproces worden de volgende fases onderscheiden: 1. Fundamenteel onderzoek 2. Vraaggerichte idee-uitwerking (van idee naar projectplan) 3. Van projectplan met behulp van haalbaarheidsonderzoek naar businessplan of investeringsplan 4. Ontwikkelen en beproeven van concepten door middel van metingen, prototypes, pilots 5. Implementatie en uitrol. Deze subsidieparagraaf is gericht op fase 3 van bovengenoemde indeling. Alleen kmo’s kunnen voor een subsidie in aanmerking komen. EU-kader: Aanvrager is een landbouwer of een andere ondernemer artikel 28 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (Innovatiesteun voor kmo’s). Let op: bij een subsidieaanvraag dient ook een beschrijving van de grootte van de onderneming overgelegd te worden, conform Bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 193/1). 1.3C Samenwerking: Ondernemersgroepen grensverleggende projectenDoel Realisatie maatregel 2 in de beleidsnota “Limburgse land- en tuinbouw loont” gericht op bevordering van kennisdoorstroming en samenwerking bij innovaties. De projecten zijn gekoppeld aan grensverleggende ontwikkelingen met een potentie voor brede uitrol. Beoogde activiteiten Deze paragraaf richt zich op het vormen van samenwerkingsverbanden. Het te vormen samenwerkingsverband bestaat uit agrarische koplopers die grensverleggende conceptontwikkelingen van nabij volgen en als klankbord fungeren voor innovators. De leden van het samenwerkingsverband bekijken hoe toepassing in hun eigen bedrijf mogelijk is. Het betreft ontwikkelingen (technische-, product-, proces-) die leiden tot grensverleggende vernieuwing en leiden tot verbetering van bedrijfsrendement en omgevingskwaliteit. Het samenwerkingsverband kan betrokken zijn bij nationale en/of internationale innovaties (bijv. operationele groepen in het kader van EIP) . Aanvrager Landbouwers of andere bedrijven/organisaties in samenwerking met landbouwers. Toepassingsgebied Provincie Limburg Subsidiabele kosten/niet-subsidiabele kosten Kosten van door derden geleverde adviesdiensten op het gebied van innovatie en procesbegeleiding. De kosten van de inzet van eigen uren van de ondernemer ten behoeve van het project zijn niet subsidiabel. Subsidiepercentage/bedrag Maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 20.000,00 per project. Nadere eisen, voorwaarden en verplichtingen; EU-kaders In een innovatieproces worden de volgende fases onderscheiden: 1. Fundamenteel onderzoek 2. Vraaggerichte idee-uitwerking (van idee naar projectplan) 3. Van projectplan met behulp van haalbaarheidsonderzoek naar businessplan of investeringsplan 4. Ontwikkelen en beproeven van concepten door middel van metingen, prototypes, pilots 5. Implementatie en uitrol. Deze subsidieparagraaf is gericht op fase 3 en 4 van bovengenoemde indeling. Aan de ondernemersgroep dienen tenminste 5 landbouwers deel te nemen. Alleen kmo’s kunnen voor een subsidie in aanmerking komen. EU-kader: Artikel 28 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (Innovatiesteun voor kmo’s). Let op: bij een subsidieaanvraag dient ook een beschrijving van de grootte van de onderneming overgelegd te worden, conform Bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 193/1). 1.3D Samenwerking: Ondernemersgroepen voor toepassing en innovatie in de landbouw (uitrol)Sluit aan bij operationeel doel (code) Realisatie maatregel 2 in de beleidsnota “Limburgse land- en tuinbouw loont” gericht op bevordering van innovatie door kennisdoorstroming en samenwerking. Beoogde activiteiten Deze paragraaf richt zich op het faciliteren van ondernemersgroepen met het oog op (versnelling van) de toepassing van innovatie. De nadruk ligt op nieuwe ontwikkelingen (die verder gaan dan de goede landbouwpraktijk en/of wettelijke eisen) en betrekking hebben op: • implementatie van nieuwe innovatieve concepten; • demonstratieactiviteiten en advisering voor ondernemersgroepen gericht op toepassing van innovaties; • competentieontwikkeling. Aanvrager Landbouwers of andere bedrijven/organisaties in samenwerking met landbouwers. Toepassingsgebied Provincie Limburg. Subsidiabele kosten/niet subsidiabele kosten Kosten van demonstratieactiviteiten en voorlichtingsacties en kosten in verband met de reis-, verblijfs- en dagvergoedingen van de deelnemers en kosten van vervangende diensten tijdens de afwezigheid van deelnemers en kosten van door derden geleverde acties op het gebied van demonstraties, voorlichting en kennisdeling. De kosten van de inzet van eigen uren van de ondernemer ten behoeve van het project zijn niet subsidiabel. Subsidiepercentage/bedrag Maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 10.000,00 per project. Nadere eisen, voorwaarden en verplichtingen; EU-kaders In een innovatieproces worden de volgende fases onderscheiden: 1. Fundamenteel onderzoek. 2. Vraaggerichte idee-uitwerking (van idee naar projectplan). 3. Van projectplan met behulp van haalbaarheidsonderzoek naar businessplan of investeringsplan. 4. Ontwikkelen en beproeven van concepten door middel van metingen, prototypes, pilots. 5. Implementatie en uitrol. Deze subsidieparagraaf is gericht op het vormen samenwerkingsverbanden (ondernemersgroepen)die betrokken zijn bij fase 5 van bovengenoemde indeling. Aan de ondernemersgroep dienen tenminste 10 landbouwers deel te nemen. EU-kader: Aanvrager is een landbouwer: artikel 21 van de Vrijstellingsverordening Landbouw (steun voor acties inzake kennisoverdracht en voorlichting). De subsidieverlening kan niet plaatsvinden in de vorm van een rechtstreekse betaling aan een landbouwer. Let op: bij een subsidieaanvraag door een landbouwer, dient ook een beschrijving van de grootte van de onderneming overgelegd te worden, conform Bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 193/1). Aanvrager is een andere ondernemer: de minimisverordening. De totale steun aan een onderneming is maximaal € 200.000,00 over een periode van 3 belastingjaren. 1.4A Excellent produceren, innovaties in de veehouderij (grensverleggende projecten)Doel Realisatie maatregel 7 in de beleidsnota “Limburgse land- en tuinbouw loont” voor de veehouderij en gericht op het realiseren van een lager emissieniveau voor ammoniak, geur en fijn stof (schone stallen). De projecten zijn vernieuwend, hebben een integraal karakter en de potentie voor uitrol. Beoogde activiteiten Het ontwikkelen en realiseren van grensverleggende stalconcepten gericht op ‘nul-emissie’ die geen of verwaarloosbaar hinder / risico voor de omgeving opleveren (schone stallen), die verder gaan dan de geldende Unienormen en betrekking hebben op: - ontwikkeling van nieuwe (technische) concepten; - optimalisatie van bestaande concepten; - realisatie; - beproeven gericht op erkenning (certificering) en uitrol. Aanvrager Landbouwers of andere bedrijven/organisaties in samenwerking met landbouwers, die (technische) stalsystemen voor landbouwbedrijven ontwikkelen/optimaliseren. Toepassingsgebied Provincie Limburg Subsidiabele kosten/niet-subsidiabele kosten A. Kosten van door derden (onderzoekers, technici e.d.) geleverde kennis voor genoemde activiteiten; B. Fysieke investeringen en overige kosten die nodig zijn voor het ontwikkelen en beproeven van innovaties in de fase waarin prototypes in de praktijk getest en gedemonstreerd worden; C. Bijkomende investeringskosten die nodig zijn om verder te gaan dan de geldende Unienormen (meerkosten ten opzichte van investeringen om aan de geldende Unienormen te voldoen). De kosten van de inzet van eigen uren van de ondernemer ten behoeve van het project zijn niet subsidiabel. Subsidiepercentage/bedrag Voor de subsidiabele kosten als genoemd onder: A. Deze kosten dienen te vallen onder de kosten van industrieel onderzoek zoals bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder b, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Het subsidiepercentage bedraagt maximaal 50% tot een maximum van € 25.000,00. B. Deze kosten dienen te vallen onder de kosten van experimentele ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder c, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Het subsidiepercentage bedraagt maximaal 25% tot een maximum van € 25.000,00. De subsidiepercentages kunnen met 10% worden verhoogd voor middelgrote ondernemingen en met 20% voor kleine ondernemingen. C) Maximaal 50% tot een maximum van € 200.000,00. De totale subsidie op basis van deze paragraaf bedraagt maximaal € 250.000,00. Cumulatie van subsidie met andere provinciale regelingen voor hetzelfde project / dezelfde activiteiten is niet mogelijk. Nadere eisen, voorwaarden en verplichtingen; EU-kaders In een innovatieproces worden de volgende fases onderscheiden: 1. Fundamenteel onderzoek. 2. Vraaggerichte idee-uitwerking (van idee naar projectplan). 3. Van projectplan met behulp van haalbaarheidsonderzoek naar businessplan of investeringsplan. 4.Ontwikkelen en beproeven van concepten door middel van metingen, prototypes, pilots. 5. Implementatie en uitrol. Deze subsidieparagraaf is gericht op fase 3 en 4 van bovenstaande indeling. EU-kader: Aanvrager is een landbouwer of andere ondernemer: voor de activiteiten genoemd onder A en B gelden de bepalingen zoals genoemd in art. 25 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (steun voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten). Voor de activiteiten genoemd onder C: Aanvrager is een landbouwer in de primaire landbouw: artikel 14, lid 13 onder e, van de Vrijstellingsverordening Landbouw (steun voor met de primaire landbouwproductie verband houdende investeringen in materiële en immateriële activa op landbouwbedrijven). Alleen landbouwers in de primaire landbouw die vallen onder de kmo-definitie kunnen voor een subsidie onder C in aanmerking komen. Aanvrager is een andere ondernemer: artikel 36, lid 6 en 7, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (investeringssteun om ondernemingen in staat te stellen verder te gaan dan de Unienormen inzake milieubescherming of om, bij het ontbreken van Unienormen, het niveau van milieubescherming te verhogen. Let op: bij een subsidieaanvraag dient ook een beschrijving van de grootte van de onderneming overgelegd te worden, conform Bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 193/1). 1.4B Excellent produceren, innovaties in de plantaardige sector (grensverleggende projecten)Doel Realisatie maatregel 7 in de beleidsnota “Limburgse land- en tuinbouw loont” voor de plantaardige sector en gericht op maatregelen die leiden tot extra (bovenwettelijke) emissiereductie naar water, bodem en lucht. De projecten zijn vernieuwend, hebben een integraal karakter en potentie voor uitrol. Beoogde activiteiten Het ontwikkelen en realiseren van grensverleggende concepten gericht op emissiereductie die geen of verwaarloosbaar hinder/risico voor de omgeving opleveren, verder gaan dan de geldende Unienormen en betrekking hebben op: - ontwikkeling van nieuwe (technische) concepten c.q. optimalisatie van bestaande concepten; - realisatie; - beproeven gericht op erkenning (certificering) en uitrol. Aanvrager Landbouwers of andere bedrijven/organisaties in samenwerking met landbouwers, die (technische) systemen voor landbouwbedrijven ontwikkelen/optimaliseren. Toepassingsgebied Provincie Limburg Subsidiabele kosten/niet-subsidiabele kosten A. Kosten van door derden (onderzoekers, technici e.d.) geleverde kennis voor genoemde activiteiten; B. Fysieke investering en overige kosten die nodig zijn voor het ontwikkelen en beproeven van innovaties in de fase waarin prototypes in de praktijk getest en gedemonstreerd worden gericht op realisatie; C. Bijkomende investeringskosten die nodig zijn om verder te gaan dan de Unienormen (meerkosten ten opzichte van investeringen om aan de geldende Unienormen te voldoen. De kosten van de inzet van eigen uren van de ondernemer ten behoeve van het project zijn niet subsidiabel. Subsidiepercentage/bedrag Voor de subsidiabele kosten als genoemd onder: A. Deze kosten dienen te vallen onder de kosten van industrieel onderzoek zoals bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder b, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Het subsidiepercentage bedraagt maximaal 50% tot een maximum van € 15.000,00. B. Deze kosten dienen te vallen onder de kosten van experimentele ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder c, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Het subsidiepercentage bedraagt maximaal 25% tot een maximum van € 15.000,00. De subsidiepercentages kunnen met 10% worden verhoogd voor middelgrote ondernemingen en met 20% voor kleine ondernemingen. C) Maximaal 50% tot een maximum van € 70.000,00 De totale subsidie op basis van deze paragraaf bedraagt maximaal € 100.000,00. Cumulatie van subsidie met andere provinciale regelingen voor hetzelfde project / dezelfde activiteiten is niet mogelijk. Nadere eisen, voorwaarden en verplichtingen; EU-kaders In een innovatieproces worden de volgende fases onderscheiden: 1. Fundamenteel onderzoek 2. Vraaggerichte idee-uitwerking (van idee naar projectplan) 3. Van projectplan met behulp van haalbaarheidsonderzoek naar businessplan of investeringsplan 4. Ontwikkelen en beproeven van concepten door middel van metingen, prototypes, pilots 5. Implementatie en uitrol. Deze subsidieparagraaf is gericht op fase 3 en 4 van bovenstaande indeling. EU-kader: Aanvrager is een landbouwer of andere ondernemer: voor de activiteiten genoemd onder A en B gelden de bepalingen zoals genoemd in art. 25 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (steun voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten). Voor de activiteiten genoemd onder C: Aanvrager is een landbouwer in de primaire landbouw: artikel 14, lid 13 onder e, van de Vrijstellingsverordening Landbouw (steun voor met de primaire landbouwproductie verband houdende investeringen in materiële en immateriële activa op landbouwbedrijven). Alleen landbouwers in de primaire landbouw die vallen onder de kmo-definitie kunnen voor een subsidie onder C in aanmerking komen. Aanvrager is een andere ondernemer: artikel 36, lid 6 en 7, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (investeringssteun om ondernemingen in staat te stellen verder te gaan dan de Unienormen inzake milieubescherming of om, bij het ontbreken van Unienormen, het niveau van milieubescherming te verhogen. Let op: bij een subsidieaanvraag dient ook een beschrijving van de grootte van de onderneming overgelegd te worden, conform Bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 193/1). 1.4C Excellent produceren: Verbeteringen in de Veehouderij (emissies bestaande stallen)Doel Realisatie maatregel 7 in de beleidsnota “Limburgse land- en tuinbouw loont” gericht op emissiereductie naar de lucht bij bestaande stallen in de veehouderij met de nadruk op geur. Beoogde activiteiten Toepassing van nieuwe innovatieve en maatregelen gericht op het verminderen van geuremissies en / of het verminderen van de geurbelasting van de omgeving die verder gaan dan de geldende Unienormen of vergunningvoorschriften door middel van: bronmaatregelen, emissiepuntmanagement en aanvullende technieken. Aanvrager Landbouwers Toepassingsgebied Provincie Limburg. Subsidiabele kosten/niet-subsidiabele kosten Fysieke investeringen en algemene kosten die met die investeringen gepaard gaan (bijv. voor het inschakelen van architect, ingenieur, adviseur) gericht op het verminderen van uitstoot en overlast van ammoniak, geur- en fijn stof die verder gaan dan de geldende Unienormen. De kosten van de inzet van eigen uren van de ondernemer ten behoeve van het project zijn niet subsidiabel. Subsidiepercentage/bedrag Maximaal 50% van de subsidiabele kosten. De subsidie op grond van deze paragraaf bedraagt maximaal € 10.000,00 per stal, en maximaal € 20.000,00 per bedrijf. Nadere eisen, voorwaarden en verplichtingen; EU-kaders Het accent ligt op het substantieel verlagen van de geurbelasting aan bestaande stallen voor door middel van (eenvoudige) praktijkmaatregelen. In aanmerking komen de belangrijkste geurbronnen van het bedrijf die verantwoordelijk zijn voor de geurbelasting op de omgeving. Het effect van de maatregelen (emissiepuntmanagement of andere), dient rekenkundig te worden onderbouwd en te leiden tot structurele afname van de belasting met minimaal 25% of aanmerkelijke reductie in specifieke perioden (van de groeiperiode, seizoenen). Indien de effectberekening met de gangbare rekenmodellen niet mogelijk is dient dit met een deskundigenadvies onderbouwd te worden. EU-kader: Aanvrager is een landbouwer in de primaire landbouw: artikel 14, lid 13 onder e, van de Vrijstellingsverordening Landbouw (steun voor met de primaire landbouwproductie verband houdende investeringen in materiële en immateriële activa op landbouwbedrijven). Alleen landbouwers in de primaire landbouw die vallen onder de kmo-definitie kunnen voor een subsidie in aanmerking komen. Let op: bij een subsidieaanvraag dient ook een beschrijving van de grootte van de onderneming overgelegd te worden, conform Bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 193/1). 1.5 Herstructurering ontwikkelingsgebieden glastuinbouw Noord- en Midden-LimburgDoel Realisatie maatregel 5 in de beleidsnota “Limburgse land- en tuinbouw loont”. Beoogde activiteiten Activiteiten ter verbetering/optimalisering van de (ruimtelijke) structuur van de ontwikkelingsgebieden glastuinbouw, te weten activiteiten in: • de voorbereidingsfase: haalbaarheidsonderzoeken, inrichtingsplannen, businessplannen. • de realisatiefase: ondergrondse en bovengrondse infrastructurele werken, ontsluiting, landschappelijke inpassing van het gebied, bouwrijp maken van locaties, samenvoeging van meerdere bedrijfslocaties, verplaatsing, etc. Aanvrager Land- en tuinbouwers en samenwerkingsverbanden van tuinders, overheden en andere instanties die zich bezig houden met projecten gericht op structuurverbetering in de ontwikkelingsgebieden glastuinbouw. Toepassingsgebied Ontwikkelingsgebieden glastuinbouw (zie POL actueel) m.u.v. de projectgebieden Californië en Siberië. Subsidiabele kosten/niet subsidiabele kosten Kosten van activiteiten genoemd onder ‘Beoogde activiteiten’. De kosten van de inzet van eigen uren van de ondernemer ten behoeve van het project zijn niet subsidiabel. Subsidiepercentage/bedrag Maximaal 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 144.000,00 per ontwikkelingsgebied. Maximaal 15% tot een maximum van € 22.000,00 van de subsidiabele kosten mag aangewend worden voor activiteiten van de voorbereidingsfase. Nadere eisen, voorwaarden en verplichtingen; EU-kaders Indien de subsidieaanvrager geen gemeente is, dient de aanvrager aan te tonen dat de gemeente bereid is mee te werken aan het project. Het project moet gericht zijn op het scheppen van mogelijkheden voor de realisatie van een geclusterde nieuwvestiging/uitbreiding van meerdere glastuinbouwbedrijven. Tevens dient er sprake te zijn van een gebiedsgerichte aanpak waarbij verbetering van ruimtelijke gebiedskwaliteiten het uitgangspunt is. EU-kader: Aanvrager is een landbouwer. Haalbaarheidsonderzoeken, inrichtingsplannen en businessplannen; artikel 14, lid 6, onder c, van de Vrijstellingsverordening landbouw. Bouwrijp maken van locaties; artikel 14, lid 6, onder a van de Vrijstellingsverordening landbouw. De kosten voor bouw, verwerving, inclusief leasing, of verbetering van onroerende goederen, waarbij grond alleen in aanmerking komt voor zover de kosten daarvan niet hoger zijn dan 10% van de totale in aanmerking komende kosten van de betrokken concrete actie. Subsidiepercentage van alle overheden samen bedraagt maximaal 40%. Samenvoeging van meerdere bedrijfslocaties: artikel 15 en 16 , van de Vrijstellingsverordening landbouw. Beperkt tot juridische en administratieve kosten, waaronder de opmetingskosten, van een ruilverkaveling. Landschappelijke inpassing van het gebied: de minimisverordening landbouw. De totale steun aan een onderneming is maximaal € 15.000,00 over een periode van 3 belastingjaren. Ondergrondse en bovengrondse infrastructurele werken, ontsluiting; artikel 20, sub b, onder v juncto artikel 30 van verordening 1698/2005. Verplaatsing; artikel 16 van de Vrijstellingsverordening landbouw. Let op: indien de aanvrager een onderneming in Europeesrechtelijke zin betreft en de aanvraag geen landschappelijke inpassing betreft, dient bij een subsidieaanvraag ook een beschrijving van de grootte van de onderneming overgelegd te worden, conform Bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 193/1). 1.6 CommunicatieDoel Realisatie maatregel 12 in de beleidsnota “Limburgse land- en tuinbouw loont” gericht op draagvlak en imagoverbetering van de landbouw in de samenleving. Beoogde activiteiten • Het verstrekken van informatie aan geïnteresseerde burgers en collega-ondernemers op landbouwbedrijven om hen te informeren over moderne bedrijfsontwikkelingen (story telling) of door het houden van demonstraties. • Vergroten van het inzicht en achtergronden van bedrijfsontwikkelingen, keuzen hierin en effecten voor omgeving en bedrijfsvoering. • Regelmatig terugkerende evenementen, (semi-) permanente openstelling van innovatieve landbouwbedrijven, kenniscentra of andere activiteiten. Aantal: 20 verspreid over alle sectoren in de landbouw. Aanvrager Landbouwer of samenwerkingsverbanden van landbouwers. Toepassingsgebied Provincie Limburg Subsidiabele kosten/niet-subsidiabele kosten Kosten van demonstratieactiviteiten en voorlichtingsacties en kosten in verband met de reis-, verblijfs- en dagvergoedingen van de deelnemers en kosten van vervangende diensten tijdens de afwezigheid van deelnemers en kosten van door derden geleverde (advies)dienstenacties op het gebied van demonstraties, voorlichting en kennisdeling. De kosten van de inzet van eigen uren van de ondernemer ten behoeve van het project zijn niet subsidiabel. Subsidiepercentage/bedrag Maximaal 40% van de kosten tot een maximum van € 2.000,00 per project ten behoeve van een project van een individuele landbouwer en maximaal 50% van de kosten tot een maximum van € 10.000,00 voor een project dat in een samenwerkingsverband wordt uitgevoerd. Nadere eisen, voorwaarden en verplichtingen; EU-kaders Bij samenwerkingsverbanden dienen minimaal 5 landbouwers betrokken te zijn. De uitvoeringsperiode bedraagt minimaal 2 jaar. EU-kader: Aanvrager is een landbouwer: artikel 21 van de Vrijstellingsverordening Landbouw (steun voor acties inzake kennisoverdracht en voorlichting). De subsidieverlening kan niet plaatsvinden in de vorm van een rechtstreekse betaling aan een landbouwer. Indien de subsidie betreft: kosten van de organisatie van beroepsopleiding, acties voor verwerving van vaardigheden , waaronder opleidingscursussen, workshops en coaching, demonstratieactiviteiten en voorlichtingsacties, kosten van vervangende diensten tijdens afwezigheid van deelnemers. Let op: bij een subsidieaanvraag dient ook een beschrijving van de grootte van de onderneming overgelegd te worden, conform Bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 193/1). 1.7 Dialoog met betrekking tot bedrijfsontwikkelingDoel Realisatie maatregel 9 in de beleidsnota “Limburgse land- en tuinbouw loont” gericht op draagvlak bij bedrijfsontwikkeling. Beoogde activiteiten Stimuleren van de lokale dialoog tussen de landbouwer en zijn omgeving gericht op draagvlak voor duurzame bedrijfsontwikkeling, met als resultaat draagvlak en zo mogelijk afspraken tussen de landbouwer en omgeving over de bedrijfsontwikkeling en effecten voor de directe leefomgeving, Aantal: 25 verspreid over Limburg en alle sectoren. Aanvrager Landbouwers of gemeenten in samenwerking met landbouwers. Toepassingsgebied Provincie Limburg Subsidiabele kosten De kosten voor kennisoverdracht en voorlichting die door externen worden verricht. De kosten van de inzet van eigen uren van de ondernemer ten behoeve van het project zijn niet subsidiabel. Subsidiepercentage/bedrag Maximaal 40% van de kosten tot een maximum van € 2.000,00 per project bij individuele aanvragen en maximaal 50% van de kosten tot een maximum van € 10.000,00 bij samenwerkingsverbanden. Nadere eisen, voorwaarden en verplichtingen; EU-kaders Bij samenwerkingsverbanden dienen minimaal 5 landbouwers betrokken te zijn. EU: Aanvrager is een landbouwer: artikel 21 van de Vrijstellingsverordening Landbouw (steun voor acties inzake kennisoverdracht en voorlichting). De subsidieverlening kan niet plaatsvinden in de vorm van een rechtstreekse betaling aan een landbouwer. Indien de subsidie betreft: kosten van de organisatie van beroepsopleiding, acties voor verwerving van vaardigheden , waaronder opleidingscursussen, workshops en coaching, demonstratieactiviteiten en voorlichtingsacties, kosten van vervangende diensten tijdens afwezigheid van deelnemers. Let op: indien de aanvrager een landbouwer betreft, dient bij een subsidieaanvraag ook een beschrijving van de grootte van de onderneming overgelegd te worden, conform Bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU2014, L 193/1). Aanvrager is een andere ondernemer: de- minimisverordening. De totale steun aan een onderneming is maximaal € 200.000,00 over een periode van 3 belastingjaren. Hoofdstuk 2 Natuur2.1 SoortenbeleidDoel Realisatie provinciaal soortenbeschermingsbeleid zoals vastgelegd in de PS-beleidsnota “Natuurbeleid: natuurlijk eenvoudig”. Beoogde activiteit 1. Eenmalige maatregelen die niet via de (actueel opengestelde) Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Limburg kunnen worden gesubsidieerd en praktijkgericht onderzoek voor de instandhouding van de leefgebieden en populaties van prioritaire soorten (genoemd in de Beleidsnota natuur en landschapsbeheer 2010-2020) en publicatie van gegevens. Projecten en publicaties komen slechts dan voor subsidie in aanmerking als verwacht mag worden dat de resultaten relevant en bruikbaar zullen zijn voor bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de bedoelde soorten of hun leefgebieden. 2. Praktijkgericht onderzoek met betrekking tot de interactie tussen diersoorten en andere belangen, in het kader van door Gedeputeerde Staten goedgekeurde faunabeheerplannen of ten behoeve van het opstellen daarvan. 3. Aanleg faunavoorzieningen ten behoeve van bovengenoemde prioritaire soorten. Aanvrager Grondeigenaren en grondgebruikers, gemeenten, waterschappen, onderzoeksinstituten en particulieren, instellingen zonder winstoogmerk en intermediërende instellingen (zoals IKL, Bosgroep Zuid-Nederland). Toepassingsgebied Gehele provincie Limburg Subsidiabele kosten Kosten van onderzoek, publicatie en kosten van eenmalige maatregelen mits het geen productieve investeringen betreft. Subsidiepercentage/bedrag Ad. 1 & 2 Maximaal 90% van de subsidiabele kosten. Inzet vrijwilligers kan dienen als cofinanciering op basis van uurtarief € 27,50. Ad 3 Faunavoorzieningen: Maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 25.000,00 per faunavoorziening. Nadere eisen, voorwaarden en verplichtingen; EU-kaders De subsidieontvanger is verplicht om een gebied of (fauna)voorziening gedurende ten minste 10 jaar na subsidievaststelling deugdelijk te beheren en moet bij schade aan de voorziening of verlies van natuurwaarden ten gevolge van ondeugdelijk beheer de subsidie geheel of gedeeltelijk terugbetalen. Stapeling van subsidies in het kader van agrarisch natuurbeheer of landschapsbeheer met subsidies voor soortenbeleid is niet mogelijk. Aanvrager is een landbouwer of andere ondernemer: geen EU-kader mits het niet-productieve investeringen betreft. 2.2 Recreatieve inrichting in kerngebieden in de goudgroene natuurDoel Realisatie beleid m.b.t. versterking recreatieve aantrekkelijkheid goudgroene natuur zoals vastgelegd in de PS-beleidsnota “Natuurbeleid: natuurlijk eenvoudig”. Beoogde activiteiten Projecten die een bijdrage leveren aan de realisatie van het provinciaal natuur- en landschapsbeleid door middel van verbetering van de recreatieve belevingsmogelijkheden en van de recreatieve zonering in goudgroene natuurterreinen. Aanvrager Beheerders van natuurterreinen die gebruik maken van de SN-Limburg of de Subsidieverordening Natuur en Landschapsbeheer Limburg (onderdeel natuurbeheer) of daarvoor als begunstigde in aanmerking komen. Toepassingsgebied Natuurgebieden in de goudgroene natuurzones in de gehele provincie. Subsidiabele kosten Kosten van inrichtingsprojecten die een bijdrage leveren aan de realisatie van het provinciaal natuur- en landschapsbeleid en aan verbetering van de recreatieve mogelijkheden en/of recreatieve aantrekkelijkheid en van de recreatieve zonering in goudgroene natuurterreinen. Bij de subsidiabele kosten behoren naast de kosten van de uitvoering van werken in het gebied ook de voorbereidings- en planvormingskosten tot een maximum van 15% van de kosten van de inrichtingswerken. Subsidiepercentage/bedrag Maximaal 75% van de subsidiabele kosten en maximaal € 100.000,00 per project (inclusief de provinciale bijdrage in de voorbereidingskosten en plankosten). Nadere eisen, voorwaarden en verplichtingen; EU-kaders Voorwaarden: - de aanvraag betreft natuurterrein(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.